Memoires Henk of op den Dries
boek 1
HOLLAND
Ik heb zeven broers en twee zusters en wij zijn kinderen van Derk op den Dries en Geertje Ekkel. Als je het Doopboek in den Ham zou nazien, zou je zien dat de namen Ekkel en Dries verschillende keren voor komen als woonplaatsen of stukjes land.
‘Dit was tussen de jaren 1700 en 1820.’ Na die tijd zijn deze stukjes land overgenomen als familie namen in de tijd van Napoleon Bonaparte.
In het Hollands betekent dit dat hij een boon apart was—En hij was een aparte boon.-- Dat is zeker.
Het schijnt dat de Op den Driesen oorspronkelijk de naam van Garritsen hadden en dat is overgegaan naar de naam op den Dries.
De Op den Driesen waren over het algemeen tevreden met een bestaan als arbeiders en de Ekkels waren meer vooruit strevende. De Ekkels gingen meer op in studie en handel. De aftakking van de Ekkels en de Konijnenbelts waren en zijn vooruitstrevende handelaren met een flair voor handel en mensenkennis.
Ik heb wel eens gedacht dat zij directe afstammelingen waren van de tien verloren stammen van Israël, "dat is in gelaatstrekken en handelwijze". Hiermee wil ik niet zeggen dat de Op den Dries familie minder was, hun doelstelling was anders -- --maar zeker niet minder. -- Ik zal je een voorbeeld geven!
Mijn vader en moeder zijn getrouwd in 1920 en vader bouwde een huis in 1923 recht tegenover de familie Konijnenbelt midden in het centrum van Nijverdal. Mijn vader had toen een groot stuk land achter het huis waar wij als kinderen alles op gegraven hebben op zoek naar voorhistorische oerossen, maar het enigste wat wij gevonden hebben, waren een paar broers die we uitmaakten voor oer ossen! Dan had mijn vader nog een stuk land in de Es en hij huurde een weide voor de koe en het kalf dat wij rijk waren in een van onze beste periodes.
De moeilijkheid was dat onze ouders binnen de kortste tijd tien kinderen hadden en het spreekwoord zegt dat je eerder een huis vol met kinderen krijgt dan dat je duizend gulden overhoudt. Myn moeder werd wel eens geplaagd door haar lieve broers met -de Reus van’t Hexel- in de vetleren schoenen. (Het Hexel is een buurtschap by Nyverdal!) maar mijn vader was in werkelijkheid een reus in intellect. Een dominee ging eens op huisbezoek met myn vader en zei later “Die man heeft iets waar Wij jaren voor moeten studeren”.
We zullen later meer over myn vader vertellen, maar ik wilde je eerst aan mijn moeder voorstellen. Zij werd wel eens een Moeder in Israël genoemd in later jaren en dat is niet ver van de waarheid. Een ouderling ging in later jaren, toen wij al in Canada waren, by haar op ziekenbezoek in het ziekenhuis om haar te vertroosten en zei later: “Ik ging daar naar toe om troost te brengen en kwam getroost weer uit het zieken huis”. Keer op keer is dat gebeurd en heel wat mensen denken in dankbaarheid aan haar terug. Om een voorbeeld te noemen. Ze had toen wij jong waren een eczeem aan de ogen en moest voor een bepaalde tijd met een doek voor de ogen lopen. De dokter kwam zo maar even langs de deur om te zien hoe het met haar ging en hier liep myn moeder door het huis met een blinddoek voor psalmen te zingen uit volle borst ( en ze had volle borsten) zo doende was het een storm van geluid.. De dokter heeft dat zo een poosje aan gezien en zei toen stom van verbazing. ”Dit is nu psalmen zingen in de nacht”. Deze zelfde man moest eens een keer gezegt hebben dat zij niet meer kinderen moest krijgen en het antwoord was “Wy willen eerlijk met elkaar leven” en zo ging het. Vader en Moeder gingen blij moedig verder in het geloof dat de Heer wel voor hen zou zorgen en dat geloof is nooit beschaamd geworden.
Zij leefden nog bij de adet (Dat veel kinderen een zegen van de Heer zijn ) Je kunt dat een beetje twijfelachtig noemen by de normen van de moderne tijd, maar het is een feit dat hun nageslacht een enorme invloed gehad hebben in het publieke leven van alle dag (zij in hun klein hoekje en ik in mijn!). Sommige mensen nemen veel geld mee in de eeuwigheid. Andere zoeken hun waarde in andere dingen. --Someday we will know!-- Dat Wij arm waren daar is geen twijfel aan maar wij werden groot gebracht met levertraan en een pak voor de broek als dat zo nodig was en het werkte prima.
Wij vraten Vader en moeder de oren van’t hoofd. Ik weet nog dat ik een keer ruzie had met mijn oudere broer en wat wilde het geval? Ik was altijd slordig en op die bepaalde dag had ik schoenen aan met de veters los en in mijn gerechtvaardege wraak zou ik mijn broer een schop onder de broek geven die de boodschap over zou brengen. Dit was een schone gedachte maar er zat een klein foutje in die berekening.Mijn broer was een echte strateeg en wrong zich in alle bochten en hij sprong opzij in het stategik moment zodat mijn schoen door het zij-raam van de keuken vloog midden in een pot met pap dat klaar stond met ongeveer twaalf borden er omheen om de vraatzuchtige gemeente te voeden. Onze moeder zei “ goete –goete , ook dat nog”-- pakte de hele beweging op. Zette een paar broden voor de borst en sneed genoeg brood om de zaak te redden en de huilende gemeente te voeden. Ik dacht dat myn vader mij half dood zou slaan als Hij thuis kwam maar Hij kon zijn lachen niet laten en bracht mij een paar sneetjes brood op bed. (de gerechtigheid werk in vreemde vormen. Je weet nooit wat je krijgt de roede of de zak!) en dat is een feit zei de geit.
Dat alles niet altijd op rolletjes liep met zo'n grote gemeente spreekt vanzelf en Vader geloofde in het spreekwoord “Nood breekt wetten“ zo dat mijn vader ook de kapper was van de gezamenlijke aanwezigen. Zaterdag was de dag dat de strijd van Jerigo werd opnieuw gestreden. Een zinken wasteil werd in de kamer gezet en Wy werden om de beurt in de wastobbe gezet waar Wij bewerkt werd met zeep en borstel. Je kunt mij geloven dat dit niet altijd zachtzinnig ging dat kun je van my aannemen en we hoefden niet te klagen als we zeep in de ogen kregen want dan kregen Wij een klats om de oren om onze aandacht af te leiden naar andere sfeeren. De pijn werd verplaatst van de eene plaats naar de andere.Dit was niet plezierig maar het was slechts een begin van de smarten! Onze vader was ook nog kapper als de geest over hem kwam en dat gebeurde met regelmatige tussenpozen want hij had een actieve geest. Zijn talent op dat gebied was niet iets om over naar huis te schrijven. Kaal met een tuufie was de best Hij kon opbrengen. De haarknipping machine was ook nooit van de beste kwaliteit en het werd vaak een wedstrijd tussen Pa en ons wie het hardst kon trekken -Vader met de machine vol haar en Wij als onwillige slachtoffers.- Dat ging zo ver dat een van ons met de haarmachine in t’hoofd naar bed reisde, Hij was in staking.
In de meeste gevallen groeiden Wij met ons hoofd weer door de kale plekken in hoop op een betere toekomst, en zoo kon het gebeuren dat ik een keer uit school kwam en ik wilde toen eens proberen hoe ver ik achteruit kon lopen zonder op te kijken.
Het ging geweldig want daar was geen auto te zien in die dagen en het verkeer was beperkt tot bijna nul.--Dat is ! -Ik had niet gerekend met het gemene paartje van de groente boer en daardoor liep ik steil achteruit tegen dat loeder en Hij beet my heel genoeglijk in myn kale achterhoofd. Het zal wel gedacht hebben. “ Ben ik daar even in de knollentuin” Veel rampen zijn des vromen lot heb ik wel eens gedacht, maar mijn hoofd is daar mettertijd ook weer doorheen gegroeid.
Dit was moeilijk maar Wij hadden ook wel hoogte punten in ons leven. De stryd tussen mijn oudere broer en ik werd onverminderde door gezet. Hij had een vriend en ze zouden met elkaar gaan lopen in het bos. Het geval wilde dat ik een groot verlangen had om mee te lopen met deze twee voorname personen en dat was een goede gedachte maar daar was een onoverkomelijke hindernis.
Zy zaten een klas hoger in school dan ik en dat is een onoverkomelijke afstand als je op die leeftijd bent, daar kun je geen voorstelling van geven. Evenwel had ik een geheim wapen. Ik drensde net zo lang tot mijn moeder in de buurt was en toen was de beslissing gauw gevallen. Ze moesten my meenemen of ze wilden of niet, maar zo eenvoudig was dit ook nog weer niet.
Broer Gerritjan had zijn voorwaarden. Ik mocht mee als mijn broer mij een kleine aardappel tegen myn hoofd mocht gooien.
Dit was wel een beetje riskant maar ik dacht dat de vreugd wel na de smart zou komen, zo, ik zette my zelf in postuur om de milde gave van myn broer te ontvangen, alleen waren er twee dingen verkeert met de hele situatie. De aardappel moest klein zijn maar het was een knots van een aardappel dat was een en ten tweede. Ik stond net voor het grote raam van de oude weduwe die naast ons woonde. Ik had dat niet gemerkt in the crises van dat moment en stond heldhaftig naar dat projectiel te kijken toen het in myn richting vloog maar ik ben ook maar een mens en verloor de moed in het laatste moment en bukte zodat de aardappel door de ruit van de buurvrouw zeilde met al de gevolgen van dien. Glas en de zonen van Derk en Geertje hebben nooit op goede voet gestaan. Het zijn onze vrouwen die ons gered hebben voordat grootte rampen ons zouden over komen. –Maar dat was veel later –Wij waren toen nog maar snotneuzen in gelukkige onwetendheid of wat de toekomst ons zou brengen.
De dikke Pikse moet eens gezegt hebben “ Als je veel bezondigd hebt word je gestraft met een vrouw “
Maar ik denk dat het net andersom is. Wy zyn rijk gezegend als we een goede vrouw hebben! --and that’s the truth!--
Tegenover ons aan de Oost kant lag een pracht van een oude Saksische boerderij. Drie linde bomen groeiden voor het woonhuis. Bomen die nu nog te zien zijn als je bekent bent in Nijverdal. Deze bomen waren onvergelijkbaar in de zetting van deze oude boerderij en haar omgeving. De zon toverde een verschillend tafereel als het ging door haar keergang van horizon naar horizon in de morgen --wanneer haar schaduw viel over de unike schilderij van de bakstenen die waren uitgesleten bij de tand des tijds tot een kunstwerk dat niet geëvenaard kan worden bij iets dat mensen handen kunnen fabriceren zelfs niet in hun beste momenten.--tot den avond als de blinden met de hartvormige openingen werden gesloten om ongenode gasten buiten te sluiten weg van de gezelige woonkamer met rietmatten stoelen.
Een bakstenen put met eiken boom stam, put haak en emmer maakte een geheel met het neerhangende dak over lage deuren die toegang gaven naar het woonhuis en naar het kookhuis. En dan verder naar achteren een hele rij kleine deurtjes die toegang gaven naar de –gruppe--waar de koebeesten hun overtollige overvloed deponeerden van hun achter einde. Bijna even vlug als de bewoners het van voren in konden scheppen.
Het rieten dak voltooide een portret als van een moeder hen die schuilplaats geeft voor het kroost dat onder haar vleugels een schuilplaats vind voor de stormen des levens. Prachtige hoge deuren met boogvormige openingen gaven een welkom voor de grote vrachten met hooi als deze onder deze majestueuze bogen naar binnenrolden in het hooi-seizoen wanner de drift van het wachtende werk de boeren aanzette tot buitengewone inspanningen om het geurige hooi veilig en droog naar binnen te krijgen zodat het altijd dreigend gevaar van hooi-broei mag voorkomen worden.
Smeedijzeren ankers naast deze deuren verkondigden het jaar dat deze boerderij gebouwd werd en deze ijzers hadden ook hun eigen sfeer van dagen die lang vervlogen waren. Onder de eiken balken die in de winter de hooivraght droegen was de deel of ook wel genoemd de dorsvloer omdat het graan daar gedorst werd in het hartje van de winter als het buiten guur en koud was.
Daarnaast de koeien stallen aan weerszijden van de dors vloer. De koeien stonden daar met de koppen naar binnen en het achtereind naar achteren en boven de koeien was de hiele. Dit was weer een aparte afdeling tussen de hooizolder en de dorsvloer. Van alles kon daar opgeborgen worden en het was tevens een mooie schuil plaats voor vreiende paartjes als ze geen hogere plannen hadden en naar de hooizolder opstegen.Heb ik dat niet mooi gezegt?—opstegen—
En dan had je een van de belangrijkste monumenten in het hele huis.Dit was de plaats van donder en regen buien, Niet zo hoog geacht by velen maar onontbeerlijk voor de goede voortgang van het menselijke leven. Dit was eigenlijk niets anders dan een plank van ongeveer een meter wijd en een halve meter breed met een gat er in.--Dit gaat een beetje onfris klinken maar dit klein gebouwtje was een instituut al by haar zelf.--
Je moet het meegemaakt hebben om te kunnen begrijpen hoe je daar kon zitten in vrede met de hele wereld terwijl de vliegen om je heen zoemden in eentonige dreunzang en als de zon kleuren toverde in de stofwolkjes die altijd schenen te zweven in en rond de dorsvloer. Als kind kon ik mij met myn bovenlichaam door het gat naar beneden laten zakken en dan hing ik daar tot myn oksels naar beneden gelijk een vleermuis in een kerktoren. Dit hoort allemaal heel onfris maar toch waren de meeste boeren gezond van lijf en leden.
Het is voor de Canadezen bijna onbegrypbaar dat het vee en de mensen winter en zomer onder het zelfde dak woonden, en toch was het heel gewoon toen Wij kinderen waren. Ik denk dat sommige mensen op ander gebied heel wat smeriger gewoonten hebben maar dat zullen Wij maar laten voor wat het is. Wy gaan maar terug naar de boerderij van myn kinderjaren en lopen van de deel door een eiken deur naar de woonkamer. Voor dit vertrek zijn bijna geen woorden te vinden om het recht te doen varen.
Aan de linker kant was de bedstede met de deurtjes er voor. Een ingebouwde bedstede dat vol geheimen was van dagen lang vervlogen. Ik denk dat in dit soort bedsteden menig huwelijk zal zyn bevestigd in hartstochtelijke momenten en liefdes betogingen, terwijl menig ziekbed was beëindigd en bevestigd door een sterfbed.
Ik heb het nu over de bedsteden in het algemeen.Van deze in dit huis weet ik natuurlijk hoegenaamd niets. Naast de bedstede hing de vader van alle grootvader klokken. Dit was een Friese klok, maar deze klok was heel erg oud zo als het daar hing in haar ereplaats in een bed van kalk lagen want de muur om haar heen was zo vaak met een laagje kalk bedekt dat het helemaal ingekapseld was als in een bed van kalklagen. Deze klok moet vele levens ingeluid hebben en veel levens zien vergaan naar de eeuwigheid met haar gestage tik tok ,tik tok van nu tot in de eeuwigheid. Wie weet hoe veel naar haar getrouwe tik tok hebben geluisterd en naar het slaan van het uurwerk als de koperen gewichten ratelend naar beneden gingen en de klok haar dreun galm liet horen dat weer zo veel minuten waren verstreken. Zo veel tijd vergaan, en de vraag kwam soms naar boven. Was die tijd wel gebruikt?
Een radio stond naast de voordeur als een herinnering van de nieuwe meer moderne tyd. Alleen geestelijke liederen en preken werden beluisterd in de begin tijd van de radio. In sommige gezinnen werd de radio alleen op zondag gebruikt om naar de preek te luisteren en verder om het nieuws te horen en anders niet. In ons huis hebben we nooit een radio gehad totdat we in Canada waren. Wy konden dit voorwerp van weelde niet betalen. Hard te geloven maar absoluut waar. De rieten stoelen zyn al behandeld en dus gaan Wij nu naar het center stuk van de keuken en dat was de open haard schoorsteen. Een pronkstuk dat zyn gelijke niet had in de verre omtrek. Het was omringd door tegeltjes met voorstellingen van de Bybel, zoals Adam en Eva in het Paradijs en de verspieders die uit Canan kwamen met stokken vol druiventrossen en meer van die voorbeelden die allemaal een boodschap hadden aan allen die er aandacht wouden schenken.
Dit was mooi en gaf je goede gedachten maar het Hemelse is nooit ver gescheiden van het aardse en dat was ook hier het geval. Boven in de schoorsteen hingen rijen met boeren worsten en zeiden spek ,groot en klein. Het was een feest voor de ogen en deden ons als kinderen watertanden. Vooral de echte boeren worst is een delecasy dat weinig voedsel kan evenaren en dat is niet te veel gezegt.
Ik weet in werkelijkheid niet zo heel veel over het binnenste van deze boerenwoning om de eenvoudige reden dat Wij daar weinig of nooit kwamen. Vader en moeder waren heel strikt wat onze houding tegenover de buren betreft. Ze wilden gewoon niet hebben dat Wij by onze buren over de vloer kwamen en dat was wel te begrijpen. Ze hadden tien kinderen en het zou onherroepelijk moeilijkheden gegeven hebben na verloop van tijd. Wat het even meer interesant maakte voor ons was het feit dat onze helden in deze boerderij woonden, Voornamelijk Hans en Henk die leden waren van onze geliefde voetbal –De Volharding – De naam zegt het al. Ze gaven nooit op. Ik denk dat dit kwam omdat een zekere familie ontzaglijk veel invloed had over het doen en laten van de spelers met het gevolg dat de spelers te bang waren om uit zichzelf een beslissing te namen en dat is altijd bedenkelyk. Voetbal was alles voor ons en Henk en Hans waren onze hoop en glorie van een grote toekomst voor onze geliefde Volharding. Deze club had een voetbal veld naast de vuilnisbelt, maar de club was te arm voor een kleedkamer zodat vriend en vijand zich achter de dennenbosjes aan en uit trokken. Het vrouwelijk element was meestal aanwezeg om een helpende hand te bieden ( in geval van nood ) en die nood kon op de onverwachtse momenten uitbarsten met al de gevolgen van dien.
Henk was de back en zyn personaliteit imponeerde de vijandige party met groot ontzag maar de tegen party waren ook geen Lilliputters zodat de clash van de Titans kon gehoord worden in wijde omtrek. Hans was meer gelijk een stoom machinetjes dat altijd onder stoom stond en met driftige bewegingen het meest interessante voet-werk kon uit voeren. Al dit geweldige vecht materiaal was zonder weerga maar ook al te vaak hulpeloos omdat de leiding niet deugde. Wy hielden ons vaak vast aan strohalmen in hoop voor een betere toe komst en het optimisme was groot toen een nieuwe goal keeper op het toneel verscheen. Dit was een magere man van over twee meter en Hij kon zich wringen in de ommogelykste bochten zodat Hy de eere naam kreeg van Slangenmens. Heelaas kon de Slangen mens onze geliefde club ook niet redden. Ze waren en bleven in de tweede plaats ,want , ik heb het al eerder gezecht ----De leiding deugde niet---!!!
Wy zullen de Slangen mens nog weer ontmoeten verderop in dit verhaal in een heel andere wereld en in een heel andere vorm en dat was niet zo mooi! Het was een glorie dag voor ons toen we met onze helden Henk en Hans in het kookhuis zaten in de wagen schuur naast de boerderij. Henk en Hans hebben ons toen de geheimen van een goed voetballer verteld. Henk zat een houten wiel te snijden voor de melkkarn machine. Ze waren modern aan het worden en gingen de karn machine met elektriciteit voortbewegen. Dit houten wiel werd by elkaar gehouden met een hoop spijkers en het waren deze spijkers die ons ingeleid hebben in de geheimenissen van voetbal. Henk kon ons precies voordoen hoe je van spijker naar spijker kon gaan zonder offside te gaan enz….Henk was die dag in een goede stemming dus wij vroegen hem ook wat het geheim was van een goed voetbal speler. Hy werd toen heel ernstig en Wij moesten allemaal dicht om hem heen komen zitten zo dat niemand ons zou kunnen beluisteren. ” Je neemt een stukje bruin roggebrood “ zei Hij. Zyn ogen werden groter en groter terwijl zijn rood harig gezicht bedenkelijk dicht naar voren kwam. De rillingen liepen ons over de rug terwijl Hy voortging in een echte samenzweerder stem “ Je neemt een stukje roggebrood en verstopt het voor een volle maand op een plaats waar de zon en de maan niet schijnen ,Dat stukje brood moet je in je zak houden onder alle omstandigheden “ !
Het gevolg was dat de hele buurt met een stukje droog roggebrood in de zak liep tot wanhoop van onze moeders en grote vreugt van Henk en zijn broers. Wy hebben Henk ook eens gevraagd hoe je een mannetjes vis van een vrouwtje kon onderscheiden en dit was heel eenvoudig volgens hem.” Het mannetje zwemt altijd voorop als je twee vissen in het water ziet ,heel eenvoudig als je het maar even weet.” Het schijnt dat Hij zelf nooit achter een visje aangezwommen heeft want Hij is nooit getrouwd.
Daar was een ander kwaad onder de zon! Voetbal en klompen hoorden by elkaar tenminste in de dagen dat Wij kinderen waren. Het was altijd een grote vreugd als Wij mee mochten strijden op het veld van eer als een van onze vrienden een regulatie voetbal had , maar dat gebeurde niet zo erg vaak want Wij zaten toen in de crises jaren. Wy moesten meestal wachten op slachtdag wanneer de slager een varken slachte. Wij moesten die varken blaas hebben en het was altijd een feest als die man de bloedige hand over het hart streek en ons dat begeerde voorwerp overhandigde.
Het was gewoonlijk een bloederig voorwerp en erg kliederig maar dat hinderde niet voor de voetbal enthousiasten. Vandaar ging het naar ome Henk de fietsmaker voor een fietspomp en een ventiel om lucht in de situatie te brengen.Dit lukte in de meeste gevallen als ome Henk tenminste in een goede stemming was.
Wy moesten met de mond de blaas vol lucht blazen als Ome Henk niet te bekeren was maar daar waren Wij toch wel een beetje vies van alhoewel Wij meestal wel iemand konden vinden die zo gek was van voetbal dat Hij het toch deed met de nodige voorzorgen.Hij hield dan een zaksoek voor de mond.Gelukkig was ome Henk een evenwichtig personage en mochten Wij meestal zijn fietspomp gebruiken.
Het spreekt van zelf dat de slager zich niet druk maakte over de stukjes vet en vlees die aan de blaas hingen en het was geen prettige gewaarwording als je de bal moest koppen en de stukjes vet en vlees om jouw oren sloegen maar dat duurde nooit zo lang en verbeterde al gauw als onze voetbal wat opdroogde en Wij werden een paar uur opgenomen in de hogere sfeeren van professional voetbal. Dat duurde totdat de blaas te droog werd en zo poreus dat het geen lucht meer wilde houden.
Dat was het eind van de vreugt en Wij moesten wachten tot de sterfdag van het volgende varken –“De een zijn dood is de ander zijn brood” oftewel “des varkens smart gaf ons weer hart.”
Het gebeurde een enkele keer dat een van onze vrienden een echte voetbal kreeg en dan kon het gebeuren dat de grotere jongens in de buurt, -zoals buurman Henk en zijn vrienden ook van de partij waren -.Dan werd het een lust voor de ogen.Die grote kerels vlogen over het slagveld met klompen zo groot als sleepboten terwijl het kleine grut zo als ik tussen de goal palen werden gezet.
Dit ging eerst heel beleeft in het begin totdat de hitte van de stryd die kerels opzweepten tot een frenzie waardoor ze alle voorzichtigheid over boord gooiden en de kreet ging dan op” "Eerst de man en dan de bal”"
Wat er dan gebeurde is met geen pen te beschrijven Ze schopten elkaar de benen blauw en de kleine goal keepers zoals ik en het slachtoffer aan de ander kant werden met bal en al heen en weer geschopt zodat het bloed er af liep. Als die mannen bloed zagen werden ze opgezweept tot ongekende kracht toeren en de kreet werd aangeheven “ "Bloed aan de palen" “
Het was op deze momenten dat Wij in gloryland leefden, maar, onze moeders moesten na afloop de wonden en de klederen weer oplappen. De andere goal keeper en ik strompelden naar huis toen alles voorbij was in de vaste overtuiging dat Wij een groot werk gedaan hadden. Wy waren moe en gewond maar stonden klaar voor de volgende episode wanneer onze hulp zeker nodig zou zijn.
Zo waren de dagen onzes levens in de dertiger jaren. Wy gaan straks nog meer voetballen maar ik ben een beetje op mij zelf vooruit gelopen en zal terug moeten naar de begin jaren van mijn levens strijd. --Vader en moeder waren getrouwd in 1920-- Mijn vader had toen al willen emigreren naar Amerika of Canada. Een groep mensen zijn in die tijd vertrokken, Dit waren verschillende families van Konynenbelt en ook enkele Withagens. Hendrik Withagen was getrouwd met myn tante Mientje. Een zuster van Vader dus. Myn vader had toen ook meegewild maar mijn moeder zei dat zij eerst haar vader wilde verzorgen zo lang als dit nodig was en dat heeft zij ook gedaan tot aan grootvaders dood toe. Grootvader is gestorven toen ik ongeveer twee jaar oud was. Dat was de laatste van mijn grootouders. Dit is ook mijn eerste herinnering. Ik kan heel vaag herinneren dat een houten kist in de voorkamer stond en dat mijn moeder veel huilde.
Het was mijn beurt om dit aardse tranendal binnen te stappen op September 4 1924. Gewoonlijk krijgt de pasgeboren baby een klap of klapje op de bibs om het aan ’t huilen te krijgen, maar het schijnt dat de vroedvrouw myn moeder een klap heeft gegeven omdat ik zo schuw lelijk was. Ik ben er bij geweest maar daar weet ik niets meer van zo Wij moeten dat maar in geloof aannemen.
Nyverdal was onze geboorteplaats. Het juweel van de provincie werd het wel eens genoemd en het is niet te ontkennen dat het een mooi dorp was toen Wij daar woonden in onze kinderjaren. Het was genesteld tussen twee bergen (zoals Wij dat noemden)
De Konynenberg en de Nijverdalse berg. Een vreedzaam riviertje stroomde langs Nijverdal en het dorp zelf lag tegen de glooiing van de Nijverdalse berg in het westen De veelkleurige Es verloor zichzelf in de overvloed van heide dat tegen de berghelling opkroop naar de mistige horizon zoals het verloren ging in dennenhout en insidious trees. We hebben daar heel wat keren gelopen door de heide dat in die tijd meer dan een halve meter hoog was. Prikly jeneverstruiken stonden as schildwachten tussen eiken en dennenhout op de grote heide vlaktes.
Een grote hoeveelheid of varens groeiden onder het lage hakhout rond de jeugdherberg en voorbij de landhuisjes die verspreid lagen tegen de bosrand aan de grens van heide en akkerland.Vooral de heide was een lust voor de ogen als de zon onderging en licgtschakeringen een ander beeld gaven dat veranderde van minuut na minuut. Dit beeld werd voltooid door een schaapherder met een kudde schapen zichtbaar als ze daar vredig gingen van grasveld tot grasveld dat hier en daar verspreid was tussen de schrale heide. Meestal was daar alleen voedsel voor de schapen. Koeien en dergelijke konden hier geen bestaan vinden.
Al deze schoonheid scheen geschapen te zijn om van te genieten en daarvoor alleen.
De bewoners van het dorp waren meestal net een grote familie. Iedereen wist alles van iedereen en dat gold vooral voor de buurt waarin Wij woonden. Ongeveer een derde was Katholiek en een derde Hervormd en een derde Gereformeerd in de weg waar Wij woonden en ze leefden allen eensgezind. ( Vreemd maar waar )
Dit was meer dan gezegd kon worden van de verschillende dominees, die hadden nog wel eens wat te harrewarren over zaken die eigenlijk weinig om het lijf hadden.
Myn ouders waren in veel dingen ver voor hun tijd uit. Het werd ons altyd voorgehouden dat we altijd respect moesten hebben voor anders-denkende en daar was niets wat mijn vader zo kwaad kon maken als wanneer Wij zouden spotten met mensen die minder schenen te zijn dan Wij. En dan bedoel ik vooral de handycapped personen
De ( Dorps gekken ) werden ze toen genoemd. Voor de rest waren er niet veel die minder waren. Wij behoorden tot de laagste laag van de bevolking op materieel gebied maar mijn ouders hoorden moreel by de elite en daar ben ik nu nog trots op!
Ik kan mij voor de rest niet zo heel veel herinneren van de jaren voordat ik naar school ging behalve dat ik geen grootouders had en dat was een leemte die niet gauw te vullen was. Dit kwam speciaal naar voren op verjaardagen en met St Nicolaas.
Pasen was ook een van de dagen dat het gemis sterk naar voren kwamen.Ik schaam me bijna om dit te zeggen maar dat was hoofdzakelijk door het gebrek aan cadeaus. Andere kinderen liepen met eiernetjes op palm Pasen vol geladen met eieren, chocolade eieren suikereieren grootte en kleine sinaasappels en apenoten bij de vleet Sommigen hadden netjes die zo vol waren that het eind over de grond sleepte terwijl Wij rond liepen met een netje met apenoten en een of twee sinaasappels
En deze verdwenen als sneeuw voor de zon omdat Wij nooit wat kregen en daarom niets konden laten staan dat eetbaar was.
Met Sinter Klaas was het een zelfde verhaal.Wij werden doodsbang gemaakt door de grotere broers die beweerden dat ze Sinter Klaas en Zwarte Piet hadden gezien in het donker als ze door de gordijnen gluurden en dat durfde ik zelfs nog niet te doen.
Je kon nooit weten!
Het kleine grut kreeg dan ook byna een hartverlamming als de deur met daverend geweld werd heen en weer getrokken en een hand vol pepernoten rond de deur kwam vliegen met zoo’n vaart dat ze hoog tegen de achtermuur van het huis vlogen. De groten waren ingewijd en gingen er direct achteraan maar Wij waren nog steeds te bang en stonden met witte gezichten in een hoek van de kamer.
Net toen Wij mee zouden graaien vloog de deur weer open met daverende klappen en een zak met cadeaus kwam rond de deur vliegen.
De cadeaus die Wij kregen waren met veel liefde by elkaar gezocht door Vader en Moeder maar zij moesten zo veel presenties kopen dat hier de oogst ook maar mager was.Ik weet noch dat ik een keer een proppen schieter kreeg en die werd mij al gauw afgenomen omdat ik mijn broer met de proppen schieter tegen het voor-hoofd schoot
Ik was wel klein maar toch niet dom –toen nog niet in ieder geval – Ik besloot dat ik een grootmoeder moest zien te krijgen. Onze Roomse buren aan de overkant van de straat hadden ook grootouders en die kregen meer dan Wij. Ik vond dat de Roomse SinterKlaas rijker was dan de Gereformeerde en Wij moesten maar Rooms worden dan zou de zaak wel veranderen. Vader en Moeder hadden daar heelaas niet veel oren na en zij wilden Gereformeerd blijven zodat ik wat anders moest verzinnen en dus ging ik op zoek naar een rijke grootmoeder.
Dit nam een paar dagen maar ik had geluk omdat ik een oude buurvrouw vond. Ongeveer vier huizen van ons af en dit was een oude vrouw die onder steund werd door een paar oude mensen die zelf geen kinderen hadden. Daar ben ik naar toe gegaan en heb gevraagd of ze mijn grootmoeder wilde wezen.Het oude mens heeft my toen met tranen in de ogen verzekert dat zij mijn grootmoeder wouw wezen. Maar dat was ook al weer mis. Ik had op het verkeerde paard gewed of liever gezegt -op de verkeerde vrouw -want zij had ook al geen centen zo ik bleef Pasen vieren zonder zwaantje op een stokje. Veel rampen zijn des vromen lot!
Als je dit zo leest zou je denken dat Wij ongelukkig waren of jaloers,maar dat was helemaal niet het geval.
Wij wisten niet anders of het hoorde zo en Wij hebben de armoe eigenlijk nooit gevoeld.Integendeel! Wij waren heel gelukkig met wat we hadden en hadden totaal geen begrip voor de moeilijkheden van onze ouders. Alles was goed met ons en onze kleine wereld en dat is zo gebleven totdat Wij al tegen de twintig liepen.
Zelfs in later jaren ben ik nooit bewust arm geweest alhoewel ik twee jaar zonder inkomen gezeten heb toen ik niet meer werken mocht.
We hebben altijd gehad wat Wij nodig hadden zelfs in de oorlog toen Wy met vijf personen onder gedoken waren.Ik heb dat nooit kunnen begrypen , maar, het is so.(Vreemd maar waar.)
Maar laten Wij terug gaan naar onze kinder jaren toen ik nog maar goed vijf jaar oud was. Dit brengt ons naar Ome Henk de fietsen maker aan de Rysense weg. Die had toen een bijverdienste. Elke woensdag kwam daar een vracht wagen van de stoomblekery in Epe. Ome Henk ging dan mee om de verschillende mensen op te zoeken die kleren hadden om uit gestoomd te worden.Dat ging dan naar Epe en kwam een week later terug Spik en Span. Het was die vracht wagen van De Heldere Stroom in Epe die mij bijna de benen gekost hebben.
Ik stond met mijn neef die ook Hendrik heette net als ik en die zes weken ouder was als ik dus was hij heel wat voornamer als ik want, zes weken is een onoverbrugbaar afstand als je op die leeftijd bent en zo doende moest ik naar hem luisteren of ik wilde of niet.
Myn oom stond met de chauffeur te praten en mijn neef en ik stonden achter de vrachtwagen.
Hy zei tegen mij “Laten Wij eens doen wie het langst de stang aan het achtereind van de auto vast kan houden.. Ik houd hem vast tot de auto begint te ryden “
Dat leek mij wel een goed idee en ik hield ook vast tot de auto begon te rijden.
Hij liet los maar ik bleef hangen en werd met mijn knieën over de scherpe bazalt steentjes gesleept zonder dat de chauffeur ook maar enig idee had van wat achter hem gebeurde.Myn oom probeerde hem te waarschuwen maar de chauffeur had de gedachten ergens anders en zag en hoorde niets.
Ik werd ruim tien huizen meegesleept achter de wagen en er zou niets van mijn knieën over gebleven zyn als onze Heer in Zyn goedheid geen Engel had gestuurd om over mij te waken.
Deze Engel kwam in de vorm van een ongetrouwde juffrouw met strogeel haar en rimpels in de gebreide wollen kousen. Ze stond naast de straatweg een stukje verder op en zag al de commotie van Oom Henk. Ze sprong op de weg en stopte de auto en ik viel op de bazelt steentjes in een vormloze hoop met bloedende knieën. Het kleine kereltje van vijf jaar werd toen naar huis gebracht waar Hij overladen werd met troostwoorden en azijn om de wonden te wassen en met een pak voor de broek om de pijn van de knieën weg te nemen en naar het broekvlak over te brengen.
Myn moeder wist wel wat ze deed !
Dit is ongeveer alles wat ik my kan herinneren van de jaren voordat ik naar school ging ,want de dag dat ik naar school ging staat in mijn herinnering als een voorbeeld van smart en ellende.
Myn vrije leven was afgelopen en in plaats van naar de vogeltjes te kijken moest ik nu naar een juffrouw kijken die een beetje topzwaar was en erg serieus met een stokje voor de klas stond te zwaaien om het denking proces van dat kleine grut op gang te brengen. –Ik vond de vogeltjes veel mooier maar dat werd me niet gevraagd.--
Wy moesten eerst leren om in de bank te zitten. Netjes met de armen over elkaar en de vinger op steken als je wat vragen wilde of naar achteren moest.
De ellende begon bijna direct want we kregen allemaal een lei met een griffel en toen moesten Wy lijntjes trekken van ongeveer een centimeter lang. Dit was helemaal niet wat de derde zoon van Derk en Geertje kon waarderen en ik was er ook helemaal niet goed in.De lijntjes waren te lang of te kort of ze waren scheef of te ver van mekaar.
Ik kon er niks van. ---
Dit moet me wel erg geplaagd hebben want ik ging een jaar of tien geleden eens naar een hijpnotiseur. Ik wilde graag weten waarom ik soms een minderwaardigheid gevoel had en Hij bracht my toen onder hijpnose. Ik ging toen terug naar mijn kinderjaren en begon te huilen omdat ik geen rechte lijntjes kon trekken.
--Dit was meer dan zeventig jaren later je kunt het geloven of niet—
De andere kinderen trokken lijntjes als of de wereld er van af hing , en misschien deed het dat ook wel. !Voor hen tenminste
Maar het was een straf voor mij. Ik kan die sponsdoos nu nog ruiken na al die jaren, een muffe reuk die lange tijd bleef hangen.
Wy moesten in die dagen beginnen met lei en griffel want potlood en papier waren te duur en een lei kon je over en over gebruiken. Daar kun je om lachen, maar, het was juist de generatie van de lei en griffeldoos die het grondwerk hebben belegt voor de atoom bom, de vliegmachine en de computer en onnoemelijk veel andere nieuwigheden
Niets om trots op te wezen maar het imponeerde toch wel.--Of niet?—
Daar zat een meisje voor my met een prachtige mooie blauwe strik in het haar.
Die kon nog eens lijntjes trekken. –De gemeente werkers waren er niks bij- Het was bepaald ongelofelijk zo dat er over ging.
Het duurde dan ook niet zo erg lang of ik was bar verlieft op dat meisje en op de lijntjes van haar en dat was een liefde die heeft geduurd voor de volgende vijf jaar tot in de vijfde klas.
En toen heb ik begrepen dat het hopeloos was. Ik zou dat meisje nooit krijgen en de lijntjes zijn ook nooit wat geworden. Ik kan nog niet goed schrijven en dat is waarom ik heb leren typen en omdat ik heb leren typen ben ik een boek gaan schrijven en omdat ik een boek ben gaan schrijven zit u zich nu te vervelen en dat is allemaal begonnen toen ik achter dat meisje zat met die mooie strik in’t haar.--Dat’s raar maar waar!—
Het was maar een paar maanden later dat de ellende pas goed begon.
Eerst moesten Wij aap, noot, mies, wim, zus ,jet ,enz. leren en dat ging nog een beetje maar toen moesten Wij om de beurten naar voren komen by een telraam.
Dat was een soort raam met gekleurde balletjes en ik zag met angst en beven het moment af te wachten dat ik naar voren zou moeten om met de balletjes te spelen.
Wij moesten leren tellen terwijl Wij telkens een balletje moesten verschuiven en dat leek my helemaal niet goed toe. Ik was zo bang dat ik bijna in de broek deed maar dat is nog goed gegaan maar ik wilde niet naar voren ,komt wat komt.
De juffrouw probeerde het eerst met een zoet lijntjes en ze probeerde mij uit de bank te halen met liefkozingen en lieve woordjes, maar dat ging niet ,zodat ze haar geduld verloor en een paar jongens vroeg om mij naar voren te slepen en dat is toen gebeurd met veel lawaai en geschreeuw.
De rest van de klas zat met open mond toe te kijken heel belangstellend in de afloop van de zaak. Zy waren diep onder de indruk dat een kleine jongen het bestaan durfde om in opstand te komen tegen deze geweldige overmacht.
Voor de juffrouw was het een zaak van wilskracht geworden Ik zou en ik moest naar voren.
Er werden net zo lang nieuwe krachten in de strijd geworpen tot een erbarmelijk hoopje mens snikkend voor de klas stond balletjes te verschuiven.
Het is eigenlijk wel te begrypen van de juffrouw haar stand punt.Ze had ruim veertig kinderen in die klas en ze moest ze allemaal aan de gang houden. Ik heb me er vaak over verwonderd hoe ze dat gedaan kreeg. Veertig ongeschoolde kinderen aan het denken te zetten. Het is me nog al wat.
Wat mij zelf betreft was het ook niet eenvoudig. Ik was gewoon bang om naar voren te komen en dat is altijd zo gebleven.Ik heb nog een hekel om in het publiek naar voren te komen, en het gekke is dat ik later voor volle zalen heb staan toneel spelen zelfs een keer voor zo’n drie duizend mensen op Oranje dag toen Wij een toneel stuk opvoerden( “Storm Eiland” was de naam van dat stuk) en het werd gespeeld op het Volharding voetbal veld.
Dat was ongeveer 1947. Daar was een enorm stuk wilskracht voor nodig om zo ver te komen, maar ik deed het !
Toch was het in de eerste klas dat de waarden werden gelegt die mij mijn hele leven zouden bij blijven.
De juffrouw in de eerste klas kon prachtig vertellen en het waren vooral de Bijbel verhalen en de psalmen die mij bijgebleven zijn tot op deze dag.
Ik kan veel van de psalmen die ik toen geleerd he nu nog uit mijn hoofd opzeggen en het is toch minstens zeventig jaar geleden dat ik die geleerd heb.
Ik liep naast de juffrouw toen Adam en Eva in het Paradijs rondscharrelden en ik vond het maar heel jammer dat zij de boel daar verknold hebben maar het moet gezegd worden. Adam was gelukkig op een gebied.( Hy had geen schoonmoeder). Maar dat begreep ik toen nog niet daar is veel levens ervaring voor nodig om dat uit te vinden.
Daar moet je voor getrouwt zijn dan komt de rest vanzelf.
Later ben ik met Abram mee geweest en met Izaak die toen een vrouw moest hebben maar een ander moest het voor hem klaarmaken en ik vond hem maar een sukkel en een moederskindje.
Goliath and Simson waren sommige van mijn helden.en, zo gingen wij door de hele Bijbel tot aan de dagen dat Jezus hier op aarde was.
Ik ben er bij geweest dat de vijf duizend gespijzigt zyn. Ik kon me dat zo goed voorstellen. Ze zaten allemaal by Konynenbelt in de zandkuil en de kleine kinderen mochten zo maar by Hem komen toen de oudere mensen geen tijd hadden voor dat kleine grut.
Dit was een vertroostende gedachte voor mij.Als Hij toen tijd voor de kinderen had was er ook hulp voor mij. Want de juffrouw had het gezegt. -En als die het zei dan moest het wel waar zijn.-
De kruisiging maakte my zo bang dat ik zelfs niet naar een schilderij durfde kijken waar de drie kruisen op stonden. De Roomsen hadden daar geen moeite mee maar ik des te meer.
Het is verbazend zo veel dat ik in die eerste jaren opgenomen heb. En het meeste ervan is blijven hangen tot op deze dag.—Wonderbaarlijk—
Het waren niet alleen de Bybel verhalen maar ook de psalmen en andere kinderversjes die me altyd zijn bijgebleven alhoewel ik eigenlijk te lui was om mij zo erg in te spannen is er een verbazende hoop achtergebleven.
Ik kan nu nog uit myn hoofd opzeggen wat my toen zo onder de indruk gebracht heeft.
Open uwe mond eist van my vrijmoedig
Al wat u ontbreekt schenk ik zo gij t’smeekt
Mild en over vloedig
-Daar leef ik nog bij.- Dat was een belofte die God altijd is nagekomen in myn leven, ook toen het soms erg donker om ons heen werd.
Dan volgt in hetb tweede vers God’s klagen in grote droefheid.
Och!! Had naar mijn raad zich myn volk gedragen.
Och had Israël's zaad ijverig willen gaan.
Naar mijn welbehagen.
Ik had hen dan tot speis.Vette tarw doen groeien.
En hen ten bewijs ,Dat ik hen kon voed’n
Honig-beken doen uit de rotsen vloeien.
Ik weet dat dit een heel oude taal is en dat de geleerden het allemaal hebben moeten verbeteren maar ze zullen in hun hoog waan nooit weer deze prachtige woordval kunnen evenaren.( Nu begin ik zelf ook al gezwollen te praten!)
Er was een ander vers dat my altijd zo heeft aangetrokken dat het mij soms bijna de tranen in de ogen bracht.
Heb ik mijn ziel niet stil gezet en mij verlogend naar Uw wet
gelijk het pas gespeende kind.Zich stil by zijne moeder vind.
Ik ken niets in de Hollandse nog in de Engelse taal die dit kan evenaren.
Deze stilnes en die overgave komen op je aan als als een(lullebay)wiegelied.
“Gelijk een kind zich stil by zijne moeder vind”
Dat is nu precies zo als het is in de beste momenten van ons leven.
Die totale overgave aan Hem die het al regeert en die alles zeker in Zijn handen heeft en houd.
Dat is waar je mee door een oorlog kunt en dan naar een ander land gaan en door dat alles heen toch steeds weer een tehuis hebt dat geen mens je kan afnemen.
Dan gaat het volgend vers voor je leven.
Den Heer is mijn herder k’heb al wat mij lust. Hy zal my geleiden naar grazige weiden.
Hy leid mij al zachtkens naar waatren der rust.
Het waren niet allen de psalmen maar ook de gewoone liedjes die zo mooi waren.
Weet jij hoe veel wolkjes kleven aan de hoge hemelboog?
Weet je hoe veel mugjes zweven aan die zelfde hemel hoog?
In die duizend-duizend tallen heeft de Heer zijn welgevallen en niet een ontglipt Zijn oog (En niet een ontglipt Zijn oog.)
Hier is een andere.
Daar schommelt een wiegje in’t bloeiende woud. Een wiegje van bloemen gordijntjes
Dat hebben twee vogeltjes samen gebouw.
Zo netjes zo kleurig en fyntjes.
Als t’windeke speelt, de loverkes streelt.
Dan word het vrouwtje van t,zingen niet moe,dekt haar jong met de vleugeltjes toe.
Nu nog een meer en dan houd ik er mee op.
In’t groene dal in’t stille dal waar kleine bloempjes groeien ,
daar ruist een blanke waterval en droppels spatten over al
om ieder bloempje te besproeien.
O kleinste
Maar; boven op der heuvelen spits waar forse bomen groeien
Daar raast te roze bliksemflits en velt by t’daverend onweers loeien -de grootste.-
Dan kies ik als ik kiezen zal, de kleinste plek. De waterval.
Dan blijf ik steeds naar mijn begeren.De kleinste!
Dat is ongeveer het verhaal van mijn leven laat anderen maar op de berghoogte worstelen ik ben liever
De kleinste.
Toch was het niet dat ernstige spul dat ons leven zo mooi maakte. Ik herinner mij ook nog dat ik een keer een versje moest leren en ik had daar helemaal geen zin in.
Zodoende zat ik daar in de hoek van de kamer terwijl de tranen my over de wangen rolden.
“Uit diepten van ellenden , roep ik met mond en hart.
Tot U die heil kunt zenden.O Heer aanschouw mijn smart.”
Myn moeder en het dienstmeisje stonden intussen achter de deur terwijl de tranen hen over de wangen rolden –Van het lachen!—
Een van ons moest het versje leren
“Zy werden dagelijks begenadigt met manna hemels brood verzadigd.
God’s hand bracht uit dat dorre oort revieren uit den steenrots voort.”
Dus doende zat zij met een ernstig gezicht het verse op te dreunen.
“Zy werden dagelijks begenagelt met manna hemels brood verzagelt enz.”
Geen wonder dat mijn moeder vroeg grijs haar heeft gekregen.
Glas in de pappot op den ene dag en een poet in de familie een andere dag. Het kon niet op!
En dan hadden we ook nog een paar profeten in de familie en een paar proleten , en niet tegen staande dat alles, liep moeder tussen dat alles door psalmen te zingen.
Ze zong die psalmen met hart en ziel.Ik heb ook wel mensen gekend die altijd vroom moesten doen zolang als ze niets van je moesten hebben en die zongen ook psalmen maar dat was heel anders.
Myn moeder gaf alles wat ze had –soms te veel maar dat zal ik later vertellen
Die juffrouw uit de eerste klas zal waarschijnlijk nooit beseft hebben hoe veel ze ons meegegeven heeft op onze levensweg en daar was ook een pak voor de broek bij inbegrepen als dat zo uit kwam.Toch groeiden wij als kool lichamelijk en geestelijk en op die manier heeft ze de hemel aan ons verdient zouden de Roomsen zeggen.
In die dagen ben ik aan een groot gevaar ontsnapt. Wy moesten om beurt de juffrouw een hand geven als de klas uitging en een van mijn vriendjes zei tegen mij. “Je moet zeggen tegen de juffrouw.Wat heb je dikke borsten Dat zal ze echt fijn vinden.
(Hij noemde de borsten met een andere naam maar dat wil ik hier liever niet noemen.)
Ik had het bijna gedaan ook en dat zou wat geweest zijn.Maar ja! Ik was altijd te goedgelovig. (Toen en nu noch.)
Ik denk Wij moesten nu maar afscheid nemen van die juffrouw en naar een andere klas gaan en dat is de vierde klas.
Het leven was nog eenvoudig in die dagen maar daar was een worm in de knollen tuin en dat was de meester.
Dit was een Fries en die kreeg het in zijn hoofd dat we om beurten voor de klas moesten zingen. Myn oude vijand was weergekeerd.Ik moest weer naar voren en
Ik durfde niet en dus ging ik met wankele schreden naar het podium voor de klas en begon met een beverig geluid een psalm te zingen.
Dat was zoo’n naar geluid dat de hele klas in lachen uit barstte en dit was natuurlijk het dropje dat de emmer deed overlopen en het strootje dat de kameel zijn rug ging breken.
Ik ging terug als een diep geslagen mens. Iedereen scheen te denken dat ik een zot was en ik begon het zelf ook te geloven.
Een goede vriend heeft mij door de ellende heengeholpen in de vijfde klas.
Het oude liedje begon weer, daar moest weer gezongen worden en ik was weer het middelpunt van de wereld met al de gevolgen van dien.
Het meisje met de mooie strik zat ook vol verwachting te kijken naar mijn martellaarschap. Maar deze keer ging het beter. Ik had ze allemaal bij de benen,- het meisje met de mooie strik incluis.- Myn vriend had gezegd dat ik het Wilhelmus moest zingen uit volle borsten –Ik had toen nog niet zulke grote borsten --maar het geloei dat er naar voren kwam ging door merg en been zodat de meester my gauw weer naar mijn bank stuurde.
Ik vond dat niet mooi want het Wilhelmus en ik begonnen net met elkaar op goede voet te raken.--Sommige mensen hebben nooit veel geluk en ik zeker niet.--
Die meester kwam toen voor den dag met een ander martel werktuig. Hy had ergens een electries machinetje opgediept. Zo.n dingetje dat stroom door het hele lichaam stuurde met ongekende sterke.
We moesten toen allemaal elkaar een hand geven, de hele klas rond en dan pakte de eerste in de rij een draadje van dat vinnige ding en de laatste in de rij hield dan het andere draadje.De meester zat heel geïsoleerd en zwaar Gereformeert aan dat ding te draaien ( Dat was nog het ergste niet )
Het strikken meisje zat voor mij en die moest mijn hand vast houden.Dat was erg!
Het zweet liep mij over de rug maar ik zette de tanden op elkaar en legde mijn zweterig handje in het lieve handje van dat mooie meisje en de hele klas werd onder stroom gezet en je kunt het geloven of niet het raakte dat meisje en mij een beetje meer dan de meesten omdat ik zulke zweethanden had.
Daar is toen wat in mij afgeknapt, de liefde van mij is sterk afgekoeld op de een of andere manier.Ik denk dat het niet tegen al die stroom kon.
Ik was na die tijd meer verliefd op de geit van de buurman dan op dat meisje.
–“Het kan verkeren “zei Brederode-
De geest van een jongen is zeer veerkrachtig op die leeftijd en het nam dan ook weinig moeite om over te schakelen naar de volgende schoolmeester maar deze meester was wel een heel vreemde. Naar waarheid gezegt was hij evenwel de beste school meester waar ik onder geleerd heb.
Deze schoolmeester was ook een Fries en een echte nazaat van --Griate Pier.--
Hij had ons elke morgen het Friese volkslied laten zingen als Hij de kans had gekregen maar, daar zijn we gelukkig voor bewaard gebleven.Hij was een vreemde eend.
By elke nieuwe klas deelde Hij een leesboekje uit en dan was het onveranderlijk het zelfde. “Boekjes open en naar bladzijde vijf en zeventig” en daar kregen we een Papoea te zien met een bloot achterwerk.
”Zien jullie dat goed? Dat is de familie van Jan bloote gat, boekjes dicht, boekjes ophalen” en de boekjes werden opgehaald en dan werd er wat anders begonnen.
Deze man regeerde met straffe hand en Hij had een mooie verzameling met stokken die Hij wel wist te gebruiken.
Het gebeurde dat een van de jongens een wit voetje by hem wilde halen en Hij bracht een mooie stok mee voor de meester.Het was ook deze jongen die het eerste met die zelfde stok voor de broek kreeg.Zo wist de meester het evenwicht te herstellen.
Hij dit beslist niet aan vriendjes politiek.
Deze meester moet een keer zoo’n kabaal hebben gemaakt dat de buren kwamen kijken wat er aan de hand was. De ramen stonden open en het gehuil kon buiten gehoord worden. Nadien was het “Ramen dicht, deuren sluiten” en dan wisten Wij dat er onweer op komst was.
Hij kreeg later zijn eigen zoon in de klas en die werd toen de zonde bok.
Dat slachtoffer kreeg toen geregeld op zyn vel en niet zuinig.Dat was nu het eigenaardige met die man. Hij teisterde die hij liefhad.
Hij greep op een zekere keer in heilige verontwaardiging mijn neef bij het zitvlak van zijn broek and het zitvlak bleef over in zijn hand terwijl de jongen smak bang op de grond viel.Toen heeft de grote Fries grootmoedig geld aan die jongen gegeven om een nieuwe broek te kopen.
Een vriend van mij vertelde my eens dat Hij op een bepaalde dag een gedicht op zei.
Je moet weten dat zijn vrouw Keetje heette en zijn zoon Jelle en daar had Hij gebruikt van gemaakt om het volgende vers te dichten.
“Keetje wouw de tafel dekken, Jacob liet een scheet,Jelle wouw hem pakken maar Hij was te heet.”
Het scheen dat deze meester erg veel problemen met de wind had want het gebeurde dat een van de leerlingen de wind liet gaan en de meester antwoordde met een onverstoorbaar gezicht “ Wie roept daar?
De meeste jongens vonden dat natuurlijk prachtig en ze werkten er hard aan om nog weer eens zo iets te produceren en met veel moeite en zorgen kwam daar een nieuwe stormwind los en,de meester zei even onverstoorbaar “Ga eens even kijken op de gang of het muziek korps er aan komt”
Het is eigen eigenlijk moeilijk te begrypen dat zoo’n meester gehandhaafd werd,
In deze tijd zou dat zeker niet kunnen
Maar toen was alles eenvoudiger.
Myn moeder zei eens “schoolmeesters worden kinds als ze te lang met kinderen omgaan” en daar zat een kern van waarheid in. Deze oude schoolmeesters stonden voor klassen van minstens veertig leerlingen en ze kregen een maand vakantie per jaar. Dat zou nu ook niet meer kunnen.
Wy als jongens vonden die onzin natuurlijk prachtig.Tenminste ik zelf.
Maar ik had toen al een bedorven karakter.
De rest van de klas liet dit alles als een hagelbui over hun hoofd gaan.
Dat wil niet zeggen dat wij ons met vuile taal ophielden, maar, dat is juist het eigenaardige Wij leefden eerlijk en gezond en ik heb ze ook gekend die voor het oog van de mensen heel netjes waren maar je moest niet achter de schermen kijken dan kreeg je een heel andere indruk.
Wij hadden bijvoorbeeld konijnen en Wij moesten op bepaalde tijd met de moer naar de ram. Wij gingen dan naar een vrouw in de buurt en die deed de moer een touwtje aan de staart en dan werd het dier bij de ram ingestopt zodat de natuurlijke wet niet verbroken zou worden.
Wy stonden er dan met gezichten als doodgravers by te kijken.Voor ons was dit heel gewoon.Dit was allemaal heel natuurlijk en Wij zochten daar niets achter.
Dat iets dergelijks ook zo zou kunnen zyn by de mensen kwam gewoon niet by ons op.
Kinderen krijgen in de moderne tijd les om ze van het kwaad te behoeden ,maar Wij leefden midden in de natuur en groeiden daar gewoon naar toe.Ik denk dat het toen beter was.
We zullen die dingen nog maar even aan mensen over laten die meer weten dan Wij aan mensen die daar voor gestudeerd hebben.
Wy gaan nog even weer naar school voordat Wij afscheid nemen van de schoolmeesters, Die hebben hun rust wel nodig.
De volgende schoolmeester was van een heel ander kaliber.
Dat was al een oudere man en die had altijd een zeil petje op.
Gewoonlijk werden de kinderen in school geroepen met het ringen van een bel.
De vorige schoolmeester stond dan aan de deur om zeker te maken dat Wij allemaal de voeten afveegden aan een rooster by de deur.
“ Voetsia poetsia roospia “ zei Hij dan tot vervelens toe.
Dat was een soort Fries latijn en betekende.Voeten afvegen aan het rooster.
De hele troep dromde dan als schapen naar binnen en Wij gingen naar de bovenste verdieping. -Dat was het domein van de meester met de zeilpet -
Deze man hield van aanschouwelijk onderwijs.
Eens vertelde Hij het verhaal van Simson die met de poorten van Gaza op de rug liep.Hij sloofde zich erg uit om dat verhaal bij het werkelijke leven aan te passen.
(Onze klas had een soort driepoot schoolbord _ Net een schilders ezel, maar veel groter)
De zeilpet nam dat schoolbord op zijn schouders en wankelde er mee naar het achteren van de klas tot grote hilariteit van de klasgenoten.
Geen een van ons kon zich voorstellen dat Simson met een zeilpet op liep ,maar hij bracht de boodschap wel over op een natuurlijke wijze dat kun je niet ontkennen.
Elke schooldag begon met gebed en Bijbel les.
Wy moesten dan om beurt de versjes op zeggen. Die moest ik meestijd nog leren als de anderen die op dreunden tenzij dat ik pech had en by de eersten hoorde die overhoord werden en dan was de boot aan.Maar toch heb ik ze geleerd hoe dan ook.
Het geval wilde dat de slager,die ons de blazen voor de voetbal wedstrijden leverde niet ver van de school af woonde. Die had de gewoonte om varkens te slachten op Maandag en dit gebeurde nu juist toen de meester aan’t bidden was.
Wy konden het arme beest horen schreeuwen en de meester zei.
” Ach Heer wil ook dit arme beest gedenken in zijn laatste ogenblikken.”
Dit was toch wel een beetje ongewoon en de kinderen wisten niet of ze lachen of huilen moesten en daarom deden ze maar niks, Het verhaal van dat wonderlijk gebed ging later van mond tot mond , nog jaren na dat het gebeurt is.
De oude meester werd ziek en een andere jonge meester moest in vallen.
Deze jonge leeraar moest het vak nog leren en had moeite om de orde te bewaren daarom ging hij drastische maatregelen toe passen.
Hij zou een van de belhamels met een stok gaan bewerken. De jongen werd verteld dat Hij bukken moest voor aan in de klas om zijn gerechte loon te ontvangen.
De meester draaide zich om naar de plaats waar de stokken lagen en de jongen draaide zich om en gaf de meester een schop onder het achterste en nam toen de benen terwijl de meester de vervolging inzette, maar helaas,
De jonge man liep als met vleugels om de gerechtigheid te ontkomen.Hij was nog vlugger dan het mannetje dat aan de zandweg reed.
Het spijt mij te zeggen dat de jongen zijn moeder hem in bescherming nam zodat de overheid moest buigen voor de moedersmart. Zo trapte de jongen de meester op’t hart.
en dat kon ook niet veel anders want het was de moeder van Gaitie en Gaitie was een mens van ongewone geestelijke statuur. Later ga je meer van hem horen.
Dit is het einde van de meester verhalen, begin je jezelf al te vervelen, houd vol daar komt nog meer!
Je zult wel denken dat ik geen hoge dunk van de meesters had maar dat is toch niet helemaal waar.
Ik denk met veel waardering en respect terug aan deze dedicated schoolmeesters en schooljuffrouwen. Deze mensen stonden vaak voor klassen van veertig leerlingen en soms meer. Elk kind had aandacht nodig en dus stonden ze vaak voor een onmogelijke oproep.Ze deden evenwel al dit werk en hadden niet meer dan een maand vakantie per jaar.
Wy hadden eigenlijk een dubbel leven.
Daar was het leven in school en het leven rond het huis.Het meeste van het leven thuis werd uitgeleefd rond in de buurtschap. En dat was net een grote familie.
Ik was altijd een beetje bang om in het huis van de Roomse buurlui te gaan.
Ze hadden daar schilderijen aan de muur die gewoon beangstigt waren voor een kleine jongen met een klein hartje.-Dat was ik !-
In het huis van een van de Roomse buurlui was een schilderij van Jezus aan het kruis tussen de twee moordenaars.
Dit was zo angstig dat ik zelfs niet in die kamer durfde te komen.
Vooral omdat er een andere schilderij hing van de Maagd Marieja en die had een groot bloedende hart midden in het lichaam. Ik vond dat verschrikkelijk en ik kon nooit begrijpen dat de kinderen van die huishouding in en uit liepen zonder een zweem van angst.
Misschien is het zo met de meesten van ons.Wij zijn zo vertrouwd geworden met de Jezus figuur dat Wij een hoop eerbied hebben verloren voor de dingen die ons met ontzag moesten vervullen.
Ik denk dat we daar allemaal schuldig aan zyn.
WIj gaan nu naar de speel plaats van de dertiger jaren.Die speelplaats was een wereld op zichzelf( Een wereld in wording)Wording is een Engels woord en betekent –geboren worden—Het was dus een wereld die geboren ging worden.
Dit is een grote uitdrukking maar niet ver van de waarheid.
Duitsland gebruikte in die jaren de speelplaatsen om een volk klaar te maken voor een alles vernietigende oorlog, maar ,bij ons was het meer een plaats dat ruimte maakte voor de scheppings drang van de gewoone kinderen van gewoone alledaagse mensen.
Het was een plaats waar de fantasie hoogtij vierde en het was een slechte dag toen de schoolmeesters en de sportleraren de speelplaatsen binnendrongen.
Toen was het een plaats waar activiteiten en fantasieën heen en weer golven als de baren op de oceaan.
De grootte meisjes waren aan het balspelen met een ,twee ,of soms meer ballen of ze waren aan’t touwtje springen en meer van die dingen die meisjes intreseerden. Terwijl de kleine meisjes in een wereld leefden waar geen volgroeid mens ooit in kan komen.
Overerfenis en natuur maakten deze momenten in evenementen die nooit geëvenaard konden worden bij mensen die meer van het leven gezien hebben.
Jongens speelden met jongens en meisjes met meisjes. dat was de regel van elke dag , en dan , plotseling kwam er een dag dat de jongens met de meisjes mochten spelen.
( ik vermoed dat het vrouwelijk element toen al geboren ging worden en dat die daar achter stonden.Zeker heb ik dat nooit geweten.)
Hoe dan ook.
Meisjes en jongens gingen opvangertje spelen en het was maar even of de meisjes zaten in de bak, om de eenvoudige reden dat de jongens meestal harder konden lopen. Dan werd het pas interessant.
De meisjes gingen achter de jongens aan. Ze konden niet zo hard lopen maar dat was geen bezwaar.
Ze pikten een jongen uit en de hele drom meisjes ging achter die jongen aan, maar ze losten elkaar af zodat de arme drommel letterlijk in de grond werd gelopen. De sukkel had geen schijn van kans.
-Ik heb het zelvde systeem wel duizend keer gezien in later jaren.-
Ik zat later met een groepje mannen en vrouwen in een of andere organisatie.
De mannen gingen naar de vergadering om de zaak uit te vechten en zwaar te bomen.
De vrouwen integendeel gaan op koffie vesite of aan de telefoon en de vergadering is over voor dat het begonnen is. Ze hebben dan alles al in kannen en kruiken.
Zo is het (en het zal altijd zo blijven). want een dominee aan de T V verklaarde de hele situatie in eenvoudige woorden.
Ongeveer zeven maand voor de geboorte van een kind is er een verandering in de hersens van een meisje die by de jongens niet voorkomt.
-In zekere zin zijn de jongens achterlijk wanneer ze geboren worden.-
Jongens denken met de hersens en dat is een koude zaak maar ,vrouwen denken met de hersens en met het gevoel en dat is veel verstandiger. De man is zogenaamd het hoofd ,maar ,de vrouw is de nek waar alles op draait.
( zo heeft deze geleerde man dat uitgelegd ) en die man stond vooraan toen de hersens uitgedeeld werden.
Als je een man vraagt hoe hun huwelijks reis geweest is dan zegt Hij
“"O, dat ging wel we zijn hier en daar naar toe geweest "“dat is ongeveer alles wat je van een man gewaar word maar, vrouwlief weet pressies wat die en die voor klederen aan had.Ze weet nog hoe veel stof er op de auto zat en naar de rest moet je niet vragen want dan moet je de hele vakantie opofferen om naar dat alles te luisteren.
Ze weten alles en ze zien alles! --Wat ik maar zeggen wil.-
De vrouwen zijn de mannen ver vooruit (Ze zijn inderdaad de nek waar alles op draait.)
Terug naar de speelplaats anders worden Wij verraden en verkocht voordat we de ogen goed open hebben.
De samenwerking tussen meisjes en jongens kon nooit lang duren en dan plotseling zonder dat iemand iets gezegd had kwamen de knikkers voor de dag.
Niemand zal ooit weten hoe dat precies gaat maar eeuwenlange overleveringen hadden vastgesteld dat het tijd van knikkeren was
Alles liep met knikkers. grootte knikkers, kleine knikkers, knikkers van klei en knikkers van glas. Knikkers –knikkers dat is al wat er was.—
Er was toen een jongen die op school kwam met een plankje met gaten zo groot als de deuren in een wagenschuur. Daar kon je op gooien en winnen als het raak was.
Het leek heel mooi maar het resultaat was vaak teleurstellend.
Het was te mooi om waar te zyn. De meeste kinderen verloren omdat het lang niet zo eenvoudig was als het leek.
Ik heb het zelfde systeem honderden keren aan het werk gezien op kermissen en in casinos maar deze jongen deed dat het eerst.
Een gerucht deed de ronde op een van die dagen dat er misschien oorlog zou komen De vader van een van de kinderen had gezecht dat de Duitsers een leger gingen maken en dat kon wel eens oorlog worden.
We luisterden er naar maar er waren veel belangrijker dingen. Wij konden ons niet naar maken om zoo.n kleinigheid. Zorgen maken was voor de grootte mensen.
Wy moesten spelen. En zo mochten we nog enkele jaren in onschuld leven en dromen van een onschuldige wereld waar alles goed en secuur was.
Wij gaan nu een poosje naar mijn vader zijn boerderij. Daar gebeurden dingen die ons meer aan gingen.
Je moet weten dat mijn vader een boerderij had van een koe en een kalf en in overvloedige dagen hadden we ook nog een vaars. Dat is een jonge koe die nog niet veel van het leven gezien heeft i/a woorden en koe die nog niet achter de jongens aan geweest heeft of “visa versa”.En dan was er een bok. Een bok met horens.
Dat was nu de bok der bokken en mijn bezit.
We moesten met die bok schillen halen voor onze veestapel.
Er waren heel wat mensen die aardappel schillen terug zetten voor de veestapel van mijn vader. Wij gingen dan met die bok voor een twee wielege wagen de buurt in om die schillen op te halen,en, het was niet te geloven wat die bok door het leven kon slepen achter zijn korte zwiep-staartje. Het gebeurde dat er wel vijf of zes kinderen op de wagen zaten en dan nog een wastobbe vol schillen.
De poppenkast van Jan Klaasen was er niets bij.
Nu was dit wel een beetje een grimmige bok want Hij heeft Gaitie een keer de broek van’t gat gescheurd, met zijn grootte horens,en daar heb ik een paar jaar later bijna met mijn leven voor moeten betalen.
Maar dat komt later. Het was beangstigt maar zoals ik gezegt heb. (Dat komt later)
Niet ongeduldig worden!
Het gebeurde op een zekere dag dat een medelijdende figuur ons wat hele aardappelen gaf om aan de koe te geven.En dat was goed ,maar, aardappels en koeien zyn niet altijd op even goede voet,dat was niet goed , en zo, kon het gebeuren dat de koe een aardappel in het keelgat kreeg zodat ze tot stikkens toe bewogen werd.
Ze kon de lucht wel binnen krijgen maar niet meer kwijt worden zodat ze op begon te zwellen als een gasbalon. Ze werd dikker en dikker en de zonen van Derk en Geertje begonnen de boel in het schuurtje uit de weg te ruimen want het kon wel eens gebeuren dat de koe zou neervallen en als ze dan ging barsten zou de schuur te klein zijn voor al de lucht en bijproducten die dan los zouden komen.
Onze zorgen waren zeer groot!
Toen kwam de veearts als redder in nood en die probeerde de kwaade vrucht los te krijgen maar het hielp allemaal niet. Het ding bleef waar het was. In de keel of de arme koe.Sommigen van ons stonden toen al met bange gezichten buiten door het raam te kijken.We zagen in onze verbeelding de koe en de veearts in stukken de deur uit vliegen ,maar, het geluk is met de rechtvaardigen,dat is nog net goed gegaan.
De veearts nam een soort staaldraad en werkte dat door het keelgat van de koe.
De koe kreeg een beetje ruimte en hoestte de hele aardappel tegen de muur.Dat was goed.
Toen begon de koe leeg te loopen,al de lucht kwam naar buiten en het stonk zo hard dat we elkaar niet meer konden ruiken.( Het was in de knollentyd moet je weten)
en dat was weer niet zo goed, want, wij begonnen net aan elkaar te wennen.
In ieder geval de melkvoorziening was gered en Vader en Moeder hadden weer eens een onverwachte uitgave en dat was ook weer niet zo goed.
Ik begin vervelend te worden dus gaan Wij nu naar een ander onderwerp over en dat is het verhaal van de bijen. Daar zal je onder moeten lijen.
Ik kwam op een mooie zomerse dag achter door het land lopen en het kon niet anders of ik moest langs de bijenkorven die myn vader achter in het land had staan. Ik kon het nut van die beien niet erg inzien ,maar, mijn vader had gezegd dat ze daar de hele dag rond de koningin zaten te prutsen en als ze daar genoeg van hadden gingen ze honing maken.
Ik heb nu al byna 50 jaar rond mijn koningin zitten te prutsen maar daar is nooit veel honing gekomen. Wel zeven kinderen en daar heb ik voor moeten betalen. Afijn.
Ik liep daar dan op die mooie zomerdag en ik vond het in een keer ontzettend belangrijk dat ik een klap tegen die bijenkorf moest geven.
Dat moest allemaal zo wezen,er lag al een hark netjes klaar die zo maar in mijn hand viel en ik hoefde allen maar die klap te geven.Dat heb ik toen gedaan omdat het nu een keer zo moest wezen.
Lieve mensen : Dat was bijna de laatste klap die ik ooit gegeven heb.Die bijen kwamen bij die koningin wegvliegen en ze waren het honing maakten helemaal vergeten.Ze hadden nog maar een doel en dat was om dat kleine mannetje dood te steken.
Een wolk van bijen kwam achter mij aan en ik zou het niet overleeft hebben als er net niet een oom van mij langs kwam en die heeft een jas over mijn hoofd gegooid en mij naar mijn moeder gebracht.
Myn moeder heeft mij toen bewerkt met azijn en een pak voor de broek en zo ben ik voor het nageslacht bewaard gebleven.Maar nog was dit het einde niet! De bijen hadden nog meer plannen voor de op den Dries familie.
(Dat zal je nu moeten lezen of je wilt of niet.)
Het gebeurde op een andere mooie zomerdag dat mijn moeder en het dienstmeisje als razenden uit het huis vlogen. Ze gooiden met bakken water en sloegen met potdeksels op pannen en ketels alsof de wereld verging.
De buren dachten dan ook dat Geertje het verstand verloren had en dat was wel te begrijpen als je tien kinderen hebt die geregeld bij de buren de ruiten ingooien, maar zo erg was het nu ook weer niet. Er was een zwerm bijen gaan zwermen zo ze dat noemden.
Myn vader heeft mij eens verteld hoe dat ging.Je kunt een hele korf vol bijen hebben (mannetjes zo genaamd) maar daar is altijd maar een koningin.
Nu gebeurt het soms dat er twee koninginnetjes in een korf komen en dan heb je het gegooi in de glazen.Er kunnen duizenden mannetjes bijen samenwerken maar zo gauw als je twee koninginnen hebt moet er onherroepelijk een uit.
Dat was wat hier gebeurde. Een van de koninginnen ging er vandoor met een hele zwerm mannetjes bijen achter zich aan.
Aloude wetten hebben vast gesteld dat degene die zoo.n zwerm naar beneden kan brengen de bijen mag houden.
Die zwerm zou evenwel niet eerder naar beneden komen of er moest onweer,regen ,en onweerslagen aan de lucht zijn en dat is nu wat mijn moeder en dat dienstmeisje aan.t maken waren.
Ze gaven me daar een stukje onweer weg dat je er koud van werd.
De regen en donderslagen waren niet van de lucht.Het werd zo erg dat de buren in huis vluchten maar de zwerm bijen kwam naar beneden aan een boom achter ons huis. Vader had er weer een korf vol bijen bij. Dank zij de regen en donderbuien van mijn moeder en het dienstmeisje. Mooi he!
Een iemker (Dat is een bijenhouder ) uit de buurt heeft mijn moeder toen geholpen om dat ondeugende koninginnetje met haar aan hangers --die als een kluitje boter om haar heen zaten-- in een zak te doen en toen in de korf.Voor mij werd het leven natuurlijk weer moeilijker want de bijen en ik zijn nooit vrienden geworden.
Zo ging het leven door en ik baande mij een weg tussen bijen en vliegende aardappels. Naar een betere toekomst.
Op zekere dag gebeurde er iets waar ik me altijd een beetje voor geschaamd heb.
Ik was in verkeerd gezelschap op die dag en wij gingen verder van huis dan ik eigenlijk wel gewild zou hebben. Wij kwamen achter in het veen terecht en daar stond een klein huisje.
Het was eigenlijk meer een keetje en het scheen onbewoond te wezen.
Wij zwierven daar zoo'n beetje rond achter het huisje en vonden een klein huisje met een hartvormige opening in de deur.Het was dus een ouder wetse buiten W C.
Dit kleine gebouwtje van ongeveer een meter bij een meter stond met de achterkant tegen een sloot.
Wij vonden toen ook een afgeknapte droog paal van behoorlijke lengte.Dit was weer net of dat zo voorbestemd was want die paal ging vanzelf in onze handen en wij zijn toen Jan van Koppelstok gaan spelen.
Wij hadden toen net het verhaal van Jan Koppelstok gehoord die de Briel heeft ingenomen door met een scheepsmast de stadspoorten in te beuken dus gingen wij dat ook doen.
Wij schreeuwden met overslaande stemmen.
" Voor de Prins en voor Oranje" en bonsden met de droogpaal tegen de deur van dat hokje en wat er toen gebeurde is met geen pen te beschrijven.
Het hokje kantelde langzaam achterover en viel zijdelings in de droge sloot en dit ging vergezeld van een ontzettend gehuil vanuit dat hokje.
De deur viel open en een oud vrouwtje tuimelde naar buiten met de onderbroek onder aan de benen.--Ze had gelukkig een lange rok aan anders was het nog erger geweest--
Het mensje moet vreeslijk geschrokken zijn en wij misschien nog meer.
Wij renden als hazen door de lange heide om van die plek weg te komen en wij bleven doorlopen tot wij vlak bij huis waren.--Niet erg edel en ook niet heldhaftig-- wij hadden op zijn minst dat vrouwtje moeten helpen maar dat was er niet bij ,daarom hadden wij nog meer spijt over de hele zaak.
Ze had anders wel een mooie broek aan zei een van die jongens na die tijd.Een broek met touwtjes.
Ik ben later vaak met vader naar het veen geweest maar niet meer bij dat hutje.
Het veen was anders een mooi gebied. Je kon daar erg genieten van de mooie schepping
Op een mooie dag stond de wazige lucht te trillen boven de turfhopen.Lange steeltjes met bunt gras stonden als verdwaald tussen de purper kleurige heide velden en kleine katoen pluisjes werden met elegante buigingen bewogen door de zoele wind die zo vaak koesterend over de veen landen strijkt.Als je goed keek kon je kleine vleesetende plantjes vinden onder het gele gras.
Soms vingen wij kleine vliegjes en legden die in het hartje van deze plantjes.Langere omstaande blaadjes vouwden zich dan direct rond het kleine slachtoffertje en het was gevangen om nooit weer los te komen.-- De natuur is vaak wreed maar wij waren dat ook.--
Waterjuffertjes zweefden boven dit tafereel van rust en vrede met elegante buigingen en zwenkingen van verschillende variaties. Iets dat door weinig gevleugelte kan geevenaard worden.
Ik vond het altijd een beetje raar als er twee van deze prachtige waterjuffers aan elkaar gekleefd door het luchtruim zweefden. Ik kon niet begrijpen waarom ze aan elkaar zaten
Ten einde nood heb ik onze vriend Henk van de buren er naar gevraagd want ik had daar zorgen over.
Hij keek mij aan met verbijsterde ogen en krabde eens door zijn rode kroeshaar.
Toen begonnen er kleine lichtjes in zijn ogen te branden en hij zei ,heel bedachtzaam,
"T'ja wat moet ik daar nu van zeggen " hij trok toen een wonderlijk gezicht en ik dacht dat hij zou gaan huilen." Je moet dit zo bezien dat een van die twee vast geen juffertje is als ze daar zo door het hemelruim zeilen. Ze zijn dan ernstig met elkaar aan de praat en dat is zo belangrijk dat ze gewoon niet met de benen aan de grond kunnen blijven. Ze zijn dan hoog verheven moet je maar rekenen.Je moet ze dan mooi met rust laten "
Hij schudde een paar keer met zijn wijze hoofd en ging toen de stal uitmesten.Hij had wel wat beters te doen dan naar zulke kleine kinderzorgen te luisteren.
Zijn verklaring heeft mij toen niet veel geholpen en het was pas veel later dat ik een beter inzicht in die zaak heb gekregen.Ik heb toen ook wel eens ernstig met mijn waterjuffertje gepraat maar ik ben altijd met de benen dicht bij de grond gebleven. Wij waren dan ook geen waterjuffertjes moet je maar rekenen en dat was de buurman ook niet en dus moet die man mij gewoon wat wijs gemaakt hebben.
Wij gaan nu terug naar de ernstige kant van het leven.
De Rooms katholieke kerk had altijd wel wat waar Wij belang in stelden en zo kon het gebeuren dat er een processie rond de Roomse kerk werd gehouden. Een hele hoop mensen liepen met sombere gezichten achter de priesters en koorknapen rondom de kerk De priesters hielden een baldakijn van hemels blauw afgezet met purper boven het beeld van een sneeuwwit lam. Dit was het Lam van God.
Een muziek korps speelde heel plechtige muziek en de rondgang ging voort terwijl de wierook vaten wolkjes met wierook rond het Lam en de priesters naar boven deden welven.By ons in de kerk hadden ze nooit wierook en dus vonden Wij dat heel mooi.
Ik had de koster wel met zo.n koperen ketel door de kerk willen zien reizen maar dat is nooit gebeurd daarom konden wij er niet genoeg van krijgen maar.
Er was een ding dat we niet zo bijzonder mooi vonden. Dat waren de lange jurken van de priesters en die koorknapen. Jongens moesten geen jurken aan hebben,
Dat was niet mannelijk volgens ons jongens verstand. Voor de rest was alles heel mooi. Behalve dat ik altijd bang werd van dat ernstige gedoe en vooral van dat sneeuwwit Lam. Ik zag daar wel degelijk de Godheid in en dat zal ook de bedoeling wel geweest zijn.
Wat die jurken betreft was ik helemaal vergeten dat ik zelf met een jurk aangelopen had toen ik nog maar een paar jaar was. Dat was zo de gewoonte in die dagen.
Na een paar jaar in een jurk kreeg je dan een kniebroek en dat was een enorme stap in de goede richting.Je begon dan een klein mannetje te worden.Ik kreeg toen een broek met klappen.
Van voren was een klap die je los kon doen voor een kleine boodschap en van achteren was een klap die loskom als je een grote boodschap moest doen.Je begon bij de groten te horen als je al die klappen uit elkaar kon houden en op de juiste manier wist te gebruiken.
Zelfs oudere mannen hadden nog iets dergelijks als ze een beetje ouderwets waren en een persoon die niet goed mikken kon werd een klapzeiker genoemd.
De gewone mensen konden de dingen soms raak zeggen en hun oordeel was niet altijd zo mild als het wel wezen moet.
Vele van deze ouderwetse boerenmensen hadden hun eigen klederdracht die veel op de Staphorster klederdracht leek.
De boerenvrouwen hadden vaak prachtige plooimutsen met gouden hoofdeizers en andere sieraden die alleen gedragen werden naar de kerk of op feestdagen.
De rokken hingen tot op de schoenen en elke boerenvrouw die mee wilde doen had een opening op zij van de heup. Dit werd het krasgat genoemd en dan hadden ze onder de rok een soort zakje dat dan voor de buik hing en daar werd van alles in bewaard.
Veters en knopen, stukjes touw, zakdoeken en veel meer van die dingen die bij het boeren leven hoorden. En daar was bijna altijd wat dat de kinderen aantrok.
Ik heb eens een verhaal gehoord dat ging ongeveer als volgt.
Er was een boerengezin met veel kleine kinderen terwijl de oude grootmoeder bij dat gezin inwoonde.Zij was dan ook gekleed in de oude klederdracht.
Het was ruig weer buiten en de kinderen gingen verstoppertje spelen in en rond de kamer.
De meesten werden nog all gauw gevonden maar de kleinste was en bleef onvindbaar.Dit kon nog wel een lange tijd geduurd hebben als er geen wind in de zeilen was gekomen.Of beter gezegd onder de rokken.
Plotseling kwam de kleine jongen met een rood hoofdje uit het krasgat by de oude dame,
“ Dit is gemeen schreeuwde het jochie. Jullie zouden mij nooit gevonden hebben als Opoe de wind niet had laten gaan.”
Het schijnt dat de oude vrouw te veel bruine bonen had gehad en dat werd het ongeluk voor dat kleine manneke.
Ik weet niet of dit verhaal werkelijk waar is,maar er gebeurden soms vreemde dingen in de oude tijd.
Zo had mijn moeder een verhaal dat dicht by de streep kwam, maar ze heeft dat vaak verteld en Wij werden nooit moe om naar die oude verhalen te luisteren’
“ Daar was eens “ zo begon ze dan. "Daar was eens een dominee die stond te preeken op de preekstoel. Deze preekstoel had een soort richel die helemaal rond het voorste van de preekstoel ging.
Het geval wilde dat er een muizengaatje net boven die richel zat en een muisje kwam telkens met het kopje door dat gaatje en dan liep het even rond de preekstoel.
De preek was lang en heel wat mensen waren blij met deze afleiding.Sommigen die het muisje konden zien zaten te lachen terwijl anderen die het muisje niet zagen met ernstige gezichten zaten te luisteren. Het is te begrijpen dat de dominee van streek was over het oneerbiedig gedrag van zijn gemeente dus Hij vroeg de koster na afloop van de dienst wat er aan de hand was.
S’Midags had de Dominee een andere preek en de goegemeente zat ernstig te luisteren tot een van de kerkgangers de wind liet gaan. De ongelukige probeerde het wel in te houden maar het gevolg was dat er een hoog schril geluid door dat gedeelte van de kerk ging.
Het is te begrijpen dat deze mensen in t”lachen schoten. De dominee dacht intussen dat de muis nog altijd aan het concurreren was en de goede man schreeuwde rood van kwaadheid. ‘Gemeente ! Dit gaat te ver en is ook zeer oneerbiedig om zoiets te lachen.Dit is gewoon kinderachtig maar ik zal morgen persoonlijk en met eigen hand dat gaatje dicht stoppen!”
Moeder was een mens met een hoogstaand moraal maar toch kon ze het niet laten om zoo’n verhaal naar voren te brengen.
We hebben soms ontzachelijk genoten van de raake gezegden van de mensen die voor de tijd van radio en t v leefden. Vooral de avonden waren enorm gezellig en moeder deed daar volop aan mee.
Wy moeten verder want ik heb je nog steeds het verhaal van Gaitie niet verteld maar dat komt nog, je moet maar een beetje geduld hebben.
Het is nu tijd om ons met de ernstige kant van het leven op te houden.
Misschien geen goed idee na dat ik die vreemde verhalen verteld heb ,maar, het leven staat nooit stil en de ernstige dingen komen vaak als we er helemaal niet op voorbereid zijn.
Zo was het nu ook.
Onze buurman was al lange tijd ziek geweest en als kinderen mochten Wij nooit in de gang tussen ons huis en dat van de buurman spelen want dat was te vermoeiend voor de buurman die al een lang poos ziek gelegen had.
De hele buurt leefde mee als er ziekte was en dat was hier ook het geval.
Deze man moest rust houden en dus mochten Wij als kinderen daar niet komen.
Toen kwam er een dag dat bij de buurvrouw witte lakens voor de ramen hingen.
Er was een doodde in huis.Dit was het teken dat de buurman overleden was.
Alles werd stil by ons in de buurt en groepjes sombere vrouwen gingen naar de buurvrouw om haar te vertroosten. Wij zouden dat ook wel willen maar het leek ons geen goed idee om er naar toe te gaan als al die vrouwen er waren.
Moeder scheen daar iets van te begrijpen en zei een dag later dat Wij maar even naar de buurvrouw moesten gaan. Buurvrouw zou dat echt wel fijn vinden.
Ze had dat nooit moeten zeggen want de buurvrouw zei dat wel even naar de buurman mochten kijken en wat we toen gezien hebben is mij jaren bijgebleven.
Buurman was toen al een paar dagen overleden maar het haar aan zijn gezicht was nog door blijven groeien.Ik heb zelden zo iets verschrikkelijks gezien en ik heb toch wel wat gezien in myn leven.
Dit was de majesteit van de dood in zijn gruwelijkste vorm en dat gezicht is mij jaren bijgebleven.
Maar de man met de zeis was nog niet klaar met onze buurtschap, er zou nog meer komen.
Er was een jongetje bij ons in de buurt die veel mocht wat Wij niet mochten.Hij mocht bij buurman op de wagen en zelfs het paard sturen als buurman in een goede bui was. Dit was een ongehoord iets want Wij hadden zelf zo bitter graag op die wagen willen tronen ten aanschouw van de hele buurt. Maar dat was er niet bij.
Het was altijd dat zelfde jongetje die alles mocht en dat was in de hele buurt zo.
De grootte mensen moeten iets geweten hebben wat voor ons verborgen was want op zekere dag deed het bericht de ronde dat dit zelfde jongetje ziek was en het duurde niet zo heel lang en het werd rond verteld dat dit mannetje overleden was.
Wij moesten daar ook naar toe had moeder gezegt en ik ging dan ook schoorvoetend naar deze mensen die iets verder op woonden.
Toch was dit lang zo erg niet.
Dit jongetje was op kerstdag geboren en dat had een buitengewone betekenis voor de Roomse kerk.Ze hadden een prachtig mooi kistje aan deze familie gegeven.Een kistje met witte voering en bewerkt met gouden versiersels.Dit was helemaal omzoomd met hemels blauw en donkerrood. Heel tactvol aan gebracht zodat dit een buitengewoon mooie omlijsting was voor dit jongetje dat daar lag als een klein engeltje. Een engeltje dat allang niet meer bij deze wereld hoorde.
Het is moeilijk te beschrijven in woorden maar het hele tafereel was boven aards en helemaal niet zo schrikbarend als bij de buurman.
Dit heeft me toch nog weer een beetje getroost, want,het bracht de boodschap dat er een hele mooie plaats is die voor ons klaargemaakt is en helemaal niet iets om bang voor te wezen.
De begrafenissen van die dagen waren indrukwekkend en hadden een macabere schoonheid die ook al even moeilijk te omschrijven is.
In die dagen waren er de aanzeggers die huilebalken werden genoemd en deze mensen hadden een bepaalde uniform als ze bij de mensen langs gingen om het overlijden van een bepaald persoon aan te zeggen.
Een hoge hoed met franjes die opzij van de schouders neerhingen over een geklede overjas die ook met franjes was afgezet die van de mouwen neerhingen.
Alles in het zwart.
Deze mensen hadden zwarte handschoenen aan, en, dat alleen was al iets heel ongewoons.
Arbeiders hadden maar zelden handschoenen en zeker geen zwarten.Zo gekleed gingen ze dan van huis tot huis om hun donkere boodschap rond te zeggen en de mensen uit te nodigen op die en die dag van de teraardebestelling.
De lijkstoet was veelal van een zelfde schoonheid. Je had de prachtig zwart gelakte lijkkoets die getrokken werden door een zwart paard voor de armen en soms twee of nog meer paarden bij de rijke mensen.Zelfs in de dood was er nog standsverschil op te merken. Maar daar hield het ook mee op. De zwarte paarden die een met zwarte franjes behangen hoofd stel hadden gingen met knikkende koppen naar de laatste rustplaats Langzaam maar-- zeker ! O zo zeker --om de inhoud weg te brengen naar de zelfde donkere aarde en ze kwamen altijd leeg terug. ALTIJD.
Arm en rijk worden gelijk gesteld als ze aan het einddoel van de reis komen.Maar daar is een verschil! De Bijbel zegt. “En hun werken volgen hun na”
Voor mensen als Hitler en zijn misdadige vrienden is dit dood en verderf.
Voor andere mensen is dit liefde en vrede.De tijd van het einde zal dit openbaren.
De ouden hadden een gezegde. Ze zeiden “ Deze of gene mens is uit de tijd geraakt.” Ik heb daar vaak aan moeten denken. Er is veel waarheid in dat gezegde.
Ik heb het nooit door een dominee horen zeggen maar een Engels lied zegt het met deze woorden “When time shall be no more”
De ouden hebben scheidbaar begrepen dat Wij na onze dood niet meer in de tijd leven. Ik denk zo dat Adam en de laatste mens op de zelfde hoogte komen wat de tijd betreft en ik denk ook dat voor die reden alleen een mens die in Jezus gelooft direct naar Jezus zal gaan.
Direct na den dood!
Waarom zullen Wij dan nog bang zyn als dit ons te wachten is?
Ik ben even aan de zware kant geweest maar Wij kunnen hier niet stil staan. Het leven staat ook niet stil zo we zullen terug gaan naar het leven van elke dag.
Wy hadden echte dorpstypen in ons dorp. Ik wil daar niet zo veel over schrijven maar er was een persoon die toch wel erg interessant was. Deze persoon was een beetje anders dan anderen. Vandaag aan de dag noemen ze dat handycapped.
Ik vraag me af wie het meeste handijcapped was- Deze mensen of Wij -maar daar gaat het hier niet om.
Deze man was dol op voetballen en dat was eigenlijk niks nieuws want dat waren Wij ook. Maar het werd moeilijker toen Hij aan de kant moest zitten toen er een voetbal wedstrijd door zijn club werd gespeeld. Hij mocht niet meedoen omdat de club deze keer een echte voetbal had en alleen jongens met schoenen mochten mee doen.
Voor hem was dat een zware zaak en Hij zat zich te verbijten aan de kant want zijn club was het aan het verliezen.
Dit ging zo lang tot Hij het niet meer kon harden. In razernij vloog hij het veld op.Greep een van de spelers by de kraag en schreeuwde “ Geef my jouw schoenen of ik sla je te pletter”
Het slachtoffer wilde niet te pletter worden geslagen en gaf de vechtersbaas de schoenen. Nood breekt wetten.
Nu werd het pas interessant want de nieuwe strijder vloog het veld op alsof Hij was gedreven door boze geesten. Het was dan ook maar even of de tegen spelers lagen met bal en all achter de goal line. Hij had het hele andere elftal door het net geschopt dus de wedstrijd was over en zijn elftal won om reden dat er van de anderen niemand meer speelde.
Dit was voorwaar een nieuwe manier van voetballen maar het is wel by die eene keer gebleven.
Nu moet je niet denken dat de zogenaamde normale mensen veel beter waren want het kon er angstwekkend toegaan op die wedstrijden.
We zijn voorbij het jaar twee duizend nu ik dit schrijf en in sommige buitenlandse wedstrijden slaat het publiek mekaar aan diggels ,dus er es niets nieuw onder de zon.
Daar bij vergeleken waren ze in die dagen nog beschaaft maar de gevoelens werden wel opgezweept tot ongekende hoogte.
Het gebeurde een keer in die dagen dat een omroeper zo door de geest vervoerd werd dat het uitschreeuwde met overslaande stem.
“Ziet hoe schoon onze mensen er over gaan. Kijk toch naar het trillen van de billen en het schudden van de buik”
Intussen zullen wij die mensen maar laten trillen want Wij gaan naar Gaitie.
Gaity is de persoon die door mijn bok bewerkt was zodat Hij met een gescheurde broek voor het rechthof van zijn moeder moest verschijnen en dat was geen grapje !
Deze Gaitie was dol op vissen en op voetbal. Hij verkocht in het voorjaar zijn voetbal schoenen en kocht dan een vishengel.en, in het najaar verkocht Hij de vishengel en ging voetbal schoenen kopen. -Dat was Gaitie.-
Ik kan me noch het koperen pijpje voor ogen halen dat Hij gebruikte om peukjes die Hij op straat opzocht op te roken.
Geen goed voorbeeld voor ons maar Wij zijn daar toch nooit aan begonnen.
Deze mensen gingen altijd vissen voor dag en dauw want dat is de tijd dat de vissen bijten. Gaitie was een van die moedige strijders en Hij ging dan ook op een vroege morgen naar het kanaal om te vissen.De man die al de voetbal spelers door de goal had geschopt zat toen al aan de waterkant.Die was nog gekker op vissen dan Gaitie
Deze man zat daar en Gaitie --die in een buitengewoon goede stemming was—zei.
“Goede morgen Van Zeil” maar Van Zeil antwoordde niet die zat grimmig naar de dobber te turen.
Gaitie zocht een mooi plekje en ging daar zitten om een paar visjes te verschalken.
Hij zat daar zoo’n beetje in de zevende vissers hemel te dromen toen Van Zeil achter hem kwam staan en hem een verschrikkelijke klap om de oren gaf.
“ Ik wens zo vroeg in de morgen niet gestoord te worden “ sprak Van Zeil.
Dat was alles. Maar het was genoeg. Gaity was de hele Van Zeil al vergeten en daar krijgt Hij plotseling een klap zo dat zijn hoofd bijna naar Siberia rolde.
Hy is na die tijd nooit meer helemaal de oude geworden zoals je zult merken
Gaity was een vreemde maar z'n moeder was nog vreemder.
Het gebeurde dan op een goede dag dat Gaitie tegen zyn moeder sprak “Ik ga vissen, haal maar olie in huis zo dat we de vis kunnen braden als ik thuis kom.”
Dat wareen voorwaar schone woorden en het goede mens haalde olie in huis en Gaity ging vissen. Nu wilde het geval dat Gaitie en die vis die dag niet met elkaar overweg konden. Gaitie was wel gewillig maar de vis was het niet.
Hij ving drie visjes van een vinger lang terwijl zijn moeder in huis zat te wachten met een kruik vol olie.Onze goede vriend durfde niet voor het gerecht verschijnen en legde de drie visjes mooi op de drempel van de huisdeur en toen klopte Hij aan de deur.
--Gaitie was een goed mens maar een lafaard--. Hoe dat verder is gegaan weet ik niet. Wel dat Gaitie een keer in de boot zat te vissen en Hij had een prachtvis aan de haak. Maar de vis trok de haak uit de bek toen het net boven water kwam en Gaity was zo opgewonden dat Hij achter de vis in het water sprong.
Hij heeft mij later eens verteld dat Hij visvoer had gemaakt dat zo goed was dat Hij achter een boom moest gaan zitten als Hij het beet aan de haak zou doen.Het kon het niet anders want de vis kwam de wal op als Hij het beet gewoon aan de haak deed.
-Dit is een soort vissers latijn.- En de geweldige vangsten die de verschillende hengelaars over de jaren gevangen hebben zouden de Zuid Zee kunnen vullen
Maar ik heb nog nooit een volle viswagen van het kanaal zien komen.
Gaity was een vreemde maar lang niet gek want Hij heeft mij later hoger onderwijs gegeven in de wegen van de grote wereld. Ik moest nodig opgroeien vond Gaitie en Hij heeft my daar heel liefdevol bij geholpen.
Dit gebeurde toen ik al een beetje ouder was. Ik ging toen maar de knapenvereniging met ongeveer veertig andere knapen. Wy zongen dan met elkaar “Ferme jongens Stoere knapen”en Gaity heeft toen een stoere knaap van mij gemaakt als dank voor de liefde betuigingen van die bok zo lang geleden.
Het was pauze en Wij stonden met een man of wat buiten het vereenigings gebouw te praten.Gaitie kwam er toen ook bij en dat was ongewoon want Hij kon zich gewoonlijk niet met het mindere volk ophouden.Maar het werd nog beter want Hij kwam naast mij staan en ik was in de wolken want gewoonlijk wilde Hij nog niet naar my kijken.
Toen werd het nog beter want Gaitie sloeg de arm over mijn schouder en zei met liefdevolle stem tegen die andere knapen dat ik nu zo oud was dat ik nu maar eens moest leren roken. Ik werd helemaal warm van binnen en zei met een benauwd stemmetje dat ik niet roken mocht van mijn Vader en Moeder.
Gaity kon dat wel begrijpen en de andere jongens waren ook ontroerend eens gezind dat zoiets nog niet kon.Ik moest maar in het klein beginnen.
Ik kon wel beginnen met tabak pruimen, dan had ik al een goede aanloop.
Hy gaf mij een pakje van de zwaarste negerpruim die er te krijgen was. Dat was erg grootmoedig van hem daarom bezweek mijn hart in my en heb ik een klein beetje van die tabak genomen.
Maar och heden,dat was lang niet genoeg volgens mijn weldoener Hij zou me wel helpen en ik kreeg zowat het halve pakje en dat moest naar binnen. De kring rondom mij heen werd nauwer en nauwer want niemand wilde dit schouwspel missen dat Henk de kinderschoenen ging ontwassen.
Ik zat in de boot en ik moest varen. Er was geen andere weg.
Ik moest pruimen leren en het begin moest direct goed wezen.Ze waren dat allemaal met elkaar eens –Ik heb zelden zoo’n eensgezinde vergadering meegemaakt—
Toen ging de bel en we moesten allemaal weer naar binnen voor het programa na de pauze maar ik had een probleem. Ik voelde niet goed. Helemaal niet goed, en, ik zei tegen Gaitie die naast mij zat.” Wat moet ik met de spuug doen “?
Gaitie knikte heel vriendelijk en zei “Doorslikken ,dat doe ik ook” zo ik slikte tot dat ik bijna stikte.Ik werd zieker en zieker en de hele zaal vol jongens zat met grijnzende gezichten toe te zien hoe dat af zou lopen.Ik keek naar een schilderij aan de muur van Mozes in het biezen kistje en dat kistje begon te golven zodat de kleine Mozes bijna uit het raam vloog.
Een schilderij van Mozes en de tien geboden waren er all niet veel beter aan toe ik dacht dat Mozes het alleen op my gemunt had ,en, daarom werd ik bar bang
Ik zei dan ook tegen Gaitie “ Wat doe ik met die pruim tabak.Ik kan niet meer”
“Doorslikken’ sprak Gaitie heel meelevend.
Dat was het eind.Ik heb Mozes vergeten en het biezenkistje en de hele zaal vol met jongens.Ze hebben mij daarom maar naar buiten gedragen om bij te komen maar–dit moet ik Gaitie nageven –Hij is tot het bitter eind bij mij gebleven.
Dat is het verhaal van mijn ontgroening. Doe het maar eens beter als je dat kunt !
Het eigenaardige is dat ik wel een ijzersterk gestel moet hebben gehad want ik ben nog heel thuisgekomen en Vader en Moeder hebben nooit iets gemerkt omdat ik rechtdoor naar bed ben gegaan.
Rond die tijd ging ik eens met mijn Vader en een Oom naar de Rysense markt.
Ik zat bij Vader voor op de fiets en herinner me nog dat ze het over Duitsland hadden
Myn Oom vond dat Hitler een hoop goed deed want veel mensen konden werk vinden in Duitsland en in Holland was het maar armoede.
Mijn vader was er niet zo zeker van, Geruchten deden de ronde dat Hitler de Joden vervolgde en dat kon nooit goed zijn.volgens mijn vader maar mijn Oom was niet te overtuigen en Hij is altijd blijven geloven dat Hitler en de Nationale party veel goed gedaan hebben ,en het moet gezegd worden, in het begin was daar ook wel wat van waar,--als het maar zo gebleven was!-- Maar dat zouden Wij wel anders uitvinden.
De tijden waren slecht dat was inderdaad waar.
Heel veel werkeloosheid en veel arbeiders moesten werken voor de werk verschaffing in de heide maatschappij voor een mager loontje dat te weinig was om van te leven maar net te veel om van te sterven.
Moeilijk te begrijpen maar waar.
In die tijd werden schepen met aardappels in zee gegooid om de prijzen op te houden. En veel mensen leden armoe.We hadden toen Colyn als minister president en er werd gezegd dat dit een goed staatsman was maar Hij was niet voor de arbeider.
---De gouden standaard moest opgehouden worden koste wat het kost!!---
Myn vader had een belasting plaatje aan de fiets want zelfs de rijwielen moesten belasting betalen. Vader was wel erg bevoorrecht want Hij had een plaatje met een gat er in,dat betekende dat Hij halve prijs betaalde omdat Hij werkeloos was maar daar was een voorwaarde aan verbonden.Alleen Vader mocht die fiets gebruiken.
I kwam eens een keer in onschuld op Vader’s fiets naar huis rijden.
Een commies van de politie die lid van onze kerk was heeft mij toen aangehouden en bracht mij thuis met een bekeuring van een rijksdaalder.
Ik mocht dat eindje niet fietsen weet je. Dan was ik buiten de wet!
Dat is een keer dat ik mijn moeder echt kwaad heb gezien.Ze gooide de agent de rijksdaalder voor de voeten en zei “ Jij hebt een steen waar een ander een hart heeft”
Dat soort dingen blijft bij je hangen en is ook de reden dat ik ergens diep down niet erg aan een christelijke regering geloof.
Colyn had alles wat nodig had om veel mensen een beter leven te geven maar heeft dat niet gebruikt.
Nederland was toen een rijk land want ze hadden Kolonies in Oost Indie en andere gedeelten van de wereld.Het zachtmoedig volk van Indie heeft heel wat Hollanders rijk gemaakt maar er werd niet gedeelt met de mensen die minder waren.
De gewoone man en vrouw in Oost Indie werden misbruik op mindere mooie manier maar het zelfde gebeurde met de gewone man in Holland.
Ze hadden het ook lang niet breed want ik heb een tante gehad die als kind van vijf jaar de koeien moest weiden vanaf dat de zon op kwam totdat de zon onderging.
En Zy was lang de enige niet.Er was veel kinderarbeid in vroeger jaren en dat werd pas veranderd in mijn jeugdjaren.
De Duitsers onder het nationale systeem hebben in veel van deze dingen verbetering gebracht in de begin jaren en veel mensen zagen niet de boze dreiging van een man als Hitler maar mijn vader merkte het wel degelijk op.
De geallieerde machten hadden in 1918 een vredes verdrach aan de Duitsers opgedrongen dat vernederend en ontzaglijk moeilijk was om te volbrengen.
Daar komt by dat het Duitse leger van 1918 altijd een gevoel hebben gehad dat ze verraden waren door het thuisfront.Er werd dan ook veel armoe geleden in het Duitsland vlak na de eerste wereldoorlog.
De Communisten onder Stalin beloofden een betere wereld en die drongen op van het oosten.
Toen kwam Hitler op het wereldtoneel en deze man was van de duivel bezeten maar had een hijpnotisme kracht dat een heel volk in de ban van zijn soms goede ideen bracht.Hij maakte de financiële grootmachten in Duitsland zo bang voor het opdringende Communisme dat ze hem geldelijk gingen steunen.
De oudsoldaten wilden een nieuw leger en herbewapening op grootte schaal begon.
Het geld begon te rollen en er begon weer werk te komen voor de gewoone man.
Zelfs op zoo’n grote schaal dat mensen van de omringende landen naar Duitsland gingen om werk te vinden.
De geallieerde machten waren te lui en te vadsig om het gevaar te doorzien terwijl Colyn genoeglijk op de gouden standaard zat te kijken
Myn Vader en mijn Oom praten over dit soort dingen op die dag dat we naar de markt reden.
Ze zagen natuurlijk niet de volle draagwijdte van de komende dingen maar Vader zag evenwel terdege goed dat een man die Joden en andere mensen vervolgde niet te vertrouwen was. Mijn Oom daarentegen liep met de ogen dicht.
--Hij was lang de enige niet.—
De tijden waren inderdaad slecht. Het gebeurde dat een boer me een vracht jonge varkens naar de markt ging om die te verkopen maar er waren helemaal geen kopers
En zodoende ging de boer ontmoedigt weer naar huis om uit te vinden dat Hij met meer varkens thuiskwam als waar Hij mee vertrokken was.
Een andere boer had zijn onverkoopbare varkens bij de zijne ingestopt.
Dit hoort onwaarschijnlijk maar het is echt gebeurt. Het betaalde niet om jonge varkens aan te houden want het voer was duurder dan de varkens.
Zo ging het over al en met veel variaties.
Wij: Als opgroeiende jongens hadden dat toen nog niet in de gaten, integendeel ,
We leefden nog een onbezorgd leven ,zonder enig begrip van de moeilijkheden waar onze ouders mee te kampen hadden en het was dan ook in deze tijd dat Wij een van de vreemste streken van ons hele leven uitgehaald hebben.
Het is een beetje bizar verhaal maar ik ga het toch maar vertellen omdat ik nu een keer dingen in deze herinneringen schrijf die niet altijd even smakelijk en tactvol zijn. Dingen die veel mensen raar aan doen, maar zo was ons leven en Wij leefden ten koste van die vreemde streken een vrijwel onbedorven leven.
Het had wel heel anders gekunt en daarom gaan Wij ook deze minder goede episode in ons leven vertellen.
Er was veel werkeloosheid in de jaren vlak voor de oorlog en de regering ging er toe over de werklozen te helpen met vlees in blik en margarine boter.
Ik weet niet waar dat vlees van weg kwam. Ik heb wel eens gehoord dat het van de noodslachting kwam maar zeker weten doe ik dat niet.
Het vlees kwam in blikjes verpakt en je keek naar een glibberige boven laag wanneer je zoo’n blik open deed –sommige mensen noemden het kikkerdril en een zeker iemand zei dat het kikkerbiletjes waren ,geïmporteerd van Frankrijk—
Wij hadden niet veel keus en vonden dit vlees helemaal niet zo slecht maar het kan ook wezen dat het beter smaakte omdat we niet verwend waren.
Dan had je een soort gehakt in blik en ik vond dat bepaalt lekker vooral als je het gebraden uit de pannenkoeken pan haalde.
Verder had je een soort margarine boter en dat kwam in vet papier.
Het geval wilde dat Wij met een man of vier vijf moesten op passen op de kleine kinderen by ons in huis. We moesten ze droog houden en zorgen dat ze met een schone neus rondliepen maar daar zijn we evenwel die avond niet aan toe gekomen.
Vader en moeder waren ergens naar toe en Wij hadden het huis voor ons zelf alleen.
Verschillende dingen werkten samen om dit een gedenkwaardige avond te maken.
Er was een pak margarine van ongeveer twaalf twee pond pakjes in vet papier.
En de voorzienigheid had besloten dat mijn Oom die timmerman was een mooie broodplank voor moeder gemaakt had.Dit broodbord was ongeveer twintig by dertig centimeter met een prachtig handvat er aan.
Het was gewoon een lust om dat handvat in handen te hebben.
Ik weet niet wie op het snuggere idee kwam maar een van onze diepe denkers vond dat Wij eens moesten proberen wie een pakje boter het platste kon slaan met een ferme slag van de broodplank,- Zo gezegd en zo gedaan!-
Myn vriend Dirk had een mooie pressiese slagen hij werkte dat af zoals Hij alles mooi afwerkte ,maar ,het ging deze keer niet om de afwerking.
Dit Was een question van kracht en doorzettings vermogen.Hij werd er uitgeslagen.
Toen kwam de lange Albert aan de beurt. Die was minstens zes centimeter langer dan een van ons,enhet moet gezegd worden. Hij deed goed werk.
Wy hebben zorgvuldig de lengte en breedte van dat reuzenwerk opgemeten terwijl mijn oudere broer stond toe te zien met een paar mooie tuitkippen.
Daarna was ik aan de beurt en dat ging zoals het altijd met mij gegaan is.Ik maakte een papperig hoopje dat nergens naar leek en ik werd dus onverschillig aan de kant geschoven.
Toen was het de beurt van mijn broer met de tuit lippen, en dat was werkelijk een grote vreugd om aan te zien. Dat kleine stille mannetje was veel kleiner dan de lange Albert maar Hij gaf me daar een vinnige slag die alles overtrof van wat er tot noch toe gepresteerd was.--Dit genie heeft het dan ook glansrijk gewonnen.De boter zat nog tegen de zolder--
Wat zal ik zeggen ? We hebben de boter weer netjes in papier gewikkeld en zijn verder met onschuldige gezichten verder gaan neuzen afvegen.
Moeder heeft nooit wat in de gaten gehad en Wij zijn uiteindelijk toch nog opgegroeid tot normale mensen.
Het leven ging een poosje ongehinderd door en toen kwam nog heel onverwachts het Hollandse leger op manoeuvres. Bij ons in de buurt.
Dat wil zeggen een klein gedeelte kwam plotseling bij de buren het erf opvliegen met veel geschreeuw en weinig wol.De meesten kwamen met paarden het erf opdaveren en stonden toen heel krijgshaftig bij de wagenschuur van de buren.Voor ons was dit een grote vreugd en het was een lust om niet te zien.
Sommige van de korporaals en sergeants dreven met veel gevloek paarden en manschappen naar de donkere schuur en toen kregen wij voor een paar dagen de weerbaarheid van het Hollandse leger te aanschouwen en het was niet te ontkennen De jongens waren goed genoeg maar de moeilijkheid was dat de Hollandse soldaat veel te zelfstandig was om de kadaver discipline van de Duitsers aan te nemen.
Ik zag bijvoorbeeld een van die soldaten die probeerde de sabel uit de schede te trekken.
Hij trok en kermde( het was een beetje meer dan kermen wat hij deed ) Maar het ding wilde niet uit de schede komen.Het was compleet vast geroest in de schede want het hele ding was in lange tijd niet met de buitenlucht in aanraking geweest." Man" zei hij met een paar flinke kracht termen " als de sergeant dat ziet moet ik voor de rest van de week wachtlopen"
De boerin heeft hem toen wat schuurpapier en wat Vim gegeven om dat zogenaamde wapen een beetje glad te poetsen.
Een leger met vastgeroeste sabels leek mij niet erg bevorderlijk voor de verdediging van ons dierbaar vader land.
Maar alles was wel.Onze minister president en cachotten zaten heel gelukzalig op de gouden standaard want er moest bezuinigd worden en dat konden ze die mannen.
Alles was wel! Nederland had een leger dat voorwaarts ging met paarden en wagens, met fietsen of op leren schoenen met poetjes (beenomwinsels) Kijk maar naar de oude fotoos.
Dit wil nu niet zeggen dat er niets goed was.Wij hadden bijvoorbeeld afweer kanonnen die gerekend werden met de beste in de wereld.Maar de soldaten in die dagen waren geen vergelijking met de Duitse soldaat en dat zouden wij dan ook wel degelijk uit vinden.Maar dat zou nog een paar jaar duren we hadden nog even de tijd om van een mooie jeugd te genieten,en, dat deden wij dan ook volop.
Wy konden niet genoeg krijgen van al ge ongewone bedrijvigheid dat het leger meebracht naar het anders zo stille dorp. Alleen de burgemeester en de dokter en een paar meer bevoorrechte personen hadden een auto in die tijd en dan waren er nog een paar vrachtwagens maar dat was ook zowat alles ,En, dan komt er een leger met paarden wagens en kanonnen.Wij keken ons de ogen uit en daar was wat te zien hoor!.
Een hele rij paarden stond in de schuur bij de buurman en gebruinde boeren jongens liepen in en uit om al deze dieren te voeren en te verzorgen.Alles was mooi in onze ogen en het mooiste was misschien wel dat de paarden bij de buurman verderop de muur uit de schuur schopten.
_ Het zal het muurtje wel zijn geweest --maar, de boeren trokken toch wel even bedenkelijke gezichten.Het kon een mooie boel worden als al die muurtjes in het land kwamen te liggen
Er zou geen land overblijven om aardappels te poten.Toch werd er niet veel gezegt want niemand staat op tegen het leger. Zo is het nu en zo was het toen ook al.
Een groot kanon stond niet ver van ons huis met dreigende loop het heelal in te wijzen.
Het wapen was goed onderhouden en het interessantste was misschien wel de woorden die ingestempelt waren in de loop van het kanon.'GOD MET ONS'
Dit deed toch wel een beetje raar aan. Een vernietiging wapen dat als opschrift had.
'GOD MET ONS'
De Duitsers hadden bijna het zelfde gezegde op een plaatje aan de buikriem van de uniform
'GOD MIT UNS'.
Het is absolute waanzinnig dat verschillende volken elkaar aan flarden gaan schieten in de naam van God.terwijl alles zo mooi door God gemaakt is.
Waarom moest dat alles? Er is genoeg eten voor iedereen en de mensen zitten daar maar geld bij elkaar te schrapen omdat ze bang zijn voor de dag van morgen terwijl God die morgen onverwrikbaar in Zijn handen houd.
De vogels bouwen maar een nest. De mensen moeten er twee, drie, of zelfs drie honderd of nog meer.
Ze hebben nooit genoeg en als ze niet genoeg hebben gaan ze tenslotte oorlog maken. Ik moest dit niet zeggen maar uiteindelijk is het heel vaak dat de mannen deze dingen doen om een vrouw te winnen of vast te houden.
Er zijn voorbeelden genoeg in de historiese verhalen --Izabel en Clopatra-- waren er een paar van. Ik heb zelf iemand een paar blauwe ogen geslagen om de bewondering van een vrouwtje te oogsten. Ik was zo trots als een pauw maar het heeft niets uitgemaakt, --ik werd uitgelachen door vriend en vijand—Ook dat bewuste vrouwtje stond daar maar een beetje achter de hand te snikkeren.
Dat heeft altijd zo ge weest en het zal altijd zo blijven.Het is het nodlot van mijn leven.
Nu is het wel genoeg Wij gaan terug naar de manoeuvres van he Hollandse leger !
Ik had het erover dat die jongen de sabel had vastgeroest in de schede.Hij heeft toen het er op aan kwam in de volgende oorlog gevochten als een leeuw en is toen ook gesneuveld aan de Grebbelienie.
Zo waren er veel meer. Veel van die jongens hebben bijzonder goed gevochten maar tegen verraad van de Duitsers en een gezapige houding van de regering was niet te vechten.
De rest van de wereld was al net zo besluiteloos. Ze wilden de ogen niet openen, maar de Duitsers maakten gebruik van al die laksheid om een modern leger op te bouwen Een lager dat zijn weerga niet had in de hele wereld.
Er was een mitraillieur post in het midden van het dorp net tegen over de brug over de Regge.
Het werd gezegd dat dit een soort dodenpositie was. Deze jongens zouden onherroepelijk achter de linies tercht komen als de vijand van het Oosten zou optrekken.maar, de jongens schenen zich daar niet veel zorgen over te maken Ze hadden te veel plezier in het leven zo als het toen was. Er waren meisjes in over vloed en die onschuldige kinderen werden bijna allemaal aagetrokken door de groen-grijze uniformen van onze brave strijders.
Er was dan ook tegen over die schutters put een grote tuin met een paar mooie schommels en een stuk of drie meisjes vonden het erg belangrijk om te gaan schommelen op deze schommels die mooi hoog wilden gaan. Het was een lust om te zien. Meer en meer vrouwenvlees werd zichtbaar als de schommels hoger en hoger gingen. Het was dan ook bijna onmogelijk om naar de taal te luisteren dat door de soldaten naar voren werd gebracht.
Moeder Geertje had ons zulke taal nooit geleerd zodat wij tenslotte maar ergens anders naar toe zijn gegaan. Wij voelden ons niet erg lekker in dit soort omgeving.
Het is evenwel eigenaardig dat deze meisjes zo deden want ze hadden een heel goede opvoeding ondergaan en ze moesten beter weten. Maar, dat was het hem juist.
Wij waren allemaal onschuldig en onervaren. Het zou allemaal wel veranderen als de soldaten langer ingekwartierd waren.
Op de brug stonden ultra moderne verdediging werken De Hollandse ingenieurs hadden tank traps in het wegdek gemetseld. Dit waren grote ijzeren balken die naar het Oosten gericht waren.
Wij waren het er goed over eens,daar zou geen tank ooit door kunnen komen.En of dat nog niet genoeg was waren er put ringen vol gewapend beton opgesteld aan de oprit van de brug Daar zou geen muis door heen komen laat staan een grote auto of iets dergelijks. Ons land was in goede handen. Wij waren wel voorbereid.
Dit was nog niet voldoende. De overheid ging luchtbeschermings oefeningen houden.
-Dat grote woord is al genoeg om iemand op de vlucht te jagen!.
Wij kregen dan oefeningen.De hele bevolking was uitgelopen om dit te aanschouwen.en, Ja hoor , daar ging wat gebeuren.
Een paar vliegmachines kwamen over vliegen en die zouden dan de bommen uitwerpen.
Wij hielden de adem in voor deze glansrijke voor stelling.
Net boven de fabriek draaiden ze rond en ze gooiden een paar gekleurde ballonnetjes naar beneden.Toen werden er een paar takkenbossen in brand gestoken en de voorstelling was over.De brandweer kwam toen rond de bocht vliegen met veel lawaai en weinig overtuiging,
De oorlog was over en wij konden rustig naar bed gaan (Nederland was paraat)
De uitbeelding van Holland zoals ik het beschrijf klinkt een beetje sarcastisch maar toch is dat zo niet bedoelt.
Ik wilde alleen maar laten zien hoe onvoorbereid en naïef het Nederlandse volk maar ook de regering van die tijd was. Wij waren totaal onschuldig in onze opvattingen en dat zal ook wel gedeeltelijk voortgekomen zijn uit het geval dat Holland in geen honderd jaar een vijand binnenlands had gezien.
Dat neemt niet weg dat de rest van de wereld evenzo in slaap was.
Niemand wilde de feiten onder ogen zien De wereld had te veel geleden in de oorlog van 1914.tot 1918.
Ik ga hier later nog een beetje op door maar wij gaan eerst nog wat vertellen over de lichtere zijde van het leven alhoewel het voor mij persoonlijk vermoeiend en zwaar was.
Het gebeurde een poosje na de tijd dat ik het hoger onderwijs had genoten van onze vriend Gaitie dat ik weer eens in moeilijkheden raakte op de knapenvereniging.
Gaitie was toen al vertrokken om een hogere roeping te volgen ( Honden handelaar!)
Maar,ik had nog altijd een minderwaardigheidsgevoel omdat Hij mij toen zo onbarmhartig voor zot had gezet en dat zal ook wel de reden geweest zijn dat ik iets heel heldhaftigst wilde gaan doen om te laten zien dat ik wel degelijk meetelde in de kring van toekomstige grootmachten.
Wy stonden weer eens achter het vereniging gebouw met een groepje jongens toen een van die jongens mij bij een naam noemde die hoog tegen mijn eergevoel in druiste.
Wat hij zei wil ik hier niet zeggen maar het was vernederend voor mijn ontwakend mannelijk eergevoel.
Ik zei dan ook "Zeg dat nog eens een ik sla je voor de kop" --Dat had hoofd moeten zijn maar als je goed kwaad word let je niet op kleinigheden --Ik begon kwaad te worden zodat ik gereed was voor de strijd gelijk een ridder uit oude dagen.
Deze jongen was niet erg verstandig en hij herhaalde de belediging in het bijzijn van ongeveer twaalf andere jongens.Dat deed dan ook de deur dicht en ik begon zachtjes te huilen van binnen.
Dit moest gewroken worden en ik sloeg hem pardoes voor zijn aangelaat.
--Is dat geen mooi woord? --aangelaat--Hoe dan ook! Ik wilde zijn aangezicht een beetje modernizeren.Maar, hoe gaat dat. Hij stond ook niet stil om die milde gave te ontvangen.
Hij sloeg net zo hard weer terug en wij hadden een enorm gevecht voordat een van ons beiden wist waarom.
Al met al was het een eigenaardige toestand.
Wij waren zoo'n beetje half zachte vrienden en ik denk dat Dirk(zo heette hij) even heel aardig wilde wezen, Het kwam alleen een beetje onvriendelijk over en vandaar dit gevecht.
De groep jongens, die om ons heen stonden, waren de werkelijke aan stichters van dit hele akkefietje.
Het was toen de gewoonte dat in zo'n gevecht een van de omstanders een hand uit stak en dan een van de strijdende partijen werd uitgedaagd om zijn hand boven op de uitgestoken hand te leggen.Een van de bijstanders zei dan tegen de andere partij.
"Sla hem er eens af als je durft"en dan was mijn vriend van voorheen of ik ook nog stom genoeg om dat te doen , en dan begon de strijd weer helemaal opnieuw.
De toeschouwers hadden groot feest en juichten bij elke slag die er werd uitgedeeld terwijl Dirk en ik de klappen kregen en uitdeelden.
--Elk op zijn beurt om de goede verstandhouding te bewaren.--
Zo hebben wij door gevochten van de kerk tot aan huis met een kleine onderbreking.
Dit kwam doordat onze nieuwe Dominee en zijn vrouw die een avond wandeling maakten er aankwamen. Onze welmenende toeschouwers hebben ons dan ook op tijd gewaarschuwd zo dat wij broederlijk met elkaar achter een paar bosjes konden kruipen om weer op kracht te komen en toen het gevaar van de Dominee en zijn vrouw voorbij was begon het hand op leggen ,het afslaan en het toeslaan weer helemaal opnieuw.
-Wij hadden met elkaar onze aanstokers de luiken moeten dichtslaan -maar ,zo gogem waren wij nu ook weer niet.Tussen twee haakjes : Dit is de enige weldaad die ik ooit van die Dominee ontvangen heb maar daar zal je later nog meer van horen.
Zo hebben wij dan gevochten van de kerk naar het begin van onze weg.Dat was ruim een halve kilometer. En dat allemaal uit misplaatste trots en eigenwaarde op aansporing van onze zogenaamde vrienden.Ik ben dan ook toen ik thuis kwam heel ongemerkt in bed gekropen want daar was eigenlijk niets om trots op te wezen.
Mijn verbazing was dan ook niet te beschrijven toen mijn aartsvijand Dirk de volgenden avond bij ons aan de deur kwam om mij te spreken en mijn verwondering werd nog groter toen hij zijn verontschuldiging aanbood. Hij had die nacht niet kunnen slapen omdat hij mij zo veel pijn had bezorgd zei dit goede mens. Hij had daar echt spijt van. En hij meende het ook werkelijk.
"Maar" zei hij toen "Ik heb jouw meer klappen gegeven dan jij mij"
Het is raar maar waar !
Toen vroeg hij mij of ik mijn moeder wilde vragen of wij vrienden mochten worden.
Ik had nog nooit zo iets raars gezien maar ben toch gehoorzaam naar mijn moeder gegaan en heb de boodschap over gebracht.
HET MOCHT! Vanaf die dag zijn wij vrienden geweest tot op deze dag toe en dat is nu ruim zestig jaar geleden. Dit was daarom belangrijk omdat wij in de komende jaren practies onafscheidelijk waren. Later is die groep vrienden uit gebreid met nog meer personen maar die band tussen ons is altijd speciaal geweest. Hij was dan ook een van de deelnemers in het boter gevecht toen we de boter voorraad van Vader en Moeder plat hebben geslagen. --Dat heb ik je al verteld een paar bladzijden geleden "Niet gaan zeuren hoor!"--
In die tijd deden geruchten de ronde dat de grenswacht en sommige Duitsers in een vuurgevecht waren gewikkeld maar, er was niemand die er serieus in geloofde.
Er was rust en vrede rondom ons en wij waren te veel opgenomen in onze kleine moeilijkheden van elke dag.
De werkelijkheid was dat de Duitsers probeerden om van het Hollandse leger over de grens te smokkelen maar, dat werd ons niet verteld.
Ik was inmiddels opgegroeid en moest helpen met de voedselvoorziening I/A Ik moest gaan werken
Op de morgen van myn verjaardag mocht ik thuis blijven en na de middag moest ik beginnen te werken in de Katoen spinnery. Er werd mij niet gevraagd of ik dat wel wilde. Dat was er niet bij.
Nee: Ik werd op een oude fiets met een gedeukte koffiekan naar de spinnerij gestuurd om daar te werken voor een rijksdaalder per week. Ze hebben me daar eens een cent overbetaalt en ik bracht dat netjes terug naar het kantoor en, geloof het of niet, ik werd zelfs nog niet bedankt.
Elke werker had een stempelkaart dat hij af moest stempelen als hij de fabriek in ging en als hij er weer uitging.Als wij nu een minuut te laat was waren de stempel rood in plaats van blauw en zodoende konden ze op het kantoor direct zien wanneer wij te laat kwamen.
Ik was meestal op het nippertje in die dagen.
--Ik ga nu niet verder in op die tijd want dit verhaal word anders te lang en te vervelend.Ik wilde allen maar even laten zien wat voor leven wij toen leiden onder het georganiseerde systeem van de fabriek.--De tegenstelling van die rustige en soms wat saaie tijd en de "wrede tijd die we te gemoet gingen'--
Een tijd die alles ondersteboven keerde en die slecht maakte wat eerst goed was en die de waarheid verdraaide en de waarheid werd leugen en de leugen werd voorgesteld als waarheid.
DE OORLOGS JAREN
Totaal onbewust van wat op komst was en met een vredig gevoel gingen wij naar bed op de negende Mei negentien honderd en veertig. Alles was goed met onze kleine wereld.Het was tevens de laatste vredige nacht voor de eerstvolgende vijf jaar.
Het was het einde van de oude wereld en wij zouden die wereld niet weerzien.
Het was onherroepelijk voorbij.
Wij werden uit bed gehaald om ongeveer vier uur in de morgen.Een onheilspellend gebrom verstoorde de vroege morgenstond en veel bezorgde mensen stonden in groepjes met elkaar te praten over dit ongewoon verschijnsel.
De lucht was vol vliegtuigen en er waren er zoveel dat de hele Hollandse luchtmacht nooit zo veel vliegtuigen bij elkaar zou kunnen krijgen en dus sprak het van zelf als het geen Hollanders waren moesten het Duitse vliegmachines wezen.
-Was er oorlog uitgebroken tussen Duitsland en Engeland of was het zo dat de Duitsers ons land binnentrokken?-
Een verre donder rommelde dor de heldere morgen lucht maar helaas, het was geen donder bui die zich in de verte afspeelde. Het was veel erger. Duitsland was inderdaad Holland binnengevallen!.
De buren groepten samen en de een wist dit en de ander weer wat anders maar niemand wist precies wat er aan de hand was.Alleen onze vriend Hans had een goed overzicht van de situatie. Hij sjorde zijn broek op met een gewichtig ge gezicht en zei.
" Dat bennen de Duitsers die er aan komen , zullen die even van een koude Kermis thuiskomen.Nederland is paraat en wij hebben een geweldig leger. Wij gaan ze tot moes slaan en de Engelsen en de Fransen zijn al op weg om ons te helpen. Er blijft geen spaan over van die Oostenrijkse behanger(Hitler)en zijn legertje. Wij slaan ze allemaal aan diggels."
Hans had de Duitsers al zo goed als verslagen en wij kregen weer moed omdat Hans dat zo mooi voor mekaar kreeg. Hans was een goede vertrooster en een goed vriend om bij je te hebben in tijd van nood. Evenwel was Hans geen goede profeet.
Het zou allemaal anders uitkomen.
Mijn vader zei niet zo veel. Hij ging stilletjes naar huis en begon enkele noodzakelijke dingen bij elkaar te pakken om wat bij de hand te hebben in geval van nood.
Radio Nederland melde dat de Duitse legers Nederland waren binnengevallen zonder dat daar enige reden voor was.De bevolking werd aangeraden om de kalmte te bewaren want ons leger had alles in de hand en wij moesten ons niet onnodig bezorgd maken.—Heel makkelijk gezegd maar niet zo makkelijk gedaan!--
De ballon was gebarsten en wij werden onzachtzinnig wakker geschud uit een valse vrede.Wij werden hardhandig over geplaatst van een schijn-paradijs naar de harde en werkelijke wereld.
De Nieuwe Orde had een spoed cursus in terreur en onderdrukking klaar om ons hardhandig te onderwijzen in de nieuwe wetten en wreedheden van de nieuwe wereld.
Wij dachten dat onze soldaten wel eens zouden laten zien wat vechten was.
Hitler had zijn eerste grote fout gemaakt toen hij met ons begon te bakkeleien. Dit was de mening over het algemeen. Die Moffen wisten niks van water af en wij gingen ze mooi verzuipen in onze waterlinie.Niet veel later werd er gezegd dat Belgische en Franse Troepen al over de Zuidgrens van Holland waren om ons te helpen.
De gekste geruchten deden de ronde zodat niemand meer wist wat de echte waarheid was. De dode Duitsers zouden een meter dik voor de afsluit dijk liggen.
Er werd beweerd dat onwillige Duitse soldaten achter onze linies naar beneden werden geworpen.Er zouden dode Duitsers gevonden zijn met kapotte vingers want ze durfden niet neer te springen en werden door hun springleiders op de vingers getrapt. Ze zouden en ze moesten vechten of ze wilden of niet.
De Duitser zou geen schijn van kans hebben tegen onze verdedigings werken en dus stonden ze voor een hopeloze zaak want ze konden deze oorlog toch nooit winnen.
Het was allemaal mooi gezegd maar er was een vergissing in deze redenatie.
--De Duitsers wisten dit nog niet en het zou ons vijf jaren nemen om het hun aan het verstand te brengen.--Ze waren erg hardleers moet je maar rekenen.
Wij wisten toen ook nog niet dat wij de hulp zouden nodig hebben van bijna de helft van de vrije wereld,Maar we zouden leren.En hoe!!!
Ik had het een poosje geleden over de verdedigings werken bij ons op de brug met ingemetselde put ringen en de antie tank obstakels. De trots van de Hollandse ingenieurs? Die werden zelfs niet aangeraakt. De vijand kwam van het Zuiden en een smid werd later gedwongen om de ijzeren balken af te snijden met een las apparaat en de put ringen werden gewoon aan de kant geschoven.Er werd geen schot gelost.
De hoofd macht van de vijand kwam van het Oosten in een dorpje Zuid van ons terwijl de eerste vijandelijke afdeling bij ons door het dorp kwam om ongeveer half tien s'morgens. De Slangen mens (,voormalige goal keeper van de Volharding onze geliefde voetbal club) zat op de eerste motor met zijspan. Hij was een paar jaar eerder teruggeroepen naar Duitsland zoals zo veel andere zogenaamde RijksDuitsers met hem.Voormalige Duitse dienstmeisjes werden gedwongen om informatie te geven over het rijke Holland terwijl sommige andere mannen werden gedwongen om de weg te wijzen zodat de vijand zo vlug mogelijk door onze linies konden heen breken.
Veel van deze knapen hadden onze gastvrijheid genoten en kwamen ons nu bevrijden want wij hadden het zo slecht.De Slangen mens was ook een van die helden. Hij kwam nu terug om de gastvrijheid van het Nederlandse volk terug te betalen om als overwinnende held ons te bevrijden.Van wat? Hij is later gesneuveld toen ze probeerden de Ijsel over te steken. Mijn neef heeft nog met hem gesproken toen hij bij ons doortrok. Hij was toen de vriendelijkheid zelve. Zo ging het overal.
Onze soldaten werden beschoten vanuit de huizen bij mensen die in het nazie systeem geloofden. Hitler was hun bevrijder en sommige mensen pleegden verraad tegen hun eigen soldaten. Het is gebeurt dat onze soldaten zaagsel hadden in plaats van buskruit in omstandigheden waar ze de munitie zo hoog nodig hadden.Verraad was overal aanwezig. Er waren officieren die hun manschappen dwongen om de vijand aan te vallen op de meest zinloze manieren. Het moet zelfs gebeurt zijn dat de manschappen hun eigen officieren doodschoten.Mischien om dat het nodig was en misschien op een verraderlijke manier.
De rechte waarheid zullen wij nooit weten.
Dit soort verraad gebeurd in alle oorlogen maar het doet pijn als het in uw eigen land gebeurt bij uw eigen landgenoten.
Ik moet nu even de draad van het verhaal onderbreken om de komende jaren in het juiste daglicht te stellen om een overzicht te geven van de mentaliteit van --De behanger van Oostenrijk --Hitler.--
Nu was dat niet helemaal waar dat hij een behanger was.Hij was een soort artiest.
Een schilder die soms niet onverdienstelijke schilderijen had gemaakt.Daarbij was Hij een door en door gevaarlijk mens met vlagen van duivelse inzichten die hem in staat stelden om een groot volk als het ware te hypnotiseren.
Wat nu volgt is een gedeelte uit een rede die hij heeft gehouden in 1933.
"Mijn programma voor onderrichten en onderwijzing is hard. Alle weekheid moet weggehamerd worden.
In mijn kastelen van de Teutonische ( Germaanse of Duitse) order zal een jeugd opgroeien waarvoor de wereld zal sidderen
Ik wens een brutaal ,overheersende en wrede jeugt.Er mag niets week en zachthartig bij wezen.
Dat is hoe onze jeugd moet wezen.Het moet pijn lijden.Het vrije prachtige verscheurende roofdier moet weer vuur schieten uit de ogen van ieder die zich bij ons aansluit.Dat is hoe ik duizenden jaren van beschaving ga vernietigen. Dat is hoe ik een nieuwe orde wil scheppen".(Van een toespraak aan de jeugd in 1933)
In andere woorden de waarheid kon leugen worden en de leugen kon waarheid worden.De Nazie partij voelden zich aan geen wetten gebonden en ze waren totaal bereid om alles uit de weg te ruimen wat hen in de weg stond.
Dit is ook letterlijk gebeurt in de meeste Europeese landen ten koste van miljoenen mensenlevens. Ze speelden met mensen levens alsof het knikkers waren die gebruikt konden worden of weggeworpen zo als het de speler uitkomt.
Hitler zei in een toespraak een jaar later het volgende :
"Het is de wens van de Staat dat dit Rijk zal bestaan voor de volgende duizend jaar.
Wij kunnen blij wezen ,met de wetenschap dat de toekomst geheel aan ons behoort.
De oudere generatie mag nog twijfelen maar de jeugd heeft zichzelf aan ons verplicht met lichaam en ziel"
Op een andere plaats zei hij het volgende. "Wij willen niet dat de natie zachthartig word.Integendeeel het moet hard worden en jullie moeten hard worden nu je nog jong bent.
Jullie moet leren om tegenslag te verdragen zonder te twijfelen of in te zinken.
Het maakt niets uit wat wij doen of maken, Wij zullen eenmaal verdwijnen maar Duitsland zal doorleven in jullie en jullie zullen het vaandel hooghouden , Het vaandel dat wij een poos geleden opgeheven hebben uit niets.
Ik weet dan ook dat het niet anders kan want,jullie zijn vlees van ons vlees en bloed van ons bloed en jullie gedachten zullen gevuld zijn met de zelfde drang om te domineeren en te overheersen.
Jullie kunt niet anders dan met ons opmarcheerden in grootte colonnes door Duitsland (overwinnaars )Ik weet dat jullie vandaag met ons zullen opmarseeren.En wij weten dat Duitsland voor ons en achter ons en in ons is.De jeugd van de toekomst moet slank wezen en snel. Standvastig als een windhond ,halsstarrig als leer en gehard als Krupp staal"
Veel van deze redevoeringen en geschriften zijn ongeorganiseerd en verward geschreven maar ze zeggen heel duidelijk wat hij van plan was om te doen.
Het is verwonderlijk dat de Wereld over het algemeen niet heeft ingezien wat er stond te gebeuren. Waarschijnlijk hebben ze deze mens en zijn theorieën afgeschreven als wan gedachten die niet waard waren om aandacht aan te schenken. De intellectuelen maken die fout wel vaker.Ze kunnen weinig mensen serieus nemen als ze niet in een bepaalde taal-vorm spreken die door de intellectuelen is vast gesteld.
Dat heeft ons de Franse en de Russische revolutie gebracht en in dit geval is er een monster aan de macht gekomen die wel heel duidelijk had beschreven wat er ging gebeuren als hij aan de macht kwam.Hij had dat heel duidelijk uitgezet in zijn boek
--Mein Kampfh--
De nieuwe orde had maar een opzet en dat was om de beschaving van bijna twee duizend jaar te vernietigen en de nieuwe orde daar voor in de plaats zetten.
De waarheid werd dus leugen en de leugen waarheid.Alle overeenkomsten werden gemaakt om ze onherroepelijk te verbreken zo gauw als de nieuwe orde dit wenselijk achte.
Alles wat niet kon of wilde geloven in het geloof in de nieuwe orde werd vernietigt en uit de weg geruim. Dit heeft miljoenen mensen het leven gekost in een alles vernietigende oorlog.
De Jood en de Zigeuner en alles wat niet zuiver Germaans was moest verdwijnen in concentratie kampen en voor vuur pelotons. De rijkdommen van deze mensen moesten helpen een oorlog te financiering die duidelijk deze doelstelling voor ogen had.
Hitler zelf geloofde niet in God als de Almachtige Schepper die alles regeert maar hij heeft God als zijn dienstknecht willen gebruiken. Een Macht die Hij aan kon halen om zijn redenaties kracht bij te zetten.(Hij had het vaak over de Voorzienigheid)
Mem mocht wel in God geloven maar de nieuwe orde moest op de eerste plek staan. Hij kon de kerken ook wel gebruiken zolang ze maar aan deze stelregel voldeden
Je vraagt je wel eens af waarom God dit heeft toe gelaten.
Om dat te begrijpen moet men terug gaan naar het begin van de schepping. God heeft toen alles goed geschapen. De mens had een vrije wil en kon goed of kwaad kiezen. De mens heeft het kwade gekozen. God had duidelijk gezegt dat de mens zou sterven als ze de verkeerde weg zouden kiezen.Lichamelijk en geestelijk.De mens heeft de kwaade weg gekozen
Toen zei God " Je hebt de dood verdient " Dus toen konden wij geen goed meer doen en dat is dan ook waar de mens terecht komt als hij zijn leven niet wil leggen in de hand van God.
God heeft toen de toekomstige Zaligmaker belooft. --Zijn naam is Jezus--
De mens heeft door God's genade een gedeelte goeds over gehouden alleen door het zoen bloed van Jezus.Wij noemen dat algemene genade. Daarom hebben wij nog overheden en regeringen en politie machten die de orde bewaren. Wij kunnen nog kiezen alleen om dat Jezus gestorven is
Het is een beetje zoals een moeder die met een kind langs een diepe gracht loopt.
Zij zal steeds tussen het kind en het water lopen en het kind tegenhouden zodat het niet in het water terecht komt. Maar,soms als het kind helemaal niet anders wil laat ze dat kind geworden zodat het wel in de gracht terecht komt zodat het zal leren om naar moeder te luisteren.
Zo was het hier ook.Wij hebben niet beter verdient maar wij zijn dan alleen veilig als wij dicht bij Jezus leven.
" HET HART VIND SLECHTS RUST ALS HET RUST IN ZIJN GOD"
Wij komen nu aan het tweede deel van deze observatie voordat wij weer terug keren naar het eigenlijke document!
Waarom kon het Duitse leger over Europa heen walsen alsof er geen tegenstander bestond?en het antwoord is dat een gedeelte van het oude Duitse leger van 1918 nooit in de overgave heeft willen geloven.
En een gedeelte van dat zelfde oude leger is direct begonnen met de studie van de verloren oorlog en de methodes om een nieuw leger te bouwen.Ze hadden dan ook al gauw in de gaten dat een toekomstige oorlog hoofdzakelijk moest gevochten worden met tanks en met vliegmachines.
Daarom zijn ze dan ook al vrij gauw begonnen met de opbouw van een leger dat steunde op tankformaties en een sterke luchtmacht.Zo doende waren ze al vrij gauw klaar voor een Blitskrieg. Deze opbouw heeft hoofdzakelijk plaats gevonden in de dertiger jaren.
Hitler heeft al spoedig contact opgenomen met dat groepje oud strijders van voor in de dertiger jaren Hij kwam aan de macht in 1934 en heeft toen hun hele program over genomen. Dit leide weer tot de schepping van arbeidt mogelijkheden die een zekere welvaart bracht achter in de dertiger jaren.
Hitler wist het volk achter zich te krijgen want hij was een volksmenner met een hypnotische invloed over de massaas. Het is ongelooflijk maar waar dat Duitsland in goed tien jaar een leger heeft opgebouwd dat meer dan de helft van de Wereld op de knieën heeft gebracht.
Dat Hitler geholpen werd door een groepje schurken en moordenaars zoals Heidrig, Goebels ,Goering,en de slechtste van allen Himler is een bekent fijt.
De nazies probeerden meer dan iets anders om de jeugd te bereiken want Hitler vond in de jeugd een vruchtbare bodem om zijn verderfelijke Nazie theorieën uit te zaaien.
De oudere generaties met hun decadente en verouderde ideeën of goed en kwaad en van orde en regel moesten verdwijnen.
Hij stichtte daarom jeugd groepen die de jeugd van Duitsland een kans gaf om het huiselijk milieu te ontvluchten zodat ze een tehuis konden vinden in jeugdgroepen die op kampeertochten gingen en die opwindende krijgsliederen zongen rond kampvuuren in een streng gecontroleerde omgeving.Miljoenen jonge mensen zijn op die manier het huiselijk leven met haar beperkingen ontvlucht en Hitler opende de weg naar een vrijer leven dat niet gebonden was aan de regels van het gezinsleven. Hitler heeft een jeugd geschapen die tegen iedereen en alles rebelleerde. Ze waren in rebellieën tegen de hele Wereld. Jongens en meisjes beide.
Hitler heeft de kinderen uit de families gehaald en ze naar een bijna zekere dood geleid.
Dit werd jaren later gezegt door verschillende leden van die Hitler Jeugd van de Nazie tijd..
De moderne Wereld haalt de moeders uit de gezinnen. De vrouwen worden bevrijd van het uitslovende werk van de huisvrouw om een leven te leiden zonder kinderen en zonder huis plichten.In zekere zin hebben ze geen man en geen kinderen nodig.
Ze hebben hun werk en zijn zogenaamd zelfstandig. (Kijk om je heen en zie wat er gebeurd ). Een van de vooraanstaande schrijvers in Engeland. --Een man die Murgetroid heette.-- Schreef het volgende,Quote;
"Een van de hoofdredenen waarom de toekomstige westerse Wereld haar vrijheid zal verliezen is het fijt dat de vrouwen -Womens Lib- hebben omhelsd.
Vroeger zeiden de mensen "Wat kan ik doen ?" Nu is het "Wat kan ik krijgen"
--Ik weet niet wat erger is Hitler zijn methode of de moderne.--
Ik geloof persoonlijk dat het niet weer zal veranderen tot op her moment dat alles in elkaar stort.
Dit kan nog jaren duren maar het kan ook gauw gebeuren.De tijd zal het leren maar dat het komen zal is zeker.
Tegenover de Duitser stonden de geallieerde legers.
Holland sliep en was neutraal. --Dat is wat ze dachten.!--
België , Frankryk en Engeland en de rest van Europa zaten nog vast in de gedachtegang van de eerste oorlog.Zij dachten dat ze rustig konden wachten achter hun versterkingen..
België had de Ardennen. Frankryk had de Maginot linie en Engeland had de zee als borstwering. De vijand mocht wel opkomen en voor die versterkingen leegbloeden.
Als ze uitgevochten waren zouden de Gealieerden de rest wel opruimen.Net zo als in de eerste oorlog.
(Dit is geen onzin) wat ik hier neerschrijf maar zo is het werkelijk gegaan met alle kwade gevolgen.
In werkelijkheid kwam de Duitser door de lage landen naar België. De Ardenen waren maar een peul schilletje en de grote Maginot linie in Frankryk werd zelfs niet aangetast. De Duitser trok er gewoon omheen.
Holland had practies geen vliegmachines en geen leger dus hadden ze geen schijn van kans en dat brengt ons terug naar de kern van dit verhaal.
De versterkingen op de brug waren waardeloos want de Duitser kwam van de andere kant.
Parachutisten sprongen achter de waterlinies en rond het paleis en zo ging het overal.
De Duitsers waren klaar en de rest van de werd verrast met de broek om de enkels.
Ze hadden geen kans!
Wij gaan nu terug naar de draad van dit verhaal voordat ik dit toevoegsel er tussen heb geschreven om een beter overzicht te geven van de nieuwe wereld en de nuchtere werkelijkheid.
De Duitse soldaten waren erg geïmponeerd met de kwaliteit van goederen in onze winkels.
Er waren artiekelen bij ons die ze in jaren niet gezien hadden en ze kochten zo veel als ze dragen konden Dat was niet veel voor een soldaat op het oorlogspad maar, ze zouden zeker terug komen. Niet een keer maar --keer op keer op keer!--
Waarom niet? Ze betaalden met geld dat net zo waardeloos was als de zwarte ziel van hun leider --Adolf de Hun.--en zijn trawanten. Mensen die ons over wonnen hadden op zo'n verraderlijke manier.
Deze front soldaten waren slechts de voorlopers van de oosterse sprinkhanen die onze lage landen gingen overrompelen niet zo erg veel later.
De Duitse treinen kwamen en gingen maand na maand en ze rolden naar het Oosten met de goederen die ze van ons gestolen hadden. Goederen en etenswaren die de armen van Holland waren onthouden slechts maanden geleden.
De tiende Mei was een prachtige mooie dag. Het voorjaar had de lange winter overwonnen.Het groene gras en de bloemen sprongen tot leven uit de koude grond van de vergane winter.
Het was een feest van kleuren dat juigend de eer van de Schepper van alle dingen verkondigde.
--De Schepper van alles dat mooi en goed is.--
Zonnestraaljes fonkelden uit onnoemlijk veel dauw droppels. Fonkelend als juweelen aan de kroon van de Machtige Schepper van alles dat leeft.
De vogeltjes braken het stil zwijgen van de lange winterdagen terwijl ze ijverig takjes en bladeren aan kwamen dragen voor het komende nieuwe leven terwijl de nachtegaal omhoog wiekte om de het aardvlak te verlaten en om hoog daar boven te zingen van de nieuwe dag.
De aarde was niet groot genoeg om ruimte te geven aan haar uitbundige levensdrang.
-Alles moest mooi zijn in al dat leeft en beweegt.-
Maar ach arme!Dit was niet zo in het zogenaamde paradijs waar de kroon van de schepping zich opmaakte om te doden en te vernietigen. De mens had krachten op geroepen die helemaal niets met het scheppingswerk hadden uit te staan.Dodelijke krachten die niet anders konden brengen dan vernietiging door vuur en zwaard.
Ik werd koud tot in het merg van mijn botten toen ik dit alles zach gebeuren " De dood kwam op marcheren en wilde van geen wijken weten"
Een grimmige stilte was over de omgeving neergedaald terwijl wij toekeken hoe de Slangen mens en zijn verraderlijke wapen broeders voorbij trokken in colonnes van grijs groene robots. Soldaten met vastberaden gezichten, donker gecamoufleerd beloofden genadeloos geweld aan ieder die in de weg zou staan tegenover deze doodenmarch. Het was maar goed dat geen van de burgers het in zijn hoofd kreeg om te gaan schieten want de Duitser zou genadeloos terug geslagen hebben.
Wij hadden dat wel gezien in de eerste wereldoorlog in België.
De Duitse overweldigers drongen toen genadeloos de huizen binnen en schoten verschillende mensen dood en het maakte niet uit of ze schuldig waren of niet.
Ze zouden het zelfde nu gedaan hebben. De Duitse eer wilde dat alleen mensen in uniform elkaar mochten doden.--Krankzinnig maar waar!--Zonder uniform ben je weerloos maar je mag schieten waar je wild als je een uniform aanhebt.Dat hebben ze in later jaren bewezen toen ze in het dorpje Putten alle mannen vermoord hebben omdat er op een Duitse officier geschoten was.
Een eigenaardige stemming hing over de toeschouwers toen wij later in de dag de Duitse troepen in overval wagens zagen doortrekken in de hoofdstraat van ons dorp.
Een mengeling van angst en nieuwsgierigheid had bezit genomen van de meeste mensen
Vooral het jonge volk was eigenlijk wel blij met dit buitenkansje dat wij eens een dag vrij hadden want er werd die dag niet gewerkt. --Het jongen zoekt meisje-- syndroom was zelfs nu nog sterker dan deze geweldsvertooning.
Uiteidelijk was de drang naar het leven toch sterker dan de dood.En wij als jonge mensen ( ik was toen zestien)zochten toch nog een plaatsje waar je ook nog naar de meisjes kon kijken.
De Duitse propaganda daarentegen was altijd waakzaam en ze namen nu ook de gelegenheid waar om het thuisfront te laten zien hoe blij de Hollanders waren met hun bevrijding want ze stonden bij drommen aan de weg om de soldaten te begroeten.
De eerste troepen waren stoottroepen en die kwamen op motors met zijspan bewapend met een soort mitrlieur zo als we nog nooit gezien hadden. Dit waren lichte wapens vergeleken bij de Hollandse die zwaar en moeilijk te hanteren waren.
Een verkenningsvliegtuig vloog boven deze eerste stoot troepen om een eventuele vijand op te sporen.Af en toe werden er lichtkogels afgeschoten met hun eigen voor ons geheime bedoeling.
De troepen die later op de dag kwamen waren een soort overval wagens met rijen soldaten aan elke kant van de laadbak. Allen zwaar bewapend in wel georganiseerde colonnes die allen optrokken naar het westen om ons land te bezetten
Zover hadden ze in het westen nog niet veel tegenstand ontmoet want de meeste Hollandse troepen waren teruggetrokken en de zorgvuldig opgebouwde verdedigings werken achter hen waren totaal waardeloos.
Het was voor de Ysel revier dat de echte tegenstand begon. De Duitsers moesten de grootte rivieren over en toen werd het wel moeilijker.Op sommige plekken werd zwaar gevochten en vooral op de Grebbe linies is er veel bloed vergoten.
Ook bij de afsluitdijk en de Moerdijk bruggen hebben de Hollanders gevochten als leeuwen.
Het verhaal deed de ronde dat onze mariniers bij de Moerdijk brug te water sprongen met het mes tussen de tanden. De Duitsers probeerden over de rivier te komen in rubber boten ,zwaar beladen met wapens, maar, ze werden de een na de ander tot zinken gebracht omdat de mariniers de boten van onderen open sneden.
Het is een feit dat de Moerdijk brug een hoge kruin had in het midden en onze soldaten schoten alles van de brug dat maar even over de kruin uitkwam.
Ze hebben die brug ook nooit kunnen nemen.
Zo is het gegaan op veel andere plaatsen zoals bijvoorbeeld in de Peel in Noord Brabant is ook hard gevochten want de Hollandse soldaat was niet minder dan de beste soldaten in de wereld.Ze waren slechts te indevueel terwijl de Duitser was geoefend onder een soort kadaver discipline volgens het dictem van Hitler en zijn cachotten --Wreed en meedogenloos --
Befel was meer dan alle moreele overweging.Ze zouden sterven als de fuhrer gebood. Zo waren ze opgebracht en geoefend.zo zouden ze leven of zo zouden ze sterven.
(Zoals de Fuhrer gebood)
De afsluit dijk werd ook goed verdedigt en veel Duitsers zijn daar omgekomen.
Hitler had misschien de dijk wel in elkaar kunnen gooien maar dat strookte niet met zijn plannen. Duitsland moest voedsel hebben en ze hadden elke centimeter land nodig voor de voedsel voorziening. Land was van meer belang dan mensenlevens.
De Duitser wist een betere weg om hun doel te bereiken.
Ze zonden hun vliegmachines en bombardeerden Rotterdam plat en dat ging ook volgens plan. Mensenlevens waren goedkoop en tijd was voornaam en daarom moesten die kaaskoppen maar dood gebombardeerd worden.
De Hollandse generaals berekenden de prijs van verder verzet en besloten te capituleerden
--Voor Nederland was de oorlog voorbij!--
Het was alsof wij een klap voor het hoofd kregen toen wij het nieuws van de capitulatie hoorden en dat werd nog erger toen wij hoorden dat de Koningin ook verdwenen was. Het was alsof wij de moeder van ons vaderland hadden verloren en in zekere zin was dit ook zo.
Wij begrepen later dat de Koningin naar Engeland was gevlucht om een nieuwe regering te vormen. Zij ging als het ware Nederland vertegenwoordigen op Engelse bodem.
Op die manier werd de regering van het bezette gebied een surrogaat regering , dus, het was een wijze manier van handelen.Maar wij voelden het niet zo aan. Wij voelden ons van regering en Koningin verlaten en het voelde bijna als verraad aan.
Wij stonden op het molenerf de zaak te bespreken. Hoe konden ze zo iets doen?
Er was nog zo veel om voor te vechten en onze leiders lieten ons alleen achter om de ongelijke strijd te strijden. Zonder regering , zonder wapens en zonder hulpmiddelen.
Toch waren wij toen al vast besloten om vol te houden --Koste wat het kost—
Wij gingen vechten, wij wisten niet hoe en wij wisten niet waar maar dat wij eenmaal weer vrij zouden wezen stond bij ons als een paal boven water.
Dit is eigenaardig maar absoluut waar.Wij hebben de moed nooit op gegeven ,toen niet en later ook niet!
Hitler had ons land en hij had onze regering maar, hij had de koningin niet en hij had onze mariene niet want het grootste gedeelte van onze vloot was ontsnapt naar Engeland en de Hollanders hadden enkele grootte schepen laten zinken in de waterweg. Dus daar viste de Duitser achter het net en, wat meer belangrijk is.
-- Hij heeft ons hart ook nooit gekregen en hij heeft onze ziel ook nooit gekregen!--
Parachutisten waren geland in de tuin achter het paleis om de Koningin gevangen te nemen en daar kwamen ze ook net te laat.Voor de rest was alles verloren.
Onze jongens gingen in krijgsgevangenschap en wij kregen de eene verordening na de ander te hoeren en te verwerken.
Alle mensen moesten na acht uur binnen blijven alles wat buiten was na die tijd zouden gearresteerd worden en dit was vast geen ijdele dreiging.
Niemand mocht wapens hebben. Allen die gepakt werden met wapens zouden doodgeschoten worden. Iemand die geallieerde personen voorthielp zou ook doodgeschoten worden.Een ieder die een jood voorthielp zou gedood worden. Enz.
Wij konden er toen nog het nut niet van in zien maar hebben later begrepen dat ze absoluut meenden wat ze zeiden.
Van de kerk waar ik naar toe ging zijn er velen doodgeschoten of dood gemarteld.
Wij hebben aan de lijve ondervonden wat de nieuwe orde betekent heeft.
Alle ramen moesten verduisterd worden zodat er geen spatje licht meer naar buiten zou schijnen.Wij begrepen die order in de eerste dagen ook niet maar wisten na een paar jaar wel degelijk waar dat voor was.
Zo werd het donker om ons heen letterlijk en figuurlijk.
Er was geen toekomst meer. De Duitser behaalde de eene overwinning na de ander en het scheen dat hij niet te stoppen was.
België capituleerde. Daarna Frankrijk en daarna zou Engeland aan de beurt wezen.
--Het leger van de Engelsen was nog maar op het nippertje ontsnapt bij Duinkerken--
Slag volgde slag en de brallende Duitsers zongen.
"Und wier fahren ,Und wier fahren gegen Engeland"
De laarzen klapten tegen de straatstenen en de moffen zongen hun krijgsliederen dat het schalde tegen de huis toppen. Ze waren goed geoefend en goed gedresseerd door hun Nazie meesters En de jeugd van gisteren was de verschrikking van de dag
Het heeft mij altijd verwonderd dat ze niet --Gefahren --hebben.
Engeland lag practies op de knieën want ze hadden weinig of geen wapens omdat ze veel van hun wapenarsenaal in Duinkerk hadden achter moeten laten.De Engelsen hebben wel een groot gedeelte van hun leger kunnen redden maar dat was ook zo wat alles.Churchil moet in een rede ongeveer het volgende gezegt hebben.
"Wij zullen ons met goed en bloed verdedigen op de stranden en op de landen In de huizen en in de kluizen--Desnoods slaan wij ze dood met bierflesjes --mompelde hij een eindje van de micriphoon__"
Dit kwam dicht bij de waarheid want ze hadden bijna niets om mee te vechten ( Een gevolg van de politiek van --vrede boven geweld --)
De Duitsers hebben ,getrouw aan het woord van Hitler ,Warsjauw ge bombardeerd en Rotterdam en later de steden van Engeland. Brutaal en gewetenloos.
De burger mocht niet vechten want dan werd hij dood geschoten maar, de weerloze burgers mochten wel doodgegooid worden met bommen.
"Er moet niets week of zachthartigs in ons gevonden worden. Dat is hoe ik de beschaving van duizenden jaren zal uitwissen. --Adolf Hitler 1933"
Aan de dictaten van dit monster werden miljoenen mensen levens aan opgeofferd.
Een paar steden plat gooien was maar een peul schilletje voor de waanzinnig geworden Duitse luchtmacht.
Veel steden in Engeland en vooral Londen werden genadeloos gebombardeerd
Engeland was er dan ook bijna aan toe om op te geven toen de Fuhrer van gedachten veranderde en gebood dat het bombarderen van steden geen resultaten op bracht. Meer militaire doelen werden belangrijker geacht en de Engelse natie kreeg even de tijd om op adem te komen.
Wij wisten van dit alles weinig op niets. Wij hadden wel iets gehoord door geruchten en door luisteren naar de Engelse B B C, maar die uitzending werd zo gestoord door de Duitsers op die bepaalde golflengte dat we nooit honderd percent zeker van ons zelf waren,
Dus bleef het uit zicht donker.
Duitsland had het grootste gedeelte van Europa onder de voet gelopen en wat er over bleef had niets in te brengen. Het was op dat moment dat Hitler zijn eerste fout maakte.
Hij brak zijn verdrag met Rusland en marcheerde op Juni 22 over de grenzen van Rusland op weg naar Moskouw.--Tegen het advies van zijn generaals --.
Hij dacht in zijn opgeblazen ego dat zij Rusland onder de voet konden lopen op de zelfde manier als de rest van Europa en in het begin ging het heel goed zodat ze tegen de Kerstdagen voor de poorten van Moskouw stonden.
De hoofd stad van Rusland lag voor hen open.
Toen volgde de tweede vergissing van de opgeblazen Fuhrer. Hij vond olie belangrijker dan Moskouw en de hoofd macht van het Duitse leger werd naar de Ukraine gedirigeerd.Moskouw kwam op de tweede plaats en het Duitse leger liep vast in de Rusiese winter.
Het was zo koud dat de motoren niet meer konden draaien omdat de olie te koud werd en de soldaten vergingen van de koude omdat het goed georganiseerde Duitse leger niet was ingesteld op een harde Rusiese winter
Toen kwam de tegen aanval van de Russen en de Duitsers hebben nooit weer op volle sterkte kunnen komen.
Wij waren dol van blijdschap toen wij hoorden dat Duitsland het verdrag met Rusland had verbroken en dat de Duitser Rusland was binnengetrokken.
" Dit is de eerste grote fout die de Mof gemaakt heeft " Zeiden wij toen wij bij elkaar op de molenbelt stonden.
Je moet weten dat de oorlog ons als buren veel dichter bij elkaar had gebracht. De buurt was altijd al net een grote familie maar nu werd alle lief een leed gedeelt als nooit te voren.
Het werd er al met al niet beter op want onze voedsel rantsoenen werden telkens kleiner zodat wij als jongens altijd trek aan eten hadden omdat wij nooit een volle maag hadden.
De Duitse treinen reden dag en nacht naar het Oosten en ons land werd leeg geroofd van alles wat eetbaar was. Alles moest in gezet worden om de oorlogs moloch te voeden.
De burger mens werd weer het slachtoffer en vrouwen en kinderen werden opgeofferd aan de waanzin van de Nazie partij en de grote leider Adolf de Hun.
De spanning werd zo groot dat wij voor een beetje variatie keken om de eentonigheid van het oorlogs geweld te breken --dus gingen wij vissen.—
Ja je hebt het goed gelezen.Wij gingen vissen naar een riviertje ongeveer vijf kilometer voorbij het naburige dorp.
De fietsen hadden toen noch iets wat voor banden door kon gaan en wij reden met goede moet naar vissen land. Wij hadden wat hennep klaargemaakt want wij mochten niet vissen met pieren.Dat wilde onze vader niet hebben, Dat was beulen volgens hem
Vissen met hennep is een kunstwerk van de eerste orde want de vis werd beter onderwezen als ze ouder werden.Het was daarom dat wij nooit geen grote vissen vingen , Je wist bij tijden niet aan welk eind van de line de sukkel zat.Bij de hengel of in het water.
Daar zaten we dan aan de snel stomende rivier terwijl de golfjes kabbelden onder onze voeten. Bedwelmd door de geur van water planten en kalmoes dat een bijzonder sterke geur heeft.
Zo nu en dan sprong er een visje boven water om te laten zien dat ze er noch waren want wij moesten de moed niet op geven het spelletje was nog te mooi en de vis kon het langer vol houden dan wij.
We zaten verscholen in het meters hoge riet te dromen over de dingen die geweest waren en over de dingen waar wij op hoopten, Het was onze schuld dan ook niet als er een dungekleed meisje door die dromen heen wandelde.Je kunt uiteindelijk niet als een visje gaan leven er moet een beetje variatie blijven.
Een eend dook naar beneden in het water voor ons om een lekkernijtje op te scharrelen onder het watervlak. Een lekkernijtje dat alleen belangrijk is voor de eenvoudige eend.
In de wazige verte kraaide een haan om de grenzen en rechten van zijn koninkrijk aan te kondigen. Hij had dan ook waarschijnlijk nooit naar de scherpe kant van een bijl gekeken anders had hij heel verstandig de snavel dicht gedaan.
Een jongen van de buurman heeft mij eens verteld dat hij was gaan vissen op een plek waar veel krentenbossen zaten en het was rond de tijd dat de krenten rijp waren.
Hij had daar heel standvastig zitten vissen maar de vissen hadden die dag een vissers vergadering en hadden dus geen tijd om met de buurjongen te spelen.
Hij had al eens een beetje voer boven op de dobber gebonden maar daar keken de vis ook niet naar.Ze waren niet in de stemming om te spelen.
Ten einde raad ging hij de boterhammen opeten die zijn moeder meegegeven had Verpakt in een van die ouderwetse grauwe puntzakjes. Hij had gegeten maar de vis wilde niet eten en toen is hij van verveling krenten gaan plukken en krenten eten vanzelf ,want, ze waren goed rijp.
Het duurde dan ook niet lang of hij kwam in moeilijkheden. Hij moest uit de broek.
Maar dat was ook al weer een probleem want hij had aardig pijn omdat hij aambijen had
Dat was nog het ergste niet.Hij had geen toilet papier bij zich en was geweldig verlegen met de situatie tot dat zijn oog op het lege papieren puntzakje viel.
Dat heeft hij toen gebruikt en hij is toen --Volgens zijn verhaal-- met het hoofd boven de krentenbossen uitgevlogen.Zijn moeder had de boterhammen in een zoutzakje verpakt en er was zout in blijven zitten.De combinatie van zout en aambeien is niet aan te bevelen zoals hij mij later vertelde.
Dit is nu het verhaal van de buurjongen die boven de krentenbossen heeft gevlogen maar. hij was niet zo elegant als een waterjuffertje. Helemaal niet!
De combinatie van vis en vissers kon soms vreemde gevolgen hebben.Ik werkte indertijd in de spinnerij in een groep jongens van mijn eigen leeftijd --Dat was ongeveer 16 jaar--en het gebeurde op zekere dag dat wij besloten om een wedstrijd te houden in vissen. De Hervormden tegen de Gereformeerden.
De verhoudingen tussen deze twee groepen was zuurzoet op zijn beste en daar moest de combinatie van vis of geen vis ook nog tussen komen Dit kon mooi worden.
De vissermannen zaten op goede afstand van elkaar gescheiden aan het kanaal zo als dat hoorde tussen twee geloven van die dagen. Ik ben vergeten wie de scheidsrechter was maar het zou mij niet verwonderen dat het een Roomse Pastoor was geweest.
Hoe dan ook.Ik kan je mede delen dat de Hervormden hebben gewonnen met een visje meer dan de Gereformeerden.
Een visje van ongeveer een vinger langer.De Dominee van de Hervormden kon trots op zijn volkje wezen. Zij hadden de strijd goed doorstaan en waren met een visje van vijftien centimeter uit de strijd gekomen.Na die tijd waren de Hervormden niet meer te gebruiken want dat visje zat er altijd tussen te wriemelen.Het gelovig volkje kan soms rare dingen doen!
Zo zijn wij dan met elkaar in de spinnerij beland en ik wil daar nog even op door gaan omdat dit een directe invloed had op de nabije toekomst van deze zoon van Derk en Geertje.
Ik werkte in die tijd in een ploeg van ongeveer acht of tien jongens en ons werk bestond hierin dat wij de volle spoelen van de spinmachines moesten afnemen en er lege hulzen voor in de plaats zetten zodat het spinningproces weer door kon gaan met nieuwe hulzen.
Het spreekt van zelf dat in een fabriek van zoo'n twee duizend mensen aan de gang van zaken strak de hand werd gehouden.Katoen stof vulde de hele atmosfeer en moest geregeld afgevoerd worden maar er werd ook nauw toezicht gehouden op de kleine dingen.
Wij mochten onder geen geval lege hulzen op de grond laten liggen. Daar werd ook streng de hand aan gehouden.
Deze hulzen waren opgeslagen in lange houten bakken langs de buiten muur en wij waren bezig om daar hulzen weg te halen toen een van de jongens zei
" Je zou verdorie de hele boel er bij neergooien.Zeg eens dat ik het niet durf"
Een van de anderen zei dan ook al direct daarna.
" Je durft niet" --Klabats --. Hij had het nog niet gezegd of de hele arm vol hulzen lag op de vloer en dat is waar ze bleven liggen voor de eerlijke vinder.
De voorzienigheid had besloten dat de eerlijke vinder de hoofd directeur van de fabriek was. Deze man kwam zelden door de werkplaats maar deze dag was hij waar hij niet wezen moest.
(Op de plek van de lege hulzen en noch geen vijf minuten later.)Het was dan ook maar even of wij moesten allemaal aantreden. Het groepje --afnemers-- ,zo werden wij genoemd,stond met schuldige gezichten voor een van de machines aangetreden.
De hoofd baas was er inmiddels ook bijgekomen en die was ook al niet tevreden met onze werken " "Laat degene die deze hulzen daar heeft neergegooid naar voren komen" zei de directeur.
Alash; De voormalige held was nu nergens te vinden.
"Als niemand van jullie mij verteld wie dat gedaan heeft gooi ik jullie allemaal de straat op" zei de goede man. Je moet je dan aanmelden bij de arbeidsdienst en dan zal je worden te werk gesteld in Duitsland."
Niemand zei een woord want er waren eigenlijk maar twee of drie personen die alles gezien hadden en daar was ik er een van maar ik had toen geen roeping om een medewerker aan te geven en dus ik hield de mond ook dicht.
" Ik geef jullie nog vijf minuten zei de directeur en als dan niemand iets gezegd heeft gooi ik jullie allemaal de straat op.
--Hij gebruikte daar een paar meer gekruide woorden die ik hier niet wil herhalen-- Niemand zei iets. Ook onze voormalige held niet.
De directeur begon rood aan te lopen en gooide ons allemaal uit de fabriek.Wij waren dus zonder werk met al de gevolgen van dien.
Zo ben ik dan met knikkende knieën naar huis gegaan om de zaak aan het grote gerecht van Vader en Moeder voor te leggen.Moeder begon direct te huilen want ze had al zoveel zorgen en een leegloper die voorbestemd was om naar Duitsland te gaan was meer dan zij verwerken kon.
Met Vader was het een hele andere zaak. Hij was voorzitter van een arbeiders bond van twee duizend mensen of meer en hij was niet van plan om zich hier maar bij neer te leggen.
" Morgen vroeg ga je naar het kantoor " zei hij " en je verteld die Mof dat hij het hart niet moet hebben om jouw op te geven voor werk in Duitsland. "Als hij dat doet gaat er heel wat anders gebeuren"
Dit was sterke taal vooral tegenover een genaturaliseerde Duitser. Deze man had in de loopgraven van de eerste oorlog gevochten als officier en was daarom geen minne jongen.
Hij stond vaak stil als hij de ronde deed door de fabriek ,hij wreef dan over zijn ogen net of hij wat weg wilde wissen. Er deed een verhaal de ronde dat hij dan de taferelen van de loopgraaf oorlog weer voor zich kon zien. Of dat waar is weet ik niet maar wel dat hij niets van de Nazies moest hebben. Het is gebeurt dat een groepje Duitsers door de fabriek wilden om de boel eens te bekijken.Deze man heeft ze toen finaal de deur gewezen en niet zuinig ook.
Ik was dus op weg naar deze man en het hart bonsde me in het lijf maar dat betekende niet dat ik niet door ging zetten.Ik liep alleen niet al te hard want ik keek er bar tegen op.
Een van de mede slachtoffers kwam mij toen achterop en vroeg mij waar ik naar toe ging.
"Naar de grote baas om hem te vertellen dat hij met de vingers van mij af moet blijven "
zei ik niet helemaal waarheids getrouw " Ik moet er naar toe van mijn Vader "vertelde ik aan deze belangstellende toehoorder."
“Ik moet daar ook naar toe van mijn vader" zei hij" Wil jij het woord doen want ik sla de boel aan diggels als ik kwaad word.”
Zo werd dan afgesproken Bil zou mij moreel support geven en ik ging het woord doen.
Zo gezegd en zo gedaan. Wij gingen naar het kantoor en vroegen de directeur te spreken en ik vertelde hem vlak voor zijn gezicht dat hij met de vingers van ons af moest blijven.Wij zouden zelf wel weten of wij naar Duitsland wilden of niet. Hij moest het niet wagen om ons aan te geven. " Dat zal je ook zelf wel moeten" zei hij toen' Dat zijn de orders van de Duitse overheid "
Wij hadden intussen ons woordje gezegd en gingen toen de deur weer uit terwijl de mensen die op het kantoor zaten ons stomverwonderd nakeken.Ze hadden noch nooit zo iets meegemaakt.
De volgende dag gingen de rest van de jongens vragen of ze weer mochten gaan werken en ze werden allemaal weer aangenomen behalve Bil.
Het schijnt dat de voorman en de directeur die zelfde dag de zuster van Bil hadden ondervraagt over deze affaire. Ze wilden weten wie de dader van de verloren hulzen was. Dit zat op zijn beurt niet goed met onze vriend Bil en hij zei tegen de directeur in het bijzijn van de anderen Dat ze man genoeg moesten wezen om hem te vragen maar ze moesten bij zijn zuster wegblijven.
De directeur werd razend en zei " Er uit of ik laat je er door de politie uitgooien"!
Bil was toen door alles heen en antwoordde. " Gooi jij mij er zelf uit als je dat je man genoeg bent.” Alles bij elkaar genomen stond Bil weer op straat en ik ook.
'S'Avonds kreeg ik bericht van de grote baas dat ik de volgende dag op de fabriek moest komen en mijn vader zei " Vertel ze maar dat mijn zoon een dag later wel eens aan zal komen hij heeft al genoeg tijd verspeeld en heeft nu een beetje werk opgelopen
Twee dagen later ging ik dus weer voor het verhoor en de hoofdbaas en de directeur reekten mij weer over de kolen. Ze wilden weten wie die hulzen in de gang had gegooid.
"Jullie hebt hier bazen genoeg lopen om die dingen in de gaten te houden Ik vertel je niets "kregen ze tot antwoord. Ze zeiden toen dat ik een dag later weer kon komen.
Het spijt mij " zei ik toen " Ik kom niet weer of Bil moet ook weer aangenomen worden"
Het leek mij toe dat ik een glimp van waardering in de ogen van de oude baas kon zien en hij antwoordde dat Bil een week later weer kon beginnen.
Dat was het eind van de zaak , maar niet helemaal ,en dat is de reden dat ik je dit hele verhaal heb verteld. Binnen de maand had Bil bericht dat hij moest aanmelden voor werk in Duitsland.Hij is toen in Hanover terecht gekomen en dat was een stad die heel zwaar is gebombardeerd na niet te lange tijd,
Ik zelf mocht de eer ontvangen om ook in Hitler land te werken maar dat was een klein half jaar later.Daar kom ik noch aan toe !
Ik zou niet willen beweren dat dit allemaal expres is gebeurd maar het is wel opmerkelijk dat Bil na die tijd zo gauw werd opgeroepen.Hoe dan ook! Ik heb die oude baas noch twee keer ontmoet.
De eerste keer in de mannen W C.Wij stonden toen met een man of zes te roken dat de rookdamp dik over de omgeving golfde. Misschien zijn wij aan gebracht. Hoe het ook mag zijn. De deur werd plotseling opengegooid en daar stond de oude baas als een engel der wrake en bulderde tegn mij alsof ik de enige schuldige was " Ben jij weer bezig " ik ben er toen ook vandoor gegaan alsof hij mij een schot hagel in mijn zitvlak had geschoten.Op dat gebied was ik wel schrander en begreep dat je niet met het noodlot moet spelen.Niet zo veel later kwam de derde ontmoeting tussen de twee grootmachten.
Ik heb toen werkelijk bewondering voor hem gekregen.
Iemand had een paar goed belegde boter hammen in de vuilnisbak gegooid en hij had die gevonden Hij liet toen alle werkers uit die omgeving aantreden en gaf toen een redevoering over de verspilling van dit goede eten. "Veel mensen leiden honger"zei hij en jullie gooien met het eten.Jullie moesten je de ogen uit het hoofd schamen.
"Er kan noch een tijd komen dat je voor dit zelfde eten zult moeten smeken " Hij eindigde deze redevoering met tranen in de ogen.
Toen had ik toch bewondering voor hem. --Niet voor die tranen want die kon ik ook wel voortbrengen -- Wel dat een man van zijn positie zo over dergelijke dingen kon denken.
Ik heb hem na die tijd nooit weer gezien want mijn leven werd toen in een hele andere richting geleid. Mijn werk in de fabriek liep ten einde en ik zou daar nooit terug komen.
Ik heb nooit van dat werk gehouden maar wel van de omgang met de mensen en het waren vooral de kleine jongens die bij de fabriekspoort rondhingen die mij veel plezier hebben gegeven.
Op een bepaalde dag kwam ik naar het werk en daar stond een jongetje heel gewichtig op ons te wachten Hij was scheinbaar trots dat hij ons een nieuwtje kon vertellen.
De oogjes kraalden in zijn hoofd onder het vlaswitte haar en hij zei heel gewichtig.
" Man.. Wij hebben er gisteren een kleine bij gekregen. Het was maar goed dat ik thuis was anders had mijn moeder er alleen mee gezeten"
Hoe hij dat voor mekaar had gekregen heb ik eigenlijk nooit goed begrepen maar het zal wel zo geweest zijn want het was een goed onderhouden jongetje die uit een goed gezin scheen te komen.
Een van de andere jongetjes wilde niet voor hem onder doen en kwam een paar weken met het grote nieuws dat zijn moeder een zusje ging krijgen. Wij leefden daar natuurlijk helemaal in mee en vroegen.Heel ernstig."Hoe weet je vooruit dat je een zusje gaat krijgen ?"
Het joggie trok de neus een keer op en haalde minachtend de schouders op over onze onwetend heid.
? Wel!!! Toen wisten we dat er wat belangrijks ging komen want zoo'n. Wel!!! voorspeld altijd wat bijzonders. Toen kwam er nog een.Wel!!
"Verleden jaar lag mijn vader ziek in bed en toen heb ik een broertje gekregen.Nu ligt mijn moeder in bed dus krijg ik een zusje!"
Hij keek ons eens meewarig aan en toen konden wij de fabrieks poort binnen gaan.
Japie had het weer goed gezegd.That's how we learned te facts of life!
Het leven ging door en de oorlog werd feller en wreder terwijl de dagen voorbij gleden. Het ging niet helemaal zo voorspoedig meerb voor de Duitse legers in de winter van 1942. De Duitse troepen zaten vast gevroren in de strenge Rusiese winter.
Voor Leningrad ging het ook niet zo goed meer en rond Stalingrad werden zware gevechten geleverd zodat meer en meer mensenmateriaal naar het front werd gezonden.Bijna alle weerbare Duitse mannen werden naar de verschillende fronten gezonden en er kwam een hopeloos tekort aan arbeidskrachten om de oorlogsmachienerie op gang te houden. Daarom dwongen de Duitsers grote hoeveelheden arbeiders uit de bezette gebieden om te werken in Duitsland.
Het was rond die tijd dat ook uit onze omgeving meer mannen werden gedwongen om in Duitsland te werken.
Mijn oudere broer werkte al in een fabriek in Northorn en ik kreeg niet veel later bericht om gekeurd te worden door een Duitse dokter.Na goedkeuring zou ik ook tewerk gesteld worden in Duitsland.
Wij waren nu in de zelfde situatie als de Joden niet zo lang geleden.
Zouden wij ons melden of net doen of onze neus bloede en de oproep negeren.
De ondergrondse was in die tijd noch heel geheim want die moesten het ook noch leren dus daar konden wij ook geen heil verwachten.
Vader en Moeder hadden toen al twaalf personen om te onderhouden en als ik niet ging zouden mijn bonkaarten ophouden en wat erger was er was nergens een plaats waar ik naar toe kon.Daar kwam bij dat wij noch gewend waren om de bevelen van de vijand op te volgen maar de eerste tekenen van verzet kwamen langzaam op gang.
Ik had dus niet veel keus en ging naar de wachtkamer van de Duitse dokter en moest dan ook al gauw voor die paardedokter verschijnen.Wij moesten binnenkomen zo naakt als we geboren waren --Ik mocht noch geen vijgeblaadje meenemen.Noch geen sigaretten papiertje--.Dus ging ik met bonzend hart bij die dokter naar binnen.
Het ergst was dat er ook noch een behoorlijk knap meisje achter een tafeltje zat.
Ik kwam dus binnen en die Dokter en dat meisje begonnen te schateren van het lachen
--Dit was niet erg netjes van die mensen.-- Ik weet wel dat ik geen schoonheid ben als ik geen kleren aan heb maar zo belachelijk was het toch ook noch weer niet dat zij daar de spot mee moesten drijven. Ik heb dan ook heel zedig mijn buikje in getrokken en ben met opgeheven hoofd door de andere deur weer vertrokken maar je kunt dit van mij aan nemen dat het niet mee valt om je waardigheid op te houden als je in je naakje loopt
Je zou denken dat de dokter wat milder zou zijn gestemd om dat ik hem en dat meisje zo opgevrolijkt had maar zo was het nu ook weer niet. De Dokter zette de tanden op elkaar en ik werd goed gekeurt om in het Hitler paradijs te gaan werken.
Mijn vriend Dirk en ik hadden al een jaar of twee naar een fabrieks avond school gegaan.
Dirk wilde altijd hogerop en omdat hij hogerop wilde moest ik ook naar boven gescheurd worden.
Hij heeft mij daar ernstig over onderhouden.Ik had het maaksel van een baas in mij verborgen en hij ging dat er uit halen of ik wilde of niet dus moest ik mee naar de avondschool om het vonkje van mijn intelligentsia aan te blazen tot het triomfeerend zou branden tot het welzijn van alle mensen en de fabrieksmensen in het bijzonder.
Ik was nu een baas in wording.
Wij hadden daarbij niet de beste leidbron gekozen want onze leeraar was een Indiese oud-offisier en dat was een vreemd heer.
Meer dan een beetje aan de ruwe kant maar rekenen en algebra kon hij als de beste, Als hij met die algebra aan.t werk ging wist je gewoon niet meer waar je aan toe was.Hij kon cijfers maken en dan weer verliezen als de beste.
Hij haalde nummers uit het niets als of hij een goochelaar was die een konijn uit een hoed haalt.Op die momenten vlogen zijn vingers over het schoolbord zoals mieren over een mieren nest.
Als hij goed aan de gang was begon alles bij je te draaien en je moest je zelf aan de bank vast houden.
Mijn elegantsia heeft dan ook een flinke duw in de goede richting gekregen.Het vonkje van mijn intelect brandde als een paasvuur en er was geen houden meer aan.Mijn vriend Dirk kon met recht trots op mij wezen.
Dirk had het boompje van mijn intelect geplant en nu ging hij het nat houden en dat gebeurde als volgt.
Buiten was het onwezelijk donker om dat alles verduisterd was.Maar in de pauze gingen wij naar buiten om van de frisse lucht te genieten en wij maakten van de gelegenheid gebruik om ergens te gaan staan plassen.Dirk en ik waren onafscheidelijk ook in die dingen. Het was zo donker dat wij de weg moesten vinden met langs de muren te voelen waar wij naar toe gingen. Met een zucht van verlichting hebben wij ons daar ontlast van het overtallig nat. Wij werkten als volleerde mannen maar het werd een beetje bedenkelijk toen ik een beetje warm werd onder aan een van mijn broekspijpen. Ook voelde het een beetje nat aan en ik kwam tot de ontdekking dat vriend Dirk mijn linkerbeen stond te bewateren.Dit was begrijpelijk om dat het zo donker was maar maar het boompje van mijn intelect zou er ook wel zijn gekomen zonder die extra bewatering.Ik heb hem dat niet met dank afgenomen maar --wat wil je.- Ik ben van nature erg ondankbaar ingesteld.
--Dat verhaal is moeilijk te geloven. Maar het is echt waar gebeurd—Mensen die de totale verduistering hebben meegemaakt zullen zich die totale duisternis noch wel herinneren.
De leeraar die wij toen hadden was altijd in het soldaten leven geweest en kon daarom erg ruwe taal gebruiken. Dat was natuurlijk niet van het beste voorbeeld maar wij aanbaden hem bijna omdat hij zo overtuigend over kwam.
Ik zal je een klein verhaaltje vertellen waarmee hij ons heeft ingeleid in de diepere inzichten van het fabriekswezen.
Hij vroeg ons op zekere avond" Wat is het top punt van lawaai?"
Wij wiste niet waar hij heen wilde en hielden daarom heel voorzichtig de mond dicht.
“Geven jullie het op?” vroeg hij aan de ademloos luisterende gemeente ".
Twee geraamten die liggen te vechten in een zinken teil"daarbij heeft hij ons toen heel glunder aangekeken want hij vond zich zelf noch al grappig.
Wij wisten niet meer of we lachen of huilen moesten als hij dergelijke onzin ging verkopen.
Dit was zeker geen taal dat wij van moeder Geertje geleerd hadden.
Deze man vroeg mij om even na te blijven toen hij hoorde dat ik in Duitsland zou moeten werken.Hij vertelde mij toen dat ik thuis moest blijven en hij kon wel een plek vinden om mij te helpen.(Het spijt me nu noch dat ik toen niet precies begreep wat hij bedoelde.)
Het is goed mogelijk dat ik daardoor in de ondergrondse was terecht gekomen.
Drie of vier maand later vroeg hij aan mijn vriend Dik."Wat is er ooit met Henk gebeurt?
" Die zit allang weer in Holland" zei Dirk " Hij is gevlucht uit Duitsland!"
Hij vloekte een keer en zei "Dat had ik wel gedacht. Die vent had dat altijd al achter in z'n kop"—De goede man had meer gezien dan ik want ik had in die bepaalde tijd heel weinig in mijn hoofd.
Evenwel was ik aan die ontvluchting lang noch niet aan toe toen ik op maandag morgen in de trein stapte.
De reis was op zich zelf niet onplezierig want ik ben een van die mensen die niet gauw heimwee hebben.
Ik was aardig goed tevreden zelfs toen mijn geboorte dorp achter de horizon verdween.
Het driftege klik klak van het hollandse treinverkeer ging over tot een langer klak klak toen wij de Duitse grens overtrokken. Dit kwam om dat Duitse rails iets langer waren dan in Holland. Ik heb wel eens gehoord dat de Duitsers voor waren op holland met het maken van rails.
Hoe dan ook! De klak klak vertelde ons dat wij in een ander land waren en wij wisten niet beter dan dat wij werk zouden krijgen vlak over de grens.Dat was ons belooft. Maar niks hoor we gingen naar Bentheim en moesten daar van de eene plek naar de andere sjouwen om uit te vinden waar wij naar toe moesten.
Tenslotte kwamen wij terecht in een doorgangs lager niet ver van het Bentheim kasteel
Dit was een lager waar alles door elkaar liep Hollanders en Belgen, Luxemburgers en Fransen.Je noemt het maar en het was er.
S'avonds kregen wij wat te eten in een grote zaal waar misschien wel duizend mensen waren samengepakt. Het duurde heel niet lang of in een hoek van de zaal stonden een paar vrouwen te dansen op de tafels onder her luid geschreeuw van de omstanders.
Dit was geen erg verheffend gezicht en ik voelde mij daar niet erg thuis. Niet dat ik zelf zo nauwlettend ben maar zoiets als dit ging toch een beetje te ver.
Moeder Geertje had ons toch een beetje anders opgebracht. Ik heb me toen terug getrokken in een andere hoek waar het een beetje rustiger was.Maar het drong tot mij door dat ik tegen mijn wil in een heel andere wereld werd binnen gesleurd en die avond heb ik dingen gezien die ik nooit eerder had gezien in mijn rustige geboorte dorp.
De W C 's waren zo vuil dat je er gewoon niet op kon zitten en er was niets in dit hele avontuur dat maar in het minst opbouwend aandeed.
Ik was dan ook blij dat we de volgende dag verder op gingen.Waar heen wisten wij niet dus moesten wij maar afwachten. We zaten met ongeveer vijf of zes personen in de spoorweg coupé die ons verder Duitsland invoerde. Rondom ons heen zaten Duitsers met donkere gezichten nergens naar te kijken.Dat is in ieder geval zo het voorkwam. Ze keken in ieder geval niet naar ons en dat vonden wij ook opperbest schijnbaar leken ze ons niet maar dat was wederkerig want wij leken hen ook niet en zo zaten we allemaal bij elkaar naar niets te kijken.
Dat is ook niet helemaal waar want er hingen overal borden met opschriften aan de wanden van de wagon. Er was een bord dat vertelde de wereld dat iedereen voorzichtig moest zijn in gesprek.
"Forzicht in gesprech fiant heurd mit"stond op de eene " Erst siegen und den reisen" stond op een ander.--Er mankeert wel wat aan mijn Duitse vertaling --maar dit kwam ongeveer hier op neer dat de Duitsers werden aangemoedigd om eerst oorlog te voeren en dan gingen ze reizen.
Het leek mij toe dat ze toen al druk aan't reizen waren. Veel Duitsers gingen in die dagen naar Rusland met een kaartje enkele reis maar ik zou dat daar in het land van de vijand niet graag gezegd hebben.
--Het is wel opmerkelijk dat deze profetie in de na oorlogs jaren wel degelijk is uitgekomen In het hoogseizoen zijn er namelijk plaatsen in Holland waar meer Duits dan Hollands word gesproken.--
Hoe dan ook ze waren toen nog niet zo ver maar ze gaven de moed niet op want op een ander bord werd de Wereld verteld dat de Duitser niet ging capituleren "Wier capituleren night"dat vonden wij wel mooi want wij gingen ook niet capituleeren we wachten op een goede gelegenheid om dat ook luidop te zeggen maar het was beter om voorlopig maar niet te veel te zeggen.
Zo truldelden wij voort met die wagon vol met niets ziende Duitsers en kwamen in Munster terecht
Van daar gingen we nog een klein eindje verder naar een plaatsje Zuid van Munster. Dit plaatsje heette "Suth Muhlen"en het bestond uit een paar huizen ,een paar kippenhokken een steenoven. Dat is waar wij terecht kwamen bij die steen oven.Dit zou dan onze woonplaats worden voor de volgende twee of drie maanden.
Langer ben ik er niet geweest want toen had ik het al wel bekeken. Daar ga je later meer van horen.
Ik heb eigenlijk nooit begrepen wat wij daar doen moesten want we hebben daar heel weinig werk verricht,. Het is een feit dat de ondernemer betaald kreeg voor iedere arbeider die daar opgeborgen zat en hoe meer mensen hoe meer verdienste voor de ondernemer.Natuurlijk was dat erg un-economies maar uiteindelijk betaalden de bezette gebieden voor dit soort uitspattingen. "De bezette gebieden en de Duitse frontsoldaat!"Want het waren deze arme drommels die er uiteindelijk voor moesten bloeden.En Hoe!
Het camp waar wij waren was helemaal ingesloten met rijen prikkeldraad. Niemand kon in of uit of je moest door de hoofdpoort en die werd gewoonlijk wel bewaakt,
Dat is de omgeving waar we onze dagen sleten in kou en verveeldheid en wij waren in zekere zin nog bevoorrecht want wij mochten s'avonds wel een uitstapje maken als wij maar voor tien uur weer binnenkwamen Wij konden toch nergens naar toe want niemand had papieren en je werd direct opgespoord als je niet op tijd weer binnen was.
De ring oven was eigenlijk wel een interessante plaats. Het was
een soort gebouw met een grote fabrieks pijp in de midden. Rondom deze structuur liep een weide gang waarin dan de stenen van klei geplaatst konden worden. Boven die gang waren allemaal openingen waardoor kolen naar beneden konden geworpen worden. De idee was dat in de eerste afdeling bijvoorbeeld stenen werden ingeladen in klei vorm.Als dat gedeelte vol was werd er een vuur gestookt en dat werd brandend gehouden door de kolen die er van boven ingegooid werden.Dan werd er een nieuwe afdeling gevuld terwijl een gedeelte verderop stenen had die all lang genoeg in het vuur waren geweest en weer een eindje verderop was een afdeling die genoeg afgekoeld was om uitgeladen te worden.
Zodoende werden stenen gebakken aan de lopende band.
Het eigenaardige was dat wij nooit een steen gezien hebben die uit die oven kwam. We hebben eigenlijk nooit veel activiteit gezien. Het enigste wat we moesten doen was hout verlaatsen van de eene afdeling naar de andere en dat ging ook aan de lopende band.Maar niets kwam er in en niets ging er uit ook aan de lopende band.Je had nooit zo iets geks gezien.
Op zekere dag kwam er een order dat we zware houten balken binnen onder de zolder van een gedeelte van de tunnel moesten aanbrengen. Geen wonder dat wij nieuwsgierig waren over deze vreemde manier van doen en wij vroegen aan de Duitser die onze baas was wat de bedoeling was van dat zonderling gedoe. Hij ging toen een beetje met de benen van elkaar staan en sprak in typische Pruisische commandeer toon.
"Dat is de vooruitziende blik van het Duitse leger. Het zou kunnen dat er een keer bommen in de buurt zullen vallen.Jullie kunnen dan in die gang vluchten want daar ben je veilig.Wij willen alleen niet dat in het geval dat de fabriekspijp op het dak van de gang terecht komt dat jullie het dak op de hersens terecht krijgt!"
Het spreekt van zelf dat wij die gang nooit gebruikt hebben want we wilden de hersens bij elkaar houden.Zo pienter waren we noch wel.
Het was eigenlijk geen wonder dat het daar zo raar toeging. De uitvoerder van dit kamp was een man die Nagel heete en die zat gewoonlijk op het kantoor te nagelen en niks te doen.
Dan had hij een kantoor juffrouw die niets liever deed dan zonne baden in een heel kort zwempakje. Dat was zeker om ons moraal op te bouwen want het meeste van de tijd zaten er een man of tien twintig naar al dat vrouwenvlees te kijken dat daar als het ware zo maar te koop lag en dat zal de bedoeling ook wel geweest zijn..Ik deed daar niet aan mee.!?( Een heel enkele keer heb ik er een oogje aan gewaagt.)
Dan hadden wij nog twee bazen boven ons.De een was een verkapte Cominist die ons een hand boven het hoofd hield en de ander was een exemplaar van ware Duitse (gruntlichheid).
Deze knaap had in de S S gediend maar was afgekeurd omdat hij geestelijk onbekwaam was of --om het een beetje ruw uit te drukken-- Hij was te gek voor de S S en dus maakten ze hem baas van een gedwongen arbeiders kamp.
Het verbeisterend intelect van de Hitler partij had dat allemaal zo besloten en tegen zoiets was geen hoger beroep.
Het was onder de hoede van deze charmante schaapherder dat wij gewoonlijk onze morgen wandeling maakten door het glorieuze Hitler paradijs De morgens waren nog knap koud en geen een van ons was daar op berekent wat kleren betreft.
Een dorpsgenoot van ons liep daar rond te zwabberen op sandalen zodat zijn tenen bijna bevroren. Hij was dan ook niet in een erg rooskleurige stemming. Hij had al eens tegen een steentje geschopt maar dat maakte alleen dat hij zere tenen kreeg.
Deze knaap was een echte slome Hannes en hij gromde tegen een ieder die luisteren wilde " Ik wouw dat ik me dood gescheten had in de kakstoel" Dan liep hij weer een eindje verder en gromde tegen ons en tegen de hele wereld ".
“Ik wouw dat er een grote beer kwam die mij opvrat" Die beer is nooit gekomen en daar heeft hij ook noch wel geluk mee gehad. Deze soort uitdrukkingen waren nu niet iets wat Vader en Moeder zouden gewaardeerd hebben maar er was niet genoeg ruimte om ver weg te lopen zo je moest er naar luisteren of je wilde of niet.
Deze man had anders ook hele goede talenten. Hij en nog een andere slungel maakten een stel om op de schoorsteen mantel te zetten. Ik denk dat ze achteruit waren gegaan als ze langzamer hadden gelopen. Toch waren dit twee van de mannen die heel hoog bij de Duitse bazen stonden aangeschreven.Je zag ze nooit stil staan want ze waren altijd in beweging en altijd met een vrachtje hout op de schouder. De Duitsers vonden dat prachtig en vertelden ons dat we daar een voorbeeld aan moesten nemen.
--Ze hadden eens moeten weten dat deze wonder kinderen altijd met het zelfde stapeltje hout liepen. Ze brachten het gewoon een eindje verderop om een nieuw stapeltje te halen en brachten dan het zelfde stapeltje weer een eindje verder op.
Zo ging dat de hele dag door tot ze s'avonds vermoeid in de barak in slaap vielen in de slaap der rechtvaardigen.Ze hadden dat dan ook wel verdient want ze waren bar goed in wat ze deden.
Een van mijn vrienden die ook van ons dorp kwam had een benijdenswaardig leven als stroper achter de rug.Z'n broer en hij werden een keer gepakt toen ze met dat eerwaarde bedrijf bezig waren.Het geval wilde dat deze twee en de veldwachter niet verliefd op elkaar waren. Of in andere woorden gezegd.Ze hadden een grondige hekel aan elkaar en uit spijtgevoelens trokken ze de messen uit de schede en ze sneden elkaar zo doorgrondig dat de mensen die hen later vonden hen in dekens moesten rollen want anders bevroren ze van de kou omdat ze zo veel bloed verloren hadden.
(Dit was voor de tijd van bloed transfusies--)
__ Of dit nu helemaal waar is durf ik niet te zeggen maar het werd voor waar verteld Hoe dan ook! Het was en bleef een vreemde knaap maar hij had een goede eigenschap Hij was getrouw aan zijn oud beroep en het duurde dan ook niet lang of George volgde z'n oude roeping en ging weer stropen.
Op zich zelf was dit geen slecht ding want een enkele keer had hij een beetje hazenvlees om aan zijn vrienden door te geven maar dat was niet zo bar vaak.
Hij had mij ook al eens gevraagd of ik mee wilde doen in dat verheven handwerk maar ik heb vriendelijk maar hartgrondig geweigerd.De onderneming was te riskant en het betaalde niet genoeg om er voor uit bed te gaan.
Dat hij zo vriendelijk tegen mij was is eigenlijk een beetje verwonderlijk want ik zou nooit eten zonder eerst de handen vouwen en te bidden voor mijn dagelijks brood.
Hij wist dat ook wel want hij en mijn andere tafel genoten hebben meer dan eens het klein beetje vlees dat ik had van mijn brood gehaald als ik zat te bidden.
Vaak kreeg ik dat wel terug maar niet altijd en zodoende zat ik later te bidden met een oog open. Het word dan wel een beetje moeilijk om je op je gebed te concentreren.
Dit: en de nagedachtenis aan Gaitie en de pruimtabak hadden mij een beetje voorzichtig ge maakt. Ik vertrouwde de zaak niet helemaal en vond het maar beter om een beetje bij George uit de buurt te blijven maar George was evenwel een mens die van vol houden wist en zodoende werd ik op een morgen voor dag en dauw wakker geschud door George die met een stralend gezicht een bloederig konijnekopje aan een koper draadje boven mijn slaperig gezicht hield --Ik zou die dag net voor een week end naar huis mogen en kon het niet erg waarderen dat hij mij ging overladen met weldaden zo vroeg op de morgen.
--Z'n gezicht straalde en hij lachte zich slap want het schijnt dat de communistische baas ook van stropen hield en die was eerder bij de strik geweest dan George en die had de kop er afgesneden en de rest van de haas meegenomen.
Hoe die twee broeders in het kwaad elkaar hebben leren kennen mag Joost weten maar het schijnt dat de Duitser en George op goede voet waren anders had de Duitser dit niet als een grap beschouwt daar kun je drommel op zeggen.
Een paar weken later werd het een heel ander verhaal. Toen zat de jachthond van de
S S 'er met een poot in een strik van vriend George.Dit werd niet als een grap beschouwd en wij moesten allemaal aantreden voor de barak.
De S S knaap stond daar wit van woede met nog een paar politie mannen uit de omgeving.De metode was ongeveer het zelfde als in die tijd toen wij voor de ex Duitser in de spinnerij moesten verschijnen.Ons werd verteld dat de schuldige naar voren moest komen maar vriend George bleef waar hij was, in de achterstee rij.
Ik kon hem dit keer geen ongelijk geven. Consentratie camp was een spectrem op de achtergrond en wij hadden genoeg van concentratie camps gehoord. We waren doodgewoon bang.
Het bevel werd een maal of drie herhaald maar niemand kwam naar voren.De Coministiche baas ook niet en dat was eigenaardig want die wist wel degelijk wat er aan de hand was.
Ik zal nooit weten waarom de S S man mij er uit pikte -misschien zag ik er erg schuldig uit of misschien dacht de S S er dat ik een soort persoon was die wel bang te maken was--in ieder geval hij zei tegen mij "Op den Drieeeees! Jij weet hier meer van en ik geef je drie dagen om bij me te komen om de dader aan te geven. Als ik niks van je hoor ge je naar het concentratie camp"
Ik verstijfde van schrik maar ik was de enige niet want Georgie boy zweette bijna bloed van angst voor het geval dat ik door de mand zou vallen.
Wij hadden geluk dat de politie mannen gewone wat oudere mensen waren die ze in een uniform hadden gestopt. Als het S S of Gestapo was geweest waren wij daar zo niet weg gekomen maar wij hadden geluk en mochten inrukken en weer gaan niks doen
Ik heb de volgende paar weken niet erg goed geslapen want ik dacht elk moment dat ze mij zouden komen halen. George heeft ook de slaap der onschuldigen niet kunnen slapen want hij was net zo bang als ik, maar hoe dan ook, ik ging geen vriend verraden al had hij ook soms wat vlees van mijn bord gestolen als ik zat te bidden.
Alles is goed afgelopen en we hebben er nooit meer over gehoord maar George was van dat ogenblik af mijn beste vriend. Niet dat dit wederkerig was want ik wilde liever een beetje afstand bewaren.
Ik had het er straks over dat wij vlees op het bord hadden maar dat was maar bar weinig.Ik kan niet zeggen dat wij honger leden maar het eten was ook niet overvloedig dat wij er vet van werden.We kregen gewoonlijk een paar Poolse aardappels in de schil en dat smaakte helemaal niet gek. Dan wat groente en een enkele keer kool soep of iets dergelijks. Een van die jongens beweerde dat we op Hitler's verjaardag soep zouden krijgen met wat vlees en een fiets en een verrekijker.
Wij konden dan de verrekijker gebruiken om de stukjes vlees op te sporen en de fiets om van het eene stukje vlees naar het andere te rijden.
De Duitsers hadden een soort winkels waar je van alle oorlogs souvenirs kon kopen.Ik heb dat wel eens gezien in Bentheim. Van alle soort oorlogs materiaal stond opgesteld achter de ramen. Je had van die grote Rusiese machine geweren en messen, sabels en bajonetten en ik weet niet wat al meer.
Wij waren een keer in Munster en een van die jongens ging toen naar binnen en vroeg aan de winkel juffrouw of hij een ijzeren kruis kon kopen.
"Maar meneer dat gaat niet" zei het juffertje. " Je kunt zo'n ijzeren kruis niet krijgen of je moet een heel dappere daad hebben gedaan. "Och " zei die jongen "Dat heb ik al gedaan, ik ben heel dapper geweest. Ik heb al meer dan een maand die koolsoep van jullie gevreten en daarmee heb ik echt wel zo'n kruis verdient!"
Het is een wonder dat ze die knaap niet hebben laten op pakken want dat was wel een heel grote belediging voor die Duitsers.(Ik moet er bij zeggen dat ik hier zelf niet bij geweest ben maar ik heb het van horen zeggen maar dat het zo gebeurt is leid geen twijfel.)
George was wel mijn vriend geworden maar dat betekende niet dat ik daar om schotvrij werd van de spotternij van hem en zijn vrienden.En zodoende zei hij op een goeie dag
( kwaaie dag voor mij!) tegen z'n kameraden.
" Laten wij Henk eens een keer goed bang maken " De anderen waren daar direct voor te vinden.
Het duurde niet lang of George kwam tamelijk vroeg in de morgen aanlopen bij de plaats waar ik aan het werk was.Hij keek mij strak in de ogen en sprak heel ernstig
" Ik had nooit gedacht dat je mij zo gemeen zou behandelen achter mijn rug "
Ik wist van de prins geen kwaad en trok de schouders op en vergat het hele geval.
Een paar uur later was hij er weer met het zelfde verhaal en een dreiging dat ik er meer van zou horen.
Ik dacht " Och het is weer een van de streken van George het zakt wel af" Maar, het zakte helemaal niet af. Het werd met het uur erger.
Hij beweerde dat ik een kerel van niks was en hij zou mij wel krijgen. Zo ging het met geregelde tussenpozen en tegen sluitingstijd was het zover dat hij mij vertelde dat ik maar een mes moest meebrengen want er ging bloed vloeien die avond na het werk.
Ik moest met hem naar een bosje in een hoek van het terrein en daar zou mijn lot beslist worden. -Alles met alles was ik tegen die tijd doodsbenauwd en ging na het werk naar de barak om een mes scherp te maken.-
Ik dacht, "Als ik dan toch sterven moet ga ik niet alleen"
Na het werk heb ik mijn boeltje in order gemaakt want eten kon ik niet.Ik ging toen naar buiten met vriend George en we gingen samen omringt door toeschouwers naar de hoek van het terrein. Hij keek mij heel ernstig aan toen wij daar gekomen waren en sloeg toen bubbel over van het lachen. Hij sloeg de arm om mijn schouder en zei
" Henk mijn vriend.Ik had nooit gedacht dat je op zou dagen Ik moet zeggen je hebt lef
Ik zou liever minder lef hebben gehad en rustig mijn avond eten genoten hebben dat was veel beter voor de spijsvertering.Ik vond dat helemaal niet grappig omdat ik bijna in de broek had gedaan van benauwdheid.
Wij waren nu ongeveer een maand in dit camp geweest en mochten nu de blijde gebeurtenis meemaken dat de verjaardag van onze goede Adolf Hitler zou gevierd worden. Daar was grote blijdschap in de tenten der Duitsers maar in onze nederige barak hing een neerslachtige stemming. Wij waren helemaal niet blij met deze mens.
-Integendeel!-maar ons werd niet gevraagd wat we graag wilden. Integendeel!
Wij moesten aantreden voor het hoofdkantoor en toen werden wij verlustigd met een van die langwindige redevoeringen waar de Duitser zo goed mee waren.
Ik stond in de achterste rij met een dorpsgenoot van mij.
Dit was een beetje een sukkel van een ventje.Iemand die niet goed mee kon komen met de rest van de kampbevolking.Hij werd dan ook dikwijls onbarmhartig ge geplaagd.
Mijn ouders hadden mij altijd geleerd dat ik op niemand mocht neerzien en zeker niet op iemand die in de verdrukking was en dat was deze -Hans- Zo was zijn naam.
Hij trok vaak op mij aan omdat ik nooit op hem neer keek en zo ook nu.
Ik weet niet hoe het kwam maar we hebben toen de stomste streek uitgehaald die je maar bedenken kunt. We gingen met de rug naar de Duitse haken kruis vlag staan toen die werd omhoog geheven met gejuich en vreugde uitingen van de Duitse
aanwezigen.Gelukkig heeft niemand gezien dat wij met de rug naar de feestvierende gemeente stonden anders was het niet goed met ons afgelopen want dat was een van de grootste beledigingen voor de sentimentele Duitsers en ze hadden het er niet bij laten zitten als ze ons gebrek aan eerbied gezien hadden.
Daar stonden we dan. Een hoopje erbarmelijke dwangarbeiders die blijdschap moesten tonen met de verjaardag van onze verdrukker. (De soep met fiets en verrekijker hebben wij ook niet gekregen) en dat hadden wij al wel verwacht maar we kwamen er toch niet helemaal bekaaid af want onze grootmoedige gevangen bewaarders gaven ons allemaal een flesje met voesel.
Voesel is een gemeen sterke soort goedkope jenever en het is als of je een schop in de buik krijgt als je daar een goeie slok van neemt.
Mijn vriend Hans vroeg mij of ik mijn flesje met voesel wilde ruilen voor een pakje sigaretten en dat leek mij een goede ruil toe.
Ik wist toen niet dat Hans niet veel drank kon verdragen anders had ik het misschien niet gedaan. Hoe dan ook. Hans kreeg de voesel en de gevolgen daarvan waren niet te overzien.
Onze Hans ging achter de voesel als of het de laatste kans was dat hij nog wat kon krijgen.
Het nam niet zo bar lang of hij was stomdronken. Een gewoon mens zou dronken worden van een flesje maar hij dronk er twee en hij was allesbehalve sterk in de maag
en alles bij elkaar genomen waren de gevolgen angstwekkend.
Wij kregen hem met moeite in zijn krib in de barak en daar zat hij te zingen en te zwetsen op een manier alsof hij het hele Duitse leger op zijn eentje wilde verslaan.
Wij hadden nog nooit zo iets van hem gezien.
Ter eere van Hitler had hij een van z'n beste sporthemden aan getrokken en het begon er naar uit te zien dat er niet veel van dat kledingstuk ging overblijven ,dus wij probeerden dat sporthemd van zijn lichaam te krijgen maar onze Hans was erg rebels en wilde geen mens aan zijn lijf hebben.Dit ging zo een poosje door en toen begon hij plotseling te brullen als een Leeuw. "Ik kan geen adem krijgen. Ik moet ruimte en ik moet lucht" als een brullende leeuw scheurde hij het hele kledingstuk aan flarden van zijn lijf terwijl wij stomverwonderd naar deze vreemde vertoning keken.
Het sporthemd was dus niet meer te redden maar wij begonnen ons zorgen te maken dat hij niet droog de nacht door zou komen en dan moesten we hem ook nog schoon maken. Ik ging dus naar hem toe met bemoedigende woorden en vroeg hem heel belangstellend of hij niet eerst naar de W C moest voordat hij ging slapen.
Daar moest hij ook niets van hebben. Hij was goed meester over zich zelf en de hele omgeving. Hij ging niet naar de W C. dus we trokken ons terug.
Dat ging zo een poosje en toen begon hij in eens weer te brullen en schreeuwde.
"Ik ben benauwd en ik moet nodig scheiten want ik heb een stuk voor de kont van tienduizend kilo Dat is de eerste bom die ik op Duitsland werp!"
Wij keken stomverbaasd over zijn vloeiende uitspraak van deze ellendige onzin.
Wij waren dat helemaal niet van hem gewoon. Toen hebben wij Hans tussen ons in genomen en hem al zingende naar de W VC gedragen.
Z'n benen recht vooruit als of het bonenstaken waren. Zo zat hij op de W C om zijn eerste bom op Duitsland te werpen. Het was droevig en koddig tegelijk en wij wisten niet of we huilen of lachen moesten. Het was me zoo'n Hannes!
Niet zo erg veel later kwam Hans naar mij toe en vroeg of ik met hem van slaapplaats ruilen wilde. Wij sliepen in bunks drie boven elkaar en Hans lag in de bovenste slaap plaats.Hannes was geen held en Hij voelde zich daar niet meer veilig omdat er meer en meer vliegtuigen overkwamen in de nacht.
De Engelsen kwamen steeds meer op bezoek en dan daverde het afweergeschut de hele nacht door.
De moeilijkheid was in dit geval dat de scherven van de ontploffende granaten niet alleen naar boven vlogen maar ook naar beneden en het leek soms of er een zware hagelbui boven ons was losgebarsten. De scherven kwamen op het dak van de barak alsof het niets koste.
Hans was van mening dat het beter was dat ik bovenaan zou liggen want dan kreeg ik de eerste laag als er wat mis ging.Ik vond dat erg lief van hem dat hij zo bezorgd voor mij was en ben toen maar boven aan gaan liggen.Onze Hannes was voorwaar geen held als hij niet te veel voesel gedronken had.
Ik heb hem later eens wat spookverhalen verteld om de verveling een beetje te breken maar daar heb ik ook weer erg berouw van gehad want toen kwam hij s'nachts en haalde mij uit bed, Hij durfde alleen niet naar de W C.Hij was niet erg gauw tevreden die Hannes ,Ik moest dag en nacht achter hem kijken en ik had mijn slaap zelf zo hard nodig.
Soms moesten wij uit het camp om ergens anders wat werk te doen en dat ging natuurlijk onder strenge bewaking en op een kwade dag ging onze vriend de S S er ook mee om een oog op ons te houden. Wij waren daar niet blij mee want het werd altijd extra moeilijk als die knaap met ons mee ging.-Zo ook nu -.
Nu moet ik er even bij vertellen dat Hans en de S S’er wel wat van elkaar weg hadden met dit verschil dat de SS man -O- benen had en Hans had -X- benen.
De S S’er had ook noch een andere eigenaardigheid waar je wel naar kijken moest of je wilde of niet.
Hij trok altijd zenuwachtig met de eene kant van zijn gezicht ( In Canada noemen wij dat een Tick)Ook had hij een buitengewoon grote adamsappel.Als hij nu opgewonden was ging de tick naar boven en de adams appel naar beneden. Het is eigenlijk geen wonder dat de grote Adolf geen persoon met zoo'n appel tick in zijn elite troepen kon hebben.
Deze dag werd het wel bijzonder erg. De halfbakken S S’er was wel niet meer in de
S S maar hij was nog steeds dol op marcheren. Hij had zich vaak geërgerd dat die dumme Holander niet marcheren wilden maar deze dag ging alles op rolletjes.
De Hollanders gingen in een brokkelige rij lopen en begonnen te marcheren.
De S S man voorop en Hans liep achter de S S in een rij van vier personen en dat was mooi maar dat was noch het einde niet.Het werd nog beter.
Die stomme Hollanders begonnen te zingen dat het schalde over berg en dal.
" Wij zijn te lui om te werken.
Poepzak die voerd ons aan.
Wij lopen allemaal op klompen.
Poepzak op schoenen vooraan"
Dit was het strijdlied dat de socialen in Amsterdam wel eens zongen in een tijd voor de oorlog toen ze nog plezier in het leven hadden.
De S S’er wist natuurlijk niet wat wij zongen maar hij had waarschijnlijk in lange tijd niet zo genoten. Die dumme Holander waren aan't marcheren. Lang niet zo goed als de wehrmacht maar het begin was er en hij liep met zwaaiende handen voorop met zijn kromme beentjes.Hans achter hem met z'n x beentjes en de appeltick werkte over time. Wij hebben toen bijna genoten want wij hadden Hans die Holland vertegenwoordigde en de S S’r die Duitsland vertegenwoordigde zodoende hadden wij het beste van twee landen. ( Of niet soms?)
--Dit nu was het verhaal van de domme Holanders en hun aanvoerder van de S S.
De Oorlog begon de Duitser tegen te lopen.Hoofdzakelijk in Rusland maar ook in Afrika.
De Duitsers waren onherroepelijk vastgelopen voor de stad Stalingrad in Rusland en elke dwangarbeider moest een dag voor niks werken als een teken van sympathie voor de Duitse soldaat aan het Rusiese front en op zekere dag moesten wij allemaal aantreden in een groot gebouw.
De lucht om ons heen daverde van Duitse march muziek en een groot portret van Adolf keek met strenge ogen over de samengeperste gemeente voor hem ,Toen werden we weer vergast met een van die lang-draderige redevoeringen van een Duitse hoofd officier. Wij moesten ons aan sluiten bij de Duitse frontsoldaat die zo moedig aan het vechten was tegen de Communisten in Rusland. Het was de plicht van ieder rechtdenkend mens om de vloedgolf van het Communisme te stuiten voordat heel Europa zou onder gaan in de vloedgolf van het Communisme Enz.
In zekere zin was de hele omgeving geladen met spanning en vastberadenheid.
Het had een hypnotise invloed over iemand die niet te sterk in de schoenen stond.Dit is was de zelfde methode die ze zo succesvol hadden gebruikt om de jeugd en een groot gedeelte van het Duitse volk om de tuin te leiden maar bij ons werkte het niet.
Ook niet toen de druk nog een beetje werd opgevoerd en wij een voor een naar een kamer werden gebracht. Een kamer waar een aantal imponerende kapiteins en kolonels achter een grote tafel zaten.Ik moest daar ook in mijn eentje naar toe. Ze vroegen mij of ik dienst wilde nemen in het triomferende Duitse leger.Ik was zo'n flinke man en ik zou het zeker ver brengen als ik mee wilde helpen om tegen de Communisten te strijden.
Ik was wel een beetje geïmponeerd maar vertelde hen dat ik antie militaristisch was en dus geen dienst kon doen. Ze lieten mij toen ook al betrekkelijk gauw weer vertrekken en zo ging het met de meeste van de jongens.
Behalve een jonge vent die voor de oorlog in Duitsland had gewerkt.Hij had toen zijn contract verbroken. Een stapel papieren werd voor hem op tafel gegooid en ze vertelden hem dat hij nu maar had te kiezen.
Hij kon dienst nemen in het leger of hij werd naar het concentratie camp gestuurd. Die jongen was helemaal overdonderd en hij had voor het leger ingetekend voor dat hij wist wat er met hem gebeurde. Later kwam hij in de barak om zijn kleren op te halen want hij was toen bij de S S ingedeeld. Dit was nog op die zelvde dag.
Hij kreeg geen bedenktijd en deed ook noch net of hij er trots op was.-Hij liever dan ik- Het leek mij teveel op landverraad.
Het begon werkelijk ongezond te worden in en om de barakken waar wij waren.
Steeds meer bommenwerpers vlogen over het terrein bij nacht en de geallieerden hadden vlug schriften uitgegooid met de mededeling dat de dwangarbeiders moesten proberen weg te komen want de omgeving zou binnenkort zwaar gebombardeerd worden.Ik maakte me daar direct nog niet zo veel zorgen over want we waren een eind buiten Munster en zouden zo gauw geen last hebben.
Ik was in ieder geval niet bang voor de bommen maar er was wel iets wat ik helemaal niet kon waarderen en dat was het bevel dat we van nu af aan maar een keer in de twee maand voor een weekend naar huis mochten. Dat deed voor mij de deur dicht en ik begon plannen te maken om weg te komen.Ik had wel thuis kunnen blijven als ik weer voor verlof ging maar dan kregen mijn kameraden die achterbleven geen verlof weer. Zo werkten de Duitsers altijd en heel wat soldaten zijn gedwongen om bevelen op te volgen want anders werden hun nabestaanden opgepakt en in de gevangenis gestopt met al de gevolgen van dien.De stok was altijd achter de deur.
Verschillende jongens vroegen mij om brieven mee te nemen op de laatste keer dat ik naar huis ging en dat heb ik gedaan door ze tussen een paar sneden brood te schuiven en zo de grens over te krijgen maar ik kon er het nut niet van in zien want ze zouden zelf wel een keer weer met verlof gaan. Daar kwam bij dat dit levensgevaarlijk was want de Duitsers noemden dat spionage en je kon er voor in het concentratie kamp komen Mijn broer en z'n kameraden hebben ze er een keer half dood voor geslagen en ze konden zich zelf gelukkig noemen dat het niet erger was.
Alles bij elkaar genomen kwam ik weer terug van verlof en werd bijna direct doorgezonden naar Munster want dat was behoorlijk gebombardeerd.Wij waren met een man of acht en een bewaker met paard en wagen om de meubels uit het huis van de hoofdondernemer Nagel te halen
Het was natuurlijk een voornaam ding dat het meubilair van Nagel geborgen werd. Wat er met de gewone mensen gebeurde was van minder belang.
Zo kwamen wij in het center van het gebombardeerde gebied. De Hitler jeugd stond het verkeer te dirigeren en er was geen mens die het aandurfde om de bevelen van deze snotjongens te negeren.
Overal stonden plakborden met de mededeling dat een ieder die roofde zou worden doodgeschoten en dit was voorwaar geen ijdele dreiging.
Ik heb toen Womens Liberation in werking gezien. Rusiese vrouwen met heup hoge laarzen waren aan het puin ruimen. Er waren vrouwen bij die net zo oud als mijn moeder waren maar ze werden gedwongen om glas en puin te ruimen. Het was om te huilen. Wij gingen intussen verder om uit de stad te komen en kwamen door de zogenaamde Ridderstrasse.
-Dat is de straat waar de hoeren woonden- verschillende van deze vrouwen duwden karretjes met hun magere bezittingen om er mee in een schuilkelder te komen. Die konden de lol ook wel op.
Ik heb wel eens gehoord dat in die jaren veel vrouwen met hun kindertjes in de armen in het kanaal sprongen omdat ze in brand stonden van de fosfor bommen. Als ze boven water kwamen begonnen ze weer te branden.Dankom je toch op een punt dat je zegd “Dit is geen oorlog meer dat is moorden en de vrouwen en de kinderen werden er maar al te vaak de dupe van.”
Wij waren de stad nog niet uit of er was al weer lucht alarm De Duitsers vlogen de schuilkelders in maar wij bleven gemoedelijk op straat staan kijken want onze vrienden kwamen er aan en ze zouden ons geen kwaad doen. -Hoe stom kan een mens soms wezen !-
Wij waren net zo goed door de gehaktmolen gegaan als de eerste de beste Duitser maar wij hadden niet genoeg hersens om dat te begrijpen. Een Duitse politie agent heeft ons toen in een schuilkelder gestuurd maar wij konden het nut er niet van zien.
Al met al was het wel een belevenis waar je stil van word.De Duitser had de wind gezaaid maar ging een orkaan oogsten.Het is verwonderlijk wat wij als mensen met de schepping kunnen doen als de Scheper ons eventjes alleen laat!
De reis naar de barakken ging verder zonder meer oponthoud en we waren blij toen wij uit die heksenketel verlost waren. Munster is een half jaar later bijna plat gebombardeerd maar toen was ik al lang weer thuis. De meesten van mijn kameraden uit het camp hebben daar veel van meegemaakt.Een van die jongens heeft mij later verteld dat ze daar weggevlucht waren met alleen de kleren die ze aan hadden. De rest hebben ze achter moeten laten.Ik ben daar voor bewaard gebleven.
Het moet toen gebeurt zijn dat het luchtalarm te laat gegeven werd en een bioscoop met ongeveer duizend mensen is toen totaal verwoest terwijl de meeste mensem er noch in zaten.
Voor mij was wat anders weggelegd want een zeker persoon die veel invloed zou hebben op mijn directe toekomst stond op ons te wachten toen wij weer terug in het kamp kwamen na de tocht om de heer Nagels bezitingen te redden.
Deze persoon’s naam was Sam en hij had een gezicht dat zo onschuldig leek dat je hem een cent zou geven.
-Niet dat ik dat gedaan heb want ik kon de centen wel beter gebruiken.-
Deze Sam was in Coevorden opgepakt door de zwarthemden.-Dat was een soort Hollandse S S Landverraders die ijverig aan het werk waren om onschuldige Hollanders aan hun meesters de Duitsers over te geven.-
Sam was daar helemaal niet tevreden over en beweerde bij hoog en laag dat hij ging ontvluchten met de eerste gelegenheid.Hij maakte daar helemaal geen geheim van en het duurde ook niet lang of er was een groepje van ongeveer acht of negen jongens die mee wilden.
Geheime vergaderingen werden gehouden en er werden grootscheepse plannen opgezet om het Nazie paradijs te ontvluchten. Het eigen aardige was dat er bijna niemand meer naar de vergadering kwam toen wij een datum hadden gezet om uit te breken.Tenslotte bleven alleen Sam en ik alleen over.
Sam en ik maakten voorbereidingen onder diepe geheim houding. Wij wilden twee weken later proberen om weg te komen. Maar alles werd voorbereid zonder dat iemand enig idee had wat wij van plan waren.
Sam was zelfs zo geheim dat hij de volgende zondag verdwenen was zonder mij zelfs op de hoogte te brengen.
Hij had nog een soort kleine grenspas en daarop dacht hij over de grens te komen voordat hij vermist werd maar onze S S vriend was toch niet helemaal gek want hij telefoneerde naar de grenswacht en een ontvangst comité van Willie en vrienden stond broeder Sam op te wachten toen hij de grens over wilde.
Willie was een bruut van een kerel die al heel wat vluchtelingen half of helemaal dood had geslagen. Hij was ook de man die mijn broer en een paar van zijn vrienden had bewerkt met een gummi knuppel en dat was toen zo erg dat strepen van geblutst vlees zes tot zeven centimeters wijd over hun rug en schouders liepen.
Deze knaap stond Sam op te wachten maar hij moet in een goede bui geweest zijn want hij vertelde Sam dat hij onder begeleiding weer terug naar het kamp moest.
Ze beloofden dat ze Sam dood zouden slaan als hij het nog eens weer probeerde.
Dat is de manier waarop vriend Sam tot de moederschoot van de plaatselijke S S is weer gekeerd.
Een paar weken later kreeg Sam de boodschap dat hij bij de S S’er op kantoor moest komen.Er was een pakje van huis aangekomen en Sam moest dat persoonlijk ophalen. Dit zat niet zo bar goed met onze Sam want Hij was gewoonweg bang om er naar toe te gaan en hij vroeg mij toen om mee te gaan voor morele steun. Dit was iets waar ik totaal geen zin aan had want ik wilde zo weinig mogelijk gezien worden in de omgeving van dit waardige persoonage.Ik vertelde Sam dat ik geen roeping voelde om hem in deze zaak te ondersteunen maar het hielp allemaal niets.Ik zou en ik moest mee al was het maar alleen om mijn vriendschap te ondersteunen.
Met loden schreden zijn wij toen naar onze overste de S S er zijn kantoor vertrokken
Wij werden daar met vreugde ontvangen want de goede man was in een positie waar hij Sam met de neus op zijn mislukking kon drukken.
" Wel Sam" zei de goede man "Heb je van je uitstapje genoten. Jij moest beter weten dan om te proberen de lange arm van het Duitse leger te ontkomen daarvoor moet je toch een beetje vroeger op staan " Dat goede mens was de vriendelijkheid zelf en hij vervolgde " Wat zeg jij er van Op den Drieeees" Op den Dries geloofde het wel en ik heb Sam in het bijzijn van de S S’er een standje gegeven waar je u tegen kon zeggen.'”Dat is nu het stomste wat je kon doen.Proberen aan de Duitsers te ontvluchten.
Sam mijn jongen je hebt geluk gehad dat je zo'n goede kampcommandant gehad hebt anders was het veel erger afgelopen Je mag wel dankbaar wezen!"
De S S er zat met een stralend gezicht toe te luisteren. Dat is het soort taal dat hij horen wilde.Hij werd toen nog vriendelijker als dat mogelijk was en hij zei met een zuurzoet gezicht."Sammmmm als je dat nog eens doet slaan wij je dood wat zeg jij Op den Drieeeeees"?.
Ik kon niet anders dan hem gelijk geven maar dacht achter in mijn hoofd.
" Wacht maar knaap onze tijd komt ook noch wel!"
Sam en ik waren beide opgelucht toen we weer naar buiten in de frisse lucht konden ademhalen.
Het was niet tegengevallen maar dat de S s’er meende wat hij gezegd had daar was absoluut geen twijfel aan.
Niet dat dit zo veel verschil maakte want wij waren vast besloten om weer uit te breken en wij begonnen uit te zien naar een goede gelegenheid.
Dit kwam nog gauwer dan wij verwacht hadden.
Wij mochten maar een keer in de twee maand met verlof maar wel mochten wij om de veertien dagen een zondag uit het kamp zolang wij maar tegen de avond weer binnenwaren. Dit opende onverwachte mogelijkheden waar wij dan ook dankbaar gebruik van maakten.
Ik zorgde dat ik bij een van de hoofdbazen in de buurt was onder het werk.Toen zei ik tegen Sam." Morgen hebben wij een vrije dag. Ga je met mij mee naar Munster een paar vrienden op zoeken. We houden dan een feestje en we zullen proberen om er een paar meisjes bij te krijgen" De hoofd baas die in de buurt was grijnsde een beetje want voor zulke dingen hadden ze wel begrip en zelfs een beetje sympathie.
Toen wij de volgende dag vertrokken waren werd er dan ook niet direct alarm geblazen en wij hadden een dag speling om voorbij de grens te komen. De achterblijvers in kamp zullen waarschijnlijk ook niets gezegd hebben maar dat weet ik niet zeker.Ik heb er nooit over gehoord.
Die zelfde nacht zijn we tegen middernacht door het prikkeldraad gekropen en op stap gegaan richting Munster. --Er zat geen elektriciteit op het draad anders was dat natuurlijk niet zo vlot gegaan dat is wel te begrijpen.--
Daar liepen we dan -Sam en ik- in het holst van de nacht en plotseling greep de angst mij aan want als wij nu doorgingen was er geen weg terug en de kans was groot dat ze ons letterlijk dood zouden slaan als ze ons te pakken kregen.Ik heb toen op die weg naar Munster in die stille duistere nacht gebeden voor bewaring in gevaar en voor God's nabijheid als er iets mis ging. Toen zei ik tegen Sam " Ik ben bang" Hij keek mij eens aan en zei toen rondborstig " Ik ook"
'Ik heb gebeden zei ik toen en ik denk dat wij nu door moeten zetten "
" Ik heb ook gebeden" zei Sam "en nu gaan we door"
Na ons gebed viel de beslissing die ons aandreef om door te gaan.
Het was anders wel wonderlijk. Een Roomse en een Protestant samen op weg naar de vrijheid en beiden even bang en beiden ook even vastbesloten.
Zo kwamen we heel vroeg in de morgen op het station in Munster. Er was geen controle en we hadden het geluk dat we al gauw in de trein konden stappen om de reis te vervolgen naar een onzekere toekomst.
De reis van Munster naar Bentheim is niet zo bar ver en Sam en ik kwamen tamelijk vroeg in de morgen in Bentheim aan. Dat is waar wij van de trein moesten en ik schrok me bijna een ongeluk toen wij recht tegen een colonne soldaten in volle wapenrusting aanliepen.Deze soldaten stonden voor de coupe te wachten en ik wist niet beter of het was op ons gemunt maar Sam,die voor mij liep, schoof z'n hoed achter op het hoofd en ging rechtdoor voorbij de groep soldaten.Ik dacht bij mijzelf "als hij het kan moet ik het ook kunnen " en liep achter Sam aan zonder incident.
Ik had gedacht dat wij van daar wel over de zogenaamde groene grens zouden proberen te komen maar Sam ging recht voorbij het grote grenskantoor naar een klein stationetje,Daar gingen wij op een treintje dat langs de grens op Coevorden aan ging.
Willie en z'n vrienden de grenswachters waren op de uitkijk naar mensen die uit Duitsland weg wilden maar wij gingen weer naar binnen en bleven daardoor ongemoeid.
Het treintje waar wij inzaten was een echt boemeltreintje dat bij bijna elk huisje stopte maar wij hadden geluk en bleven betrekkelijk alleen in onze coupé en dat was maar goed ook want plotseling kwamen er vier ,nog al jonge kerels, allemaal met een hoed op naar Sam toe lopen en een van hen viel Sam bijna om de hals.
"Kerel" zei hij " Dat ik jouw hier moet ontmoeten. Is dat even geluk hebben.
Wij zijn uit Osnabruuk gevlucht en we wisten niet hoe we verder moesten komen."
Ze namen hun hoed af en alle vier mannen waren zo kaal als biljart ballen.
Ze waren pas uit een concentratie kamp ontslagen en probeerden nu uit Duitsland weg te komen.
Dit was natuurlijk allemaal goed en wel maar wij waren nu met z'n zessen en het begon bedenkelijk te lijken op een zondagsschool die op een picknick uit waren.Het ergst was dat een van die knapen behoorlijk zenuwachtig was en hij zat geregeld te zemelen over controle en over dat we gepakt zouden worden en dergelijke dingen meer.
Dit werd zo erg dat Sam en ik hem meegenomen hebben naar de afdeling tussen de wagons en daar hebben wij hem verteld dat we hem van de trein wilden gooien als hij z'n mond niet dicht hield.Eigenlijk was dat maar bluf want dit was een flinke grote knaap en wij zouden moeite gehad hebben om hem er uit te krijgen maar het was niet meer nodig want hij was toen nog banger voor ons als voor de Duitsers.
Voor de rest van de reis hadden wij geen kind aan hem.
Gelukkig kwamen er niet veel andere reizigers in onze coupe en konden wij ongestoord onze reis vervolgen.-Het eigenaardige was dat er zelfs nog geen conducteur kwam om kaartjes te knippen-
Zodoende kwamen we nog betrekkelijk gauw op de plaats van bestemming en dat was een klein dorpje tegenover Coevorden net aan de Duitse kant van de grens. Daar stapten wij uit op een perron waar haast niemand te zien was.
De bedoeling was dat wij een van Sams vrienden wilden op zoeken maar was vlugger gezegd dan gedaan want op dat moment was bijna het hele dorp in de kerk dus zat er niets anders op dan dat wij in een café wat bier gingen drinken en Sam ging naar de kerk om contact op te nemen met de mensen die hij kende.
Een kerk dienst duurt nooit zo erg lang en Sam kwam betrekkelijk gauw terug met een paar jongens van misschien achttien jaar of iets jonger. Die namen ons mee naar hun huis en daar werd ons een gezonde warme maaltijd voor gezet.Iets dat wij wel nodig hadden na al de spanningen die we doorstaan hadden maar wij waren noch lang niet thuis zo we moesten all gauw weer verder.
Het is bijna ongelooflijk dat dezelfde Duitsers die ons verdrukten ons nu voort gingen helpen om uit Duitsland te komen.-Een feit dat ik nooit vergeten ben-. Deze mensen waagden hun vrijheid en hun leven om ons te helpen.Dit was dan ook de eerste maar vast niet de laatste keer dat ik door Katholieke mensen ben voortgeholpen.
De bedoeling was dat de Duitse jongens eerst met de andere vier vluchtelingen de grens over zouden proberen te komen en Sam en ik moesten op een bepaalde plek dicht bij de grens wachten voor die zelfde jongens die ons dan later zouden ophalen.
Dit was geen makkelijke opgave want het regende af en toe dat het goot maar we hadden niet veel keus dus Sam en ik zochten een plaats in een betrekkelijk droge sloot en wachten voor de dingen die komen gingen.En we wachten en we wachten maar het leek uren te duren en noch was er niemand die ons kwam ophalen.
Ik werd zwaarder met het uur door al de regen dat opgezogen werd in mijn overjas want ik had extra kleren aangetrokken. Wij hadden onze koffers in het kamp ge laten om onze vrienden daar in de waan te brengen dat we wel gauw weer terug zouden komen -Ik had het gezicht van de S S er wel eens willen zien toen ze uitvonden dat wij gevlogen waren- Hoe dan ook- Het begon een zwaar klein Holandertje te worden daar in die droge sloot buiten dat kleine dorpje in Duitsland.Maar het werd tijd om een beslissing te nemen het kon zo niet blijven!
Sam zei op een bepaald moment " Ik wacht niet langer. Er moet iets gebeurt zijn.Wij gaan op ons eigen de weg vinden." Dit was niet iets dat ik erg waardereen kon want die Duitse jongens waagden hun leven ons en zouden niet weten waar ze ons moesten zoeken ,Het was me al eens eerder opgevallen dat Sam een beetje egoisties was.
Zo ook nu weer. Hij scheen te denken "Het hemd is nader dan de rok.Ik kijk achter mij zelf en de rest moet maar zien om klaar te komen"
Maar ja. Ik was afhankelijk van hem en moest dus wel volgen toen hij opstond om de weg af te lopen in de richting van de Hollandse grens. Wij liepen over een harde weg en hadden een poosje zo gelopen toen ik wat achter mij hoorde en ik keek dus achterom en hier kwam een Duitse grenswacht met een geweer over de schouder op de fiets ons achterop rijden.
Ik zei tegen Sam " Het is gebeurt er is een Duitser achter ons " Noch niet. Antwoordde Sam “Steek je hand in de zak als hij voor papieren vraagt en dan sla je hem onder de kin. Ik neem hem van achteren"
Dat was al de tijd dat we hadden toen de grenswacht naast ons kwam. Zijn geweer met de loop naar beneden voor de regen en hij zei in het Duits "Wat doen jullie hier zo dicht bij de grens”?
" Och; Wij zijn een beetje gaan wandelen "antwoordde Sam. De Duitser keek een beetje schuin naar ons en begon te lachen. " Daar heb je mooi weer voor uitgezocht" zei hij en ging verder zonder om te kijken. God had zijn engelen bewaarder weer eens op de juiste tijd gestuurd om ons te redden van een groot gevaar.
Wat we gedaan zouden hebben als het anders was geweest weet ik niet.Ik denk niet dat we veel kans hadden gehad tegen een gewapende Duitser maar we waren behoorlijk over de zenuwen dus weet ik echt niet wat er zou gebeurt zijn.
Hoe dan ook! Wij konden onze weg vervolgen maar het duurde niet zo bar lang of Sam was de weg kwijt. Wij waren toen dicht in de buurt van een oud boerderijtje en we besloten om het maar te wagen om daar de weg te vragen.
Ook hier was de wakende Hand van God werkzaam want we kwamen in de keuken bij een oude man die ook Katholiek was. Dat kon je zien aan een crucifix aan de muur.
Het eerste wat de oude baas zei " Willen jullie een bord soep?" dat konden wij natuurlijk niet afslaan.Dus we kregen een bord warme soep met vlees -zonder fiets en zonder verrekijker-!
Hij vertelde ons dat hij in de laatste oorlog zwaar gewond in Engeland was geweest en een menslievende Engelse dokter had hem met veel moeite in leven gehouden en nu wilde hij op zijn beurt wat goed doen.Vandaar de soep en de hartelijke ontvangst.
Toen wees hij ons de weg naar Holland. " Zie je daar die huisjes in de verte "? En hij wees naar een paar rode huisjes.
"Dat is Holland.Je loopt gewoon door de weide en als je een soldaat ziet. -Dat is een man met een geweer moet je weten.- Dan loop je naar de koeien en doet net of je koeien wilt kopen en dan kom je hier terug.Wij gaan het dan vanavond weer proberen"
Wij verzekerden hem dat wij wel wisten wat een soldaat was en namen afscheid van die oude heilige met zijn groezelige grijze baard.
Het eind was in zicht en wij kregen meer moed.
Verderop moesten wij over een hoge spoordijk om bij de huisjes te komen en wij rolden daar over de modder en het grint om aan de andere kant te komen.
Dit moesten we wel want anders zouden we te sterk afsteken tegen de avondlucht en er waren overal grenswachten want dat had de oude baas ons verteld.
Toen liepen wij over een smal paadje tot voorbij de rode huisjes op weg naar een boerderij iets verder op. Ik zag een grenswacht ongeveer vijf honderd meter aan de linker kant van het paadje. Wat moesten wij doen? Terug gaan kon niet en doorgaan zou ons dicht bij de grenswacht brengen maar hij veranderde niet van houding en bleef onbeweeglijk staan (misschien wilde hij niet met ons door de regen sjouwen) en dus gingen we door en kwamen bij de boerderij.
Wij waren in Holland maar de ontvangst was allesbehalve hartelijk. Deze boer was veels te bang om ons voort te helpen.Hij wilde dat wij zo spoedig mogelijk doorgingen We mochten noch niet eens onze kleren drogen. Ik mocht droge sokken aantrekken dat was alles.
En die boer maar kermen " Ze halen mij de boerderij af als ik jullie voorthelp je moet direct verder".Enz. Ik kon het niet helpen maar dacht bij me zelf. " Wat zou er met de Duitsers aan de andere kant gebeurt zijn als ze die gekregen hadden. Dat waren onze vijanden maar die durfden ons wel helpen. -Wat een lafaard!-
---Hebt goede moed wij zijn in Holland. Lang leve de Koningin!"—maar vraag niet om hulp dat was een beetje te veel gevraagd.
Wij sloften weer verder en kwamen over een klein brugje bij kennissen van Sam en daar konden we die nacht slapen maar die mensen waren ook niet blij om ons te zien.
Toen had je weer dat eigenaardige bij Sam. Hij vroeg mij om op de fiets naar Coevoren te rijden.Z'n Vader en Moeder hadden daar een klerenwinkel en daar moest ik naar toe.
Sam durfde zelf niet en van de boeren familie was er ook geen liefhebber dus moest ik er op af.Schijnbaar was het niet zo gevaarlijk voor mij als voor Sam en Ik vroeg me wel af waarom kan dit niet wachten tot morgen?Maar ik ging.
Wat kon ik anders doen? Ik was Sam dank verschuldigt voor de hulp die ik die dag van hem ontvangen had.
Alleen was ik niet zo ver gekomen ,maar hij zonder mij ook niet, want ik had meer inzicht wat het overzicht van het vlucht plan betreft. Ik had het geregeld dat wij een dag speling hadden zodat we niet direct de Duitsers in de nek hadden te blazen.
Al met al was het een zaak van samenwerken. Maar boven al de hulp van boven had ons hier gebracht.
Ik maakte de trip naar Coevorden in ongeveer twintig minuten en vond de klerenwinkel waar het mij verteld was. De ouders van mijn vriend waren hele aardige mensen en ik mocht me direct warmen en kreeg voor de zoveelste keer op die dag een bord soep. Het kon gewoon niet op!
Daarna gingen de oude mensen voor mij aan op de fiets en ze vertelden mij dat als er onraad was ze van de fiets afgingen als waarschuwing. Dat is evenwel goed gegaan en wij kwamen veilig over.Ik ben toen ook al gauw in een plekje in het hooi gekropen en heb geslapen als een marmot tot vijf uur in de morgen. Toen moest ik er al weer uit en Sam bracht mij naar een klein stationnetje net buiten Gramsbergen.
Daar hebben wij afscheid genomen en het was niettegenstaande alles toch noch hard om afscheid te nemen van deze mens die zo'n vreemde mengeling van goed en kwaad was.
Wij hadden uiteindelijk iets gepresteerd dat niet veel anderen gedaan hebben in het bittere oorlogs jaar van 1943.Wij hadden een lange weg samen afgelegd. Van Munster door een vijandig land helemaal naar hier en we waren behouden aangekomen.
Ik heb Sam nooit weergezien en dat spijt me want ik heb in later jaren lang naar hem gezocht.
Ik was nu in de zelfde trein dan degene die ons uit Duitsland had gebracht maar deze keer was ik op Hollands grondgebied en ging naar het westen.Richting Ommen.
Het was mijn bedoeling om in Ommen over te stappen en vandaar Zuid te gaan over Almelo maar God in zijn voorzienigheid had het anders beschikt en ik viel vast in slaap en dat is zeker eigenaardig omdat van daar naar Ommen maar een heel klein eindje is Ik werd pas wakker toen de trein met veel lawaai in Zwolle stopte en dat is helemaal niet wat ik bedoelt toen ik mijn reisplan maakte maar ik stapte uit en ging naar de controle. De man achter het raam wilde met alle geweld mij wat geld terug betalen omdat ik een andere weg gegaan was maar ik had daar helemaal geen belang bij.
Ik begon op te vallen en dat was het laatste wat ik wilde. Ik had een gevoel alsof overal Duitsers op mij stonden te wachten en Ik wilde uit die rij mensen weg en ergens in een verborgen plekje wachten tot de trein naar Nijverdal zou voorkomen.
Geld was niet belangrijk maar mijn veiligheid was wel belangrijk.
Een zeer eenzaam persoon was daar verborgen in dat hoekje in het Zwol's station maar alles kwam terecht en na niet te veel tijd kwam ik in mijn geboorteplaats om ongeveer zeven in de morgen. Bijna de eersten die ik tegen kwam waren Mijn broer --De aardappel gooier--en zijn vriend. --Die zouden net weer terug naar Duitsland.—
Het is goed te begrijpen dat die stomverwonderd waren. Ze wilden weten waar ik vandaan kwam en besloten onmiddellijk om ook thuis te blijven en niet weer naar Duitsland te gaan. Dat was geen goed idee volgens mij want ik verwachte dat de politie wel binnenkort bij ons voor de deur zou staan.
Ze gingen toen al grommend weer op de trein met het vaste voornemen om ook binnenkort thuis te blijven. Ze hebben dat ook niet zo veel later gedaan. Het was net een aanstekende ziekte.
Ze vroegen mij noch wel hoe het kwam dat ik van richting Zwolle kwam en vertelden mij toen dat er een grote razzia werd gehouden in Almelo.De plaats waar ik heen had gegaan als ik niet in slaap was gevallen. Ik was weer bewaard gebleven.
Tot mijn verbazing stond een kleinere broer een beetje verder op en die nam me mee op de fiets en toen was het noch bijna verkeerd afgelopen.
Een politieagent hield ons aan voordat we halfweg thuis waren.Op dat moment had ik wel in de grond willen kruipen van schrik --maar omdat ik geen pier was en ook geen vis kon dat niet--en omdat wij niet weg konden komen dacht ik dat ik na al de ellende toch noch opgepakt was. Dit viel gelukkig mee want de goede politie man had alleen maar erg veel zorgen dat wij met twee man op een fiets zaten en dat was een grote zonde volgens hem. Ik moest maar alleen verder fietsen dat was veel veiliger. Dat heb ik toen ook maar gedaan want ik mocht die man niet plagen.
Mijn Vader stond net klaar om naar de fabriek te gaan toen ik met hangende pootjes het huis binnenkwam.Ook was ik bang dat Vader kwaad zou wezen omdat ik de benen had genomen. Ze hadden al genoeg zorgen zonder dat ze de politie op dak zouden krijgen om het afgedwaalde schaap weer naar de moederlijke schoot van de S S in Munster te brengen. Tot mijn verbazing pakte dit heel anders uit.
Mijn Vader huilde bijna van blijdschap en mijn Moeder zei alleen.
" Ik wist dat er gisteren wat met jou aan de hand was.Ik heb gisteren de hele dag voor je gebeden" Begrijp dat nu maar eens ! Hoe heeft zij geweten dat ik die vorige dag in groot gevaar verkeerde? Mijn Moeder was bezig om te doen wat ze altijd deed.
Klaar maken voor een dag gevult met problemen die elke dag andere dingen van haar eisten en zo was het helemaal geen moeite voor haar om ook deze nieuwe moeilijkheid rustig aan de Heere over te geven want ze had een sterk geloof.
Haar gebed werd dan ook al verhoort voordat ze het gebeden had want de deur ging open en de Vader van mijn vriend Hans kwam binnen.Hij was bezorgd over Hans maar ik kon hem verzekeren dat alles goed met Hans was. Ik was gevlucht dat was alles.
Hij had mij zien binnenkomen en daarom kwam hij zien wat er aan de hand was.
Dit maakte het noch gevaarlijker want als hij dit gezien had moesten ook anderen mij gezien hebben en het verhaal zou door de buurtschap vliegen dat ik gevlucht was en dat was gevaarlijk want je kon in die dagen niemand vertrouwen.
Gelukkig kon deze man ons daarin helpen. Hij was een metselaar en kende een boer in een nabij gelegen gehucht. Hij ging dus direct vragen of ik daar onderduiken kon.
Dat was ook direct goed want die boer kon wel een goedkope werk kracht gebruiken en zodoende was ik rond twaalf uur op een onderduikadres. Ik kon daar gaan werken voor vijf en twintig gulden in de maand en de kost. --Henk was onder gedoken--
VERZET
Het was op deze manier dat ik van een wereld in een andere overgeplaatst werd in de korte tijd vanvier en twintig uur.
Van Munster naar dit klein gehucht in het achterland van Overijsel.
Een reis begonnen op een Zaterdag nacht in de omgeving van Munster en geëindigd op Maandag middag bij deze boerderij.
Een onnoemelijk lange afstand in een korte tijd. De wonderen waren de Wereld noch niet uit.
Daar lag ik dan in het gras op dit vreemde boerenerf. Iedereen sliep nog want dat was de gewoonte bij die boeren --Hard werkend en uitbundig in ontspanning ook wat de ontspanning van slapen betreft. --
Het was een prachtig mooie zomerdag. Er werd geen geluid gehoord behalve misschien een hond die in de verte de Wereld aan blafte. De vogeltjes in de bomen zongen een lied van vrede en tevredenheid en een mager klein vogeltje probeerde een worm uit de grond te trekken. Iets wat de worm helemaal niet aan stond.Ze wilde de warme omgeving van moeder aarde liever nog een poosje genieten -- Het is moeilijk om te zeggen of de worm een hij of een zij is --maar dat maakte ook niet veel uit want het resultaat was het zelfde. De vogel won en de worm vond een onzalig eind ergens in een boom of in een vogelnest
Zo is het leven vaak. De sterken leven ten koste van de zwakkeren.
In de verte kraaide een haan want ze probeerde de omgeving tot waakzaamheid te manen.
Dat is ook zowat alles waar een haan goed voor is. Hij kon kraaien zo hard als hij wilde maar de hen moest nog steeds het ei leggen. Zo is het altijd geweest en het zal ook altijd wel zo blijven.
In de bomen achter de boerderij koerden een paar duiven terwijl ze driftig over de gebladerde takken een plaats zochten voor dingen die alleen een duif interesseren.
Een grote eiken boom stond met ritselende bladeren niet ver van waar ik in het gras lag en een grootte stilte doortrok mijn innigste wezen toen ik dat alles in mij opnam.
Alles was vrede hier en ik was ver verwijderd van de belevenissen van een paar dagen geleden.
“Ik ga me hier dodelijk vervelen“ dacht ik terwijl ik de stilte als het ware opzoog maar ik had niet verder mis kunnen wezen want het gezegde " Stille waters hebben diepe gronden " was maar al te goed in toepassing in het leven van deze boeren die zo dicht bij de natuur leefden.De uitingen van het menselijk gevoelsleven , zoals liefde en haat, jaloersheid en gierigheid word over het algemeen veel sterker aangevoeld in het beschermde boerenleven dan in een stad waar je vaak je buren zelfs niet kend.
Ik zou dan ook erg opwindende dagen beleven in de paar maanden dat ik daar geweest ben.
Je zou dit nooit verwacht hebben als je naar de stille boerderij keek met het hoge rieten dak dat overhing over de lage muurtjes zodat het wel op een moeder hen leek die waakte over het leven onder haar beschermend en met een rustgevende zekerheid.
Een warme lucht met weinig wolken koepelde over dit geheel en, alles scheen verder een mooie dag te beloven. Behalve dat er een donkere wolken bank op kwam zetten met de dreiging of een enigszins ruwere natuur uitbarsting die niet ver af kon wezen.
Het panorama over het boerenbedrijf hing te zinderen in de zwoele warme lucht en zelfs de altijd ijverige kippen hadden hun altijd duren gescharrel gestaakt. Zelfs deze diertjes hadden toegegeven aan de alles omvangende warmte syndroom van deze mooie Zomerdag.
Het wachten was bijna over en ik zou spoedig worden opgenomen in de alledaagse sleur van het boerenleven. De boer en zijn vrouw kwamen met slaperige ogen uit bed na hun middagdutje.
De oude baas leek wel een geschikte man maar hij leek wel een beetje ruw op het eerste gezicht. Het vrouwtje had een paar felle oogjes die niet veel van wat er omging schenen te missen.Alhoewel ze steeds in de schaduw van de oude baas bleef.
Even later kwamen de twee dochters naar buiten met slaperige ogen maar die oogjes gingen wel een beetje verder open toen ze mij zagen.Een zekere vorm van waardering kon ik waarnemen in de ogen van deze dochters van het platte land.
Ik kon op mijn beurt ook weer met meer optimisme naar de toekomst uitzien. Vooral de jongste die Miesje heette was wel goed in elkaar gezet.
Alles zat op de goede plek voor een meisje van haar leeftijd en dat was natuurlijk balsem voor mijn gewonde ziel.
Ik werd een poosje opgenomen als een nieuwe aanwinst die getaxeerd moest worden en toen werden wij ook al gauw aan het werk gezet.Dat was in dit geval aardappel steken.
De jongste dochter wist het altijd wel zo te draaien dat ze bij mij in de buurt aan het werk kwam.Zij zou dan ook later de reden van mijn ondergang worden gelijk een moderne Deliela.
Ik was evenwel zeker dat een beetje exploratie in mogelijkheden van de toekomst niet zouden worden afgewezen. Dit was een verheugend iets voor mij. Het zou in ieder geval de verveling breken. Ik had als onervaren persoon in liefdes zaken toen nog het kleinste idee dat ik later als was zou worden in de knedende handjes van deze vertegenwoordigers van het vrouwelijk element. ( Phew : Dat was een hele mond vol maar heb ik dat niet goed gezegd?)
Mijn eigenlijke werk begon de volgende dag toen wij met de melkwagens de boeren langs gingen om de melkbussen van ongeveer veertig lieter op te halen en naar de melkfabriek te brengen.Ik kreeg een melkwagen met een Palemino. Een klein soort zigeuner paardje. Klein maar met een groot hart. Dit paardje was een beetje kreupel geworden toen het een veulen kreeg in vroeger blijdere dagen. Als dit paardje in het zweet kwam was er van de kreupelheid niets meer over. Het liep dan als een jong paardje blijmoedig door het land van knollen en koolrapen.
Ik heb het nooit meegemaakt dat dit kittige ding weigerde om haar werk te verrichten dat haar opgedragen werd. Het was altijd goedgemutst maar toch heeft het mij een keer een op lazerus verkocht toen ik het in een speelse bui in de liezen greep. Dat was blijkbaar een gevoelige plek en ik kreeg dan ook een klap dat het me duizelde maar ik had het verdient en heb dus ook niet terug geslagen.
Ik ben wel degelijk van dit paartje gaan houden.
Niemand kan het gevoel beschrijven dat over je komt als je op zo'n wagen zit en je word door de wereld getrokken door scheinbaar onzichtbare krachten. Het is machtig gevoel als je naar het achtereind van dat paard kijkt en je gaat vooruit zonder dat je iets te doen hebt.
Het paard vind de weg van zelf en het is bijna menselijk in de vertolking van haar gevoelens. Je gaat dan samen voort met geen ander geluid dan de klip kop van de paarden hoeven in het rulle zand.
De hele nederzetting wist dat de oude Jan een onderduiker had tot aan de Katholieke priester toe.Iedereen had er over gehoord als dit nieuws mondeling de ronde deed en ik stond nu zelfs onder de bescherming van de plaatselijke kerk. De boer had mij verteld dat ik van de wagen kon springen als er onraad was. De eerste de beste boer die paard en wagen zag zonder voerman zorgde dat de wagen verder werd gebracht naar haar bestemming.
In die buurt was bijna iedereen Katholiek en ze leefden samen als een grote familie met innerlijke twisten maar solidair naar alles wat van buiten kwam.
Er was maar een Protestante boer in de hele omgeving en hij werd behandelt met goedmoedig respect om dat het een goede boer was en daar had men respect voor.
Ik werd opgenomen in deze intieme omgeving en was er misschien blijven hangen als er geen verraad tussen was gekomen.Maar daarover later!
Ik moest melk ophalen aan de zandweg rond de buurtschap en mijn partner haalde dan melk bij de boerderijen aan de harde weg. Wij kwamen dan bij elkaar op de hoofdweg en stalden dan een paart bij een boerderij dichtbij en gingen samen verder naar de fabriek met de vracht van twee wagens overgeladen op eene wagen.
Het gebeurde nog wel eens dat wij met een stuk vier, vijf melkrijders bij elkaar naar het fabriek reden.Wij gingen dan op de achterste wagen zitten bakken ( Grapjes) te vertellen. Meestal waren deze bakken wel van een goed gehalte maar niet altijd.
Het voorste paard kende de weg en de hele rij wagens ging als vanzelf op weg naar de fabriek.
Het was altijd gezellig als we zo bij elkaar zaten want de een wist dit en een ander wist weer wat anders. Ook hadden wij er een jonge vent bij die niet al te snugger was.
Hij zat vaak met open mond te luisteren naar al de onzin die daar uitgekraamd werd. Soms was het zo lollig dat wij allemaal zaten te schateren van het lachen. Behalve deze jonge vent. Hij zat er met een onnozel gezicht bij. Dan gebeurde het vaak dat hij een half uur later in lachen uitbarstte want dan had hij de bak ook door.
Wij hadden het hele verhaal dan al bijna weer vergeten maar moesten van de weeromstuit meelachen. Zo hadden wij vaak twee keer plezier van de zelfde bak Het is vaak zo dat de eenvoudigen meer plezier in het leven hebben dan wij ,die vaak denken dat we beter zijn.Daar zal ook wel een bedoeling voor zijn en misschien zullen wij het begrijpen als wij eenvoudig leren denken zo als zij.
Dat eenvoudig denken heeft mij altijd parten gespeeld en het gebeurde een keer dat het allemaal te eenvoudig werd en de hele boel in elkaar rolde.
Wij moesten toen koren schelven halen.Miesje en ik.
Wij zijn daar heel opgewekt naar toe gegaan en het werd noch veel beter toen ik eerst een poosje met Miesje neus aan neus had gestaan achter de koren schoven.
Wij hebben toen ernstig overleg pllegen hoe wij de zaak het beste konden aan pakken. Miesje moest laden want zij was geroutineerd in schoven laden omdat ze les had gehad van haar grootmoeder. Ik moest opsteken want ik had nergens les in gehad en was dus een eenvoudige denker. Het ging allemaal geweldig. Telkens vroeg Miesje aan mij " Hoe gaat het moet ik verder naar buiten aan deze kant?" Gewoonlijk antwoordde ik dan met grootte gebaren "Trek een beetje naar binnen want je bent te veel naar buiten "
Op die manier heb ik Miesje naar binnen laten trekken aan alle kanten. Het gevolg was dat wij eindelijk met een heel magere lading met graan naar huis gingen. Het was mager maar wel hoog want wij wilden eens laten zien wat wij konden. Miesje zat op deze hoge magere vracht koren schoven gelijk Cleopatra in een praalwagen. Wij waren dan ook geweldig trots toen we met dat hoge geval naar huis reden.
De lading slingerde heen en weer als een dronken matroos. En Miesje zat er heel verguld boven op te slingeren.Cleopatra was in de glorie en niet zuinig ook,maar, het werd nog beter!
De hele boeren familie stond buiten te kijken en wij dachten dat ze sprakeloos waren van bewondering. Ik draaide de wagen met een fiere draai van de weg af en het erf op. Toen viel de hele vracht koren met een sinister geluid van de wagen en mijn blonde Cleopatra lag tussen de blonde koren schoven te huilen naast de praalwagen.
Ik heb zelden zulk vloeken gehoord als op dat moment. De boer en zijn twee zoons hadden het aan zien komen en de andere zuster was ook met haar moeder naar buiten gekomen dus hadden wij een heel publiek bij elkaar.
Cleopatra werd huilende uit de schoven getrokken onder geraas van de boer en zijn zoons.
" Dat Henk zo iets kan doen kan ik begrijpen" zei de boer "Hij weet niet beter maar dat jij daar aan meegewerkt hebt zal ik je niet gauw vergeven"
Met deze woorden werd Cleopatra in huis gestuurd en ik werd ergens anders aan het werk gezet op een plaats waar ik minder schade aan kon richten.
Dat ze zo kwaad waren was heus wel een beetje te begrijpen want de schoven waren kurkdroog en er was heel wat zaad verloren gegaan. Dit zaad had een goede prijs op kunnen brengen op de zwarte markt want het graan was toen peperduur.
Het rogge zaad moest er toch komen en de boer had noch andere middelen om mij voor het paard van zijn begerigheid te spannen. S'Morgens voordat wij met de melkwagen vertrokken moest er voor die tijd altijd een leggetje gedorst worden.
Dit moest in alle geheim gebeuren want alle graan moest ingeleverd worden aan de Duitse autoriteiten. Boer Jan had daar helemaal geen behoefte aan en hij begon toen zijn eigen graan te stelen.
Dit moest natuurlijk in het geheim gebeuren en voor dag en douw moest er een leggetje gedorst worden. Ouwe Jan vloog dan recht uit bed naar de dorsvloer en begon in zijn onderbroek graan te dorsen als een razende. Ik bedoel hij begon graan te dorsen in zijn onder broek.
Nee : Ik bedoel hij ging slechts gekleed in zijn onderbroek graan dorsen op de dorsvloer.
( hij zou nooit veel graan kunnen dorsen in zijn onderbroek want daar zat hij gewoonlijk zelf in dus was er niet veel plaats voor graan.)
Afijn : Je weet wel wat ik bedoel.Ik werd gedwongen om medeplichtige te worden in de ouwe man zijn zondige gebruiken en dat was vast geen kinderspel want we kregen elk een dorsvlegel en dan begon het feest. De schoven waren met de koppen naar elkaar op de dorsvloer gelegd en toen begonnen wij om beurt met de vlegel op die koppen te slaan om er zo veel mogelijk graan uit te krijgen.De moeilijkheid was om op tijd te slaan want wij moesten allemaal op de zelfde plek slaan en dat ging dan heel ritmisch.Beurt om beurt, soms met drie van die vlegels op het zelfde plekje en als je uit de slag kwam dan kreeg je een optater op jouw vlegel dat je ellebogen pijn deden en vandaar ging het naar je hoofd zodat alles in je hoofd begon te schudden en te kraken.
Nu is het zo dat mijn hoofd altijd mijn zwakste plek is geweest en daarom heb ik geleerd om goed op tijd te zijn --Met mijn vlegel dan altijd__ ik werd na die tijd een grote vlegel en dat kwam heel sterk naar voren toen mijn vriend Dirk en zijn meisje mij op kwamen zoeken in mijn eenzaamheid. Ze waren bang dat ik helemaal ging verwilderen.
Daarom wilden ze mij een beetje beschaving brengen en ik moet toegeven dat dit goed gelukt is.
De boeren familie zat in de zomer altijd te eten voor in de varkenschuur en aangezien varkens zorgzame beesten zijn hebben die varkens miljoenen vliegen in het leven gehouden.
Die zelfde vliegen kwamen ons helpen om de boel op te eten en ze vonden dat zo gezellig dat ze bij miljarden op de wit gekalkte muur zaten. Het was zelfs zo erg dat de muren meer zwart dan wit waren en mijn vriend Dik en zijn meisje kwamen dat heel gezellig met ons delen.
De boer vroeg heel hartelijk. " Wil je een kopje koffie met ons drinken? "
Dirk begon te draaien en te friemelen want hij wilde daar onderweg. Maar och heden.
De arme jongen had geen schijn van kans. Hij moest koffe drinken en er was geen ontkomen aan. En daar zat dat pressiese kereltje met een lang gezicht naar die koffie te kijken. Dit was natuurlijk het domste wat hij doen kon want het was maar even of hij had een vlieg in de koffie.
Hij zat daar met een vies gezicht naar te kijken en kon zich zelf niet dwingen om die koffie op te drinken. Het was dan ook maar eventjes of er kwam een tweede vlieg in de kop waar de eerst zat rond te roeien en Dik maar kijken.
De boer had daar niets van in de gaten en zei toen heel hartelijk "Je moet de koffie op drinken want het word koud " Dirk wees toen met een vies gezicht naar de twee vliegen en zei " Er zijn vliegen in mijn koffie"!
" Dat zie ik" zei de boer en schraapte met zijn vinger door de koffie en haalde de vliegen op het droge. Mijn vriend moest de koffie drinken op hij wilde of niet.
Daarna is hij naar buiten gevlucht en stond achter de hooiberg alles wat hij in z'n lijf had over te geven, en dat was heel wat, want hij kon goed eten.
Ik heb die dag zo erbarmelijk gelachen dat ik dacht te bezwijmen. Dat voelde noch eens goed Hij had mij zo vaak te grazen genomen dat ik geen medelijden met hem kon krijgen al wilde ik noch zo graag en ik wilde ook niet graag!
Het gevolg was dat Dirk weg ging om nooit weer op die boerderij terug te komen.
Hij had al zijn interesse voor mijn welzijn verloren en hij heeft de beschaving ook weer meegenomen en dat was jammer want hij had ons noch zo veel kunnen leren.
Dirk en zijn meisje gingen, maar de vliegen bleven en het werd tijd dat daar aan gewerkt moest worden ,dat was in ieder geval hoe Miesje alias Cleopatra daar over dacht. Ik wist niet hoe die strijd zou gestreden worden maar heb mij vol vertrouwen in de poezelhandjes van Miesje overgegeven. Ik had wel even een beetje gevoelens van twijfel want Miesje deed heel erg geheimzinnig.
Haar vader had ook niet veel zin om deze vliegen oorlog te beginnen maar Miesje zeurde net zo lang tot haar vader toe gaf.
Ik moet voor het begrip van de zaak even toelichten hoe dit kookhuis was ingedeeld.
Achterin was de varkenschuur en dan had je een deur die scheiding maakte tussen de varkens en ons want wij moesten noch altijd onze stand op houden ,
Deze deur zat bijna altijd dicht en dan had je het kookhuis. Daarin stond een zogenaamde kookpot, Dit was een grote gietijzeren pot die bijna altijd brande.Daarin werden aardappelen of knolrapen of knollen gekookt voor de varkens.
Het huis op zichzelf had wel een mooie kamer maar dat was net het heilige der heiligen. Deze kamer werd alleen gebruikt als er hoge visite kwam en daar hoorde ik niet bij zo ik ben daar nooit geweest. Voor de mooie kamer had je de keuken waar wij in de winter zaten te eten en in de zomer waren wij in dit kookhuis waar dus nu de vliegen oorlog ging beginnen.
Miesje had allemaal mooie kleine bosjes droog stro gemaakt en die werden zorgvuldig in het kookhuis tegen de muur gezet en toen vertelde oude Jan met machtige stem dat de oorlog ging beginnen. Allen die mee wilden doen moesten aantreden in het kook huis want de deur werd gesloten als Noachs ark en niemand kon er in of er uit.
Miesje ging er in en ik werd ook door haar meegesleept maar voor de rest waren er geen liefhebbers.
De deur ging dicht en de boer stak een bosje stro in het vuur en vloog als een razende met deze vuurbrand langs de muren. Een nieuw bosje werd aangestoken en de reis langs de muren begon van nieuws en dat ging zo door tot alle bosjes verbrand waren
Wij stikten bijna van het vuur en de rook en renden als dwazen voor de boer aan.
Ik voorop want ik ben altijd een lafaard geweest dan volgde Miesje en dan de grote herdershond van de boer en dat was een kwaaie.--Die was ongemerkt ook in het kookhuis gekomen. --Die beet mij van louter vreugd in mijn achterwerk net alsof ik de schuld van alles was.
De oorlog op zich zelf ging niet naar wens.Wij stikten allemaal van benauwdheid alleen de vliegen niet. De vloer lag wel bezaait met vliegen toen de strijd was afgelopen maar het heeft weinig geholpen want meer vliegen kwamen terug om de gevallen kameraden te begraven. Het was een ijdelheid der ijdelheden.
Veel werk met rook en vuur maar weinig resultaten.
Ik was diep gekrenkt door het verraad van Miesje en ben die avond niet met Miesje achter de hooiberg geweest om het verloop van de oorlog te bespreken. Mijn mannelijk gevoel was te erg gekneusd.Dat kun je zeker wel begrijpen.
De boer was een vreemd individu zoals je wel begrepen zult hebben uit het voor gaande verhaal maar hij was toch de ergste niet in die buurtschap.
Er waren er die nog vreemder waren.
Zoals een van de buurlui die een eind verder op woonde. Deze man had tien kinderen en zijn vrouw was daar de dupe van geworden want hij was zo gierig dat je bij hem op het hoofd een bonenstaak mocht scherp slaan met een scherpe bijl voor de prijs van een kwartje en dan mocht je ook noch een paar keer misslaan (Dat is wat de jongens over hem zeiden)
(Dat is natuurlijk een overdrijving maar dat hij gierig was werd door de hele buurt verteld.)
In de zwarte handel werd rond die tijd goed geld verdient en op zekere dag kon hij de lepels en borden voor een goede prijs verkopen en dat ge beurde dan ook.
Alles ging de deur uit terwijl zijn vrouw er bij stond te huilen want ze wist niet waaruit ze de kinderen moest laten eten. Voor de boer was dit helemaal geen probleem.
" Je maakt elke dag maar stamp pot " sprak hij."Je maakt een mooie hoop midden op tafel, maakt er dan een kuiltje in het midden waarin je wat jus kunt doen en dan kunnen de kinderen naar hartelust eten. Ze hebben daarvoor geen borden nodig.
Dit was ongeveer het verhaal dat er rond werd verteld in die dagen. Of het waar is weet ik niet. Wel dat hij bar gierig was want dat had ik wel eens gemerkt. Zijn vrouw huilde wel veel dat is ook waar. Je zou zeggen waarom ze dat deed als je zulk een vindingrijke man hebt.
Wij hadden al met al een interessant leven dat is niet te ontkennen maar wij leefden toch noch steeds in een land dat uit elkaar gescheurd werd door de steeds aanhoudende oorlog. Het werd gevaarlijker bij de dag en er kwam een tekort aan alle noodzakelijke dingen. Dit werd met de dag erger en op zekere dag zouden wij nog meer in de oorlog betrokken worden zonder dit bewust te willen. De datum was 18 Sept 1943 en ik was op weg naar de melkfabriek met een lading melk. Mijn kleine paartje moest hard werken om tegen een heuvel bij een spoorweg overgang op te komen. Ik was ongeveer half weg toen ik het geluid van zware motoren hoorde aan de andere kant van de dijk. Ik kon niets zien maar wist bijna zeker dat het Duitsers moesten wezen.
--Het waren alleen de Duitsers die in die dagen nog benzine hadden --en ik wachtte dan ook niet lang maar schoof achter van de wagen in liet mij zelf in een droge sloot glijden. Het was net of dit zo voorbestemd was. Ik kwam tussen de wilgen voor een duiker terecht. Daar ben ik voorzichtig in geschoven. Onder het lange gras door
en ik was noch maar net op tijd want Ik had niet veel langer moeten wachten.
Bijna op de zelfde tijd stopte een overval wagen en werd de omgeving afgezocht door Duitse soldaten.Gelukkig vonden ze mij niet en ze gingen even later weer verder terwijl ik heel voorzichtig weer door de wilgen over het weg dek gluurde.
Er was niets te zien behalve een andere melkwagen en ik wist wel zeker dat die mijn wagen mee zou nemen als het onbeheerd aan de weg stond dus nam ik de benen en ging binnen door naar de boerderij.
Enkele boeren vertelden mij dat er een vliegmachine was neergeschoten bij den Ham en er waren overal Duitsers aan het zoeken voor ontsnapte vliegers.
Een ander vertelde mij dat Haarle ook afgezet was en dat maakte het niet veel beter want onze boerderij lag nog geen kilometer van dat dorp.
De boer kwam mij al tegen toen ik een paar uur later bij de boerderij aankwam.De oude baas was behoorlijk over stuur en begon zenuwachtig te praten tegen mij.
" Henk ! We hebben nu wat beleeft dat ik jouw niet durf te vertellen " Hij keek heel bezorgd om zich heen en vervolgde toen. "Och! Ik moet het je toch maar vertellen. Er is hier een vreemde man aan komen lopen en wij kunnen hem niet verstaan.
Hij had een klein rubber zakje in z'n hand en wij kunnen geen woord verstaan van wat hij zegt. Ik denk dat het een vliegenier is Kun jij Engels Spreken? Ga jij eens met hem praten."
En inderdaad kon ik een paar woorden gebroken Engels spreken dus ging ik naar de man toe en begon zo goed en zo kwaad als het ging met hem praten en dat ging noch beter dan ik verwacht had.Het was een middelmatig lange vent van ongeveer twintig jaar in een grijs blauwe uniform met een flinke neus in een anders regelmatig voorkomen.
Alle kentekens waren van zijn uniform verwijderd zodat ik niet kon uitmaken wat voor soort kerel het was. Het was dus wel zaak om voorzichtig te wezen.- Het kon ook een verkapte Duitser wezen.-Het zou niet de eerste keer zijn dat de Duitsers de ondergrond op die manier probeerden te infiltreren. Verraad was overal.
Wij waren noch met hem aan de praat toen de buurman er bij kwam staan en die man huilde bijna van angst "Je moet die man aangeven bij de Duitsers.Onze boerderijen worden verbrand als ze hem hier vinden. Onze vrouwen en kinderen gaan naar het concentratie kamp en wij worden doodgeschoten "enz. De man was zo bleek als een doek en stond te trillen op de benen.
De oude boer had daar toch geen oren naar. Hij was bijna even bang als de buurman maar om deze vlieger aan te brengen druiste tegen zijn geweten in en zodoende werd de man in huis genodigd en kreeg hij een goede maaltijd voorgezet.
Ik zelf was te dom en te jong en onervaren om erg bang te wezen en vond het een interessant avontuur ,maar ja.Ik had ook geen vrouw en kinderen achter mij staan dus was het voor mij niet zo moeilijk behalve dat ze mij ook doodgeschoten hadden als ze mij met die man gevonden hadden maar daar dacht ik niet aan. Wij moesten helpen dat is alles waar ik aandacht.
Na het eten hielden wij een soort krijgsvergadering. De man die Bob heette was erg geheimzinnig en vertrouwde bijna niemand. Ook mij niet, maar hij liet wel zo veel los dat hij naar België probeerde te komen. Hij had blaren aan de voeten zo groot als een gulden want hij was toen al bijna drie dagen onderweg geweest. De vrouwen hebben die zorgzaam verbonden maar om dat eind naar Belgie te lopen leek mij bijna onmogelijk.
Wij hadden hem al burgerkleding proberen te geven maar dat wilde hij ook niet want hij beweerde dat ze hem dan dood zouden schieten als spion in geval de Duitsers hem te pakken kregen.Op dat gebied was die knaap ook niet erg behulpzaam.Daar kwam bij dat de boer hem niet veel langer durfde houden en de vrouw van de boer stelde voor dat wij hem de volgende dag naar het Overijselse kanaal zouden brengen.
Hij kon van daar het kanaal volgen naar het zuiden en langs die weg in België proberen te komen.
Dit leek mij niet erg goed toe maar ik zei niet te veel en wachtte op een goede gelegenheid om met wat beters op te komen. Later ben ik naar de boer gegaan en heb permissie gevraagd om naar huis te gaan om afscheid te nemen van mijn ouders want ik wilde met Bob mee naar Engeland.
Dat wilde de boer helemaal niet. "Als ze je krijgen slaan ze je dood en als je gaat praten komen de Duitsers hier en verbranden de boerderij en nemen ons gevangen of noch erger, Ze schieten ons ook dood. Geen sprake van ! Je blijft hier"
Dat was dat ! -In dat opzicht was de boer vast besloten.-
Bob mocht die nacht achter in het land in een kippenhok slapen en dan zouden ze de volgende dag __een Zondag--weer zien. S'morgens was Bob er noch.
Ik had eigenlijk gedacht dat hij er wel vandoor zou gaan maar hij was er noch maar klaagde dat ze hem pik pik gedaan hadden.
Hij had allemaal kleine puistjes op zijn huid van de kippenluizen die daar in overvloed zaten
Op zich zelf was dit niet zo'n groot probleem want kippenluizen blijven nooit lang bij de mensen dus Bob moest zich maar leren aanpassen aan ons en aan de luizen.
Die zelfde morgen heb ik de boer weer gevraagd of ik naar huis mocht om afscheid te nemen. Hij werd toen zo kwaad dat ik hem op mijn eere woord moest beloven om niet naar huis te gaan anders ging hij de piloot en mij opsluiten in het kookhuis met de hond voor de deur. Die zou wel zorgen dat wij binnen bleven.
Hij ging naar de kerk en wilde proberen contact op te nemen met de ondergrondse beweging dus ik moest thuis blijven gebonden door mijn erewoord en een lelijke herdershond.
Die morgen hebben Bob en ik samen plannen gemaakt om zijn vlucht voort te zetten. Bob heeft mij toen veel verteld en ook laten zien. Hij had eeen hoop geld bij zich in Duitse marken Hollandse guldens en Belgische en Frans geld.Ook had hij een soort kaart van Nederland en Duitsland op een soort zijde.
Die kaart hebben wij gebruikt om de vlucht weg uit te tekenen.
Het was duidelijk dat hij zover nooit kon lopen en ik heb hem toen gewezen hoe hij voorbij Deventer moest zien te komen -Daar lagen veel Duitse troepen.-- Hij moest naar Zutfen lopen en naar het station gaan. Daar tien gulden aan het loket afgeven en zeggen.
" Enkele reis Tilburg": Dan moest hij twee keer overstappen. Een keer in s'Hertogenbos en een keer in Nijmegen.Dit was het beste wat wij voor hem doen konden want Hij was noch steeds niet te bewegen om burgerkleding aan te trekken dus dacht ik dat zijn beste kans zou wezen om zo brutaal als de beul midden in Zutfen op de trein te stappen en er op vertrouwen dat de Duitser nooit een Engelse vliegenier in vol uniform op een publieke trein zouden verwachten. Hij heeft dat juist zo gedaan en was naar veel wederwaardigheden met de kerstdagen weer in Engeland.
De boer was intussen thuis gekomen maar geen van allen hadden contact kunnen maken met de ondergrondse dus zat er niet anders op als dat Bob de rest van de dag bij ons doorbracht en wij hebben hem toen samen s'avonds in het donker naar het Overijselse kanaal gebracht.
Jan van de boer een andere jonge vent en ik.Ik dacht toen dat ik hem nooit weer zou zien maar dat is anders gelopen.
Ik wil even op de tijd vooruit lopen naar het jaar 1987.
Ik was toen een schoorsteen aan het bouwen voor een vriend van mij toen de bovenmeester van de hogeschool bij mij kwam. Hij vroeg mij of ik in de ondergrondse was geweest en ik kon naar waarheid zeggen dat dit niet zo was. Toen vroeg hij mij of ik op een melkwagen had gevaren in 1943 en dat ik toen een vliegenier had voort geholpen. -Dit was inderdaad zo.-
Hij vertelde me toen dat deze Bob die een Australische vliegenier was geweest drie keer in Holland was geweest om de oude vlucht weg weer op te zoeken.
Hij had de meeste mensen die hem geholpen hadden weer gevonden maar de boerderij waar hij zijn eerste contact had gemaakt niet.
Dat kon uit komen want die boerderij was inmiddels afgebrand.
Als ik meer wilde weten dan moest ik contact op nemen met de hoofdmeester z'n buurman. Die had ook in die vliegmachine gezeten die neergestort was in den Ham in 16 Sept 1943,
Bijde mannen hadden in het voorjaar deelgenomen aan het bombarderen van de grote dammen in het Ruhr gebied. Zij waren dus leden van de beroemde Dambusters.
Later heb ik Bob zelf gesproken en het eerste wat hij zei was " Enkele reis Tilburg"
Hij was inderdaad naar Zutfen gelopen ,had daar een kaartje gekocht, en was toen op de trein gestapt. Een bijstander heeft hem toen op zeker moment een krant toegestopt om achter weg te kruipen. Die had hem waarschijnlijk wel herkent als geallieerde vlieger Hij had zelfs in een coupé gezeten met een Duitse soldaat naast zich en die had niets opgemerkt.
Toen was hij in Nijmegen overgestapt en plotseling was de deur van de coupe opengegooid en twee Duitsers in zwarte uniform kwamen binnen maar de een schreeuwde iets en de twee zwart hemden gingen de deur weer uit.(S S ers!) __
Ze waren waarschijnlijk in de verkeerde trein__.
In s'Hertogenbos is hij in de verkeerde trein gestapt en kwam toen in Roermond terecht
Hij zag daar veel Duitsers en die gingen allemaal de verkeerde richting uit. Daar moest hij dus niet wezen.Bob begreep toen dat hij verkeert zat en is uit de trein gestapt en op het perron door een ander persoon naar Eindhoven gestuurd. Vandaar is hij over de Belgische grens in een klooster voort geholpen door de monniken en na geruime tijd weer in Engeland aangekomen.
Dat er veel meer gebeurt is spreekt van zelf maar je kunt dat lezen in een boek dat Bob geschreven heeft genaamd "Path to freedom"
Het leven keerde terug naar normaal na deze episode --Zo normaal als je dat kunt verwachten in een land dat in oorlog is.
Wij konden bijna niets meer krijgen en we hadden in lange tijd geen zeep meer gezien en het werd moeilijker om schoon te blijven.
In het laatste van de oorlog hadden wij zelfs een gevecht met luizen maar dat was toen noch geen probleem.
Er was wel een ander groot probleem en dat waren de vlooien.Die werden heel vriendschappelijk en wisten dan ook de beste plekjes te vinden in de holten van het menselijk lichaam. Ik was toen noch een mens en kreeg daarom ook gezelschap van deze lievelingen.
Ik heb wel eens gedacht dat deze diertjes uit het stro dak van het boerenhuis kwamen maar zeker weten doe ik dat ook niet.Ze waren er waar ze dan ook van weg kwam en het scheen of er steeds meer kwamen. Ik kon ze onder de kleren voelen friemelen als ik op de melkwagen zat.
Ze zaten dan op mijn borst en vlogen van haar naar haar en ik denk dat ze een soort vlooien olympiade hielden.Hoe dan ook ! Al doende leert men en Ik leerde dat de beste manier om ze te krijgen was om ze onder je vinger over het lichaam te rollen. Ze braken dan de poten en je kon ze dan met een gezellige knap opruimen.
De moeilijkheid was dat ze net als de Duitsers waren.Je maakte er een dood en er kwamen tien terug op de begrafenis.
Het gezelschap van deze diertjes en het lopen op harde houten klompen over lange afstanden maakten het leven moeilijk. Ik liep veel naast de wagen om het paard te sparen en dat werd op den duur erg pijnlijk aan de voeten zodat ik vaak met pijnlijke voeten in bed lag te vechten tegen de kleine indringers van buiten.Je lag daar dan te kijken in het stikdonker want alles was verduisterd en het kon soms zo duister wezen dat je nu letterlijk geen hand voor de ogen kon zien en dat is geen overdrijving.
Als je s'avonds naar buiten ging kon het gebeuren dat je langs een schutting of iets dergelijks moest lopen anders kwam je niet weer thuis.
Het was op een van deze donkere avonden dat wij besloten om een beetje te gaan wandelen met ongeveer vier jongens en vier meisjes Het was zo donker dat je werkelijk geen hand voor ogen kon zien maar wij dachten als wij de Duitsers niet kunnen zien kunnen zij ons ook niet zien.
Dus vooruit met de geit je leerde bij ondervinding en wij voelde onze weg door het donker om eigenlijk nergens naar toe te gaan. Miesje was ook van de partij en zij was een van de luidruchtigste van allemaal.
Mies en ik hadden een verhouding met elkaar ( Zo'n beetje vaste verkering) en dat zat niet zo erg best met sommige jongens van die omgeving.Ik was Protestant en kwam uit de Stad.Allemaal verkeerde punten tegen mij, Maar Miesje was voor mij. -Dat is wat ik dacht tenminste.-
Op die bepaalde avond ben ik het wel anders gewaar geworden. Wij strompelden met elkaar door het duister en ik wist zo nu en dan een kus te kapen van blonde Miesje. Toen hoorde ik een klakkend geluid aan de andere kant van Miesje en voelde rond om haar heen om tot de verbijsterende ontdekking te komen dat er ook iemand anders met Miesje liep te vrijen aan de andere kant.-Vrouwen zijn een onzeker bezit dat heb ik toen ook weer eens ondervonden.-
Mijn mannelijke eer was hevig beledigt en ik heb op staande voet de verhouding verbroken.
Je kunt een hoop met mij aan vangen maar je moet mij niet voor zot zetten want dan word ik als de rots van Gibraltar. Ik was hevig beledigt maar Miesje heeft een paar dagen later de rots van Gibraltar weer gesmolten en ik liep weer als eeen lammetje achter Miesje aan en alles was weer zo als het hoorde. Het leven ging verder en ik leerde mij aan passen bij de onmogelijkste dingen.
Ik werd lid van deze knusse samenleving en leerde te leven met mens en beest.
De mensen waren niet altijd makkelijk maar de beesten waren soms noch moeilijker.
Over het algemeen werden de dieren bijna als kinderen behandeld. Soms werden ze verwend en op andere keren werden ze gestraft en die straf kon rare vormen aannemen.
Er was een boer in de buurt die noch wel eens onwillige paarden op kocht.Paarden die absoluut niet werken wilden.
Hij en zijn zoon probeerden zo'n paard zover te krijgen dat het leerde om als een normaal paard het werk te doen voor wat het bedoeld was.
Je kon dan soms de vreemste dingen meemaken en op een goeie keer kregen ze een paard dat absoluut onhandelbaar was. De boer en zijn zoon hadden zo'n beetje alles al geprobeerd
Een ander paard er naast gezet, misschien dat het dan wilde werken. Noppes!
Toen een ander paard er voor om aan een ketting te trekken die om de nek van het onwillige paard gebonden was. Het paard liet zich trekken en bleef zo als ze was. Daarna spanden ze het paard voor een wagen en bouwden een vuurtje onder het onwillige paard en inderdaad het paard liep vooruit tot het vuur onder de wagen was en bleef toen mooi staan. De boer en zijn zoon hadden toen het vuur zelf onder het lichaam.
Ik weet niet of een paard kan lachen maar het is wel waarschijnlijk dat het plezier in de zaak begon te krijgen. Voor de boer was het een zaak van eer geworden en hij zon op middelen om het paard te genezen van zijn kwade inborst. Ze zaten daar zo op die wagen met het vuurtje onder de boer en zijn zoon toen plotseling de boer zijn oog op de kookpot in het kookhuis viel.
De vrouwen waren daar dikke koolrapen voor de varkens aan het koken en een lichtje begon te branden in de boer zijn hersens. Hij schreeuwde tegen zijn zoon.
"Houd die leidsels goed vast. Ik ben er zo weer!"Hij rende met eeen dolle kop naar de kookpot en viste met een tang een van de koolrapen uit de kokende pot.
Dat ding was gloeiend heet. Daar rende hij mee naar de wagen en duwde de gloeiende koolraap onder de staart van het paard. Het paard klemde in doodsangst de staart naar beneden en rende als dol geworden vooruit om de gloeiende koolraap te ontkomen.
Dit zou gemakkelijk genoeg gegaan zijn als het paard de staart op gebeurd had maar dat deed het nu juist niet. Dus het bleef vooruit hollen tot de koolraap afgekoeld was.
--Het paard was genezen en bleef van toen af aan het werk doen dat het opgedragen werd. -- Maar de boer vond zelf dat dit eigenlijk te ver ging en hij had er wel spijt van maar je kon niet ontkennen dat een paard dat waardeloos was noch jaren heeft meegelopen in nuttige arbeid.
(Ik heb dit niet gezien maar van horen zeggen) en ik denk dat de dierenbescherming het helemaal niet had moeten zien want dan was het niet best geweest.
Dit betekent nu niet dat de boeren wreed waren voor hun paarden want ik denk dat ik eeen daverend pak slaag had gekregen als ik een paard mishandelt had maar dat betekende niet dat ze geen rare dingen uithaalden en zo gebeurde het op een dag dat een van de koeien "in heat was" zeggen wij in Canada. In andere woorden het had een buitengewone behoefte om bij de stier op visite gaan.
Nu is dat niet nieuws want dat gebeurt wel vaker maar het was deze keer wel een beetje ongelegen omdat de boer te druk was om er mee naar de stier te gaan op een boerderij verder op. Goede raad was duur maar toch niet buiten bereik want plotseling ging de boer een lichtje op. Ze hadden noch een kleine stier die een paar dagen later verstuurd zou worden.
Dit stiertje was eigenlijk niet groot genoeg om het werk te doen van een volgroeide mannelijke vertegenwoordiger van het stierengeslacht maar nood breekt wetten.
Ook de wetten van de natuur.
De boer vertelde zijn zoon om een gat te graven van ongeveer een halve meter diep en de hittege koe werd daar met de achterpoten ingezet.
Het stiertje en de koe waren toen ongeveer op de zelvde hoogte en het stiertje kon toen het werk doen van een volgroeide mannelijke vertegenwoordiger. Enz.
Hij sprong dan ook zonder bedenken achter op de koe en het ging allemaal goed tot het kritieke moment bereikt was. Toen viel de boel uit elkaar. De koe vloog uit dat gat in de grond en het stiertje viel achter over op z'n staart met een paar grote bolle ogen.
Hij wist niet wat hem overkwam en dat is te begrijpen.
De boer en zijn zoon stonden er een beetje bedremmeld bij te kijken en de boer krabde zich eens een keer achter de oren en sprak met droevige stem " Jong! Dat moeten wij toch niet weer doen want wij maken dat beestje kapot voor de rest van z'n leven "
Dit was weer een van die dingen die moeilijk zijn te begrijpen maar het is nu een keer zo dat een boer zich moet weten aan te passen als dat nodig is.
Ik ging kort daarna ook les krijgen in het aanpassen aan onverwachte situaties.
Dit gebeurde toen een oude school kameraad van de boer onverwachts de deur kwam binnenvallen.
Dit bezoek was wel een beetje verdacht want ze hadden de man in geen jaren gezien omdat hij in Duitsland was gaan werken.Waarom kwam die man plotseling binnenvallen terwijl ze hem in jaren niet gezien hadden?--Wij waren altijd op onze hoede want het verraad loerde van alle kanten. En voorzichtig zijn was nu ook aan te raden.--
De man vroeg " Zijn dit allemaal kindereen van jouw"?De boer keek een beetje bedenkelijk en zei toen "Ik en de vrouw hebben drie jongens en drie meisjes en die daar " toen wees hij naar mij " Is een jongen uit Limburg die voor priester aan het leren is. Hij is nu een beetje overspannen en is nu hier om wat bij te komen."
Ik dacht bij me zelf " Henk. Jonge. Nu moet je leren om je aaan te passen.
Je moet handelen als een Limburgse prieter leerling "Maar dit werd wel heel erg moeilijk toe de familie de avondgebeden ging doen.De hele familie ging op de knieen achter hun stoelen en begonnen het vereiste aantal 'Heil Marie's en zoveel Onze Vaders op te zeggen. Voor mij werd dat heel moeilijk want ik deed altijd mijn eigen gebeden en had nooit de gebeden in het Latijn geleerd dus zat er niet anders op dan dat ik mijn eigen Latijn ging brabbelen met een vroom gezicht geknield achter mijn stoel.
Ik zat daar in een heel krampachtige houding stijl rechtop omdat de stoel vlak achter mijn rug stond en ik durfde niet van houding veranderen omdat dit de aandacht op mij zou vestigen en dat was her laatste wat ik wilde.Zo heb ik daar voor zo'n vijftien of twintig minuten liggen Latijn te brabbelen als een volleerde priester leerling.
De ongnodigde bezoeker keek herhaaldelijk met een wantrouwig gezicht in mijn richting want hij vond mij waarschijnlijk maar een wonderlijke gast.
De boer vroeg mij na afloop " Hoe heb je het gehad Henk ?" en ik vertelde hem dat ik in een heel krampachtige houding achter de stoel gelegen had. Hij vond dat prachtig en vertelde mij met een ernstig gezicht "Dat is goed Henk , Dan heb je een goede biecht gehad"
Ik kan niet zeggen dat de oude bedelaar een hoogstaand persoon was want hij vroeg mij later in een vertrouwelijke toon of ik ook voorbehoedsmiddelen nodig had als ik wat intiem met de meisjes wilde worden. Dit was helemaal niet wat ik thuis geleerd had en ik heb hem toen ook verteld dat hij z'n vieze praatjes voor zich moest houden anders ging ik de boer inlichten.
Hij is toen ook al gauw vertrokken en wij hebben hem nooit weergezien en dat was maar goed ook want de boer had hele andere zorgen aan zijn hoofd.
De gemeenschappelijke dorsmachine kwam op het erf om het graan van het afgelopen jaar te dorsen.Deze machine ging van boerderij naar boerderij onder het toezicht van een regerings inspecteur. Een man die in feite voor de Duitsers werkte.
Gewoonlijk was zo'n inspecteur wel te bewegen om een poosje bij de dorsmachine weg te gaan om een kopje koffe of een borreltje te drinken zodat de boeren wat graan konden achterover drukken maar deze was onvermurvbeer met hem was dat lauw kans.
Hij bleef bij de machine als of hij er aan vastgegroeid was en het maakte niks uit wat de boer deed. Dit is ten slotte op een geweldig gevecht tussen de boer en de inspecteur uitgedraaid. De boer maakte zo'n lawaai dat zijn zoons toch noch kans zagen om wat zakken graan van hun eigen gewas te stelen maar de vangst was maar magertjes.
Je zou niet zeggen dat dit de zelfde boer was die niet lang geleden zo vroom achter de stoel lag te bidden. Hij vervloekte de inspecteur en zijn ganse nageslacht tot in lengte van dagen.
De inspecteur liet zich ook niet onbetuigt en beloofde de boer dat hij die zelfde avond met hulptroepen wilde terug komen om de hele boerderij door te zoeken en dat maakte de zaak heel bedenkelijk want de Oude Jan was een grote zondaar op dat gebied.
Hij had voor die tijd heel wat graan achterover gedrukt toen hij met onze medewerking in zijn onderbroek stond te dorsen.
Alle boeren deden dat op hun beurt maar oude Jan was wel heel erg en de boerderij zat vol met illegale zakken graan.
Jonge Jan en ik hebben de hele avond doorgesjouwt om graan te verbergen in ondergrondse bergplaatsen ,in duikers en in droge sloten door de hele buurt.
Ik heb mijn kleine Palomino paardje nooit zo zien werken als op die bepaalde avond.
Het was als of dat dier aanvoelde dat er gevaar was.
Het waren dan ook twee doodvermoeide werkers der ongerechtigheid--Jan en Ik--die laat in de avond bij elkaar in bed kropen.
" Er is geen sterveling die mij nu nog weer uit bed krijgt" zei Jan.
--Beroemde laatste woorden !-- Het was geen sterveling maar iets veel ergers dat ons niet veel later uit bed sleurde.Ik had al een voorgevoel dat deze dag noch niet voorbij was.
Wij waren dan ook net in de eerste slaap toen wij uit bed werden gegooid door een daverend lawaai als of er een grote trein vlak over het huis vloog. Dit werd gevolgd door een donderende klap van een geweldige ontploffing gevolgd door een paar andere kleinere.
Jan noch ik hadden veel praatjes want de voorspelling van Jan werd over dondert door al dit lawaai en het leek of de hele boerderij in elkaar wilde storten.
Het stof van jaren wolkte in grote vlagen uit het rieten dak en de hele boerderij stond te schudden in de voegen. Een akelige fosfor reuk hing over de hele buurt en er brande een of ander gebouw want wij konden vuur zien niet zo ver van de boerderij.
Een of ander vliegtuig had de bommenlast afgeworpen in het onbeschermde Hollandse landschap.
De gewone man werd weer eens de dupe van het geweld dat anderen hen aandeden.
Dergelijke dingen kwamen steeds vaker voor en er was eigenlijk geen plaats die noch veilig was.
"zo moet het gaan" zei iemand niet zo lang geleden toen meer en meer vliegtuigen over gingen naar het Duitse vaderland maar het voelt heel anders aan als je zelf in de ontvangst lijn van een bommenlast staat dan leer je om iets anders te denken.
Een moord kan de vorige nooit uit wissen Het is een cirkel zonder eind.
"Die het zwaard trekt zal door het zwaard vergaan "
Dat is wat de Meester heeft gezegd toen hij nog op aarde was.Als iemand je vraagt om een mile te gaan, ga dan ook de tweede mile.Vergeld het Kwade met goed te doen Enz.
(Heeft de jood uiteindelijk toch het goede antwoord gehad? )
De Jood werd in het concentratie kamp gedreven en ze werden afgeslacht als schapen zonder zich te verweren zoals eens hun natieve Zoon Jezus werd afgeslacht als een schaap terwijl Hij een leger van miljarden engelen tot Zijn beschikking had.
Hij heeft die toen niet opgeroepen maar heeft een andere weg gekozen.
De weg van opoffering. Hij keek voorbij de dood naar een leven dat eeuwig voort duurd.
Wij hebben nu twee grote oorlogen gevochten en heel wat kleinere oorlogen en alles wat wij er voor in de plaats kregen is een Wereld die verder en verder van God afdwaald. Een Wereld die zich over geeft aan zelfverheerlijking en egoïsme. Die alles wil doen om ons verweekte bestaan te rechtvaardigen en steeds maar te vragen "Wat kan ik krijgen " en slechts zelden " Wat kan ik doen?"
(Zou ik het anders doen als ik het nog eens over kon doen ?) Ik weet het echt niet.
De weg van Christus is zo tegen natuurlijk en dat is waarom het zo moeilijk is.
Willen de komende generaties de grote vervolging mee maken. De grote vervolging waar de Bijbel over schrijft ? Zullen wij de weg van totale overgave moeten volgen? De weg van de eerste christelijke kerk?
Het bloed van de martelaren werd het zaad van de kerk genoemd.Zou dat de goede weg wezen?
Ik weet het niet en ik durf het mij zelf niet indenken.--Maar genoeg hier over.--
Laten wij terug gaan naar de boerderij zo als het toen was.
Het moeten heel zware bommen geweest zijn. De zogenaamde Air mines.
Dat zijn bommen die ontzaglijk veel lucht verplaatsen.Er waren twee van deze bommen in een weide gevallen een eintje achter een klein arbeidershuisje en de luchtdruk was zo sterk geweest dat het een stenen schuurtje een paar centimeters van de foundation had geschoven. Er was geen raam meer heel in het hele huis en de meubels in het huis waren hoog tegen de muur aangevlogen.En toch was er iets heel eigenaardigst in de midden van al die verwoesting. Er stond een Maria beeltje onder een glazen stolp ongeroerd op de schoorsteen mantel. --Ik heb dit met eigen ogen gezien --Ongelooflijk maar waar.
Er was eigenlijk niet veel dat wij konden doen onder de omstandigheden.
Andere buren hadden geregeld wat geregeld kon worden en Jan en ik hebben toen die plaats van woest geweld verlaten om te probeeren noch wat slaap te krijgen want wij waren noch steeds dood moe en dus gingen wij door de weide weer naar huis en toen vonden wij een paar dode vaarzen( jonge koeien) op weg naar huis.
Wij zijn daar even blijven staan en gingen toen door om de boer en een paar buren te vertellen dat er dooie koeien in het land lagen maar was dat even een vergissing.
Ons werd direct gevraagd of wij er een paar flinke stukken vlees uit hadden gesneden. -Dat hadden wij niet- en wij werden met hoongelach uitgemaakt voor kinderen in het woud , Piep in de Wereld, Snotneuzen en jongens die de broek nog niet ontgroeid waren.Het kon gewoon niet op.
Jan en ik waren noch minder als een stofje aan de weegschaal. Ze beeweerden dat de merken van een mes toch niet gezien konden worden in vers vlees en de koeien gingen toch naar de noodslachting enz.
Ik heb ondertussen geen een van die grootsprekers zelf het veld in zien gaan om ons overzicht goed te maken. Ze waren zelf bang en zetten een grote mond op om dit te verbergen maar ze hebben wel bereikt dat wij naar huis gingen met een gevoel als of wij minder waren dan een worm die voor visvoer gebruikt word.Wij waren toch nergens goed voor dus gingen wij maar naar huis om onze slaap in halen en sterkte op te doen voor de nieuwe dag want elke dag bracht weer wat nieuws en wij wilden niets missen Zo doende waren wij ook van de partij toen een groepje jongelui een paar dagen later ging wandelen om de schrik te verzetten.
Het had de hele dag al een beetje gesneeuwd en er was ongeveer vijftien centimeters sneeuw op de grond zo dat wij die avond een beetje meer licht hadden en niet alles op het gevoel af moesten doen.
In ons gezelschap was een jongen met een houten been.Die maakte mooie ronde gaatjes in de sneeuw ,Zo dat wij goed konden zien waar wij weg kwamen dus wij hoefden niet te verdwalen.
Verder hadden wij eeen paar gezonde jonge meisjes die ook op een beetje avontuur uit waren. De jongen met het houten been hing aan het welgevulde lichaam van een goedgebouwde jonge boerenmeid , Dat moest hij wel want hij had moeite om zijn even wicht te bewaren in de gladde sneeuw. Toch had ik de indruk dat het niet helemaal zo erg was als hij het voor deed komen. De jonge dame had daar geen bezwaar tegen en liet hem goedmoedig naar verse steunpunten zoeken dus werd hij plezierig mee getrokken in het jonge koor van opgewekte gelukzoekers.
Wij dachten dat wij het geluk hadden gevonden toen wij bij een stroberg aan kwamen in het land van de gierige man die de borden en schotels verkocht had.
Wij wilden dan ook die stroberg beklimmen als of het Mount Everest was.Eerst moesten de dames naar boven geschoven worden en toen was het de beurt van het houten been.Het neemt niet veel fantasie om te begrijpen hoe dat allemaal ging maar het kwam voor elkaar en toen kwamen wij jongens naar boven. Voorzichtig maar vol goede moed want er waren goede vooruitzichten.
Ik probeerde een ernstig gesprek te houden met mijn dame van de avond en op de achtergrond was de man met het houten been in gevecht geraakt met de vrouw van zijn keuze en zo was er een opgewekte bedrijvigheid door de hele strobult zodat het hele geval angstvallig begon over te schuiven en toen kwam noch vrij onverwachts de hele stroberg naar beneden en het hele toekomstige Jerusalem lag tussen de schoven met verblufte gezichten.
Dit was het eind van den avond maar wij als jongens voelden niet te best over de ravage die wij hadden aangericht en wij hadden toch genoeg boerentrots zo dat wij later voor die boer zijn gaan werken om de zaak weer een beetje goed te maken.
De jongen met het houten been hoefde toen niet mee want hij had al genoeg moeilijkheden zonder dat hij ons moest helpen om voor onze zonden te betalen.
Hij was anders gewillig genoeg want het was een opgewekte vent en het gebrek van zijn houten been scheen niet veel indruk op hem te maken. Hij heeft mij eens laten zien hoe dat in elkaar zat.
Zijn linker voet was na de geboorte niet verder gegroeit en zo doende had hij maar een heel klein voetje dat net onder de knie begon. Hij stond dan met dat voetje op het verlengstuk van het houten been en ging verder opgewekt door het leven.
Ik had dan ook helemaal geen moeite om zijn medewerking te verkrijgen toen wij een andere episode begonnen in mijn leven als onderduiker in het achterland van Overijsel.
De boeren familie had mij gevraagd of ik een toneelspel wilde schrijven nadat ik hen verteld had dat ik een beetje ervaring had op het gebied van toneelspelen. Dat vonden ze geweldig interessant en zodoende moest er een toneelspel geschreven worden en dus ging ik opgewekt aan het werk met een verwaand optimisme dat helemaal niet werd gesteund door een goede ervaring.
Het toneelspel op zich zelf was een komieke voorstelling en geschreven met een zeer amateurisch en onprofessionele stijl. Maar het was een toneel spel dat zo lollig was dat iedereen uitbundig zat te lachen en vooral het gewone volk van het Overijselse platteland.Mensen die helemaal niet verwend waren op dit gebied.
Het ging over een boer die zwaar ziek was en daardoor heel erg begon te ijlen zodat hij niet meer wist wat hij deed. Z'n vrouw zat naast het bed om ganzenveren in een kussens sloop te stoppen. Daarnaast stond een pot met stroop __Je moet mij niet vragen wat die pot daar deed want dat weet ik echt niet.-- De pot stond er en dat was voldoende.
De zieke man had een kaal hoofd en dat hadden wij klaar gekregen met een varkensblaas over zijn hoofd.Wij hadden die blaas een beetje bijgeverfd zodat het een vleeskleur had gekregen.
De man begon dus te ijlen en wilde uit bed en zijn vrouw probeerde hem in bed te houden.--Dat zie je niet vaak maar in dit geval was het zo.--
Al met al werd het een heel gevecht en het draaide er op uit dat de man met zijn kale hoofd in de pot met stroop duikelde en toen zijn vrouw hem daar uit getrokken had schoot hij op zijn kop in de zak met veren. Het toneel dat daar op volgde was met geen geld te betalen. De man zat onder de veren en de vrouw zat onder de veren met het gevolg dat de boeren op de vloer van de deel lagen te lachen dat de tranen hen over de wangen stroomden.Hun vrouwen gingen er niet bij liggen maar die huilden bijna van het lachen en zo kwam het eind van de voorstelling tot groot vermaak van de gezamenlijke aanwezigen.Het toneelspel was een geweldig succes en de boeren vroegen direct voor een vervolg van dit dramatisch gebeuren.
Iedereen had machtig veel plezier en er werd na die tijd koffe en koek uitgedeeld en toen werd er nog even na gepraat voordat iedereen weer naar huis ging met het vooruit zicht op een volgend verhaal.--Ik hoef je niet te vertellen dat de Duitsers noch meer plezier zouden hebben gehad als ze daar een groepje boeren jongens hadden kunnen op pikken maar dat is gelukkig goed gegaan terwijl ik direct weer aan het werk werd gezet voor een vervolg verhaal.
Het moest deze keer een serieus verhaal worden had Miesje mij verteld. Er moest een priester bij komen en er moest iemand sterven en dan moest het Requiem gezongen door een klein groepje jongelui. Daar was Miesje ook bij want die dacht dat ze een talent had op het zang gebied en daar hebben wij onwillekeurig veel onder geleden.
Dit Requiem moest dan gezongen worden onder het gelui van kerk klokken.
(Ze begonnen bepaald verwend te worden) want ze hoefden mij maar te vertellen hoe het gebeuren moest en Henk moest het dan maar klaar maken.
Het moest allemaal gebeuren voor de kerstdagen zodat ik met machtige rimpels in het gezicht het reuzen werk heb ondernomen om een serieus vervolg verhaal te schrijven maar er was een hele verbetring want deze keer had ik geweldig veel medewerking.
Er werd een oud melk wagen dek op de deel gesleept om een podium van te maken. Dit dek was gemaakt van planken die ongeveer drie centimeters van elkaar zaten en op sommige plekken waren er stukjes afgebroken zodat de mede spelers voorzichtig over deze precaire toneel vloer moesten laveren.
Onze kerk klok was een scherf van de bom die een poosje terug in de buurt was gevallen. Dit was een stuk ruw ijzer van ongeveer een halve meter lang en vijftien centimeter breed,
Dat geval hebben wij aan een stuk touw achter het toneel gehangen en zo hadden wij een machtig mooie kerk klok als je er met een zware hamer opsloeg. Mijn vriend met het houten been werd tot priester gepromoveerd. Hij kreeg een lange zwarte jurk aan zodat je zijn been niet kon zien en op die manier werd hij de wildernis ingestuurd.
Een voor een vielen de stukjes op hun plaats zodat wij op de bepaalde dag de toneel voorstelling konden beginnen en het ging geweldig.Wij hadden een veel groter publiek dan de eerste keer want het was elkaar aangezegd dat er een toneel uitvoering zou komen bij de oude Jan en zo kon de zaak voortgang vinden.
De zieke man deed een goed stukje werk om natuurlijk te sterven en de klokken beierden over de deel dat de oren je aan het hoofd tuiten. De priester deed het ook geweldig tot op het kritieke moment toen hij de zieke man moest bedienen. Toen ging het mis en de priester schoot naar beneden want hij zakte met z'n houten poot door een spleet in de toneel vloer. Zijn priester kleed schoof hem over de oren en z'n kalotje schoof hem in de ogen. Maar hij was onversaagd en heeft zich heldhaftig hersteld om zijn taak te volbrengen. Toen hebben wij samen met gebogen hoofd naar het zangkoortje geluisterd en dat hebben wij ook over leeft.
Zo kwam het eind van de voorstelling maar de kritiek voerders zeiden dat het eerste stuk toch mooier was geweest. Dit stuk was een beetje te droevig en de meeste mensen hadden al genoeg verdriet.Ze hoefden daaraan niet herinnerd worden door een sterfbed en een priester die niet te vertrouwen was omdat hij op het kritieke moment verdween als een konijn in de hoed van een goochelaar.
Maar ja ik kon ook alles niet voorzien en ze hadden wel een beetje meer waardering mogen tonen voor het werk dat ik had gedaan in het zweet van mijn aangezicht.
Niet dat ditallemaal noch veel uitmaakte want mijn ondergang was nabij en het zou niet lang meer duren of ik zou wreed worden weg gerukt uit de warme omgeving van deze goedhartige mensen.
Dit gebeurde evenwel niet voordat ik de spitsroeden had gelopen van het vrouwelijk venijn. Ik was helemaal aangenomen tussen de jonge mensen van deze nederzetting en dat gebeurde lang niet altijd. Er zijn door de jaren machtige gevechten gevochten als jongelui van buiten af probeerden om met een van de dochteren des lands te gaan vrijen. Heel wat jonge kerels zijn door de jaren in het kanaal gegooid of wat nog erger was met een mes toegetakeld.
Er was een nederzetting die jongelui had die zo sophisticated waren dat ze een twee en een half centstuk vlijmscherp slepen en daar sneden ze netjes een zondagse jas mee halfdoor als de tegen stander met de rug naar hen toe stond.
Ik heb van dat alles niets meegemaakt want ik was in liefde aangenomen door Mies en haar vriendinnen. Maar dat betekende niet dat ik helemaal schot vrij was en dat heb ik wel degelijk uitgevonden op een bepaalde dag in het najaar dat in die buurtschappen gevierd word met de nare gewoonte dat op deze bepaalde dag de meisjes alles voor het zeggen hebben.
De jongens moeten dan alle bevelen van het vrouwelijk element strikt op volgen.
De man is op die bepaalde dag slaaf van de vrouw.
-Dat was nu zo en was door honderden van jaren zo geweest.- De oude Jan vertelde ons dat het zo erg was toen hij jong was dat een groep meisjes achter hem aankwamen en ze waren absoluut besloten om hem de kleren van het lijf af te trekken. Hij had gelopen als een haashond maar hij had geen schijn van kans om weg te komen.
Ten einde nood was hij toen in de gruppe achter de koeien gekropen en had de meisjes met handen vol van de verse uitwerpselen van de koeien naar de oren gegooid.
Dat is hoe hij zijn vege lijf had kunnen redden --De lafaard. --Dit was zijn verhaal maar het zou evnwel kunnen dat het zo gebeurd is.
Op deze dag was het niet zo erg maar het was erg genoeg. Wij renden door en rond de boerderij om de furie van de vrouwen te ontkomen en wij werden met bakken vol water nat gegooid.
Ze zaten op de hooizolder en ze zaten op de hiele. Achter de bosjes en elke plaats die je maar bedenken kunt. Overal kwam water weg en toen ze daar moe van werden bedachten ze wat anders. Wij Werden opgesloten in het kalver hok en in het hoenderhok in de koeienstal en in de varkensstal en elke stal die ze maar vinden of bedenken konden.
Volgens oud recht mochten wij ons niet verdedigen. Het ergst was wel dat ze ons konden commanderen om te kussen en dat was lang niet altijd lollig want niet alle meisjes waren even knap dus de minder mooie meisjes hadden de dag van hun leven.
Ik had beter een bad kunnen nemen!
De vrouwen hadden alles onder controle tot in de avond en dan werd het hoogte punt van de festiviteiten bereikt. De jongens moesten elk op hun beurt de hand op houden en een mededinger kon dan naar voren komen en hem een machtige slag in de handen geven.
De winner kon er dan met dat meisje van door gaan. De sterkste jongens kregen op die avonden de mooiste meisjes en je zult het al wel begrepen hebben. Ik bleef met de leelijkste zitten. Dat was langzamerhand zo van zelfsprekend dat ik er al helemaal aan begon te wennen.
In zekere zin was deze oude gewoonte niet onrechtvaardig.
Heel wat lelijke jongens zijn op die manier aan knappe meisjes gekomen en visa versa.
Ik moet er even bij zeggen dat de oudere mensen op deze dagen bij elkaar op bezoek gingen en de jeugd had dan het beheer over het hele huis.
De ouderen hadden wel begrip voor de jongeren en de oude Jan scheen op zijn eigen manier heel wat met mij op te hebben. Hij vertelde mij een keer dat ik moest gaan boeren na de oorlog. Ik moest dan een stuk heide bij hem in de buurt kopen en hij wilde mij helpen om dat te ontginnen en ik geloof dat hij dat werkelijk meende.
Een andere keer vroeg hij mij met een ernstig gezicht.
"Weet jij wanneer een boerenmeid het meeste schuim tussen de benen heeft?
Uit deze verhalen kun je wel zien dat ik wel goed met de oude baas overweg kon maar dat verhaal van de boernmeid met schuim wist ik niet want ik had daar eigenlijk nooit op gelet.
" Geef je het op"? vroeg hij met een glunder gezicht. Ja ik gaf het op want ik was maar een gewone jongen en niet zo'n erge diepe doordenker.
" Als ze aan het melken is!" zei hij toen triomfantelijk en ja , Dat was waar.
De meisjes konden beter schuim melken dan ik want ik kon veel dingen maar ik ben nooit een goede melker geworden. De enkele keer dat ik melken moest heb ik het proberen af te kopen met een van de meisjes en meestal gelukte dat wel.
Uit deze verhalen kun je wel zien dat ik wel goed met de oude baas overweg kon maar daar ging nu vrijwel plotseling verandering in komen. Mijn Waterlo stond vlak achter de deur toen er een nieuwe onderduiker op de boerderij kwam.
Dit was ook een vent die ook voor de Duitsers probeerde te vluchten.Het was een slungel van een vent met een grauwe gelaatskleur en loenzende ogen. Hij maakte dan ook van het begin af aan geen goede indruk op mij.
Niet op mij en niet op de twee meisjes en --dat was de adder in het lange gras.--
Deze man moest ook een melkwagen rijden aan de andere ronde.
Zoals ik verteld heb kwamen wij gewoonlijk bij elkaar op de harde weg en gingen dan samen op een wagen verder.
Iedere boer die melk naar de fabriek stuurde kreeg een of meer boter bonnen. Hoe meer melk hoe meer boter.Wij als melkhalers moesten dan die bonnen aan het fabriek afgeven en kregen er dan boter voor in de plaats.
Deze vent werd opgenomen in de gewoonte van die dagen en wij zetten die boter gewoonlijk in een kartonnen doos op de wagen. Het was altijd zo geweest en er werd nooit eeen pond boter gemist maar de eerste keer dat die man en ik samen naar de fabriek gingen kwam daar verandering in.
Wij waren klaar op de fabriek en een ieder maakte zijn eigen rit af terwijl iedere boer zijn eigen hoeveelheid boter kreeg.
Alleen waren er twee kilos boter verdwenen toen ik aan het eind van mijn rit kwam en ik wist niet waar het gebleven was. Dus ging ik schoorvoetend naar de boer om hem te vertellen dat er een tekort aan boter was.
De boer was helemaal niet schappelijk maar vertelde mij direct dat ik die boter moest terug kopen uit mijn eigen zak en dat was niet lollig want de boter koste toen vijf en twintig gulden per kilo en dat was een heel bedrag in die dagen.
Ik heb nooit verband belegt tussen het arriveren van die vent en de verdwenen boter maar dat ging jaren later duidelijk worden.Daar had ik evenwel nu niks aan ik moest nu met die man proberen te leven en dat werd een poosje later helemaal onmogelijk.
Hij haalde toen wel een hele gemene streek uit.
Hij had al verschillende keren geprobeerd om met een of beide meisjes op stap te gaan maar ze moesten niets van hem hebben. Uit jaloersheid ging hij toen naar de boer zijn vrouw en vertelde haar dat ik veel ernstige gesprekken met Miesje had.
Toen was de boot aan !
Jonge Jan en de twee meisjes kwamen met bedremmelde gezichten bij mij en vertelden mij wat die knaap had uitgehaald. Ik moest direct bij hun moeder komen want ze had mij wat te vertellen en wat ze mij ging vertellen loog er niet om.
De oude vrouw zei dat ik maar beter zo gauw mogelijk naar de boer moest gaan om hem te vertellen dat ik van de boerderij weg ging. Ze gaf mij tijd tot de avond en dan ging ze de boer vertellen wat ik had uitgehaalt.
De gesprekken en mond en lipoefeningen met Miesje moesten afgelopen zijn en ik moest direct de boerderij verlaten. Jonge Jan keek niet erg opgewekt en de twee meisjes huilden hun ogen uit het hoofd want ze gingen mijn ernstige gesprekken erg missen.
Met loden schoenen ben ik naar de Oude Jan gegaan en heb hem rechtuit verteld dat ik genoeg had van de hele boerderij en alles wat er mee te maken had. __ Ik dacht dat ik het er maar eeen beetje dik op moest leggen om het geloofwaardig te maken-
Noch nooit heb ik die oude baas zo kwaad gezien..
" Is dit de dank die ik krijg voor al het gevaar dat ik voor je opgelopen heb dat je mij nu zo behandelt.Je moet maar doen wat je niet laten kunt maar je hebt noch twee maanden loon te goed. Dat krijg je niet. Ook heb jij noch een mud graan en wat boter. Dat krijg je ook niet"!Dat was dat! Ik was leeg gekomen en ben ook leeg weer weggegaan.
Ik had geen cent toen ik kwam en ik had ook geen cent toen ik weg ging maar ik was noch vrij en daar zal ik die mensen altijd dankbaar voor blijven. Geld is maar een betrekkelijk iets maar mijn vrijheid was veel belangrijker. Dus ben ik zo lopend weer naar mijn geboorte dorp vertrokken. Zonder om te zien. Mijn verblijf op de boerderij was nu ook verleden tijd maar toch niet helemaal want ik ben vlak na de oorlog noch een keer bij die familie op bezoek geweest.
Toen waren ze heel goed te spreken en ze lieten mij toen een oorkonde zien die ze van het geallieerde hoofd kwartier hadden ontvangen voor hun hulp aan de vliegenier in de maand September 1943.
--De man had ook noch weer gevlogen hadden ze toen gehoord.--
Wat de vent betreft die mij zo elende had aangebracht. Dat was een verhaal op zichzelf.
Die was er niet veel later met een hele doos boter vandoor gegaan en dat had de boer meer dan twee duizend gulden gekost. De boer bood mij toen zijn excuus aan want hij had mij onrechtvaardig veroordeelt. Het geld heb ik evenwel niet terug gekregen en dat was ook niet belangrijk. Miesje heeft mij die middag ook noch wel een oogje gegeven maar ik had al teveel van Miesje gezien en ik ben maar gauw weer vertrokken.
De boer zei alleen noch dat ze meer onderduikers hadden gehad en ook zelfs nog een Jodin maar Vliegeniers heeft hij nooit weer in huis durven nemen. Dat was te gevaarlijk!
Dit was het einde van mijn avonturen in die nederzetting Ze hadden mij goed behandelt en ik ben door verraad de deur weer uitgewerkt maar toch was dat verraad een verborgen zegen want als ik daar eeen paar jaar langer gebleven was zou ik waarschijnlijk nooit weer weg gekomen zijn en dat kwam allemaal door de gesprekken met Miesje. Zodoende kwam de verloren zoon met een besmet geweten weer aan geland in de moederschoot van de familie van Derk en Geertje. Deze keer tot aan het eind van de oorlog.
Het was op en kille winter dag in het begin van Januari. De zon scheen en boven in de atmosfeer hing de belofte dat de winter niet altijd voort zou duren en dat achter de horizon een nieuw leven ging geboren worden. Maar in mijn hart was het koud en lusteloos.
-Ik had wel zeker een rommeltje van mijn leven gemaakt.-
De toekomst hield niet veel belofte voor een betere tijd en mijn verleden was vergleden in een vormloze hoop van gebroken verwachtingen waar mijn geliefde Cleopatra ergens in die hoop zat in de armen van een andere liefhebber. Terwijl ik een man was zonder toekomst en zonder werk met totaal geen vooruitzicht op een zekere toekomst. Dus kreeg ik medelijden met mijzelf en begon ik zachtjes in mijzelf te huilen.
ik had ook helemaal geen verwachting dat mijn Vader en Moeder blij zouden wezen met dat ongure individu die van de boerderij was getrapt en die nu thuis kwam om te helpen de boel op te eten.
Alles viel evenwel een beetje mee. Vader en Moeder hadden al zo veel meegemaakt dat dit kleine beetje er wel bij kon.Er was niemand gekomen om naar mij te informeren. Geen groene politie en geen S S of Gestapo niemand en mijn broer was ook thuis gebleven van zijn werk in Duitsland en daar was ook niemand voor gekomen.
Dus ik kon mijn plaats aan de tafel van twaalf rustig weer innemen zonder veel zorgen voor de dag van morgen.Dat dacht ik tenminste.
Cleopatra is toen langzaam weg gezakt achter het gordijn van een wazig verleden en ik begon met meer moed naar de dag van morgen uit te zien,
Een van mijn Oom’s was bij de ondergrondse en die heeft van toen af gezorgd dat wij bonkaarten kregen om ons deeltje van des lands verdwenen welvaart op te helpen maken. Ik schoof knusjes weer tussen de familie kring maar voorzichtigheid was wel degelijk aangeraden. Op dat gebied kreeg ik een maning toen ik een beetje onvoorzichtig was en met een begrafenis stoet mee naar het kerkhof ging.
Onze buurman was gestorven en ik voelde dat ik mee moest naar de begrafenis. De moeilijkheid was dat de begrafenis stoet door het midden van ons dorp ging naar de laatste rustplaats van onze buurman. Wij waren net in het midden van het dorp toen plotseling een groep Duitse soldaten kwam opmarcheren. Dit was zo onverwachts dat ik dacht dat dit zeker op de onderduikers gemunt was. Ik begon dan ook naar een ontsnappings weg uit te zien maar dat viel niet mee want ik liep in het midden van de begrafenis gangers dus bleef ik waar ik was.
De Duitsers kwamen aan marcheren met knallende laarzen en de sergeant gaf plotseling een bevel en de hele groep soldaten bleef stokstijf staan uit eerbied voor de overledene.
Ze bleven in de houding staan tot wij allemaal voorbij waren en gingen toen verder naar hun bestemming.Ik had daar toch respect voor. Het scheen dat er toch noch wat menselijkheid was overgebleven in de rank en file van de bezettende troepen.Deze mannen hadden nog respect voor de doden. Ik wenste dat ze net zo veel respect voor de levenden zouden hebben gehad maar dat was heelaas niet zo.
Een troep S S soldaten zouden evenwel de zaak anders aangepakt hebben daar kon je zeker op wezen. Al met al was het een waarschuwing dat wij uiterst voorzichtig moesten wezen en we zouden daar heftig aan herinnerd worden toen mijn oudere broer en een vriend naar een onderduikadres gingen in een naburig dorp ( Den Ham ).—
Dit was de zelfde plaats waar de bommenwerper van Bob en zijn vrienden was neergestort.--Mijn broer en zijn kameraad hadden toen de brandende vliegmachine wel gezien toen ze daar neer kwamen. Zij waren ook nu weer op weg naar dit onderduik adres.
De twee vrienden waren in de beste stemming toen ze plotseling werden aan gehouden door twee leden van de zwarte politie.Dit waren een Vader en Zoon en ze waren berucht als de ergste mensenjagers rond dat district. Verraders die hun ziel hadden verkocht aan het Duitse Nazie systeem. Ze hadden dan ook totaal geen medelijden met de jongens die ze naar het concentratie kamp Eerde bij Ommem sleepten en dat was er nu ook niet bij.
Mijn broer had het geluk dat hij nog een grenspas had omdat hij nog niet zo lang was ondergedoken , Zijn kameraad was niet zo gelukkig en hij werd meegenomen naar dat kamp bij Ommen.
Dit was een heel berucht kamp want een jongen bij ons uit de buurt --die we Dubbele Zes noemden omdat hij zo'n groot hoofd had --die was een jaar eerder opgepakt voor zwarte handel en in dit kamp gestopt.Het eten was slecht zo dat ze altijd honger leden en als ze eten kregen werd dat gloeiend heet op de tafel gezet.Ze kregen dan vijf minuten om wat te eten en werden dan met knuppels weer van de tafel weg geslagen. Degene die het gloeiend hete voedsel niet kon eten moest maar honger lijden.
(De Dubbele Zes kon na die tijd gloeiend warm eten naar binnen werken. )
Dat was nu het kamp waar deze jonge man werd heen gebracht en van daar naar een concentratie kamp in Amersfoord en dat was een kamp dat nog erger was Ik zal daar later meer van vertellen.
In dat kamp werd deze jonge man gedwongen om dienst te nemen in de Duitse T O D troepen.
Er was een hoeveelheid mensen die in uniforms werden gedwongen en deze jongen eindigde op aan het Oost front in Rusland. Daar werden ze ingesteld aan de front line om zware arbeid te verrichten. Ze hadden geen wapens en hadden daarom niet behandelt moeten worden als gewone soldaten maar de Duitsers hadden vergeten om dat aan de Russen te vertellen terwijl de Russen niet in de stemming waren om ergens naar te luisteren. De Rus schoot alles wat voor hun geweren kwam.
Jake --Ik zal hem maar Jake noemen_--was in deze gehaktmolen verzeilt geraakt en het is meer dan eens gebeurd dat de Duitser werd terug ge worpen door de Rus.
De Duitse soldaten grepen dan alles wat maar op wielen wilde rijden terwijl de T O T Troepen maar moesten zien hoe ze weg kwamen. Later rolde het front soms terug naar het Oosten en de Rus werd terug geworpen. Heel wat keren vonden ze vrienden die doodgeschoten waren door een nekschot.
Hij heeft veel meer mee gemaakt maar dat is een ander verhaal. Wij gaan nu terug naar mijn broer. Die kwam met de schrik vrij en kon weer naar huis gaan om zich weer te melden in Duitsland. Het eigenaardige is dat hij totaal heeft vergeten om dat te doen en hij is met een dom gezicht direct weer ondergedoken , Is dat niet raar?
Het schijnt niet dat hij er veel van geleerd heeft want hij was later veel onvoorzichtiger dan ik. En ik kon dat weten want ik heb bijna twee jaar met hem staan stro vlechten.
De ondernemende Hollanders hadden een manier gevonden om stro te vlechten.
Dit werd dan weer gebruikt om tassen en matten en meer van die dingen te maken. Veel van die voorwerpen waren werkelijk mooi gefabriceerd en vonden goede afname in de steden en veeltijds in Duitsland. --Dit is moeilijk te geloven maar absoluut waar!-- Deze gevlochten stro materialen werden bijna altijd verzonden op Duitse spoorwagens en dat waren vaak wagens die bitter nodig waren voor de oorlogvoerende legers van Duitsland.
Dat de meeste voorwerpen naar Duitsland gingen en daar verkocht werden maakte het noch vreemder. Ik kan dat nu noch niet begrijpen na al deze jaren. Ik zie wel degelijk de hand van God hier in dat de Duitsers onwetend ons in leven hielden.
-Ons als onderduikers die gezworen vijanden van het Duizend jarig rijk waren.-
Vader en moeder hadden toen al vier onderduikers in huis.Daar was de oudste die in de ondergrondse beweging werkzaam was en dan mijn oudere broer die anderhalf jaar ouder was dan ik en het mannetje dat dit hier nu zit te schrijven
Vader moest toen ook al uitkijken alhoewel hij nog niet ondergedoken was dat kwam een klein jaar later.
Dan hadden wij het meeste van de tijd een stuk of vier of noch meer vrienden die ons s'avonds kwamen opzoeken of wij gingen naar hen toe. Allemaal na spertijd dus striktlie verboden.
De grote verleider. --Mijn vriend Dirk -- had mij al bijna direct gevraagd of ik bij hem en zijn vriend Ab wilde komen stro vlechten want dat was maar een paar huizen van ons verwijdert. We hoefden op die manier niet zo ver over straat en liepen daardoor minder gevaar om opgemerkt te worden door de Duitsers , De landwacht of andere verraders ,want, het verraad sluimerde overal. Je kon niemand vertrouwen.
De angst was een altijd durende gast en er ging geen dag voorbij dat wij nu eens rustig van een mooie dag konden genieten.
Je had altijd een pijnlijk gevoel in de maag alsof er honderden wormen in je darmen rondfriemelden. Allemaal een gevolg van opgekropte zenuwen.Wij waren net konijnen waar altijd jacht op gemaakt werd en elke Duitser kon ons neerschieten als dolle honden zonder dat hen iets gevraagd werd. Integendeel! In sommige gevallen hadden ze meer kans op een medaillon dan op een bestraffing.
Het was in dit soort spanning dat Dirk en ik stro vlochten in een schuurtje van Dirk's vriend Ab. Deze Ab was ook al ondergedoken zoals bijna negentig procent van de overgebleven mannelijke bevolking in Nederland.Voor de rest was alles afgevoerd naar Duitsland.
Er was een klein percent van de weerbare mannen die een vergunning hadden voor de voedsel voorziening. Die waren betrekkelijk vrij van vervolging maar dat bleef ook niet langer zo in het laatste half jaar van de oorlog.
Voor ons was het dus een questie van op passen en dat was dubbel zo erg om dat er bij Ab achter in het land een wat oudere man woonde. Hij werd niet erg vertrouwd en verhalen deden de ronde dat je voor hem moest oppassen.
Het kan wezen dat dit zo was maar het is toch nooit bewezen. Ook niet toen hij al lang dood was. Het scheen dat de ondergrondse er zo over dacht want het gebeurde op zekere dag dat deze man dood aan de weg werd gevonden ongeveer een blok huizen van ons af.Later deed het verhaal de ronde dat hij in het midden van de nacht in de bossen Oost van ons dorp had rond gelopen. Daar was toen een droppings zone waar de geallieerde vliegtuigen die nacht wapens gingen uit gooien
Het was zijn ongeluk dat hij daar op de verkeerde tijd en op de verkeerde plaats was. De ondergrondse moet hem gevraagd hebben " Wat doe je hier in het midden van de nacht als iedereen thuis moet wezen.?"De man antwoordde toen " Och ik ben zo maar eens aan het rond zien. Toen werd hem verteld dat hij voor de laatste keer had rond gekeken en dat hij zijn laatste gebed maar moest doen. De ondergrondse heeft hem niet veel later doodgeschoten op de fiets geladen en hem toen met fiets en al in de straat voorbij ons huis neergegooid.
Onbarmhartig en wreed maar het was een teken van de tijden. Een mensen leven was geen cent meer waart en Deze man was bekneld geraakt tussen het spelletje van kat en muis tussen de ondergrond en de Gestapo.
Poesie was de grote verliezer en moest het met zijn leven betalen. Er is later nooit geen onderzoek naar gedaan omdat alle waarden verschuiven in tijd van oorlog en een mensen leven niet meer geteld word.Er hingen te veel andere levens van af.
De ondergrond had die zogenaamde droppingzones die altijd strikt geheim werden gehouden want de Gestapo waren felle jagers en absoluut dodelijk als ze een verdacht persoon te pakken kregen.De ondergrondse jongens waren vast geen spelletje aan 't spelen maar dit was dodelijke ernst. Er kwamen hoe langer hoe meer mensen die onder gedoken waren. In de eerste plaats de Joden maar later een leger van werkweigeraars en die moesten allemaal bonkaarten hebben.
Keer op keer werden gemeente huizen en postkantoren over vallen als de ondergrondse een tip kreeg dat er een zending bonkaarten was aangekomen. Maar ook werden de bevolkings registers leeg geroofd om de gegevens die de Duitsers nodig hadden onder hun vingers weg te halen.
Zelfs is het gebeurt dat de onder grondse gevangenissen over viel om vrijheid strijders uit het gevang te halen. Voor al deze activiteiten waren wapens nodig en zeker wel voor de opbouw van de ondergrondse strijd krachten die bij een eventueele doorbraak van de geallieerden klaar moesten staan om ook mee te vechten
Ik heb eens een keer aan mijn vriend Dirk gevraagd of ik geen lid ven de ondergrondse kon worden maar werd toen droogjes verteld dat ik geen goed materiaal was voor de ondergrondse beweging. In andere woorden.Ik mocht niet met de grote jongens meespelen dus heb ik maar op mijn eentje ondergrondse gespeeld en zo in het klein de Duitser afbreuk gedaan.
Vlak voor het einde van de oorlog hebben ze mij noch een keer in gezworen om bij een eventueele doorbraak mee te vechten. Maar ik denk dat dit een beetje blazerij zonder inhoud heeft geweest. Er werd mij toen verteld dat wij waarschijnlijk niets meer dan kanonnenvoer waren geworden maar dat is gelukkig niet door gegaan want ik was een grote lafaard als het er op aan kwam.--Eventueel geen dienst weigeraar. Ik had mijn plicht wel gedaan!--
De bonkaarten van de ondergrondse en het stro vlechten hebben ons eigenlijk door dat laatste zware oorlogsjaar heen geholpen. De stro vlechting bezigheid was erg on zeker en op de gekste ogenblikken werd ons mee gedeelt dat wij de stro producten niet af konden leveren zo dat wij op deze momenten totaal geen inkomen hadden.
Toch hadden wij gewoonlijk genoeg geld om rond te komen door de eenvoudige reden dat wij niets meer konden kopen. Alles was schaars geworden.
Kleren waren niet te krijgen en wij waren bijna altijd hongerig. Wij kregen te veel eten om te sterven en te weinig om goed te leven. Er was tekort aan alles.Geen suiker en geen melk. Meel om brood te bakken was er ook niet meer bij en in het laatste half jaar van de oorlog was het zo erg dat wij blij waren toen mijn Moeder wat graan kreeg dat meer dan een jaar oud was. Dit was graan gemengd met muizen keutels maar wij waren blij dat wij het hadden.Op het laatst konden we zelfs geen zout meer krijgen en dat is het ergst wat er is. Alles word dan smakeloos en het leven heeft op die momenten helemaal geen kleur meer.
Ik had tot nu toe altijd met Dirk en Ab gewerkt en ik heb daar veel geleerd en veel genoten maar toen kwam de dag dat mijn vader mij vroeg om met hem te komen werken.
Mijn Oom was ook in de strovlechting beweging en hij was ook het contact met de ondergrond die ons de bonkaarten leverde en op bepaalde momenten kregen wij zelfs tabaks kaarten voor tabak om sigaretten van te draaien. Dus had ik niet veel keuze en ging schoorvoetend voor mijn Oom werken.
Deze Oom was een vreemd stukje mens. Een man met donker krulhaar en bruine ogen die vuur konden schieten als hij kwaad of van streek was. Zijn stemming ging vaak als een Jo Jo op en neer. Het ene moment onder in de put en even later hoog in de bomen.
Ik begon op die momenten haast te geloven dat er waarheid in het verhaal is dat wij van de zigeuners afkomstig zijn.Deze oom had maar een arm maar dat betekende niet dat hij niet vol op kon deelnemen in de ongewoonste activiteiten En een van die activiteiten was de ondergrond. Hij is dan ook een van de helden van het verzet die nooit ten volle zijn gewaardeerd.Soms kwam hij bij ons om te klagen over jeukende vingers in zijn linker arm en dat klonk heel raar want hij had geen linkerarm
Op andere keren kwam hij om de hoek van het huis vliegen en schreeuwde. " Het nest ligt weer onder de boom!"Vrijelijk vertaald betekende dat. " De boel zit weer vast "
Dan was er geen vervoer of er was een razzia op komst of iets dergelijks en dan kon hij te keer gaan als of het eind van de Wereld dicht bij was.
Als er geen vervoer was gingen wij naar huis maar als er een razzia op komst was namen wij de benen want dan werd het gevaarlijk. Meestal was het moeilijk om vast te stellen of er werkelijk een razzia op komst was of dat het weer een gerucht was want in die dagen deden de geruchten de ronde als gonzende bijen rond een bijenkorf.
Het is gebeurd dat iemand een gerucht van een komende Razzia rond strooide om te zien hoe vlug het weer bij hem terug zou komen. Toen het bij hem terug kwam was hij een van de eersten die er vandoor ging want toen begon hij het zelf te geloven.
Vaak werden deze berichten door gegeven bij de ondergrond omdat die heel vaak bij tijds op de hoogte waren dat er zo iets op komst was.Het hele dorp werd bij zo'n razzia omsingelt en al de huizen werden onderzocht voor onderduikers.
Op zekere dag waren de Duitsers achter de Konijnenberg om daar razzia te houden en een van de jonge mensen sprong op de fiets om achter de spoordijk weg te komen.
Zijn ongeluk was dat hij net met zijn hoofd boven de dijk uit kwam en een van de Duitsers schoot hem zonder pardon achter door zijn hoofd. Dan word je wel stil als je zoiets hoort.
De koude rillingen gingen mij over de rug toen ik dat hoorde.Dit was puur meedogenloos geweld en het kon met de beste van ons gebeuren op elk moment van de dag en ook de nacht want menig een werd in de nacht van bed gelicht en meegenomen in een van de beruchte overval wagens.
De razzias begonnen meer en meer te komen na de invasie in Normandie op 6 Juni 1944.
Voor jaren hadden wij uit ge zien naar het tweede front dat zo vaak belooft was door de B B C maar dat evenwel zo lang uitbleef. Die grote dag was dan eindelijk gekomen en wij volgden met spanning of de geallieerden zouden doorstoten of dat ze terug geslagen zouden worden.
De Duitsers waren in de eerste dagen na de invasie in een complete paniekstemming.
Zwaar gewapende soldaten liepen door de straten van ons dorp. Het alomtegenwoordig gasmasker achter op de rug en een gordel vol met granaten liepen ze met sombere gezichten de wacht te houden en de vervolging van de onderduikers en de ondergrond werd erger dan ooit.
Vooral toen de geallieerden doorbraken en België bezetten en het Zuidelijk gedeelte van Holland.Wij kregen daarentegen weer meer moed maar de Duitser werd hoe langer hoe feller en gemener. Niemand was meer veilig zelfs de oudere mensen zoals mijn Vader konden niet meer gaan en staan waar ze maar wilden.
Mijn broer Adolf was nog buiten de wet want hij was nog te jong om te werken maar dat betekende niet dat hij geen hout kon stelen van de Duitsers. --Ik heb eigenlijk nooit geweten hoe en waar hij dat hout gestolen heeft maar op zekere dag had hij een mooie voorraad mine hout van ongeveer een meter lang-- Dat was nu eens iets dat goed te pas kwam-- en ik heb toen van dat hout een schuilplaats gebouwd onder de grond bij de schuur die achter ons huis stond.
De ingang was in de schuur onder de valse bodem van het konijnenhok en de luchtkoker voor de luchtverversing kwam daar ook uit.Het was helemaal geen gekke schuilplaats maar het had een groot gebrek.De opening van de luchtverversing was niet ruim genoeg en dat gingen wij ondervinden toen er weer eens een razzia werd aangekondigd.
Mijn ouder broer en ik kropen door de opening onder het konijnenhok in onze ondergrondse kelder om daar onrustig af te wachten wat de toekomst brengen ging.
Het duurde niet zo bar lang of wij begonnen gebrek aan zuurstof te krijgen en ik heb wel eens van een van onze schoolmeesters gehoord dat je door gebrek aan verse zuurstof hoe langer hoe vrolijker word. Ik heb dat later wel eens meegemaakt als wij hoog in de bergen waren maar die dag waren wij allesbehalve in de bergen.
Wij zaten onder de grond en wij werden hoe langer hoe vrolijker..Wij zaten te schudden van het lachen om de kleinste dingen.Er was toen zo'n gebrek aan zuurstof dat wij geen lucifer meer aan konden krijgen om een sigaret aan te steken. Onder normale omstandigheden zou dit ons erg kwaad gemaakt hebben maar nu lachten wij ons slap en al doende hebben wij ons zelf ongeveer bewusteloos gelachen. Dat is de enigste manier dat ik dit verklaren kan.
Boven de grond had mijn Moeder helemaal geen reden om te lachen want de Duitsers waren in het huis en vroegen waar de mannen waren en het was goed dat moeder hen niet verstaan kon want ze zijn betrekkelijk gauw weer naar buiten gegaan en liepen toen bijna recht naar de plek waar wij bezwijmeld onder de grond lagen.
Wij hadden er geen benul van dat de Duitse soldaten boven ons op de grond stonden te bonzen met de kolven van de geweren. Misschien is er verraad in het spel geweest want het is een feit dat ze buitengewone belangstelling hadden voor dat speciale stukje grond.
De buren hadden dit allemaal kunnen volgen en een van de buurvrouwen viel bijna flauw van schrik toen ze dat ongewone bedrijf zag boven onze schuilplaats. Ze dachten niet anders of wij zouden elk moment voor de dag worden gesleurd. Dat dit niet gebeurd is mag wel een wonder van boven heten want als de soldaten een half uur eerder waren gekomen hadden ze ons kunnen horen lachen omdat wij toen nog heel opgewekt onzin zaten te verkopen.
Er had verraad in het spel kunnen zijn want er was een buurvrouw die erg ontevreden was omdat er bij ons huis een stel gezonde jongens in huis waren en haar man was gedwongen om te werken in de loopgraven bij de Ijsel rivier.Maar dit is nooit bewezen en wij hebben er nooit naar geïnformeerd want wij hadden in zekere zin medelijden met deze bepaalde vrouw.
Ook nu weet ik helemaal niet of het zo geweest is. Het zou ook kunnen dat de Duitsers wel degelijk wisten dat er wat mis was maar dat ze net deden of ze niets zagen
Alle Duitsers waren niet slecht.
Een vriend van ons was weg gekropen in een koren veld maar het duurde een beetje erg lang en hij kroop op handen en voeten naar de hoek van het korenveld om eens te zien of er Duitsers in de buurt waren en dat was inderdaad zo want van de andere hoek kwam een soldaat ook om de hoek. Zij hebben elkaar even aangekeken en toen draaide de soldaat zich om en onze vriend deed het zelfde. De Duitser had schijnbaar geen zin om een Holander op sleeptouw te nemen.Dit is echt gebeurt want ik heb het vaak horen vertellen door de persoon. Die daarin betrokken was.
Het zou kunnen dat de tabak die wij in die dagen rookten een van de redenen was dat mijn broer en ik die dag in de ondergrondse schuilkelder zo gauw onder water raakten.
Dit was een gemeen goedje maar wij waren aan roken verslaafd en konden er absoluut niet buiten.Op onze sigaretten bonnen konden wij weinig of niets meer krijgen en daarom gingen wij onze eigen tabak verbouwen.
Bij de buurman ging dat allemaal volgens de regels.
De tabak werd niet eerder geplukt als wanneer het goed rijp was en dan werd het zorgvuldig aan een touwtje geregen om dan voor een bepaalde tijd opgehangen te worden tot dat het goed uitgewerkt was. Ze hadden dan en goeie kwaliteit tabak
Bij ons kreeg de tabaksplant nooit geen tijd om rijp te worden. Wij gingen naar de tuin als de nood hoog was en wij plukten dan een paar bladen die zo groen als gras waren. Die werden in de oven geworpen en na vijf of tien minuten was het droog genoeg dat het met een knappend geluid in elkaar geperst kon worden.
We hadden dan stukjes tabak die wel een beetje op groene vlokjes havermout leken. Dat werd dan in een stukje krant gerold en op gerookt. Onze adem kwam met een piepend geluid uit onze keel na de eerste trekken en het was als of je een klap voor de kop kreeg als je s'morgens voor het eten recht uit bed zo'n kindermoordenaar ging op roken. Wij hadden soms nog geen tijd om de kleren aan te trekken of wij zaten met een stukje gevulde krant tussen de lippen te bepeinzen wat wij die dag zouden doen.
Ik moet er bij zeggen dat wij in het laatste deel van de oorlog vaak tot elf of twaalf uur in bed lagen. Er was toch niets te doen en wij spaarden een maaltijd uit op die manier.
Vaak gingen wij na acht uur naar vrienden van ons en dat was altijd waag werk want de Duitser kon op de onverwachtsyte momenten komen op dagen. Wij hadden zelf vaak van zes tot tien jongelui bij ons in huis als het al lang over acht uur was. Het was dan oergezellig.
De elektriciteit was al lang afgesloten zodat wij bij een kaarsje of een olie lampje moesten zitten.Maar er was ook gebrek aan kaarsen en olie. Toen kwam ik op de schone gedachte om een dynamo aan het achterwiel van een fiets te monteren. De fiets werd op een steuntje gezet en wij hadden dan behoorlijk goed licht zolang als er iemand op de fiets bleef peddelen.
Het kon evnwel gebeuren dat de peddelaar zo hard moest lachen dat hij vergat om te trappen en dan kwam de hele lachende beweging in het duister te zitten.
Al met al waren deze avonden oergezellig. Mijn Moeder maakte eeen soort koffie uit gebrand graan en dat werd bij balies vol gedronken.Niet om dat het lekker was.
Het was afschuwelijk maar het was nat en wij hadden niets beters.
Het was in ook die laatste dagen dat broeder Adolf en een vriend van hem met een gitaar begonnen om de boel op te vrolijken. Je had noch nooit zo iets gezien.
Ze knikten met hun hoofden op de maat van een muziek die er niet was.Het leken wel paarden die op hol geslagen waren. Elvis Preslie had daar nog veel van kunnen leren.
Wij hebben daar ook veel van geleerd en we wisten na die tijd pressies hoe het niet moest.
--Muziek maken zoals Dolf en Hernam het deden.--
De electriesche compagnie had alle lichtmeters verzegeld met een loden zegel in die dagen zodat niemand meer van het lichtnet gebruik kon maken maar het duurde niet zo bar lang of ondernemende mensen boorden een haarfijn gaatje door de top van de meter en de ronddraaiende schijf.
Op die manier werd de meter toen stil gezet en ze konden toen net zo veel licht verbranden als ze maar wilden
Wij durfden dat niet want wij hadden toen al vier onderduikers in huis en vaak veel vrienden zo wij vonden dat een beetje te riskant ,
Bij een vriend van ons was dat een heel ander geval Die hadden een groot gat in de meter geboord en daar een breinaald ingestoken die zo groot was dat je er de Nederlandse vlag aan had kunnen hangen en die familie woonden gelukkig , onbezorgd en tevreden onder een zee van licht zonder dat iemand zich zorgen maakte over eventueele binnenvallers.
Dit was een unieke familie die ongelooflijk onbezorgd de raarste dingen uit haalde maar die er altijd door rolden.
De hele familie was in de honden handel.Ze handelden in kleine honden en grote honden in dachshonden en Keeshonden ,Spaniëlen en Airdales en als ze een bepaalde hond niet hadden werd er wel een uitgevonden.In dit huisgezin kon van alles.
Zo kon het gebeuren dat de familie dokter en de Vader des huizes gezamenlijk bij een dure hond zaten terwijl de vrouw des huizes in bed lag om een kind te krijgen. Dit lijkt een beetje ongelooflijk maar dit is mij voor waar verteld door Albert de botermoordenaar. Een bijzondere familie met een bijzonder gezinshoofd.
Ze hadden tien kinderen en de vader des huizes ging eens op bezoek bij zijn schoonbroer.
In de verte liep een jong ventje te spelen. Dat was eigenlijk niets ongewoons maar deze man had altijd belangstelling in kinderen en hij vroeg dus " Wat is dat voor jongetje dat daar door de weide loopt"? Z'n schoonbroer keek hem aan met een schuin oog en antwoordde.
" Dat is een van jouw kinderen die daar loopt" De vader antwoordde met een lijzige stem.
"Wat zullen wij nu hebben. Is dat een van mijn kinderen? Ik had hem helemaal noch niet gemist!" Voor hem was dat heel gewoon want het ongewone werd normaal in dat huishouden van Jan Steen.Niet dat het vuil of slordig was ! Ver van dat. Het was gewoon gezellig om dat alles anders was als bij een ander.
Een van zijn dochteren was een echte bakvis en ze had een vriendin die naast hen woonde.
Deze twee meisjes waren meer dan een beetje preuts. Ze dachten dat ze heel wat waren en ze konden over de weg zwieren alsof ze koninginnetjes waren.
De Vader van dat huisgezin heeft dat schijnbaar nooit goed begrepen en liet dat toen ook merken toen het fabriek uit ging en hij kon de twee meisjes zien strijken aan de andere kant van de weg. Hij schreeuwde toen zo luid als hij kon " Heij Kogeltje ! Heij Kontje !"
Dit was natuurlijk een dodelijke belediging voor de twee bakvisjes maar deze goede man vond dat hij een heel goed werk had verricht en ging tevredener met zichzelf naar huis.
Toen kwam de dag dat ik zelf nauw werd betrokken in de avonturen van deze familie.
Dat kwam op een dag dat ze een paar varkentjes hadden geslacht. Deze beestjes waren noch niet helemaal volgroeid maar ze werden zo luidruchtig dat ze de buren uit de slaap hielden.
Dit kon natuurlijk niet want niemand mocht illegaal vee aan houden. De varkens hebben dat niet goed begrepen en dat heeft ze de kop gekost.Ze werden geslacht.
De beste stukken werden direct opgegeten en de rest werd worst van gemaakt en dat ging allemaal prachtig behalve dat ze geen stevige linnen zakken hadden om de worst in te doen. De mengeling van worst en meel begon te gisten en de hele hutspot puilde uit de zakken en dat moest daarom toen ook allemaal direct op gegeten worden.
De hele familie had zichzelf al ziek gegeten en noch was er een overschot van dat zware eten
Albert kwam toen bij ons huis om versterking voor de eetende gemeente op te halen maar dat was ook mis want ik was alleen thuis en ben dus direct meegegaan.
Ik heb mijzelf daar ook te barsten gegeten aan dat ongewone eten.Toen ben ik met uitpuilende ogen met Albert naar de voorkamer gegaan om een spelletje te dammen. Albert had dat goed bekeken want ik was zo suf van al dat eten dat ik gewoon niet recht meer kon denken. Hij was dus gegarandeerd dat hij als winnaar uit het strijdperk zou komen maar dat zou deze keer heel anders uit komenen ik zal je vertellen waarom!
Om in de voorkamer te komen moesten wij door de gang of door de keuken deur en in de keuken deur zat geen knop. Je kon wel naar de voorkamer komen maar niet van de kamer naar de keuken--Je moet niet vragen waarom dat was want dat wist je in die familie nooit.--
Dus wij gingen door de gang en Albert er is toen de strijd van de grootmachten (Albert en ik) aangevangen. De worsteling van het menselijk vernuft zou een onvoorstelbare hoogte berijkt hebben als wij niet wreed waren onderbroken.Ik zou net een geniale zet uitvoeren om Albert te overtroeven toen de kamerdeur opende en een Duitser in volle wapenrusting recht op ons af kwam.
Albert had niets gezien maar ik des te meer. Ik viel bijna flauw van de schrik toen deze kerel met het geweer vooruit op ons afkwam. Ik keek recht in de loop van het geweer in dat ronde gaatje dat zo groot was dat je er wel een erft in had kunnen gooien.
Het was in deze momenten dat ik recht in de eeuwigheid keek en dat was het naarste wat ik ooit heb meegemaakt.
Het was op dat moment dat Albert ook wat zag en deze mens was ook niet aangenaam verrast.
" Wat doen jullie mannen hier ?" Zei die vent." Jullie horen te werken. Laat mij je identification bewijs zien " Allemaal in het Duits natuurlijk.
Ik was genoeg bij mijn positieven dat ik zei " Ik heb mijn papieren in het portaal en meteen zette ik de gang er in. Door de keuken en naar het portaal en ik stond noch de klompen aan te trekken toen Albert boven over mij heen sprong naar buiten.
Albert had mij zien gaan en zei ook zo iets van z'n papieren op halen dus hij was toen het er op aan kwam noch eerder buiten dan ik.Niet dat het veel scheelde want ik was direct achter hem. Op dat moment ging de deur van de schutting open en een andere onderduiker kwam binnen. Die zag ons weg rennen en vroeg niks en zei niks maar liep direct voor Albert aan het veld achter het huis in. Deze vent en Albert waren wel tien centimeter langer dan ik maar dat heeft hen die avond niet geholpen.Ik ben ze allemaal voorbij gerend. Want ik liep als met vleugels nog vlugger dan het mannetje op de zandweg.
De Duitser was intussen vast gelopen tegen de deur zonder knop en dat gaf ons een paar seconden voorsprong. Albert zijn Vader had ons zien verdwijnen en die maakte van de gelegenheid gebruik om uit de achterdeur te schieten. Die goeie man sprong toen door het voor raam naar buiten. Dus waren wij allemaal gevlogen.
Hoe dat zo kon weet ik tot op deze dag niet. Misschien had de soldaat geen trek om met ons door de duisternis te marcheren en misschien was hij de oorlog net zo zat als wij. Ik weet het echt niet maar het was eigenaardig. Vooral om dat dit een van de beruchte Herman Goering troepen waren.
Een ding is jammer. Ik heb nooit weer zo hard kunnen lopen als op die beruchte avond
Na al die inspanning was de energie van de overtollige worst ook uit ge werkt.Ik vond een klein beetje in mijn wollen onderbroekje.Dat was alles
Albert z'n Vader was een geduchte tegen stander in de honden handel. Hij en z'n buurman Hendrik en noch een andere man van lichte zeden deden veel in de handel en wandel en ze hadden nooit meer plezier als wanneer ze elkaar konden bedotten. Zoals bijvoorbeeld de een aan de ander een hond kon smeren waar een gebrek aan was.
Inwendig konden ze wekelijks teren op zulk een heugelijk feit.Dat was voor hen het neusje van de zalm.
Albert's vader had een volbloed hond --Ik weet niet meer wat ras -- Ik denk dat die hond het zelf niet wist.In ieder geval !Deze hond wilden ze graag gedekt hebben door een hond van het zelfde ras en ze wisten wel een mevrouw die zo" n hond had maar die juffrouw wilde niet dat haar hond aan zulke viezigheden werd blootgesteld.
Wat te doen?
Goede raad was duur en een andere rekel op zoeken was noch duurder. Toen kwamen ze op een grandioos idee.
Albert zijn vriend -- Onze bekende Gaitie --Ging een poosje spelen met een teef die in hiet was. En het is een bekent feit dat geen rekel de reuk van een tekel in hiet kan weerstaan.
Toen gingen de broeders in het kwaad even met de onwillige juffrouw van de verliefde rekel praten en het was maar even of het dier was de deur uit en op weg naar de tekel van Alberts vader. Die werd op zijn beurt erg kwaad en heeft die jongemannen met het dier weer terug gestuurd maar niet voordat deze twee hondjes even met elkaar op weg waren geweest.
Alles met alles was het een goede dag voor de twee honden en voor de hondeneigenaars en Albert en Gaitie hebben er ook wel bij gevaren.
De onwillige juffrouw was dus de enige verliezer in deze affaire en het is de vraag of zij ooit wat gemerkt heeft
Op hun manier waren mensen zoals Albert en Gaitie honden liefhebbers die achter de behoeften van hun honden keken. En Hoe!
Het waren deze eigenaardige belevenissen die ons het leven een beetje op vrolijkten maar over het algemeen was het leven beangstigt geworden met dreigingen aan alle kanten in de dag en in de nacht. Er was nooit een moment dat je rustig het hoofd neer kon leggen en bij je zelf denken "Nu kan mij niets meer gebeuren."zelfs niet in onze beste momenten en ik was daar eens weer aan herinnerd toen ik op een avond in het donker op weg was naar mijn vriend Dirk.
Het was lang na achten –dus na spertijd--en ik liep langs eeen beukenhaag met het vooruitzicht op een gezellige avond bij deze familie. Plotseling vlogen er twee gestalten uit de beukenhaag en de eene schreeuwde met zware stem." Staan blijven!"
Ik kreeg bijna een hart verlamming van schrik maar vond bijna direct uit dat mijn vriend Dirk en zijn meisje eens bar leuk wilden wezen en dat waren dus de personen die daar uit de heg vlogen.
Ik heb eigenlijk nooit begrepen wat ze daar deden in die beukenheg en ze hebben het mij nooit verteld maar in die eerste momenten zag ik mijzelf al op weg naar het concentratie kamp.
Kwaaad kon ik niet worden maar ik werd er wel aan herinnerd dat ik altijd op de uit kijk moest zijn want verraad loerde overal.
Dat wil niet zeggen dat er geen goeie mensen waren.Integendeel!
Mijn broer Adolf en zijn vrienden waren geregeld op de uit kijk voor vrachtrijders aan de weg naar Rijsen. Deze vrachtlui waren gedwongen om hout te halen voor de Duitsers.
Vaak was dit dennenhout maar soms hout voor de mijnen en dat is hoe ik denk dat Dolf aan dat hout was gekomen voor die schuilplaats die ons zo wat de kop had gekost.
Het was eigenlijk moeilijk te begrijpen dat de Duitsers zulk dom volk hadden aangenomen. Die voerlui zaten bijna altijd te slapen op de bok en dat was vaak het ergst als ze voorbij Adolf en zijn vrienden gingen. Het scheen dat ze dan helemaal bedwelmd waren. Broeder Adolf en cachotten maakten van die gelegenheid gebruik om een of meer boomstammen van de wagens te slepen.
Op die manier waren wij weer van een beetje brandhout voorzien en de paarden van die vrachtlui hadden weer iets minder mee te slepen dus uit die dingen kun je zien dat Dolf altijd al vol goede werken is geweest en nu nog is!.
Hoe die voerlui het konden verantwoorden als ze met een klein vrachtje bij hun bestemming aankwamen zal wel altijd een raadsel blijven. Wel weet ik dat er een neef van mij bij was en die was zo koud als ijs als de man aan de nood kwam.
Ik heb al eens eerder verteld dat er dropping zones van wapens in de berg waren.
Deze wapens moesten natuurlijk vervoerd worden en het is gebeurd dat die neef van ons fluitende door het midden van het dorp reed voorbij de zwaar gewapende Duitsers. Onder de vracht hout op de wagen was een hele verzameling Engelse wapens verborgen. Als ze hem daarmee gepakt hadden was het zijn dood geweest maar het moest gedaan worden en hij deed het.
Op die manier deed ieder zijn deel. Mijn oudere boer was in de ondergrondse en die hadden samen besloten dat de rails van de spoorlijn eigenlijk een beetje te vlak over het spoordek lagen.Ze hebben dat toen samen in orde gemaakt zo dat die een beetje verbogen werden want ze wilden wel eens weten of de trein met een bocht omhoog kon rijden. Dat wilde niet. Raar he!
Veel van deze dingen hebben ons in die dagen bezig gehouden maar de fleur was uit het leven weg. Steeds meer mensen werden in Duitsland te werk gesteld.
In Duitsland of op andere plaatsen waar de Duitsers de weerloze burgers dwongen om te werken. Het luisteren naar de Engelse B B C werd een soort reddings gordel waar wij ons aan vast hielden als drenkelingen in diep water. Onze buurman tegen over ons was een van de weinigen die toen noch een radio hadden en per hoge gratie mochten wij daar af en toe naar luisteren. Dit was streng verboden door de Duitse overheid en werd streng gestraft als wij gepakt werden maar wij waren op alle gebied in overtreding zo dat kleine beetje was als een dropje water in de zee.
Dit is ook wat ons moed gaf want het leek alsof er toch nog wat licht ging schemeren aan de rand van de horizon. De Duitser werd terug geslagen op alle fronten en dat was goed maar ze werden ook met de dag meedogenlozer zodat wij bijna geen ruimte meer hadden om adem te halen.Dat was niet zo goed.
Het was absoluut onverantwoordelijk maar toch gingen wij bijna elke zaterdag avond wandelen op de grote weg van onder aan de berg tot bij Braakman C.
Op en neer en heen en weer. Als er meisjes waren kon je ook jongens vinden.
Het gebeurde zelfs dat sommige Duitse soldaten ook meeliepen in het koor van vrouwen liefhebbers. Niet dat die veel kans hadden want een meisje die met een Duitser meeging werd na die tijd gewoon dood genegeerd.Geen fatsoenlijk meisje zou het in het hoofd halen om tegen de volksopinie in te gaan want dat was bijna even erg als verraad.
Het is anders een doorslaand bewijs dat de aantrekkingskracht kracht tussen jongens en meisjes onder alle omstandigheden door blijft werken.
Dat er nooit geen razzia werd gehouden op die avonden is nog steeds onbegrijpelijk maar waar.
Ik was ook een van die vrouwen aanbidders want het leed van het meisje met de mooie strik was helemaal op de achtergrond geraakt zodat de liefde in mijn hart ging bloeien als een roos.
Deze keer was het een meisje die even ver buiten mijn berijk lag als het meisje met de mooie strik. Dit was eeen meisje die veel op trok met jongens die een veel losser levensopvatting hadden dan mijn vrienden en ik. Maar ja. Ik ben altijd een dwaas geweest en zocht altijd voor de slagen van het noodlot.Zo ook nu.Ik was als Liliput in het land van de reuzen maar evenwel stapelverliefd op een bepaald meisje maar was evenwel haar te vragen.
Mijn vrienden Dolf en Dirk hebben mij toen een flinke stoot in de goede richting gegeven Ik moest laten zien dat ik een man was en moedig doorzetten Ik moest de stier bij de horens nemen en niet langer om dat meisje heendraaien maar er recht op af gaan zoals David met Goliath. Ik had wel geen drie steentjes maar toch was ik ook geen minne jongen ik moest meer van mij zelf denken en laten zien dat ik staal in de adren had.
Dat heb ik toen gedaan Ik werd een man van staal die niet was te vermurwen door het lot.
Het voorwerp van mijn aanbidding kwam van de berg af en ze liep midden in een rij met meisjes van ongeveer zes of acht bakvissen. Dolf en Dirk gaven mij een duw in de rug en schreeuwden " Nu of nooit" Dat was makkelijk voor hen maar voor mij was er geen weg terug want mijn vrienden hadden mij recht voor het groepje meisjes gegooid.
Mijn stalen zenuwen namen toen de over hand en hebben mij tot ongekende hoogte opgevoerd. Ik stond met trillende benen voor die meisjes en sprak.
--Ik zei niet, maar ik sprak.-- Dat is een haarfijn verschil want in zulke momenten moet je laten zien dat je mijnheer bent en spreken! Ik sprak en zeide tegen dat meisje in die groep van acht "Mag ik vanavond met jouw op stap ?"
Dat meisje keek mij heel vriendelijk aan en zij sprak ook al "Nee!"
De hele troep meisjes liepen toen te huilen van het lachen maar Dirk en Dolf lachten noch veel harder. Ze lagen gewoon te kreunen op het trottoir. Ze konden het gewoon niet op dat ik zo kunstig een blauwtje had gelopen.
Ik heb hen toen heel minachtend de rug toegekeerd en ben met opgeheven hoofd naar huis gelopen. Maar ik was een verscheurd mens van binnen en ik ben toen in bed gekropen. Ik heb toen de dekens over de oren getrokken en ben huilende in slaap gesukkeld.
Het meisje met de mooie strik had er compagnie bij gekregen en ik was een verpletterd mens.
--Wat ik toen niet wist was het feit dat er wat veel beters was weg gelegd.--
De schok was zo erg geweest dat ik voor een klein poosje zelfs de Duitsers vergeten was.
Zo hebben mijn ouders mij gevonden. Een mens gebroken door ellende maar ik kon aan niemand mijn problemen vertellen. Dat zou niet mannelijk geweest.
Mijn vrienden konden ook niet delen in mijn smart want die hadden mij verraden en dat maakte het nog erger maar toch was ik was niet voor niets de man met de stalen zenuwen. Ik heb mij er door heen gewerkt met het optimisme dat altijd weer opveerd en the Phoeniks of jeugdig optimisme rees uit de as van mijn liefdes verdriet. Ik kon de Wereld weer aanzien met open oog en opgeruimde blik. Ik was een man en geen muis. Mijn tijd zou ook eens komen en dan zou Dirk willen dat hij weer in het vliegen paradijs van mijn onderduiker tijd terug was.
Helaas is van deze wraak niet veel gekomen want mijn liefdes avonturen waren maar een spelletje vergeleken bij wat ons te wachten stond.
In de begin tijd dat ik weer op mijn geboorte dorp terug was had ik een poos samengewerkt met mijn vrienden Dirk en Ab. Dat was in dat schuurtje niet ver van ons huis.
Deze Ab werd opgepakt door de Duitsers. Dirk en hij waren samen aan het stro vlechten toen er onverwachts weer een razzia door de Duitsers werd gehouden.
Ze waren net te laat om een goede schuilplaats te zoeken en Dirk vluchtte achter de tuin in maar Ab vond het beter om over de weg te steken en langs een beukenhaag een droge sloot op te zoeken. Later heb ik gehoord dat Ab vaak Joodse onderduikers heeft gehad en dat was nu ook het geval.--Misschien was dat de reden dat hij voor het huis uitging-- Hij had toen twee Joden. Een jongen en een meisje maar daar zal ik later over vertellen.
Ab ging dus langs de beukenhaag en werd bijna onmiddellijk opgepakt en door gestuurd naar het concentratie kamp in Amersfoord. Dirk is goed weg gekomen. (Vreemd maar waar.)
Ik heb later bijna drie jaar met Ab gewerkt en toen heeft hij mij heel wat verteld over het tijdperk dat hij in het kamp opgesloten was en het was voor waar geen zondagsschool reisje.
De meesten van hen werden aan het werk gezet om stro te vlechten en stro producten te maken terwijl anderen gaten moesten maken en dan diezelfde gaten weer dicht maken. Keer op keer en altijd de zelfde gaten. Anderen moesten stenen slepen van de eene plaats naar de andere en dan weer terug naar de plek waar ze begonnen waren.
Er was absoluut geen nut in deze activiteiten maar deze dingen werden uitsluitend gedaan om het moraal van de gevangenen te breken. Het tellen van de gevangenen in de morgen was een ware marteling want dan moesten de gevangenen eindeloos lang in de rij staan terwijl ze over en over geteld werden en wee degene die niet langer staan kon. Deze ongelukkige had goed kans dat hij op de plek werd dood geslagen.
Het is gebeurd dat zes personen werden gedwongen om een boomstam op te beuren die nog te zwaar was voor twaalf mensen, Maar deze ongelukkigen moesten met hun ondervoed lichaam deze boom op beuren. Als ze dan deze boom op de schouders hadden werd de helft of meer onder de boom weg getrapt met het gevolg dat de overblijvers onder de boom te pletter vielen.
Die werden dan gecommandeerd om op te staan en als ze dat niet konden werden ze beschuldigt van dienstweigering en dat was zonde. De grootste van de op passers kon dat niet ongestraft voorbij laten gaan dus heeft hij die ongelukkigen geslagen tot ze dood op de plek bleven liggen.Deze ongelukigen hadden totaal geen kans en dat was precies wat deze beulen wilden.
De behandeling van de gewone gevangene was erg maar de behandeling van de Jood was nog veel erger. De Joden werden gedwongen om in het midden van het kamp te wonen in een plaats dat de Duitse S S had uitgezocht en ze hadden die plaats De Rozentuin genoemd.
Zelfs in deze dingen werden deze beulen gedreven door een duivels gevoel voor humor want deze plaats was zo ver verwijdert van alles wat mooi en goed is dat de uitdrukking Rozentuin alleen maar Duivels genoemd kan worden.
Honden die afgericht waren om gevangenen te bijten hielden de wacht over deze zogenaamde Rozentuin. De Joden moesten door hun werkzaamheden keer op keer voorbij deze honden en het gebeurde maar al te vaak dat deze ongelukkigen werden aangevallen dor een van deze honden. Als die persoon dan onwillekeurig de handen op hief om zich voor deze beesten te beschermen werden ze beschuldigt dat ze die hond mishandeld hadden met altijd het zelfde resultaat.
(De dood van de euveldoener ).Hij werd dan in stukken getrokken door de zelfde honden en de beulen stonden er bij te lachen.
-- Men mocht geen honden mishandelen weet je.--
De joden werden gedwongen om zand te kruien in kruiwagens met vierkante wielen en alsof dat niet genoeg was moesten ze water halen in mandjes. Er moest een beetje variatie zijn weet je.
Natuurlijk kregen deze stakkers weinig of niets te eten en dus werden ze gedwongen om op handen en voeten onder de tafel te zoeken naar etens restjes. Ze konden misschien een extraatje krijgen als ze mooi op gingen zitten net een hond en de Beulen met de zilveren doodshoofden op hun pet kregen er nooit genoeg van om steeds weer nieuwe kwellingen uit te denken en die op de Jood toe te passen. Dat de honden genoeg te eten kregen spreekt vanzelf
Normaal mensenrecht was iets van het verleden en het scheen dat God deze mensen totaal verlaten had. Zo ver kan de mens komen als ze van God af dwalen.
De condities voor Ab en zijn vrienden waren niet helemaal zo erg maar erg genoeg.
Het is een natuurlijke zaak dat er een zeker intieme verhouding ontslaat als een groep mensen worden gedwongen om onder bepaalde omstandigheden samen te wonen.
Dit werkt in twee richtingen. Je word tot elkaar aangetrokken of je werkt elkaar op de zenuwen.
Het was dan ook niet lang of Ab was bevriend met eeen lange slungel van een vent.
Frits was de man's naam. Dit veel belovend stuk mens was bijna een halve meter langer dan een gemiddeld persoon en het gevolg was dat hij overal boven uit stak.
In dit geval was dat helemaal niet best want de Duitse beulen pikten aan alles wat een beetje anders dan gewoon was.
Het duurde dan ook heel niet lang of hij werd uitgezonderd voor buitengewone behandeling.
Alles te kort of te lang was opvallend en moest daarom vernedert worden. Onze arme Frits had toen helemaal geen leven meer met het gevolg dat hij op de knieën lag stro te vlechten want hij kreeg onherroepelijk slaag als hij boven de rest uit stak.
De andere gevangenen die ook stonden stro te vlechten namen hem zoveel mogelijk in bescherming maar ze konden intussen niet laten om te lachen als ze de arme drommel daar op de knieën tussen hen in zagen liggen.
Huilen en lachen liggen vaak dicht bij elkaar als een mens in zulke uiterst moeilijke omstandigheden moet proberen om het verstand te bewaren en dat werd ook eens weer bewezen op sommige Zondagen als de gevangenen op een zonnig plekje achter de barak in de zon lagen uit te rusten.De grootmoedigheid van de barmhartige beulen wilde toelaten dat de gevangenen op zondag af mochten nemen. Dit is weer een van de momenten waar de grootheid van de Fuhrer naar voren kwam ' Hij had een gelovige achter grond en om die reden wilde hij de Zondag nog wel een beetje heiligen want hij wilde God te vriend houden op voorwaarde natuurlijk dat hij zelf op de eerste plek geëerd werd.Zo lang als dat gebeurde was alles goed en dat was dus de reden dat de ongelukkigen in kamp Amersfoord op zondagen achter de barak lagen te zonnen Maar nu moet je wel begrijpen dat hier ook weer voorwaarden aan verbonden waren.
Op de onverwachtse momenten kon een van de beulen op de fiets om de hoek van de barak komen vliegen met een overgrote knuppel en dan was het zaak om uit de voeten te komen. Ze vlogen dan als een toom kippen uit elkaar en dat was zo vermakelijk dat Ab drie jaar later nog stond te schudden van het lachen als hij die herinnering op haalde.
Vlak voor het eind van de oorlog werd Ab met verschillende anderen naar de Ijsel bij Arnhem gestuurd om loopgraven te maken. Dit heeft waarscheinlijk velen van hen het leven gered.
Ze werden overgebracht naar het spoorstation in Zwolle en daar heeft de kampcomandant afscheid genomen maar dat kon niet gebeuren of hij moest nog een laatste gemeenheid uit halen met een van Ab's metgezellen. Dit was een man die altijd al ziekelijk geweest was en die nu helemaal niet meer kon meekomen. Op dat station beval de kampcomandant dat deze man met de benen van elkaar moest gaan staan en toen schopte hij de man zo hard als hij kon tussen de benen met zijn grote soldaten laarzen. Dat was het afsceid van de kampcomandant.
De man die dat overkwam is nooit weer thuisgekomen.
Ik heb met tegenzin deze kampverhalen opgenomen in deze memoirs maar het is uiteindelijk noodzakelijk om een overzicht te geven over de condities die in die tijd de overhand hadden.
Voor ons zelf werd het leven ook bij da dag moeilijker want door de Duitsers werd een gebod uitgevaardigd dat alle mannen tussen de achtien en de vijftig jarige leeftijd op Maandag morgen aan de weg moesten staan met een schop en genoeg eten voor ongeveer twee dagen.
Allen die niet gehoorzaamden zouden worden afgevoerd naar een concentratie kamp of ergens anders en dat kon net zo goed de dood betekenen.
Dit was al een keer eerder gebeurd en dat was die keer dat Ab werd opgepakt, alleen was het nu nog erger. De Duitsers zeiden deze keer dat ze een bepaald aantal gijzelaars wilden dood schieten in geval wij ons niet melden.Ze hadden toen al een aantal vooraanstaande mensen gevangen genomen.
Dit maakte het een stuk moeilijker. Het was een ding dat ze ons zouden doodschieten maar een heel andere zaak als ze een ander voor ons in de plaats zouden doodschieten.
Wij kwamen met een man of wat samen om de zaak te bespreken en een van ons (ik geloof dat het Hans van de buurman was) vertelde ons dat de ondergrondse had gezegd dat wij ons zelfs nu niet moesten melden.Dit was dan de ruggensteun die wij nodig hadden en wij begonnen naar een schuilplaats uit te zien.Onze eigen schuilplaats onder de grond was een beetje adembenemend
Iemand uit de ondergrondse vertelde ons dat hij een buitengewoon goeie schuilplaats had wij moesten daar maar naar toe komen.Vol vertrouwen zijn wij daar naar toegegaan maar wij hadden dat nooit moeten doen want deze man was wel enthousiast maar had een groot gebrek aan inzicht.
Deze geweldige schuilplaats was niets anders dan een valse zolder boven de keuken. Dat is waar wij terecht kwamen met ongeveer vier man in gezelschap van een paar zakken rogge uit de zwarte handel en dan waren er ook al twee Joden en dat was veel erger. Als de Duitser ons daar te pakken had gekregen in gezelschap van twee Joden had dat ons zeker de kop gekost. Niet dat wij iets tegen het gezelschap van de Joden hadden maar dit was absoluut onnodig.Een schuilplaats die alles behalve veilig was.
-Elke Duitser met een beetje hersens had zonder moeite die plek gevonden-
Om daar zes personen in te plaatsen was absoluut onverantwoordelijk. Maar dat was noch niet alles, het werd nog erger.
De eene was persoon was een jong meisje van ongeveer veertien jaar maar zij was buitengewoon schrander.
Ze kon het hele oude testament uit het hoofd en we konden net vragen wat wij wilden en zij wist een antwoord. Dit meisje was erg sympathiek en ze vertelde ons dat zij naar Israël wilde als de oorlog over was -- Ze heeft dat ook meegemaakt--
De ander was een jongen van rond de zestien jaar oud en dat was een heel andere snuiter.
Ik heb nooit iemand meegemaakt die zo veel moppen kon tappen zonder dat de voorraad uitgeput raakte.Wij hebben ons tranen gelachen en dat was bij tijden zo erg dat ze ons buiten hadden kunnen horen.
Als de Duitsers achter het huis waren gekomen waren wij zeker gevangen genomen
-Dit is gelukkig niet gebeurt.- God in zijn goedheid heeft zijn engelen gezonden en ons voor een bijna zekere dood beveiligd.
De Duitsers zijn over al geweest maar niet achter het huis waar wij verborgen waren zodat wij na verloop van ongeveer twee uur weer naar buiten konden
Ik zei toen tegen de Jood die Jan heette. “Ik heb ontzaglijk om al die onzin moeten lachen maar ik zou toch denken dat je iets voorzichtiger moet worden. De Duitsers hadden ons zeker gehoord als ze hiet achter het huis waren gekomen.”
Jan keek mij eens aan met een verbaasde blik in de ogen en zei toen"Ik maak mij daar weinig zorgen over. Ik vertel alles wat ik weet als ze mij te pakken krijgen en dan laten ze mij zo weer gaan "Hij haalde een beetje minachtend de schouders op en draaide zich om net als of hij zeggen wilde " Wat ben jij toch een onnozel stukje mens."
Niet veel later kwam iemand van de ondergrondse bij mij achter het huis waar wij verstopt waren. Ik had de man in lange tijd niet gezien en vond het een beetje wonderlijk dat hij al zo gauw hier was. Daar was evnzo wel degelijk reden voor maar ik wist van al die dingen niet veel af. Hoe dan ook! Hij vroeg mij hoe het gegaan was en ik zei toen.
" Dat ging wel aardig goed maar je moet die Jan wel een beetje in de gaten houden want hij vertelde mij dat hij alles wilde vertellen over wat hij meegemaakt had als ze hem kregen en dat lijkt mij niet erg goed toe.Hij is uiteindelijk al bijna vijf jaar ondergedoken en hij moet dus heel wat achter de rug hebben "
-Ik had er geen begrip van hoe veel deze woorden te weeg zouden brengen.-
Ze hadden Jan die zelfde avond in het zwembad dat toen het hoofdkwartier van de plaatselijke ondergrondse was. Ze wilden hem doodschieten want hij wist te veel en werd te gevaarlijk.
Jan was toen al bijna vijf jaar van het ene adres naar het andere vertrokken en het zou letterlijk honderden mensen het leven gekost hebben als de S S hem in de vingers kreeg.
Gelukig is dat niet doorgegaan.Het was rond die tijd dat de moeder van de ondergrondse er bij in betrokken werd en ze kon de gedachte niet verwerken dat ze een mens zo maar dood gingen schieten als of het een dier was.
Het was dit oude moedertje dat het op zich heeft genomen om achter Jan te kijken.
Zij stelde zich helemaal verantwoordelijk voor het gedrag van deze jongen van dat ogenblik af.
Deze zelfde vrouw die een weduwe was heeft na die tijd binnen het halve jaar twee van haar kinderen verloren. Ik heb dat zelf gezien maar daar kom ik later aan toe.
Ab vertelde mij ongeveer veertig jaar later dat Jan op die bepaalde dag noch bij zijn vrouw in huis was en hij heeft het Ab's vrouw heel moeilijk gemaakt.Na de oorlog kwam die zelfde Jood bij Ab en vroeg of hij bij hem in de kost kon komen. Hij had nu geld om het te betalen en Ab die anders de goedheid zelf was zei toen tegen hem.
Quote :--" Ik heb jouw geholpen toen jij in nood was maar nu wil ik je niet weer binnen de deur hebben "--Dat klinkt hard maar is begrijpelijk.
Nog een paar jaar later vroeg ik na over deze affaire aan een dochter van de weduwvrouw.
Ik was in toen in twijfel of ik dat werkelijk goed onthouden had want het begon mij toch een beetje onwaarschijnlijk voor te komen. Ik dacht dat mijn geheugen mij parten speelde.
Die mensen vertelden mij toen dat de ondergrondse al een gat in het bos had gegraven om Jan te begraven. (Onbegrijpelijk maar waar.)
Zo waren de tijden geworden en wij waren tot het punt gekomen dat een mensenleven practies waardeloos was geworden.
Dat is wat de oorlog doet!
Wij waren heelhuids door deze laatste razzia gekomen maar de oorlog was lang niet over.
België en gedeelten van Zuid Holland waren bevrijd maar de Duitsers hield nog steeds stand achter de grote rivieren. Deze rivieren De Rijn de Maas en de Waal vormden on overkoombaar hindernissen.
De Engelse generaal Montcomerie heeft dat uitgevonden toen hij probeerde de bruggen over de Rijn te forceeren. De Hollandse ondergrond had hen gewaarschuwd dat er een S S tank divisie in de buurt was om te hergroeperen maar deze informatie werd genegeerd met dodelijke gevolgen voor velen van de Engelse troepen.
De Duitser bleef waar hij was --In Noord Holland --
De zwaarste winter van de hele oorlog zou noch doorstaan moeten worden. Bijna de hele mannelijke bevolking was weggevoerd door de Duitsers en de ondergrondse werd bijna vernietigd door de S S en Gestapo.
Geweldige formaties bommenwerpers trokken over de westerse landen op weg naar Duitsland en veelal naar Berlijn.De druk op Duitsland werd groter maar de druk op de Nederlandse bevolking werd bijna ondraaglijk vooral voor de ondergrond en de onderduikers.Ik geloof dat wij allen vernietigd waren als de oorlog noch een half jaar langer geduurd had.
Eten was er bijna niet meer te krijgen en de steden achter de waterlinie begonnen ondraaglijk honger te lijden.Ook was het een van de koudste winters in de oorlog en de mensen in de grote steden braken de vloeren uit de huizen voor brandhout terwijl er bijna geen bomen meer waren te vinden in de steden.
Daar kwam bovenop dat de Duitser hoe langer hoe gemener werd terwijl de partij bonzen in Berlijn trachten om enkel maanden vrijheid te kopen ten koste van miljoenen mensen levens.
De levens van vriend en vijand werden weg geworpen in een absoluut onnodig bloedbad van de weerlozen en de onschuldigen alleen om De grote hun Adolf en zijn goddeloze volgelingen noch een paar weken het leven te rekken.
Ik herinner mij een avond dat wij bij elkaar waren te discussiëren over het verloop van de oorlog. Albert: De vriend van mijn oudere broer was er en Dirk en Dolf -- mijn vrienden -- die er ook waren. Dan waren er twee jongens uit her Rooie Dorp.
Twee waren er uit de Lange Jammer en mijn broer Dolf had ook twee vrienden bij zich. Al met al ongeveer twaalf personen. Dit klinkt raar maar was tamelijk normaal bij ons thuis in die dagen. Alles scheen op ons of op Eshuis aan te trekken.
Wij waren daar zo samen en een van de jongens zei dat Hitler een menselijk wrak was geworden. Iemand die met bevende handen miljoenen de dood in joeg met geweldige uitbarstingen van onzinige kwaadheid. Voor ons was het toen onbegrijpelijk dat zijn generaals noch steeds orders volgden van deze waanzinnige tiran.
De vraag komt bij je op--Hoe konden wij dat weten terwijl de rest van de wereld niets van deze dingen schenen af te weten?--Maar wij wisten het. Dit is absoluut waar zonder enige overdrijving.
Ook praten wij over de geheime wapens van de Duitsers.
Wapens die binnen korte tijd in de strijd zouden worden geworpen.
Wij waren wel een beetje sceptisch over deze buiksprekerij van de Fuhrer in Berlijn.
De Duitsers zouden zogenaamde kanonnen hebben ontwikkeld die van de België kust Engeland konden beschieten. Kanonnen op rails die Londen zouden kunnen platschieten.
Ook hadden zij nieuwe onderzee boten met hypermoderne wapens en dan niet te vergeten. Vliegmachines die zonder piloten bommen op Engeland konden werpen. --Wij geloofden het niet. Maar het was maar al te waar!—
Het was allemaal waar maar het was wel eigenaardig dat wij dit wisten in de laatste maanden van de oorlog terwijl er helemaal geen kranten in de omloop waren behalve de krantjes van de ondergrondse.Het is noch vreemder dat veel van de Duitse generaals geen idee hadden dat Hitler zo ver was afgetakeld.
Er zijn boeken geschreven dat de geallieerden niet wisten van de doodenkampen zoals Bergen Belsen en Dagau. --Wij wisten het.--!
Ook word er beweerd dat Eisenhouwer de invasie in Normandie in stormachtig weer moest beginnen omdat men bang was dat de Engelsen zouden bezwijken onder de druk van lange afstand kanonnen in Antwerpen. De vliegende bommen die V 1 werden genoemd en later de V2 die veel gevaarlijker was. Wij wisten dat allemaal door de geruchten molen die altijd alles wist en vaak onvoorstelbaar juist was.
De V1 was in de berg opgesteld noch geen twee kilometer van ons huis. Wij hebben deze vliegende bommen heel wat keren zien vertrekken in dat laatste oorlogsjaar. Soms ging alles goed en soms vielen ze bijna direct weer naar beneden.Op andere keren begonnen ze rond te draaien als ladiebugs die dol geworden waren en dat kon erg benauwend worden zoals op de avond dat het erg mistig was en een van deze V 1 begon boven ons dorp rond te draaien.
Ik had altijd de gewoonte dat ik tegen het gevaar in liep ,Dat was de beste bescherming, maar deze avond was daar geen beginnen aan om de eenvoudige reden dat je het gevaar niet aan kon zien komen. Dat is het ergst wat er is. Als er gevaar dreigt en je bent volkomen machteloos omdat je niet weet waar het vandaan komt. Ik ben dan ook zelden zo bang geweest.
Wij liepen tussen al deze gevaren met de angst in ons als een dagelijkse metgezel ,
Maar: en dit zal raar klinken wij vonden ook noch tijd voor de meisjes. Die kleine hartwarmers die je zo razend kwaad kunnen maken alleen maar om de zaak interessant te maken.
Dirk en ik gingen schaatsen rijden op een meertje niet ver van ons huis. Wij wisten wel zeker dat er ook wel een stuk of wat meisjes zouden wezen en dat was op dat moment belangrijker dan de hele Duitse apekool.Wij gingen --gevaarlijk of niet-- en inderdaad er waren wel enige leden van het ander geslacht die belang hadden op een nadere kennismaking.
Wij waren dan ook druk aan het onderhandelen en een algemene opwarming van de twee eenheden begon er erg belovend uit te zien.Het ging zelfs bar goed en de laatste noten zouden net gekraakt worden toen er plotseling een donderend lawaai om ons losbrak. Het was als of er twintig treinen over ons heen zouden gaan vliegen.
Toen zagen wij iets dat nooit eerder vertoond was ,noch geen twee kilometer van ons af begon de hele avondlucht te branden en een sigaarvormig voorwerp begon heel langzaam boven de bomen uit te komen. Het was omgeven met een krans van veel kleurige wolken in kleuren die wij nooit eerder gezien hadden.
Eerst leek het als of het neer wilde komen en toen begon het al sneller op te stijgen en binnen de vijf minuten was het uit het gezicht verdwenen.
Wij waren voor de eerste keer getuige geweest bij het afschieten van de beruchte V 2.
Later hebben wij ze bijna elke dag zien op stijgen maar het heeft nooit weer de zelfde indruk op ons gemaakt als die koude winteravond in het halfdonker toen wij dodelijk verschrikt ons aan de meisjes vast hebben geklemd voor bescherming.
-Het kan ook andersom geweest zijn maar dat ben ik vergeten.--
Zelfs de meisjes konden ons niet meer vertroosten en wij zijn als hazewindhonden weer naar huis gevlucht. Een mens kan maar zoveel verwerken in een dag en dit was meer dan genoeg.
De V2 was het gevaarlijkste wapen dat de Duitsers tot noch toe hadden uitgevonden en ik betwijfel of er veel mensen zijn die weten hoe dicht de Duitsers bij een algehele overwinning geweest zijn.
Ik heb niet lang geleden een boek gelezen met de naam "A man called Intrepid"
Dit boek is geschreven door een master spion die in nauwe samenwerking stond met Churchil en Rooseveld. Deze man beschreef dat Churchil en Rooseveld al betrekkelijk vroeg in de oorlog besloten hadden dat de eind beslissing grotendeels zou beslist worden door de invloed van de ondergrondse of Guerrilla troepen. Dit is absoluut door de historie van de oorlog bevestigt.
De Duitsers hadden grote sprongen gemaakt met het onderzoek naar Atoomwapens. Zij waren in feite verder dan de geallieerden. Betrekkelijk vroeg in de oorlog hebben de geallieerden het vervaardigen van het zwarte water dat nodig is voor de kernwisseling weten te vernietigen in Noorwegen. Dit was onmogelijk geweest als ze geen hulp van de Noorse ondergrond hadden gehad.
Was dat niet gebeurt dan zouden de Duitsers Atoombommen hebben kunnen werpen met behulp van de V2. De oorlog zou dan onherroepelijk overgeweest zijn en de Westerse Wereld zou ondergegaan zijn in de donkere nacht van het Sataniese Nazie systeem.
Wij mogen God danken dat dit niet gebeurd is dank zei de activiteit van de ondergrond in Noorwegen.
De geallieerden waren evenwel degelijk goed op de hoogte van de dreiging die uitging van de V1 en V2
De ondergrondse had de activiteit van deze wapens doorgegeven met de informatie over de startbanen en waar deze startbanen te vinden waren.
Meer en meer Engelse vliegtuigen kwamen boven ons dorp om de aanvoer voor deze wapens lam te leggen.
Op zekere dag kwam er uit de blauwe lucht een vreemd soort vliegtuig met een dubbele staart over de berg. Het vloog over ons dorp en gooide toen een of twee bommen dicht bij de spoorbrug. Toen maakte het een wijde boog en kwam over de spoorlijn terugvliegen en schoot ook noch een locomotief aan flarden. Wij hadden nooit eerder zo iets gezien maar het was vast niet de laatste keer dat wij de bommen zagen vallen op en bij de spoorlijn.
Toch hebben ze nooit weer zo dicht bij de brug geweest als dat eene vliegtuig op die bepaalde eerste dag
Dat eerste vliegtuig leverde een stukje vakwerk eerste klas.
Na die tijd kwamen de vliegtuigen elke zonnige dag uit het Westen aanvliegen.
Bijna altijd vier achter elkaar en het was een fantastisch gezicht als de eerste zo'n beetje over de buurman begon op en neer te gaan met de vleugeltippen daarna gingen ze zijwaarts hangen en kwamen in pressiese volgorde na een halve draai naar beneden glijden om hun bom los te laten op het juiste moment.
Voor ons was dat heel mooi om aan te zien maar voor de mensen aan de grote straat en bij de brug was dit helemaal niet zo mooi en meer en meer mensen gingen na verloop van tijd ergens anders wonen.
Sommigen van de vooraanstaande families woonden bij de boer in kippenhokken of waar er ook een plaats vrijgemaakt kon worden.De onderlinge verstandhouding en hulpvaardigheid was bewonderenswaardig en niettegenstaande alle tegenslag waren deze mensen niet ongelukkig want wij begonnen allemaal uit te zien naar de bevrijding.
Dat dit noch een poosje ging duren wisten wij toen ook niet.
Ik was op een zondag net voor de kerstdagen bij mijn vriend Dirk aan huis toen er ongeveer zes vliegtuigen uit het Westen kwamen vliegen. Dit was iets ongewoons omdat er gewoonlijk vier of acht waren. Verder dachten wij daar niet over omdat het ongewone normaal was geworden in deze tijd van snelle omwisselingen en veranderingen.
Er was ook een jonge man in dat huis en deze man was een van de zware jongens van de ondergrondse beweging.Hij werd overal gezocht door de Duitse geheime politie maar dat scheen hem op deze bepaalde dag niet te hinderen , integendeel.
Hij was in een buitengewone goede stemming en begon verstoppertje te spelen met de aankomende vliegtuigen. Hij stond met de vuisten tegen de vliegtuigen te zwaaien alsof hij als een kind aan het spelen was en met gebalde vuisten schreeuwde hij
" Probeer mij maar eens te krijgen als je durft!"
De vliegtuigen maakten een duik naar beneden en hij begon net een klein kind te huilen terwijl hij de handen over het hoofd hield. " Ik zal het nooit weer doen.Doe mij nu niks ik doe het nooit weer"
Voor ons was het heel grappig om die toneelspelerij aan te zien en wij lachten ons slap om die gekke dingen die hij uit haalde. Maar even later was het helemaal geen spelletje meer want plotseling doken er vliegtuigen naar beneden van alle richtingen en een gierende fluittoon overstemde alle geluid. Een toon die hoger en hoger werd en plotseling begonnen er bommen te ontploffen vlak in de buurt waar wij waren.
De vliegmachines waren niet in de stemming om langer te spelen.De bommen hagelden naar beneden.
Ik lag in het voorportaal en boven mij zweefden grote brokken bevroren aarde in het luchtruim om voor een split seconde bewegingloos stil te hangen en toen kwam alles naar beneden in een hagel van grote en kleine stukjes aarde en puin.
Voor mij lag mijn vriend en hij had zich boven op zijn Moeder en zijn meisje geworpen.
Dit was een schouwspel dat ik nooit weer ben vergeten. Op dat beangstigt moment was de veiligheid van een ander belangrijker dan zijn eigen leven.
In de woning naast ons stond een vrouw met de benen te trappelen en hysterisch te huilen met hoge gierende uit halen. Dit was haast nog erger dan de bommen.
Dirk zijn Moeder en de rest van de familie zeiden bijna niets. Ze stonden stil het noodlot af te wachten en de meesten van hun zullen wel gebeden hebben want het waren allemaal diepgelovige mensen.
Behalve de buurvrouw die moest die vertroosting van een diep geloof schijnbaar missen.
Het is op die momenten dat het geloof in een Zaligmaker sterk naar voren komt met de grote vertroosting van een goed thuiskomen dat daaraan verbonden is.
Na afloop van het bombardement liep ik naar buiten en vond het achterstuk van een grote bom vlak voor het huis waar wij waren. Dat stuk was ongeveer dertig centimeter in doorsnee. Dus moet het een zware knaap zijn geweest. Dat stuk was nog warm toen ik het aanraakte maar ik dacht dat ik misschien noch iemand kon helpen dus liep ik door naar het begin van de weg.
Ik had in geen jaren zoveel mensen op de weg gezien en het krioelde van de onderduikers. De Jood Jan was ook in deze broedergemeente. Hat was noch steeds dezelfde Jan maar hij had nu rood haar in plaats van het zwarte haar dat hij eerst had. Deze hele verzameling liep op straat voor een paar minuten en was toen ook net zo gauw weer verdwenen. Ra Ra Hoe kan dat?
Ik herinner mij een persoon bijzonder goed.Dit was in het gewone leven een braniemaker van de eerste klas maar hij liep nu te huilen als een kind van angst en ontzetting.
Weer een van de momenten dat de echte natuur van de mens naar voren komt.
--De oorlog doet dat--
Stille mensen op de achtergrond komen naar voren als helden en de helden van het gewone leven worden lafaards. Ik zou bijna willen zeggen Ra Ra Hoe kan dat?
In dat verband moet ik vaak aan Hans van de buurman denken. Dat was ook zo'n stille held die normaal niet erg opviel maar op de gevaarlijke momenten aanwezig was.
Nu wij het toch over helden hebben wil ik Gaitie niet vergeten want hij heeft al te lang op de achtergrond geweest.Het word tijd dat wij wat aandacht aan hem gaan besteden.
Er was eens weer een bericht doorgegeven dat er een andere razzia zou komen.
Albert van de familie met de breinaald in de lichtmeter en Gaitie waren die dag samen en ze besloten om een schuilplaats te zoeken tegenover Alberts huis.
De jongere broers van Albert hadden daar een gat in de wal van een sloot gegraven en dat gaf ongekende mogelijkheden voor een goede schuilplaats.
Albert ging eerst in dat gat en vond een mooie schuilplaats mat stro bedekt aan de wanden
Hij zou dat even nader onderzoeken toen er plotseling een blazende kat uit het stro kwam vliegen."Een haas "schreeuwde hij tegen Gaitie en Gaitie ,die altijd op z'n tellen paste, greep heldhaftig toe terwijl de blazende kat tegen hem opsprong.
Albert vertelde later dat ze zich krom hadden gelachen. Maar plotseling kreeg Gaitie een verstarde uitdrukking op zijn gezicht en sprong met een machtige sprong boven op de wal en ging er toen vandoor. Een van zijn klompen hebben ze later een paar honderd meter verder gevonden terwijl de andere klomp een halve kilometer verder lag. Gaitie moet er de gang wel in hebben gehad volgens het verhaal van Albert.
Hij zelf was in dat gat gebleven en keek met grote ogen naar een groepje Duitse soldaten die door de opening naar binnen keken. Albert heeft zich toen een beetje achter het stro verscholen en de Duitser die in dat donkere hol keek ging verder.
Ze hadden schijnbaar zeker willen maken dat er geen gevaar voor de Duitsers dreigde in dat hol aan de slootkant naast de openbare weg.
Onze held Gaitie was in geen velden of wegen te bekennen en men heeft hem heel laat in de avond kilometers verder in een droog stukje bos gevonden –
Zo ver het verhaal van Albert.-
Mijn vriend die mij pruimen had geleerd was achteraf bekeken toch niet zo'n grote held.
Niet dat hem dit veel geholpen heeft. Hij kon het noodlot niet ontlopen want de Duitser heeft hem een paar weken later och gekregen en hij werd te werk gesteld in de omgeving van Remagen. --Dit is eeen stad die een paar maand later bijna werd platgeschoten door de kanonnen van de geallieerden.--
Ik heb later een poosje gewerkt in een werkplaats waar veel stro gevlochten werd maar ik kon het nachtwerk niet volhouden het was alsof ik zand in de ogen had en ik ben daar dus opgehouden te werken en dat was maar goed ook want een paar weken later werden er verschillende onderduikers opgepakt. Gaitie was daar ook bij en een broer van Hans.
Die kwam ongeveer op de zelfde plaats terecht als Gaitie en die heeft het ook heel zwaar gehad.Hij werd bij een boer aan het werk gezet en had het geluk dat hij verschillende keren wat aardappels kon stelen en dat heeft die man in leven gehouden. Voor de rest heeft deze mens later nooit over die ervaringen gepraat.
Dat was schijnbaar te moeilijk.
Uit de voorgaande verhalen kun je zien dat het met de dag moeilijker werd en dat was zeker het geval wat betreft de voetselvoorziening,Hoe Vader en Moeder het hebben klaar gespeeld om twaalf personen aan het eten te houden door die vijf oorlogsjaren zal voor mij altijd een raadsel blijven. Dat ze het moeilijk hadden daar is geen twijfel aan maar soms kwam er uitredding uit the meest onwaarschijnlijke plaatsen en zo kon het gebeuren dat de man ,die later mijn schoonvader geworden is, enkele keren met een roggebrood of wat ander eetbaars rond de deur kwam.
Dit was daarom zo verwonderlijk omdat hij in die tijd erg socialistisch was.
Hij had zijn vrouw een belofte gedaan dat hij de kinderen Christelijk op zou laten opvoeden en daar heeft hij zich altijd aan gehouden.Zelf deed hij in die jaren niet veel aan het geloof.
Dat is later allemaal verandert maar zo was de situatie in de oorlogsjaren.
Niet dat het veel verschil uit maakte als het op eten aankwam. Brood was brood en het maakte niet uit waar het weg kwam.
Toch hebben wij dat nooit vergeten want het was als manna in de wildernis.Het was alsof de Heer ons brood zond uit de hemel.
Zo kwam mijn toekomstige schoonvader op een van die dagen met twee grote rogge broden bij ons huis toen de nood op het ergst was en wat er toen gebeurde is een van de vreemste dingen die wij ooit hebben ondervonden.
Ongeveer op die zelfde tijd kwam er een man uit Rotterdam bij ons aan de deur. Deze man was vel over been en zag er uitgehongerd uit.Hij had de hele tocht van Rotterdam naar ons dorp op de fiets gemaakt in de hoop dat hij ergens voedsel zou opscharrelen.
Mijn Moeder keek even naar die man en gaf hem toen een van die twee roggebroden die wij zelf zo hard nodig hadden. --Dat was nu mijn Moeder in haar geloof op de goedheid van onze Heer__.
Je zult misschien denken dat dit erg onverantwoordelijk was maar wij zijn zonder dat brood ook in het leven gebleven. Misschien hadden wij een klein beetje meer honger maar dat was dan ook alles. Voor deze man was het een vraag van leven en dood voor hem en zijn familie.
Later heeft hij ons eens een keer opgezocht en dat het een vraag tussen leven en dood was is ongeveer wat hij ons toen vertelde.
Het ging mijn Moeder zoals het de weduwe van Zarfath verging met de oliekruik die nooit leeg werd op het gezag gevend woord van Elia. Wij zijn nooit echt hongerig geweest.
Wel was het zo dat onze buik de hele dag door rommelde van de honger maar honger zoals in de grote Westerse steden hebben wij nooit geleden.
Onze moeder was zo weg gevend op alle gebied en op die manier heeft mijn Moeder bijna de hele garen winkel weg gegeven.
Dat ging zo : Vader en moeder hadden een garen winkel toen de oorlog begon.
Ze kregen dus een hoeveelheid bonnen om garen in te slaan.De klanten konden dan garen kopen tegen inlevering van de benodigde bonnen.Na verloop van tijd kwam er gebrek aan alles en de mensen hadden nooit genoeg bonnen om het benodigde garen te kopen. Ze gingen dan naar onze Moeder en vroegen of ze noch een knotje garen had. Tegen betaling maar zonder bonnen.
Moeder had altijd wel wat met het gevolg dat ze geen bonnen en geen garen meer hadden tegen het eind van de oorlog. Als ze goed zakelijk was geweest had ze dik geld kunnen maken in de zwarte handel en wij hadden het dan iets ruimer gehad.
Maar nee--Zo was moeder niet --
Zij gaf tot er niets meer te geven was.
Ik heb ook zakenlui gekend die aan het eind van de oorlog nog volop vooroorlogs goed hadden , Goedereen die ze later met woekerwinst konden verkopen. Zulk soort mensen waren maar al te vaak goede kerkmensen die vooraan stonden in het kerkelijk leven. Ik weet waar ik over praat want ik heb dit met eigen ogen gezien.
Mijn ouders hebben daarentegen zakelijk nooit de hoogte bereikt van deze schrandere handelaren maar de hemel heeft gezien en zal oordelen over wie het beste deel gekozen hebben.Een ding is zeker ! Er was niets verkeerd met de naasten liefde van mijn ouders. (Of ze zakelijk waren is een heel ander verhaal.)
Toch werd het wel erg moeilijk voor ons allemaal want in de laatste maanden van de oorlog kwam er elke nacht een vliegtuig over ons dorp en omgeving vliegen.
Wij noemden dat vliegtuig de vrolijke Frans. Waarom weet ik eigenlijk niet want het was allesbehalve vrolijk wat die knaap uithaalde. Deze knaap schoot s'nachts alles van de weg af wat op wielen reed.Dat waren vaak de Duitsers maar wat erger was ook de melkwagens en alle ander verkeer van de voedsel voorziening,
Ik heb heel wat nachten in mijn bed gelegen met het gevoel dat die vrolijke Frans het speciaal op mij gemunt had.
Ik dacht steeds dat ik de volgende kogel laag tussen mijn schouderbladen zou krijgen.De angst die daarmee gepaard gaat is met geen pen te beschrijven
Zout was er in de laatste maanden niet meer te krijgen en dat was misschien de grootste straf. Want eten zonder zout is smakeloos.Vooral het witte brood wat wij toen kregen.Wit kon je dat brood helemaal niet noemen. Het was grijsachtig van buiten met een kleverige kluit in de middel. Net als of het kauwgom was en het smaakte nergens naar, En helemaal niet zonder zout.
Daar bij kregen wij gebrek aan verse groente met al de gevolgen daarvan.
Wij kregen toen Scabiës. Dit zijn eigenlijk kleine soorten bacteriën die tussen de knokkels van je handen en onder de oksels van je lichaam een waar feestmaal aanrichten.
De jeuk die daarbij vergezeld ging was aller verschrikkelijks en ook met geen woorden te beschrijven.Ik heb nachten gehad dat ik dromen had waarin ik vis en wortels zat te schrapen en ik schraapte in werkelijkheid hoe langer hoe feller tot ik met een pijnlijk gevoel wakker werd en tot de ontdekking kwam dat ik over mijn lichaam had liggen te schrapen zodat het bloed er af liep.
--Dit is echt geen overdrijving.--
Ik sliep met een van mijn broers op de zolder en wij begonnen naast de ellende van Scabiës ook noch andere jeuk te krijgen want op zekere dag zei mijn broer tegen onze Moeder
"Moe ik heb toch zoo'n jeuk en ik heb al eens een beestje gevangen dat net als glas leek totdat het zich vol met bloed gezogen had en het heeft lange kriebel poten"
Het was alsof Moeder een klap voor het hoofd kreeg toen ze dat hoorde.Ze had bijna van alles mee gemaakt maar dit was wel het allerergste dat een goede huisvrouw kon overkomen.
Het schijnt dat wij in onze omwandelingen ergens luizen hadden opgelopen en voor dat wij het wisten waren wij allemaal naakt uitgetrokken en wij werden verschoond met zeep en borstel en daarna werden de bedden allemaal verschoond en van dat punt aan stonden wij onder geregelde controle.
Mijn Moeder kon de Duitsers en de landverraders verdragen als het niet anders kon, maar de luizen waren daar niet bij inbegrepen en het is met hartgrondige vreugd dat ik het de Wereld kan verkondigen. Wij hebben na die tijd geen luis meer gezien. Alleen Luis de Vries en die mocht er wel lopen van mijn Moeder want die was ouderling in de Gereformeerde kerk.
Zo kun je eens weer zien dat mijn Moeder wel hart voor de mensen had ook als ze geen mooie naam hadden.Mijn Moeder was een door en door goed mens ook voor een zekere Luis.
Wij hadden de strijd met de luizen gewonnen maar de Duitsers en de Landwachters liepen er noch en het waren twee van deze zwarthemd landverraders die mijn oudste broer toen bijna te pakken kregen. Je moet weten dat deze bepaalde broer veel werk voor de ondergrondse heeft gedaan zonder dat een van ons er iets van wist.Hij had tot noch toe een zeker vrijheid omdat hij bij de voedsel voorziening werkte als melkventer. Ik heb hem daar ook eens mee geholpen maar dat was een gevaar voor vriend en vijand want ik had een gruwelijke hekel om langs de deuren te gaan en het ging ook altijd verkeert tot dat het op zekere dag de spuigaten uitliep. Ik heb die spuigaten noch proberen te stoppen maar er was geen houden meer aan.
Mijn broer had de melk in bussen van ongeveer veertig lieter en als er een bus bijna leeg was gooide je die bij een ander in die nog redelijk vol was en dat heb ik ook gedaan.- Met een kleine variatie.- Ik gooide per ongeluk de volle melk bij de karnemelk in en toen was Leiden in last en ik ook. Ik dacht dat mijn broer mij dood ging slaan maar dat is goed gegaan.Hij heeft mij alleen maar een beetje gekneusd.
Ik ben er noch want in mijn geest zit hier niet te schrijven. Ik heb wel zo veel op mijn falie gehad dat ik na die tijd nooit weer de oude ben geworden. Ik geloof dat ik een beetje in de war ben want het was die verknoeide karnemelk zijn schuld niet dat de K K mijn broer bijna te pakken kreeg. Mijn broer zag die zwarte kwabbelaars aan komen en ging er van door dwars door de rivier met die zemelaars achter hem aan en ze schoten hem na met hun revolvers dat de kogels hem om de oren vlogen. Ik denk dat hij toen goed is weg gekomen want hij loopt er nu noch te pierogen en dat is bijna zestig jaar later.
Ik vond dat mijn broer die behandeling echt niet verdient had want hij liep heel onschuldig melk te venten op dat moment. Wat hij in zijn vrije tijd uit voerde ben ik nooit precies gewaar geworden.Wel weet ik zoveel dat ze hier en daar een spoorlijn hebben opgeblazen alleen om de verveling een beetje te verdrijven. Ook heeft de S S hem te pakken gehad toen hij op verkenning ging naar eeen huis in Notter dat pas overvallen was.
Hoe hij daar is uit gekomen mag Joost weten want er waren anderen die om mindere dingen werden dood geschoten.
Hoe dan ook! Hij loopt er nu noch en dat laat hij mij wel degelijk weten anders zou ik nooit geweten hebben hoe veel fouten ik heb en hoe slecht ik ben.
Al met al werd het er niet beter op.Ik heb dat al zo vaak gezegd dat het bijna vervelend word maar wij hadden voorzeker geen last van verveling toen wij op een avond de sokken ophijsten om een bezoek te brengen aan Albert van de familie met de breinaald in de meter die de elektriciteit opneemt. Wij wilden eens zien of er al een oranje wimpel aan hing want dat zou voorwaar een goede tijding wezen.
Wij liepen dus langs een heg die niet ver verwijdert was van de Gereformeerde school. De school was dicht genoeg bij dat je hem bijna kon zien en dat was niet zo goed.
Die school zat vol met Duitsers en dat was ook niet goed maar wij waagden het er op en liepen dus in een redelijk verlicht maanbeschenen landschap om naar de oranje wimpel van Albert te gaan kijken. Dat was dus wel weer goed.
Toen kwam er plotseling een vliegend ford boven het dorp en dat ding begon kroontjes boven ons te trekken en dat leek weer niet zo goed.Maar het werd nog veel erger want plotseling gooide die vliegmachine fosfor fakkels ( Licht kogels) uit die zulk een fel licht gaven dat je er de krant bij konden lezen. Wij hadden daar allerminst op gerekend on stonden in het open veld met angstige ogen naar de omgeving te kijken want wij konden de school duidelijk zien en als wij de school konden zien. Kon de school ons ook zien--of liever gezegd --
De Duitsers in de school konden ons zien zonder vergrootglazen en dat was helemaal niet mooi.
Hadden wij toen maar begrepen dat deze vliegmachine fotoos van de omgeving nam dan was alles misschien een beetje anders verlopen en hadden heel wat mensen in leven gebleven die een paar dagen later gestorven zijn.Maar zo is het leven.
Wij stonden even te sidderen van angst en vervolgden toen de weg naar Albert's familie om naar de onzichtbare oranje wimpel te kijken. In totale onwetendheid van wat de dag van morgen of overmorgen brengen ging.Wij hebben daar heel gezellig surrogaat koffie gedronken en zijn toen tegen twaalf uur weer naar onze bedstede wedergekeerd.
( Ik houd van die bloemrijke taal, daarom gebruik ik het in dit gevalletje. Mooi he?)
Vaak gingen wij niet voor twaalf uur in de avond naar bed en dan sliepen wij tot ongeveer twaalf uur in de morgen. Dat spaarde een maaltijd uit en dan kon je het gerommel in de buik ook niet zo goed voelen.Op dat gebied waren wij wel degelijk bij de pinken en dat was natuurlijk weer goed.
De dag van maart 22 1945 begon als een prachtige dag. De zon scheen en de eerste groene blaadjes gras kwamen naar boven door de bestorven grond van de afgelopen winter.
Hier en daar begon all een vogel te fluiten maar het was nog een beetje te vroeg om een nestje te bouwen dus dartelden ze rond in een herwonnen lust om nieuw leven voor te bereiden. De rest van de buurt waren al een poosje in de weer en mijn broer en ik waren ook in een goede stemming. Wij stonden naast het huis om wat stro te vlechten , Niet dat er zo veel vraag voor tassen was maar wij moesten toch wat doen en dus stonden wij daar gezamenlijk tegen de buiten muur van het schuurtje.
Van daar konden we alles goed af zien en de benen nemen als er wat verkeert zou gaan.Er waren noch steeds Duitsers in de buurt en wij moesten wel degelijk uitkijken voor mogelijk naderend gevaar. Voor de rest was alles vredig om ons heen en er was absoluut geen teken dat deze dag anders zou worden dan andere dagen.
De rest van de familie was over de hele buurt verspreid en dat was ons best naar de zin
De jongere broers hielden altijd een oog open of er ook iets ongewoons aan de gang was dus waren wij behoorlijk zeker dat we voor het moment veilig waren.
Plotseling en zonder waarschuwing begon er een huilend geluid uit de heldere blauwe lucht naar beneden te komen in een fluit toon die hoger en hoger werd en tenslotte over ging in een paar daverende ontploffingen. Ik had dat geluid al wel eens eerder gehoord toen ik in het bombardement bij mijn vriend Dirk was.Dus ik wist direct dat er een bomaanval gaande was. Niemand hoeft je les te geven in het dekking zoeken. Het geluid van vallende bommen is afschuwelijk en het gierende geluid van een vallende bom is merg doordringend.
Je zoekt automatisch een schuilplaats en valt op de grond achter het eerste beste plaatsje dat een beetje beschutting bied.
Mijn broer en ik lagen eensgezind tegen de muur te wachten op de dingen die komen gingen maar het bleef bij die paar bommen en zo wij kropen weer in de benen en liepen naar de buurmensen tegen over ons waar Hans op dat moment ook al buiten stond.
Ongeveer vier huizen van ons af stond de hele straat in de brand en het eerste wat wij zeiden was." Wij moeten daar naar toe om te helpen met brand blussen!"Maar Hans die een beetje nuchterder was zei tegen ons.
"Daar is de brandweer voor. Die mensen hebben ervaring en weten wat zij doen. Jullie bent allemaal onder duikers. Je kunt beter hier blijven. Straks loopt alles vol Duitsers en jullie loopt ze recht in de armen. Blijf hier!"
Deze woorden hebben ons zo goed als zeker het leven gered want noch geen vijf minuten later hoorden wij een vliegmachine hoog in de lucht die met een machinegeweer begon te ratelen. Dit was misschien als een waarschuwing bedoelt maar had de tegenovergestelde uit werking.
De mensen hadden weg moeten vluchten maar werden integendeel als magneten naar de brandhaard gelokt.
Een van onze buurlui was bij de brandweer en hij rende langs ons heen om te helpen met brand blussen. Wij hebben hem nooit levend weergezien. Zo ging het met velen.
Hans zijn broer is er ook heen gegaan en dat is de enige die er levend weer is weggekomen.
Wij stonden noch met Hans te praten toen er voor de tweede keer het gierende geluid van een andere series bommen werd gehoord.Wat er daarna gebeurde is met geen pen te beschrijven. Wij vlogen het huis van de buren binnen en ik lag op mijn buik in het zogenaamde washok. Net voor mijn ogen was de eikenhouten post van de washok deur naar de keuken. Deze was gedeeltelijk verrot en schudde minstens tien centimeter heen en weer in de storm van geluid dat direct daar op volgde.
Ze zeggen wel eens dat de hel was los gebroken ( Ik weet niet hoe de hel is ) maar ik weet wel dat ik voor die tijd nooit zoiets had gehoord en na die tijd ook nooit weer.
Het was eeen donderend rommelend geluid dat je hoofd bijna uit elkaar scheurde en ik dacht op dat moment zeker dat mijn einde gekomen was.
Het eigenaardige is dat ik heel kalm mijn eind lag af te wachten. Het was alsof ik op een eiland was in het midden van dat helse lawaai.
Voor mij aan de rechter kant was de deel en ons buurmeisje stond daar te trappelen met de benen terwijl ze huilde met gierende uithalen. Rondom haar heen vlogen appelkistjes die op de zogenaamde hiele waren opgestapeld als bladeren in de wind. dwars over de deel en vlogen toen aan splinters tegen de andere muur.
De hele omgeving golfde op een storm van geluid en het was alsof het een eeuwigheid duurde terwijl het in werkelijkheid misschien vijf of tien minuten geduurd heeft.
Dat waren waarschijnlijk de vreeselijkste minuten in mijn leven!
Na afloop liep ik met gonzende oren naar buiten om te zien of ik ergens kon helpen en wat ik toen gezien heb was her ergst wat ik in mijn hele leven gezien heb.
Voor ons huis bij de zogenaamde molensteen lag een buurjongen met een open gescheurde buik.
Hij hield met zijn eigen handen zijn buik dicht omdat anders z'n ingewanden uit zijn lichaam zouden rollen. Zijn moeder was bij hem en had de armen om hem heengeslagen en deze jongen die iets ouder was dan ik huilde met een klagelijk geluid." Moeder ! Moet ik nu dood gaan? ' Dit was vreeslijk om aan te horen en ik stond machteloos er bij terwijl het moedertje mij vertelde dat ik maar door moest gaan want hier was niets meer te helpen.
Dit was de zelfde vrouw die de Jood Jan van een zekere dood had gered en je vraag je zelf af "Waarom moet juist deze vrouw zo veel lijden?"
Maar dit was noch maar het begin. Een einde verder op vond ik een dochter en haar verloofde.Het meisje was een kind van deze zelfde vrouw. Dit paar stond dicht voor haar trouwdag en ik vond haar en haar toekomstige man op een plek waar ze door de luchtdruk hoekje in hoekje in een beukenhaag waren gedrukt.
Ze lagen daar net alsof ze in bed lagen met dit verschil dat ze allebei dood waren.
Het ironische van dit geval was dat ze bijde op oudere leeftijd waren en ze hadden op gevorderde leeftijd elkaar gevonden.Ze waren verenigt in de dood.
Ook hier kon ik niets doen.Een eindje verder vond ik een meisje van ongeveer elf of twaalf jaar. Ik kende haar wel goed want ze was met haar zusje vaak bij ons langs het huis gelopen en ik vond de twee zusjes die bijna van dezelfde leeftijd waren bijzondere schoonheden. Beiden met pikzwart haar en buitengewoon lieftallig.
Ik vond een van die meisjes maar ze had geen gezicht meer. Het was compleet weggeslagen
Het andere meisje is nooit weer gevonden. Ook zijn haar beide ouders omgekomen op deze rampzalige dag.
Zover was alles wat ik gezien had buiten bereik van enige hulp dus liep ik maar weer verder en ontmoete daar mijn broer die met mij aan het strovlechten was geweest.
Alsof het zo wezen moest kwam op dezelfde tijd mijn oudste broer uit het center van her gebombardeerde gebied Hij sleepte een jonge man met zich mee die schijnbaar gewond was. Mijn oudste broer vertelde ons dat wij deze man buiten gevaar moesten brengen en dat hebben wij toen gedaan.
Ik heb zelden zulk gejank gehoord en kon dit in die toestand maar slecht verdragen.
Deze man was heel niet zo zwaar gewond maar totaal over stuur en hij deed maar niks als huilen. "Brengt mij alstublieft weg van hier. Jullie kunt krijgen wat je hebben wilt als je mij hier maar uit wegbrengt!"--Hij heeft ons dat wel honderd keer verteld.--
Ik had niet zo veel respect voor deze mens want hij was een beruchte zwarte handelaar die veel geld verdient had uit de miserie van andere mensen.
(Drie weken later kwam ik hem tegen op straat en hij wilde noch geen goede dag zeggen.)
Dat was de dank van de liefhebbende zwarthandelaar.
Het is natuurlijk mogelijk dat de man shellshockt was maar mijn oudste broer kwam uit de zelfde omgeving en die was bijna normaal want hij ging direct terug naar het gebombardeerde center om anderen te helpen als dat mogelijk was.
Mijn andere broer en ik brachten deze man naar een jonge dokter die een eind van het gebombardeerd gebied bezig was om gewonden te helpen.
Niet dat hij veel kon doen in de eerste ogenblikken want hij was ook helemaal overstuur en bleef maar steeds herhalen met de zelfde woorden. "Dit is geen oorlog meer maar dit is genocide (moord)
Deze man was ook helemaal van de kaart.Nu moet ik er bij zeggen dat hij later bewonderenswaardig werk heeft verricht maar hij was jong en onervaren, daarom scheen hij moeite te hebben om zich bij deze vreeslijke toestand aan te passen.
Wij gingen intussen weer terug naar het gebombardeerd gebied waar alles in de brand stond en een zware fosfor wolk hing boven dit complete slagveld. De kruitdamp doet iets aan de meeste mensen en zo ook aan mij. Ik was bijna dronken van de kruitlucht en zou zonder mij te bedenken op elk vliegtuig in de nabijheid geschoten hebben als ik wapens had gehad.
Dat het onze vrienden waren die de bommenlast naar beneden gooiden maakte op dat moment weinig uit. Ik zou op dat moment op vriend en vijand geschoten hebben.
--Dit is geen overdrijving maar de zuivere waarheid --De oorlog doet vreemde dingen als het in volle sterkte toeslaat en dat was wel degelijk het geval in deze bomaanval.
De geallieerden hadden anty personeel en fosfor brandbommen gebruikt en dat is een van de gemeenste manieren om oorlog te voeren.
De anty personeel bom is een bom met een rubber verlengstuk. Daardoor gaat het niet ver de grond in maar ontploft boven de grond en het is zo gemaakt dat het uiteen ontploft met een grote hoeveelheid scherven die er op gebaseerd zijn om zo veel mogelijk mensen uit elkaar te scheuren.Deze scherven dringen hoe langer hoe verder in het menselijk lichaam en jaren later liepen er noch mensen met scherven in hun lichaam. Deze bommen waren uitgeworpen vermengd met fosfor bommen en airmines.Dat zorgde zodoende voor een totale devestation.
Dat ze zo iets hebben willen gebruiken tegen een weerloze bevolking zal altijd wel een raadsel blijven. Ik begrijp het tenminste niet.
Het word noch vreemder als je in overweging neemt dat er bijna geen Duitsers meer in de omgeving waren. Er heeft een verhaal de ronde gedaan (Of dit waar is weet eigenlijk niemand)dat de ondergrondse doorgegeven had dat er een Duitse telefoon centrale was in een klei gebouwtje waar veel jonge mensen hun leven verloren hebben.
Er was een klein nauw gangetje tussen dit gebouwtje een het huis dat er naast stond.
Een stuk of negen jonge mensen hebben geprobeerd om in dat gangetje te vluchten toen de tweede lading bommen naar beneden kwam. Ze hebben daar allemaal de dood gevonden.
Mijn neef ( een zoon van Oom Henk was daar ook bij ) en ook de verzets man die bij de familie van mijn vriend Dirk onderdak had gevonden. Ze waren allemaal in de bloei van hun leven en lagen daar verspreid als stukken in een genegeerd schaakspel.
Alles was een grote gaos van verdriet en ellende doormengt met de stank van de brandende huizen en verbrokkelend puin maar de burocratie begon bijna direct de overhand te nemen en bijna onmiddellijk werden de doden naar een school gebracht om een eventuele uitbraak van besmettelijke ziekten te voor komen.
Ik ben naar die school gegaan om te zien of er ook bekenden bij waren en vond daar verschillende uit onze buurt in de hoeveelheid overledenen die daar uitgestrekt op de vloer van de school lagen.
Het was net een collectie Rooms katholieke beelden die met rode verf overgoten waren. Ze lagen daar zo ze gestorven waren en ik ben daar niet lang gebleven. Gelukkig waren er geen van ons huisgezin bij en dat mag wel een wonder heten want wij waren met twaalf personen en die waren op deze rampzalige dag over het hele dorp verspreid.
Dat was dus een kleine vertroosting in al deze ellende. Ons huis was wel zwaar beschadigd maar wij leefden allemaal noch.Onze taak lag noch voor ons.
Onze buren hebben zorgvuldig mijn overleden neef bij hen in huis gebracht want ze konden de gedachte niet verdragen dat hij opgebaard zou liggen op de vloer van een school.
Dit was tegen de reglementen maar ze deden het toch en op die manier had mijn neef noch een bijzondere behandeling zelfs na zijn dood.
Mijn Oom Henk is niet veel later gestorven van een gebroken hart. Hij had maar altijd het idee dat zijn zoon op het laatste moment noch naar hem opgezien had ,Iets dat zeer onwaarschijnlijk is.
Anderen hadden hun leven te danken aan het feit dat ze een zig zag loopgraaf hadden gegraven tegen het ongeloof van ons in. Wij moesten er een beetje om lachen toen ze met die loopgraaf aan het graven waren. Maar zij hadden de laatste lach --Dit is geen goede uitdrukking want niemand vond een reden om te lachen in de dagen en weken die hier op volgden--
Maar zo als gezegd ze hadden het leven te danken aan die zelfde loopgraven.
De anty personeel bommen waren op een rijtje net op de rand van die loopgraven gevallen en sprongen daar uiteen zonder dat iemand gewond werd.
Het lijden en het verdriet om ons heen was bijna niet aan te zien maar het gezicht van dieren die in onschuld hun leven moesten laten in bijna onuitstaanbare angst is bijna net zo erg. Twee grote Belgiese paarden lagen op het molenplein recht voor ons huis ' Ze waren door de bomscherven uiteen gescheurd zonder dat ze ontsnappen konden. Deze beesten waren absoluut weerloos en opgenomen in een verwoesting van levens waar zij part noch deel aan hadden
Ze waren een pijnlijke dood gestorven omdat de heersers van de schepping hadden besloten oorlog te voeren.De mens had gezondigd maar de dieren moesten de prijs betalen.
-De mens maakte oorlog maar de dieren moesten er onder lijden.-
Ik heb een poosje bij deze edele dieren gestaan en toen ben ik verder gegaan met een onbestemd schuldig gevoel.
Ons huis was helemaal beschadigd want een airmine was bij ons achter in het land gevallen
Dat had zoo'n groot gat gemaakt dat wij ons hele huis er in hadden kunnen begraven.
Geen wonder dat wij niet erg rustig bij de buurman in de waskamer hadden gelegen want dit moet een hele kanjer zijn geweest. Bij ons was er geen pan meer op het dak en wij werden uitgenodigd om de nacht bij Albert's familie door te brengen.
Een van de oudste meisjes kwam huilend op ons aanlopen en ik vroeg of er een van hun familie omgekomen was maar dat was niet het geval " Wat heb je dan te huilen ?" Zei ik een beetje scherper dan nodig was maar ik was zelf ook behoorlijk overstuur en dat was geen wonder als je nagaat wat ik allemaal gezien en meegemaakt had in de laatste paar uur.
Later had ik daar spijt van maar gedane dingen nemen geen keer en wij moesten voort of we wilden of niet. Vader en Moeder zijn de volgende dag met een boerenwagen met sommige van onze bezittingen naar Den Ham vertrokken. Vader had daar noch een verre neef wonen en die wilden ons wel opnemen voor een onbepaalde tijd tot wij wat anders hadden.
Mijn broer en ik moesten noch een dag of wat achter blijven en we moesten proberen het dak een beetje dicht te maken met planken en zeildoeken en als het nodig was met kartonnen dozen. Wij waren net zo'n beetje klaar in huis toen er een paar vliegtuigen laag over het dak vlogen.Dat gaf ons zo'n schrik dat wij naar buiten wilden het kost wat het kost.Maar hier had je weer iets zo eigenaardigs. De deurknoppen waren uit de deuren gescheurd en wij waren ingesloten in de keuken. Wij konden niet naar buiten.
In onze gemoedstoestand was dit onuitstaanbaar en we hebben toen dwars door de keuken deur getrapt om buiten te komen. Een gevaar dat je niet zien kunt is overdraagbaar. Dat hadden wij al eens eerder ondervonden en ik zou het later in den Ham weer ondervinden toen de Canadezen met groot geschut over het huis waar wij waren schoten met zwaar geschut. Die keer werd ik ook bijna dol van angst want ik kon het gevaar niet zien aankomen. Dit is mij noch jaren bijgebleven.
Ons dorp was beangstigt stil na dat laatste bombardement. De meeste mensen waren ergens anders naar toe getrokken en het was zo stil dat zelfs de vogels en de andere dieren hun normale activiteit gestaakt hadden. Wij konden een deur horen slaan aan het andere eind van het dorp toen wij zo bij ons huis bezig waren en al deze dingen werkten op onze zenuwen.
Ik was dan ook blij toen wij achter Vader en Moeder naar den Ham konden gaan een paar dagen later. Maar zelfs toen noch liep het bijna mis. In een naburig dorp liepen wij recht in de armen van een paar Veld Gendarmes, --De kettinghonden van het Duitse leger.--
Ze stonden daar met hun halve maan schilden rond de nek het verkeer te controleren. Gelukkig hadden ze geen belang bij ons want ze waren op de uitkijk naar deserteurs van het Duitse leger. Ze hebben ons ongemoeid door laten fietsen.
Als het de Land wacht of de S S was geweest zouden wij zeker ingepikt zijn maar het ging goed en wij kwamen een half uurtje later ongemoeid bij vader en Moeder in hun voorlopig adres.
Het was alsof wij in een andere wereld gekomen waren. Alles was rustig hier en ik denk dat deze mensen noch nooit een bom gezien hadden laat staan dat ze er een op het dak gekregen hadden. Het was bijna beangstigt zo rustig als het hier was.
Wij waren bij een oude nicht van Vader op de zolder en de hele familie bestond uit Moeder en ongetrouwde dochter. Ik denk dan ook dat het moeilijk voor hen geweest is om zomaar ongeveer tien mensen in huis te krijgen maar ze klaagden nooit en waren heel hartelijk.
Wij hadden de fiets weer op een steuntje gezet en er was weer licht zolang als er iemand was die de fiets bleef trappen.
Voor de rest waren wij gauw weer ingeburgerd en ik vond een andere kameraad in de vorm van een achterneef die ongeveer van mijn leeftijd was.Met die heb ik heel wat rondjes door het dorp gemaakt en er werd ons verteld dat wij een meisje aan elke vinger konden krijgen als wij er een beetje moeite voor deden maar ik heb de vingers voor mij zelf gehouden. Ik wilde geen andere Miesje en ook geen Liesje ik had aan mij zelf genoeg want het misbruikte meisje van Dolf en Dirk had mijn hart gebroken en de stukken hingen noch te rammelen in mijn lichaam. Ik had aan mij zelf genoeg.
Punt-- Basta--!
Vader had intussen wel gezien dat het geen goede situatie was om twee opgroeiende kinderen dag aan dag te laten rond flaneeren En hij maakte aan ons gezapig leven een bruut einde.
Wij werden bij een achterneef aan het werk gezet.Ergens op een boerderij in het achterland van den Ham. Om te zeggen dat ik daar blij van was zou een grove overdrijving wezen want ik was in de laatste werkeloze tijd stinkend lui geworden en ging dus alleen aan het werk omdat ik er toe gedwongen werd. Maar toen ik een keer aan de gang kwam viel het ook noch wel weer mee.Ik ben later zelfs op een punt gekomen dat ik bijna aan werken verslaafd werd. Maar daar was ik toen noch lang niet aan toe.-Alle begin is langzaam moet je maar rekenen.—
Voor het moment was werken een noodzakelijk kwaad.Dat de achterneef van ons een raar heer was heeft mij ook een flinke duw in de goede richting gegeven.
Deze man was nooit getrouwd en woonde samen met twee zusters die ook het juk van het huwelijk nooit op de schouders hadden gevoeld..En dat is waar mijn broer en ik in het hooi lagen te slapen. Overdag werden wij aan het werk gezet om lichte karwijtjes op te knappen en dat ging redelijk goed tot de dag dat de boer voorstelde dat wij naar een van de avonden in de buurtschap zouden gaan waar het jonge volk samen zou komen voor een avond waar de meisjes alle rechten hadden. En deze avond zou dan eindigen met het beruchte handklappen waar de jongens elkaar de handen aan diggels sloegen voor het voor recht om met een meisje op stap te mogen gaan.
Ik had inmiddels echte juffershandjes gekregen en was helemaal niet van plan om mij de handen stuk te laten slaan voor een of andere schone maagd in het achterland van Den Ham dus ben ik in staking gegaan en dat zette kwaad bloed bij die oude neef van mij.
Zodoende liep ik veel met de ziel onder de arm ergens in de omstreken van den Ham maar daar was een ding dat mij er boven op hield. Het oorlogs nieuws werd elke dag beter.
De Canadezen --Wij noemden ze toen Tommies--waren op komst maar er kon noch van alles gebeuren. De landwacht liep noch steeds met een hand vol gevangenen die bij de boer moesten werken en het is eigenaardig maar zelfs op dat moment had ik een gevoel dat deze mensen wel iets heel verkeert moesten hebben gedaan dat ze daar voort gedreven werden door een paar gevangenbewaarders met een dubbelloops geweer.
In werkelijk was het de bloem van de natie die daar voor de geweren van de Duitsers aanliep maar ook dit zou gauw over wezen want de bevrijding was nabij.
Plotseling en noch vrij onverwachts ging de blijden roep door het dorp “ De Tommies komen er aan. Ze zijn al op de Vroomshoopse weg. De Tommies komen er aan!Wij zijn vrij.Dit is onze bevrijding. De Tommies zijn al aan de rand van het dorp " en inderdaad kwamen er enkele troep carriers van het Oosten het dorp binnen. Een van de beste dagen van mijn leven was aangebroken.
De carriers waren overladen met lachende soldaten en burgers. En het was vanzelfsprekend dat een groot aantal mensen was samengelopen om dit grootse ogenblik mee te maken. Sommige mensen stonden alleen maar aan de kant van de weg terwijl de tranen hen over de wangen stroomden anderen waren dol van vreugde en wisten van blijdschap niet wat ze doen moesten.Ze konden het niet geloven.
Was het wel echt waar ?
Waren wij eindelijk bevrijd en konden wij gaan en staan waar wij wilden op elk moment van de dag of de nacht zonder angst of geweld. Was dit werkelijk waar? Was de bevrijding hier na all de angst , Het verdriet ,en na al de doden die gevallen waren.
Er zijn geen woorden genoeg om ons gevoel te beschrijven na al deze ellende en nadat wij voor vijf jaar als dieren werden opgedreven van de eene plaats naar de andere terwijl de dood een dagelijkse metgezel was die nooit van onze zijde geweken was.
Het is onmogelijk om de gevoelens die ons overstroomden in woorden te brengen toen wij met honderden anderen samendrongen om de troepcarriers met glimlachende soldaten die sigaretten rondstrooiden met milde handen als priesters die een zegen uitspraken over de samengestroomde menigte als Sinterklazen die te vroeg uit bed gerold waren.
De soldaten zelf hadden misschien noch meer plezier dan de mensen voor hen. Maar dat kwam plotseling tot een einde toen beide machine geweren in de tanks begonnen te ratelen.
Het was dan ook maar een ogenblik en de straat was schoongeveegd van mensen Iedereen liep als of de dood hen op de hielen zat en ik was lang de laatste niet want ik had het bombardement noch steeds in het onderbewuste en ik schrok mij bijna een beroerte en dat is geen overdrijving.Sommige vrouwen huilden van de zenuwen en dat waren de zelfde mensen die een klein poosje geleden alles vergeten hadden behalve de uitzinnige vreugde over de komende bevrijders.
De tank commandant had intussen nooit zijn waakzaamheid verloren en had waarschijnlijk een bericht door gekregen dat er Duitsers in de buurt waren zo doende liet hij de weg schoon vegen door het gebruik van de machine geweren.
Dat was vlugger dan enige andere manier om de mensen van de weg te krijgen.
Eventjes verder was een machinegeweer uitkijkpost van de Duitsers en een Duitser kwam met een spierwit gezicht uit die schuilplaats met de handen in de lucht om zich over te geven. De Canadezen namen helemaal geen kansen maar de Duitser werd verteld om voor eeen Canadese soldaat uit naar de schuilplaats te lopen.
Hij zou onherroepelijk in de rug worden geschoten als er verraad in het spel was want de Canadees had de revolver op hem gericht toen hij naar de schuilplaats liep om alles te inspecteren en zeker te maken dat er geen verraad in het spel was.
Het werd mij koud om het hart toen ik deze man weerloos voor het geweer van de Canadees uit zag lopen. Dit was de naakte en de dodelijke werkelijkheid en er werd geen pardon gegeven in geval iets mis ging. Dat werd maar al te duidelijk bewezen toen een paar uur later een groep Duitsers met paard en wagen de weg afkwamen naar ons dorp toe. Ze werden bevolen om zich over te geven en de helft van hen werd van de weg geschoten toen ze niet vlug genoeg gehoorzaamden.
Gelukkig heb ik dat niet gezien want ik had het all genoeg met de zenuwen te kampen zonder dat dit er bij zou komen.
Een ding viel mij op en dat was het feit dat de Canadese soldaten zo welgevoed waren bij hen geleken waren wij maar snertkereltjes en dat was ook geen wonder want wij waren al jaren ondervoed geweest. Deze jongens uit Canada zagen er goedmoedig en bij tijden bijna slaperig uit maar dat het heel anders was zag ik niet zo bar veel later.
Er was een bericht doorgekomen dat er Duitsers in aantocht waren en het was maar even of het grootste gedeelte van de Canadezen was op weg met het geweer in aanslag. Klaar om de vijand te ontmoeten. Ik stond dat aan te zien en was stom van bewondering. Ik zou vast niet zo hard gelopen hebben als ik in hun schoenen had gestaan. Maar wij hadden ook wel erg moeilijke dagen achter de rug en dat schud je zo maar niet van je af.
Met de ondergrondse was het ongeveer het zelfde. Daar was een van die knapen die met een oud Hollands uniform de Duitsers uit de boerderijen haalde. Deze man scheen helemaal geen vrees te hebben en hij zei meer dan eens "Hier heb ik vijf jaar voor gewacht ik zal die moffen wel krijgen:". Dat er gevaar was voor zijn eigen leven scheen gewoon niet bij hem op te komen.
Als ik daar naar keek was ik een grote lafaard !
De eerste dagen waren gevuld met feesten en uitbundige vreugde.Wij konden gaan en staan waar wij wilden en ik ging op een van die dagen naar een boerderij om een beetje plezier te hebben met enkele kennissen.
De eigenaar van die boerderij was een van die mensen die rondborstig en spontaan alles van de buitenkant op nemen behalve als je met hem handelen moest want dan zou hij je heel genoeglijk een poot uit trekken en er ook nog een versje bij zingen.
Deze man deed mij veel aan de oude Jan van mijn onderduik adres denken. Altijd in de boom of er onder en nooit er tussen in. Zo was het nu ook.
Deze keer zat hij in de boom over de Canadezen ,die konden geen kwaad bij hem doen
Ik was dat wel met hem eens maar had toch wel enkele bedenkingen.
Ik maakte de stomme opmerking dat wij beter een beetje konden oppassen met de Canadezen.Volgens mij zouden deze jongens heel wat meer gevaar op leveren voor onze meisjes dan de Duitsers.
Jongens nog aan toe! Was dat even een vergissing. De boer werd zo kwaad dat hij mij bijna in de kraag kreeg en de straat stenen opgooide.
Ik was absoute waardeloos in zijn ogen en ik hoefde ook niet meer bij hem in de buurt komen want ik had wat verkeert gezegd van onze bevrijders.
Toch was ik niet zo ver mis en dat hebben wij uitgevonden in de volgende dagen.
De zelfde dag kwam er een Canadees op een motor en die vroeg de boer voor wat eieren. Dat was direct goed en de man kreeg een hele soldaten helm vol eieren maar toen volgde er een moeilijkheid want de Canadees had zijn portemonnee vergeten.
Hij wilde de volgende dag weer komen om de eieren te betalen.
-Hij is er nooit weer geweest -. Misschien waren ze over geplaatst maar dat is niet erg waarschijnlijk. Ik denk dat het anders was. Niet dat dit zo erg was.
De boer kon het wel betalen en het was een kleine prijs om te betalen aan deze jongens die duizenden kilometers van huis waren om in een oorlog te vechten die hen eigenlijk niets aanging.
Dit is eigenlijk betrekkelijk !
Als Hitler Europa had overwonnen zou hij de rest van de Wereld ook wel aangepakt hebben. Met wapens of met chantage maar de vrije Wereld was voorzeker ondergegaan aan het despotisme van de Nazies.
Verder wil ik daar niet over uit wijden maar het is een feit dat in zeker opzicht de Canadezen gevaarlijker voor onze meisjes waren dan de Duitsers en daar is een heel logische verklaren voor.De Canadezen werden als bevrijders ingehaald en dus hadden ze veel aantrekkings kracht met hun kleurige uniformen die allemaal nieuw en mooi voor ons en vooral voor de meisjes waren. De Duitsers daarentegen waren de vijand en het meisje dat met hen uitging werd voorgoed doodgeverft als overloper.
Daar komt bij dat de gewone Duitse soldaat zich betrekkelijk goed hebben gedragen in ons land. Ik heb tenminste nooit gehoord dat de gewone soldaat zich in Holland heeft vergrepen aan een van onze meisjes
De S S en kornuiten waren een heel ander geval. Vooral in de Oosterse landen.
Daar hebben ze gemoord en geplunderd zonder onderscheid van enig persoon en dan hoef ik de concentratie kampen helemaal niet te noemen want dat was duivelswerk.
Al met al zijn er meer kleine Canadezen dan Duitsers in Holland achtergebleven toen alles weer normaal werd.
Intussen hebben wij hebben de boer maar laten razen en tieren en zijn naar ander dingen gegaan. Dingen waar wij meer belang instelden.
Op het marktplein werd rechtdag gehouden voor de voormalige landverraders maar daar ben ik ook niet lang gebleven.Het is waar dat er rechtechte landverraders bij waren maar ook waren er mensen die door hun goedgelovigheid in en strik waren geraakt waar ze later niet weer uit konden komen toen de Duitsers goed de baas waren
Ik heb verhalen gehoord dat de N S B ( landverraders) gedwongen werden om een schoolplein schoon te vegen met een tandborsteltje en toen de lol daar af was werden ze gedwongen om een ei met de neus voort te rollen over het zelfde speelterrein.
Voor mij was dat een onwaardige manier van doen en ik wilde daar niet aan mee doen. Het haalde niet alleen de slachtoffers naar beneden maar ook de toeschouwers en dus waren wij in feite niet beter dan de Duitsers die dergelijke methodes ook toepasten.
Dat deze mensen straf verdienden is buiten kijf maar dit moest door de juiste instanties gebeuren en niet door een mensenmassa.
Jammer genoeg hebben de zelfde instanties maar al te vaak hun taak niet volbracht en zijn velen ongestraft gebleven terwijl heel vaak de mindere persoon de dupe werd van het ongebreideld volksgeweld.
Ik denk bijvoorbeeld aan enkele meisjes die met de Duitsers geheuld hadden. Die gingen vrijuit en een paar meisjes uit de mindere buurt werden voor het volksgerecht gesleept en in het openbaar werd hun het haar afgeknipt ten aanschouwen van een tierende menigte.Aan de andere kant waren er knappere meisjes die in de Duitse tijd profiteerden van de gunsten en gaven van de Duitse overheerser en zo gauw de Canadees ons bevrijden zaten ze met Canadese officieren in een Jeep of ander voertuig en de nieuwe beschermers zorgden wel dat die meisjes ongehinderd bleven.
Met de zwarte handelaars was het ongeveer net zo. In de oorlog werd door hen grof geld verdient ten koste van mensen die gebrek leden. Toen het er op leek dat de bevrijding gauw ging komen werden sommigen van hen lid van de ondergrondse en ze liepen met trotse gezichten in de bevrijdings optocht die georganiseerd was om de bevrijding en de verzetsmensen te eeren.Dit werd zelfs zo erg dat mensen die ijverig en met het gevaar van hun leven in het verzetswerk bezig waren geweest helemaal niet aan die optocht mee wilden doen.
-Het is altijd zo geweest en het zal altijd zo blijven.(vet wil boven drijven )-en het was bepaald geen vet dat boven kwam in dit geval!-
Ik ben een beetje op het verhaal vooruit gelopen en ga maar weer terug naar Vader en Moeder dat waren tenminste mensen waar je op bouwen kon maar in dit geval sloeg Vader, die anders een nuchter denkend mens was, de plank een beetje mis.
Hij wilde en zou met alle geweld terug naar ons eigen huis. De Geallieerden hadden herhaaldelijk gezegd dat de vluchtelingen van de weg af moesten blijven zodat de geallieerde optocht niet gehinderd zou worden.
Maar Vader wilde naar huis.Misschien heeft hij gedacht dat hij geen vluchteling was en dat hij onder en boven de wet stond. Iets wat de Canadezen niet met hem eens waren en dat zouden wij terdege uitvinden.
De zelfde wagen die ons weggebracht had ging ons ook weer ophalen en dat ging behoorlijk goed tot wij bij een noodbrug kwamen die door de Canadese soldaten was aangelegd. Alles was daar eenrichting verkeer --Naar Duitsland –
Daar stonden wij met ons armzalig boeltje en ik denk dat wij er noch zouden staan als een van de Canadezen geen medelijden met ons had gekregen en met afgrijselijk gevloekt de legertros had gestopt en ons voor had laten gaan.
Van daar af ging alles goed en wij waren spoedig weer thuis.Het was ons ons huis maar het was niet meer wat het geweest was.Er was geen glas meer in de ramen en alle pannen waren bijna van het dak. Achter huis was een enorm grote bomtrechter waar een van de zware luchtmijne was ontploft. Je had makkelijk ons hele huis daar in kunnen gooien en dan had je nog ruimte overgehad.
De gemeente heeft daar wekenlang puin van de verwoeste huizen ingegooid anders hadden wij daar een privé zwembad gehad.
Uit deze vergelijking kun je wel nagaan dat wij nu direct niet in een rozentuin terecht kwamen. Toch waren wij allen vol goede moed want er was weer uitzicht. De dag van morgen was weer vol met belofte en de grootste verrassing was voor mij vlak voor de deur maar daar kom ik straks noch aan toe. (Deze verrassing kwam in een blauw leren jasje.) Maar daar kom ik straks nog aan toe.Niet flauw worden hoor. Een beetje geduld hebben want dat had ik ook.
Op het moment waren wij meer dan tevreden dat wij weer normaal mochten leven.
Als je tenminste in rekening wilt nemen dat er een ontzachelyk grote hoeveelheid oorlogs materiaal over de straat rolde, Niet ver van ons huis door de verwoeste straat slechts drie huizen van ons verwijdert en dat was ver van normaal.
Een verbijsterende hoeveelheid auto's en tanks , kanonnen ,gevechtswagens en alles wat daar bij hoort rolde door deze verwoeste straat en dat ging dag en nacht door zonder ophouden. Deze hele geweldige leger macht werd op precisie manier geregeld en begeleid door jonge Canadezen op zware motoren. Deze jongens hadden leren riemen om hun middel die wel dertig centimeters breed waren en heel wat van die knapen hadden grote revolvers om deze leren wonderwerken.
Dit ging allemaal vergezeld met de olijf groene uniforms en de fleurige baretten met vaak een rode pluim boven op de barret.
Wij hadden noch nooit zo iets gezien want onze eigen soldaten waren voor de oorlog gekleed in groen gekleurde uniformen waar weinig fleur aan zat. De Duitse uniformen waren weinig beter.
Dit was allemaal nieuw en buitengewoon opwindend.
Deze hele massa oorlogsmateriaal rolde voort over de nauwe Hollandse wegen die al slecht onderhouden waren in de oorlog. Het is dus geen wonder dat de zware rupsbanden van de tanks de hele straat aan diggels maalden als ze door de bochten scheurden en een van die jongens in die tanks nam voor de verandering ook noch maar een stukje muur van een naburig huis mee om de verveling een beetje te breken.
Wij werden nooit moe om daar naar te kijken maar het leven ging voort en wij konden niet van de wind gaan leven. Het werd tijd om weer aan het werk te gaan maar hier stootte mijn Vader op een onvoorziene moeilijkheid.
Ik wilde niet weer terug naar de spinnerij om de heel eenvoudige reden dat ze mij volgens mijn gevoel bedrogen hadden
Ik kreeg bericht een paar maand voor het eind van de oorlog dat ik recht had op een uitkering van rentezegels die ik voor de oorlog in de spinnerij verdient had Ik hoefde dat alleen maar op te halen en dat heb ik een keer gedaan. Toen kwam ook al gauw de mededeling dat ik naar de spinnerij moest om de gangen onder de fabriek schoon te maken. Dit was op een van de gevaarlijkste momenten van mijn onderduiktijd en ze wilden dat ik de grote straat over zou rijden terwijl de Duitsers noch vol op in controle waren.
Geen wonder dat ik dat weigerde met het gevolg dat ik ook geen uitkering meer kreeg ,en daaruit volgde dat ik nu niet meer voor hen wilde werken.
Al dit paste mooi in elkaar en het klopte als een bus.
Ik ging niet weer naar die spinnerij al zou me dat de kop ook kosten.
Het heeft mij de kop niet gekost maar wel het vrije ongebonden leven van de pas herwonnen vrijheid waar ik aan gewend was geraakt.
Mijn Vader was ook niet van Lotje getikt maar kwam een paar dagen later thuis met de mededeling dat ik als metselaar leerling( opperman) kon beginnen bij een aannemer bij ons in de buurt en zodoende kwam ik weer aan het werk met dezelfde Ab die in het Amersfoord concentratie kamp had gezeten.
Ik was veel liever smidbankwerker geworden maar dat werd je in die dagen niet gevraagd.Vader had gesproken en ik legde mij daar bij neer--Zelfs nog redelijk goedsmoeds-- en dat was om de volgende reden.
Wij hielpen een gezin dat uitgebombardeerd was vlak na het bombardement en voor dat wij naar den Ham gingen.
Deze mensen waren helemaal overstuur en de vrouw van dat huisgezin deed niets dan huilen en zei maar steeds weer het zelfde. " Dat het huis kapot is en dat de meubels verbrijzeld zijn is niet zo erg. Als wij het leven maar mogen behouden" als ze dat voor de zoveelste keer gezegd had liep ze weer met een kleinigheid naar een handkar om hun boeltje in veiligheid te brengen.
Ik had dan ook wel met dat mensje te doen maar dezelfde mensen vochten om de laatste cent toen de oorlog goed en wel voorbij was.
Wij hoorden ook verhalen dat er een paar weken na de oorlog etensresten werden gevonden in de vuilnisbakken van Amsterdam. Een stad die heel erg van de honger geleden had. -Zo, is de mens!- Maar ik nam mij toen voor dat ik van elke dag dankbaar zou genieten en dat ik tevreden zou wezen met mijn bestaan van het moment dat ik bij het huilende vrouwtje stond. Dus liep ik nu ook te genieten achter een twee wielege handkar met stenen beladen. En dat was bar zwaar werk maar ik was aan het genieten en geen klein beetje. Van toen af aan heb ik in mijn hele leven genoten. Ook nu nog nu ik zelfs een overgrootvader ben en de kleinkinderen mij de oren van het hoofd vreten Ik geniet ook boven matig als mijn Johanna en ik geregeld worden geplaagd door al dat gebroed dat bij ons aan huis komt en dat komt allemaal door dat huilende vrouwtje in dat kapotte huis vlak bij de Gereformeerde kerk in Nijverdal.
Ik ben weer eens voor mij zelf aangelopen en doe nu weer een paar stappen terug naar het moment vlak na de bevrijding.
Een ontzaglijke massa oorlogsmateriaal ging door ons dorp in de weken vlak na de bevrijding en het ene grote evenement volgde het andere in een verbijsterend tempo terwijl het Duizendjarig rijk als een kaartenhuis in elkaar stortte.
Hitler pleegde zelfmoord met zijn vrouw van een halve dag (Eva Brown.)
Hij stierf zoals hij geleefd had als de lafaard die hij was. Nadat hij miljoenen de dood in gestuurd had en zo deden veel anderen die in leidende posities waren geweest met hem.
Het stemgeluid van de propaganda minister Goebels was voor goed stil geworden en hij volgde zijn vrouw en kinderen in de dood van zelfmoord van de hele familie.
De Russen waren Berlijn binnengetrokken terwijl deze grote stad brande als een inferno
van ongekende grote.Capitulatie volgde enkele dagen later en er was een eind gekomen aan de meest vernietigende oorlog die deze Wereld ooit aanschouwt heeft.
Er was een eind gekomen aan een oorlog die begonnen was door een krankzinnige schilder uit de achter buurten van Oostenrijk. Een man die het Duivels vermogen had om een hele natie te hypnotiseren.Een natie die nooit de nederlaag van 1918 had kunnen en willen verwerken en die daardoor in een oorlog werd betrokken die een heel continent aan de rand van de afgrond had gebracht en die miljoenen het leven heeft gekost.
Misschien was dit nooit gebeurd als de geallieerde macht van 1918 een beetje redelijker waren geweest en een meer vergevende houding hadden aangenomen.Mischien was het nooit gebeurt als het Duitse volk naar sommige leiders in de kerken hadden geluisterd. Ik denk daar bij aan mensen gelijk Dominee Niemuhler die voor zijn overtuiging in een concentratie kamp werd gemarteld.
Zo kunnen wij door gaan om redenen te zoeken voor deze totale vernietiging van mensen en materiaal maar de werkelijke reden is de Kaïn en Abel mentaliteit van deze zondige wereld rondom ons en in ons.Een Wereld die zich niet bekeren wil.
Een Wereld die de enige weg van zaligmaking niet wil volgen. Een Wereld dat gekenmerkt word door het gebod van " Hebt God lief boven alles en uw naaste als uw zelf"De enige weg naar een vredige Wereld. (Als ze alleen maar wisten en begrepen.) Als ze alleen maar wisten en begrepen zoals veel eenvoudige mensjes zoals Vader en Moeder die met hart en ziel de weg van vrede trachten te volgen
In het oorginele memoires heb ik het volgende geschreven.
"Op het moment is alles rozengeur en maneschijn. De Communistische landen vallen in elkaar de een na de ander en het is een klink klaar bewijs dat het Communistische systeem op den duur niet voldoet.De leiders van de Communistische landen komen nu voor visites naar de Westerse Wereld en visa versa. Zelfs de Paus en Billy Grasham werden uitgenodigd voor visites in de Communistische landen.
Maar, zijn de Naties anders geworden en hebben ze een betere weg willen zoeken zodat ze God willen eeren of is dit alles een voorspel van verdere oordelen."?
(Het was ongeveer twee jaren geleden dat ik dit schreef en het is nu Oktober 25 2001.)
Wij hebben de aanval van de terroristen al meegemaakt op Sept 11 toen ze het trade center in New York aangevallen hebben. De complicaties die hier uit voort kunnen komen zijn nu noch niet te overzien.Alleen God weet wat hier uit voort wil komen.
Wat is er nu in werkelijkheid te zien?
Overheersend geweld in veel plaatsen terwijl de kerken half of helemaal ledig zijn.
Valse profeten die de boodschap van de Bijbel verdraaien of rechtuit vervalsen terwijl menige prediker meer naar het inkomen kijkt en minder naar de blijde boodschap.
Het blijmoedig geven is bij velen een ding van het verleden. Abortie is een algemeen aanvaarde methode die door veel mensen gebruikt word om onwelkome gevolgen te voorkomen want wie wil vandaag nog Moeder zijn van een gezin en deze methode is volgens mij het gevaarlijkste van alles.
Het feminisme heeft de huisvrouw met kinderen bespottelijk gemaakt zodat de zogenaamde rechten van de vrouw niet in het gedrang zal komen.
Dit gaat onherroepelijk tot het verlies van onze vrijheden leiden.
Velen zien dat nu niet maar de dag gaat komen dat ze het wel zullen zien. Alleen is er dan geen weg terug.Homoseksuelen en Lesbians hebben grote vorderingen gemaakt zodat het nu een heel gewone lifestyle geworden is.
De Bijbel heeft daar wel degelijk een boodschap aan maar weinigen willen het zien tot dat het te laat is.
Neem mij niet kwalijk. Ik heb al weer te veel gezegd.
Wij gaan nu terug naar de tijd van de bevrijdings dagen.
De bevolking van mijn geboortedorp was alsof ze dronken waren geworden aan de wijn van de bevrijding. Mannen en vrouwen liepen of dansten op de straten tot in het midden van de nacht. Sommige buurtschappen hadden complete danspartijen op de straat georganiseerd en de onmogelijkste instrumenten werden gebruikt om muziek te maken. Alles was mooi als er maar veel lawaai bij was terwijl de mensen zwolgen in het nieuwe gevoel om weer vrij te zijn.
Drank was er noch niet veel te krijgen en dat was in zekere zin een goed ding want feestvieren en drinken kan tot rare dingen aanleiding geven.
De tiende Mei werd vast gesteld voor de bevrijdingsfeesten en die zelfde tiende Mij werd een van de belangrijkste dagen van mijn leven maar dat wist ik niet toen ik in de avond de straat opging om naar het hossen en dansen te kijken.
Zelf deed ik daar niet veel aan mee om de doodeenvoudige reden dat ik geen metgezel had. Dolf en Dirk waren al vroeg in de avond over de verre horizon verdwenen met een of andere wild ogige vrouw. Voor mij was dat niet weg gelegd en ik liep mijzelf zo maar een beetje te kietelen om ook een beetje mee te kunnen doen aan de algemene vreugd.
Vlaggen van rood wit en blauw met het on ontbeerlijke Oranje wapperden door het hele dorp en er waren heel wat kinderen en ook al oudere meisjes die helemaal in de Oranje kleur gewikkeld waren.
De burgemeester zou in de middag een bevrijdings rede houden maar daar is niet veel van gekomen want hij werd gewoon van het podium gejouwd door een gebelgde menigte mensen. Het werd algemeen gelooft dat hij met de Duitsers had geheuld maar ik denk dat deze man het beste heeft proberen te maken van een kwade en moeilijke toestand. Het stond mij dan ook helemaal niet aan dat deze man op zoo'n beledigende manier werd behandelt. Ze hadden hem gewoon met appels en eieren of tomaten van het gestoelte af gegooid als er tenminste fruit was geweest om mee te gooien.
Hoe dan ook. Ik vond het mensonterend en het haalde niet alleen de burgemeester maar ons zelf ook naar beneden.
In ieder geval was het een groot gebrek aan goede manieren en ik wilde daar niet aan mee doen. Ik ben dan ook al gauw weg gegaan en ging een beetje op mijn eentje met deze en gene aan de praat.
Ik heb zelfs noch even met het meisje gepraat die mij zo hartgrondig een blauwtje had laten lopen.Ze was in gezelschap van een groepje andere jonge mensen en deze keer was ze zelfs heel aanhalig want ze had gehoord dat ik uit Duitsland was gevlucht en dat was belangrijk genoeg om eens onder vier ogen over te praten.
Alleen ! Ik had nu geen zin meer. Ik zocht naar wat beters dan dit vlindertje dat van de een naar de ander vloog en die nooit lang bij een persoon zou kunnen blijven.Ook had ik niet de flair om een gesprek te beginnen met het eerste beste meisje waar ik interested in was om de heel eenvoudige reden dat ik veel te verlegen was dus liep ik alleen met mijn ziel onder de arm totdat ik op zeker moment twee meisjes tegen kwam die van top tot teen in Oranje gewikkeld waren.
De kleinste was gewoon weg een lachende giegelaar op twee korte beentjes en de tweede was misschien zestien jaar dus veel te jong voor een debonair (opgegroeit) persoon zo als ik.
Ik kon mij evenwel toch wel zo veel vernederen om met deze kinderen te praten en uit de grootheid van mijn hart heb ik toen eventjes met hen gepraat.Vooral om dat dit de dochters van de man waren die ons twee roggebroden had gebracht toen wij bijna niets meer hadden.
Onze Lieve Heer die ons geschapen heeft met meestal een goed gevoel voor humor moet op dat moment fijntjes gelachen hebben om de belachelijk opgeblazen idee van een sullige jonge vent die niet wist wat goed voor hem was al werd hij er met de neus boven op gedrukt.
Ik ging tenminste even later maar naar huis in een ontmoedigde stemming om een poosje te mediteerden over mijn diepe ellende als alleen staand persoon terwijl mijn vrienden ergens in de wildernis werden vertroeteld met tedere omhelzingen en ik kon alleen de kat een beetje over de rug strijken en daar was ook niet veel aan want ik houd helemaal niet van katten.
---Mijn ellende was zeer groot!--
Toch ben ik die zelfde avond noch eens weer de straat opgegaan want alleen is maar alleen.
Toen.--Plotseling was zij daar--Het grootste van de twee oranje meisjes, maar nu was ze gewikkeld in een groen leren jasje. Ik weet niet waar ze vandaan kwam. Ik weet alleen dat ze er was.
(The one and only one) zeggen ze in Canada en dat is precies zo als het was
Dit was het meisje dat naar mij toe werd gezonden om mijn leven te delen in goed en kwaad in gedeeltelijke armoe ,wat geld betreft, maar in onnoemelijke rijkdom wat geestelijke gaven, humor. medeleven, en mededelen betreft. Dat en noch veel meer.
Bij tijden heeft ze mij met de tong gegeselt omdat ik er helemaal naast was en andere keren heeft ze mij vetroeteld tot ik er bijna scheel van keek maar zij heeft mij toch lekker nooit helemaal recht gekregen want ik heb diep in mij verborgen een sterke kern die niet te overwinnen is.
Ik heb noch steeds geen tafelmanieren en ik kan niet voorbij een stukje vuil lopen dat een meter van mij af ligt of het komt onherroepelijk op mijn zondagse pak.
Zij heeft daar nooit wat aan kunnen veranderen. Ik ben wat dat betreft een smeerkees.
Dit was op dat bepaalde moment noch allemaal in de toekomst. Ik stond daar ergens aan de grote straat toen ze als het ware tegen mij aanliep. Voor dat ik het wist had ze zich tegen mijn schouders genesteld en dat was het begin van een lang leven met elkaar.
Toch had ik een bijna schuldig gevoel toen ik voor de eerste keer met haar op stap ging
Het was een eigenaardig gevoel alsof ik dit meisje uit haar onschuldige meisjesdromen met mij naar beneden haalde en in zekere zin is dat waar.
Mijn moeder had een gezegde dat er dicht bij kwam.Zij kon naar zoo'n jong stel kijken dat pas getrouwd was en dan kon ze zeggen. "Dat meisje heeft het rokje van ellende aangetrokken'
Daar zit wel wat in dat gezegde en in deze moderne tijd willen veel mensen die zelfde verantwoordelijkheid niet meer. Ze kruipen zo met elkaar in bed en worden soms erger dan de dieren die in onschuld hun driften uitleven.Maar daar ga ik nu niet verder op in.
Voor ons was het een begin van een lang en gelukkig leven met elkaar.
Enkele maanden geleden was ik verliefd op een Johanna van de fast lane. Nu had ik een Johanna gevonden die met mij in de hemelrichting ging en dat heeft ze gedaan.
Ze heeft vaak het goede in mij naar boven gebracht en het kwade ondergehouden zoals op die keer toen wij vijfentwintig jaar getrouwd waren.
Wij hadden toen een groot feest en ze had een paar flessen whisky in huis gehaald. Daar was een fles vol ven overgebleven en ik dacht dat ik noch weken lang feest kon hebben met die fles vol met drank. Daar is toen een kort einde aangekomen.
Ze draaide de hele fles om boven de gootsteen en all mijn vuurwater ging in de riolering omdat ik een neiging had om een dronkaard te worden volgens mijn leidsman in rokken.
Zo erg was het nu ook weer niet want ik heb jaren in een omgeving gewerkt waar de meerderheid alcoholicus waren zonder dat ik daar aan mee deed want mijn familie leven was mij te lief om dat te ruilen voor een onzeker bestaan met een bier of whisky fles.
Toch was het mijn vrouw die richting gaf aan mijn leven in al die dingen.
Zij is een pracht moeder voor onze kinderen geweest en mijn opvoeding is begonnen toen de laatste uit huis ging.Dat had altijd moeten wachten omdat de behoeften van de kinderen voorgingen maar nu is voor mij de grote dag gekomen en er word aan mij gewerkt met stoom en kokend water.
Niet dat het veel helpt want ik ben vastgeroest in verkeerde gewoonten en zo hebben wij beiden iets om ons bezig te houden.
Maar genoeg daarover ik ga terug naar het begin en dat was de tiende Mei 1945 toen wij voor het eerst met elkaar op stap gingen toen ben ik in grote vervoering met haar de hei ingetrokken. De heide was in die tijd meer dan een halve meter lang en daar zaten wij toen in te koekeloeren.
( Je mocht toen noch overal door de heide lopen zo ver als je maar wilde )
Ik zat daar dan heel ernstig te praten terwijl de jeneverstruiken goedmoedig op ons neerkeken.
Ik heb haar toen de echo laten horen. Ik riep dan met een krielstemmetje. "Wie is de koning van Wezel" en de echo kwam direct terug met "Ezel."ezel, ezel. Dat was dus niet zo goed.
Toen ben ik een beetje overmoedig geworden en ik riep naar de verre bossen.
" Acht honderd en achten tachtig keukenkacheltjes " I dacht " Doe daar dan maar eens wat mee" en de echo kwam terug met de woorden. " Dat vreemde woord kab ik niet zeggen "niet zeggen-- niet zeggen.
Mijn geliefde zat heel goedmoedig naar die onzin te luisteren en toen heeft mijn scherpzinnig verstand een hoogte punt berijkt. Ik zei toen tegen haar. "Ik kijk naar de maan en ik kijk naar jouw en ik denk dat de maan mooier is dan jij"—
Dit was niet erg snugger van mij en Ik denk dat als Romeo zoiets tegen Julieet had gezegd dat ze beiden noch in leven zouden wezen-- Hoe dan ook.--
Dat was natuurlijk ook weer helemaal mis maar zij heeft dat allemaal over haar heen laten glijden als water over een eend en zij bleef maar zoeken naar een goede kern die ergens in mij verborgen moest zijn ( Zij zoekt daar noch steeds naar!).
In grote wanhoop ben ik een beetje meer handtastelijk geworden en wij zijn toen een worstelpartij begonnen in de lange heide en wij vlogen van de eene jeneverstruik naar de ander maar dat werd ook al niks.
Miesje had mij heel wat geleerd in mijn onderduiktijd maar ik was het bijna allemaal vergeten en moest helemaal van nieuws weer beginnen.
Jo heeft maar een klein mondje dat vaak grote dingen heeft gesproken maar die eerste avond was alles maar mondjesmaat en dat is bar weinig als je met zoo'n klein mondje moet werken.
Tenslotte zijn wij maar moedeloos weer op Jo haar huis aangetrokken. Het werd toch niet wat.
En zelfs dat ging ook al verkeert want ik had nog maar net mijn geliefde afgeleverd en ging bergafwaarts op weg naar huis toen ik haar ouders tegen kwam die arm in arm de berg opkwamen. Dat was nog het ergst van alles en ik dacht.
"Nu ben je voor de bok mijn jongen" want haar vader was erg strikt en ik verwachte dan ook niets anders als dat ik geweldig op mijn testament zou krijgen maar dat viel deze keer heel anders uit.
Ze vroegen mij waar ik vandaan kwam en mijn toekomstige schoonvader lachte heel fijntjes alsof hij zeggen wilde. "Wij weten er alles van en je maakt ons niks wijs"
Ik mompelde maar wat voor mij zelf en vloog de berg af alsof ik uit een kanon geschoten was.
Toch heeft het mij altijd verwonderd dat ze toen niets gezegd hebben wan het was gewoonweg zo dat wij met onze grote familie noch altijd bij de armsten van het dorp hoorden en Jo's grootmoeder was van de zogenaamde elite van het dorp.
Zelfs Brederode zou hier geen antwoord voor hebben gehad en Brederode was geen minne jongen maar zelfs hij kon niet in de schade staan bij mijn twee vrienden Dolf en Dirk. Die twee mannen hebben een moeilijke en zorgelijke tijd met mij gehad.
Ik had eerst een ander meisje opgescharreld ongeveer twee maand voor dat ik voor goed onder de hoede van mijn toekomstige vrouw ging komen.Ik vond toen dat ik het neusje van de zalm had uitgepikt maar Dolf en Dirk waren het daar helemaal niet mee eens.Zij konden het neusje niet zien en de zalm ook niet daarom hielden zij toen een spoedvergadering want volgens hun lag ik er helemaal bijnaast en ze hadden daar zwaar zorgen over.
Dit meisje was met veiligheid spelden aan elkaar geknoopt volgens de superieure wijsheid van Dolf en Dirk. Ik moest daar onherroepelijk een eind aan maken.
Het geval wilde dat dit meisje een grove fout had gemaakt toen ze aan deze twee heilsoldaten werd voorgesteld. Ze had per ongeluk haar bloesje dichtgespeld met een veiligheid speld.
--Misschien had ze daar een geheime bedoeling mee maar ik heb nooit de kans gekregen om dat te onderzoeken want mijn twee vrienden hielden niet op tot dat ik de verkering op die zelfde dag had uitgemaakt--Ik geloof werkelijk dat dit meisje bezeerd was om zoo'n schoon en edel mens door de vingers te zien glippen maar voor de ijzeren logica van Dolf en Dirk moest alles wijken.--
Ook het meisje van de veiligheid spelden moest daar voor wijken en dat was dus de reden dat in plaats van dat meisje mijn Johanna het roer van mijn levensscheepje in vaste hand heeft genomen. Door weer en wind
Door windstilte en machtige stormen totdat wij na verloop ven tijd gezegend zijn met zeven kinderen. Vijf jongens en twee meisjes en ongeveer achttien kleinkinderen en dan ook noch vijf achterkleinkinderen.
--Dat is er over gegaan.-- Eerst in Holland en later in Canada en dat ga ik je allemaal vertellen als je niet door verveling bezwijmd raakt
Al dat kindergedoe was noch geen glimpje in mijn ogen toen ik voorbij de ouders van Jo in razende vaart de berg af ben gerold want uiteindelijk was Jo toen noch maar net zestien jaar oud en ik had een gevoel alsof ik een kind uit de wieg haalde.
--Deze keer zal ik Brederode met rust laten!--
Ik heb noch wel een paar keer geprobeerd om vrij te komen maar Jo heeft mij vast gehouden voor meer dan vijftig jaar tot het moment dat ik nu over al deze dingen zit te schrijven.
Ik denk dat Brederode ook niet was vrij gekomen onder de zelfde omstandigheden maar ik moet wel zeggen dat het alles met alles een opwindende en soms betoverend schone gevangenschap heeft geweest en ik heb mijzelf dan ook geweldig vermaakt en gezegend gevoelt. Behalve de keer dat ze tegen mij zei.
" Ik wilde dat ik je nooit gezien had rotventje " en ze had daar zeker ook wel een reden voor om zo iets te zeggen maar ik ben vergeten wat dat was.
Het eigenaardige is dat ik nooit veel verkeert in haar heb gezien in al die jaren.
"Liefde maakt blind!"denk ik.
Vandaag is het Maart 1 -1990 en het is Jo's verjaardag die gevierd werd omringd door kinderen van alle aart en kleur.Sommigen hebben zelfs sproeten net als Jo maar dat is gewoon het uiteinde van stalen zenuwen die verroest werden toen ze in de zon hadden gelopen met natte gezichten.
Al deze kleurlingen kunnen goed met elkaar opschieten en ik denk dat dit hoofdzakelijk komt omdat Jo altijd wel tijd kan vinden om naar hen te luisteren als ze thuis komen om over hun moeilijkheden te praten. Ze komen dan thuis als geteisterde individuen en gaan na een uur of wat weer weg met een gevoel alsof ze de hele wereld weer aankunnen. Dat is altijd een mooi en dankbaar iets maar toch ben ik zelf op het moment erg terneergeslagen.
Gisteren avond was het bijna zeker de laatste keer dat ik in het kerk koor heb meegezongen.
Ik houd van zingen maar het word hoe langer hoe moeilijker. Wij staan in de achterste rij met drie bassen die allemaal een beetje erg doof zijn. Wij volgen de bevelen van vrouwen die vooraan staan te dirigeren met zachte stemmen en het gevolg is dat wij vaak moeten zingen op het gevoel af en als dat niet gaat gaan wij in de meeste gevallen zelf een wijsje componeren. Dit ging tegen het gevoel van eigenwaarde van de sopranen die voor ons stonden dus wij werden gecommandeerd om naar de voorste rij te komen zingen. Ik heb altijd een hekel gehad om vooraan te staan vanaf de tijd dat ik in de eerste klas naar voren gesleept werd dus liep ik niet al te hard. Toen werd ik door een Keno Simons Hasselaar naar voren gesleept terwijl ze mij bij de arm nam en naar voren bracht alsof ik noch een kleine school jongen was.
Dat was dus de tweede keer in mijn leven en je zou denken dat ik daar langzamerhand gewoon aan zou raken maar dat is toch niet zo. Het heeft het kleine beetje eigenwaarde dat ik noch in mij had aan flarden gescheurd en daarom ben ik nu tot tranen toe bewogen.
Een murw geslagen mens.Als een wilgentak tot brekens toe gebogen door de wind maar noch niet helemaal gebrokenmaar Ik begin nu te begrijpen dat ik niet zo veel tijd meer heb en ik zal de rest van mijn leven een eenzaam leven moeten leiden en dat is allemaal de schuld van die Keno Simons Hasselaar die mij met de toonladders liet vechten in de voorste geleden van dat loeiende kerk koor.Zelfs de Spanjaarden hadden het niet zo moeilijk!
"Keno Simoms Hasselaar was een mannetjes putter van een vrouw die de Spanjaarden met kokend water en gloeiende teer van de wallen van Leiden afdreef in de tachtig jarige oorlog" --in geval je de vaderlandse geschiedenis vergeten bent –Ik moest dat even zeggen maar alles met alles is het slechts een meer verlies van dingen die mij kostbaar waren.
Een van mijn schilderijen waar ik mijn hele zieltje in gelegd heb werd op een bazaar voor het orgel fonts verkocht voor de prijs of een paar apenoten zogezegd.
Ook word mijn boek waar ik jaren mee geworsteld heb door bijna niemand gelezen en een van onze kleinkinderen is zo lelijk dat niemand met hem spelen will, zelfs de hond van de buurman niet. Ze moeten dat jongetje een karbonaadje om de hals hangen als ze willen dat de hond met dat mannetje speelt.
Johanna en ik hebben een waterbed gekocht en daar zit nu een gat in zodat wij als vissen in het water liggen te pierogen maar noch blijf ik voortzwiebelen als een ongebroken wilgentak.Zo kun je dus zien dat ik niet makkelijk verslagen word en vandaar al die onzin die ik soms uitkraam.Het zijn gewoon kreteen van wanhoop.
Het is nu November 2 1995 en ons kerkelijk leven word bij de zondag moeilijker voor de oude mensen en niet alleen de oudere mensen maar ook heel wat jongeren die mee moeten doen om het welzijn van hun kinderen. --Dat is tenminste wat ons verteld word.--
Dit alles maakt het wel erg moeilijk om mee te komen in het kerkelijk leven van de moderne tijd. Onze dominee hield Zondag een preek over de kerk van Laodisea.
Dit was een kerk die niet warm en niet koud was en de Dominee liet het voorkomen alsof de conservatieve mensen in het geheel overeen kwamen met deze kerk.
Ze waren niet warm en ze waren niet koud en daarom zou de Heer hen uit Zijn mond spuwen.
Hij liet het voorkomen alsof er niet veel hoop voor ons was als wij niet meededen aan de nieuwe soort kerk diensten die vaak zonder orgel en met fluiten en gitaren begeleid met trommels de kerk banken moeten vullen in een soort mensenbevriendende eredienst ten koste van het Woord dat vroeger het center was van de kerkdienst.
-De jonge mensen willen dat- Is de leuze geworden en heel misschien hebben ze gelijk maar zover heb ik noch niet veel resultaten gezien. Het lijkt mij meer toe dat dit een verlossing met voorwaarden word en het leven is niet veel waard volgens mij als het geloof in Christus voorwaardelijk word voorgesteld.
Maar ik ben ook maar een gewone jongen en zal er wel niet veel van begrijpen.
Intussen leven wij in een Wereld die bij de dag verandert. De veranderingen in het Groot Russische Communistische rijk zijn bijna boven natuurlijk en Corbachof heeft in een paar jaar tijds veranderingen teweeg gebracht die enkele jaren geleden noch totaal onmogelijk schenen.
Ook heeft de society veel veranderingen in het leven van de gewone mens gebracht.
De mogelijkheden worden groter maar ook de moeilijkheden worden groter en groter.
De T V vult de vrije tijd van onze kinderen terwijl de ouders in veel gevallen beide moeten werken om de twee auto's en de karavaan aan de weg te houden terwijl een over beladen welfare systeem de belastingen opdrijft tot ongekende hoogte. De druk op het ziekenfonds en de verzorging van ouden van dagen is bijna te zwaar om te dragen en de mens verlangt meer en meer en de vraag is maar al te vaak " Wat kan ik krijgen ?"in plaats van " Wat kan ik doen?"
Op dat gebied is de pers ook niet erg behulpzaam. De zogenaamde intellectuelen herschrijven de historie en veel van het goede werk van onze zendelingen word bedolven onder sensationele verhalen over dienaars van de kerk die zich maar al te vaak misgaan hebben tegen over de mensen in de derde Wereld die nooit van Jezus gehoord hebben.Het goede word bedolven onder het kwade en meer dan negentig procent van de nieuws berichten gaan over, misdaad , moord ,en doodslag terwijl het vele goede dat er noch gedaan word niet word genoemd.
Genoeg hier over ! Ik heb al weer te veel gezegd dus gaan wij nu terug naar de tijd toen ik met mijn toekomstige vrouw geworsteld heb tussen de jeneverstruiken in de Nijverdalse berg.
Dat was intussen al weer een paar dagen geleden en ik ging beginnen als leerling metselaar.en dat was Iets waar mijn vriend Dirk helemaal niet tevreden over was.
" Straks loop je daar met witgekalkte kleren en er komt geen spaan van je terecht" vertelde hij mij en daar had hij wel een beetje gelijk in. Hij scheen noch altijd te denken dat ik voor wat beters in de wieg was gelegd maar het is nu een keer zo.
" Als je voor een dubbeltje geboren bent zal je nooit een kwartje worden"en ik was noch minder dan een dubbeltje maar dat wil ik liever geheim houden.
Dirk heeft dat geheim ook altijd goed bewaard.
Ik was zelf ook liever smidbankwerker geworden maar dat werd je in die dagen niet gevraagd. Ik werd uitbesteed als leerling metselaar wat in werkelijkheid betekende dat ik opperman werd en de man die mij metselen moest leren was niemand anders dan de zelfde Ab met wie ik had stro gevlochten en de man die later in het Amersfoord concentratie kamp terecht kwam.
Dat is dus ook de persoon die mij veel van die kampverhalen verteld heeft.
Niet alleen dat, maar hij heeft mij nog veel meer andere dingen geleerd ,ook op christelijk gebied, want hij was een goed christen die naar zijn geloof probeerde te leven maar dat neemt niet weg dat er zo nu en dan een kleine zonde bij hem tussen door glipte.
Dat kwam omdat hij een eigenaardige opvatting had over het (mijn en dijn.)
Hij beweerde tenminste dat wij recht hadden op een klein percent van de opbrengst van de tuin en de fruitbomen op de plaatsen waar wij werken moesten en zodoende kwamen wij in een grote verzoeking toen wij in de tuin van de gereformeerde pastorie moesten werken.
Een prachtig mooie appel hing daar te glanzen aan een boom vlak bij een schuurtje.
Dat was de enige appel in de hele boom en volgens Ab hadden wij recht op een gedeelte van de opbrengst van die appelboom en dus hadden wij recht op de appel en de dominee kon de boom houden. Die appel moest er af maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan.Die appel wilde niet van de boom af. Ik had al eens een troffel en een hamer door de boom gegooid en wij hadden al eens met de twee wielege wagen tegen de boom gereden maar niets hielp.De appel bleef waar ze niet moest wezen. (Aan de boom)
Als de appel van Adam en Eva zo vast aan de boom had gezeten waren wij nu noch in het Paradijs. Dat denk ik tenminste.
Tenslotte ben ik op de dak van het schuurtje geklommen en hing als een aap bijna onderste boven van het dak waar geen pannen meer op waren en ik zou juist met een venijnige klap de verboden vrucht naar Ab toe slingeren toen een raam van de pastorie openging en onze waardige dominee door het open raam ons aansprak met de liefde volle woorden.
" Hè: Zondaars!" Dat was alles. Maar het was genoeg. Ik tuimelde steil achterover in de liefdevol uitgestrekte armen van mijn vriend Ab om mijn zonden te overdenken in de volste verwachting dat wij de volgende Zondag wel een boete preek zouden krijgen maar dat is goed gegaan.
De volgende klant had belzen bomen.(Belzen zijn een soort pruimen.)Deze belzen hadden een mooie gouden glans die er om vroegen om geplukt te worden.
Maar bij die boom kregen wij te veel van het goede omdat de belzen al overrijp waren en ik reed de wagen met een vaartje tegen die boom om de onwillige belzen naar beneden te krijgen.Ik had verwacht dat de belzen net zo hardnekkig zouden wezen als de appel aan de boom van de dominee maar dat viel heel anders uit.
Het regende belzen naar beneden alsof het manna van de hemel was en de grond was blauw van deze vruchten. Er waren er zo veel dat wij ze gewoonweg niet gauw genoeg konden verwerken en wij stonden met rooie gezichten voor de vrouwelijke eigenares toen die met koffie kwam voordat wij zelfs maar een slag werk hadden verricht.
Dit vrouwtje was heel wat gemoedelijker dan de dominee. Ze deed net alsof ze niets gezien had en nodigde ons uit om zo veel belzen te eten als wij wilden en zodoende beëindigde deze affaire met schaamtevolle gezichten en een zwaar geval van diarree omdat wij teveel en te gauw belzen gegeten hadden.
Het leek inderdaad wel een beetje op de manna in de woestijn en wij hebben er zeker voor moeten betalen toen wij naar de volgende klant gingen want daar moesten wij aan de riolering werken en dat is geen plezierig werkje. Wij hebben heel wat keren uitgevonden dat de inhoud van de riolering nooit naar boven stroomt maar altijd naar beneden. Vaak naar plaatsen waar wij moesten wezen met het gevolg dat wij rijkelijk werden beloond met alle soorten luchtjes die de gewoonte hebben om de mensen uit je omgeving weg te jagen.Dat de verkering toen niet is uitgekomen is een zeker bewijs dat Jo naar de heilige kant overhelt. Ze heeft meer gekregen dan ze verdient heeft.
Toch was daar bijna een onverwacht einde aangekomen en dat gebeurde toen wij bij een paar oude vrijgezelen vrouwtjes aan het werk moesten. Wij moesten dat de gevolgen van een bombardement repareeren en Ab had mij verteld dat ik een muurtje om moest gooien in een gat binnen in een schuurtje. De vrouwen hadden ons verteld dat daar een wasmachine gestaan had maar die was in splinters uit elkaar gevlogen dus dat was niets aan te beschadigen.
Dit was eens een keer mooi werk voor de verandering en ik liet al zingend een groot stuk van de muur in dat gat bulderen. Alles was zo het wezen moest en ik was in een goede stemming en keek zo eens door de bomen die bij dat schuurtje stonden.
De belzen tijd was voorbij en ik keek voor de verandering naar de blauwe lucht. Het viel mij toen op dat er heel wat takken uit die boom weg waren geslagen. Daar moest een reden voor wezen en ik begon eens goed na te denken _-Dat gebeurt niet vaak—
Toen schoot het mij te binnen dat er een wasmachine aan splinters was geslagen.
Er waren takken uit de bomen en er was een groot gat in het schuurtje waar ik aan het werk was. Dat kon maar een ding betekenen.
Er moest een blindganger( Onontplofte bom) in dat gat liggen waar ik juist dat stuk muur in had laten vallen. Ik schrok mij een ongeluk en liep direct naar Ab om hem de blijde tijding over te brengen.
Alle werk werd direct gestopt en de Canadezen kwamen een paar dagen later met de mededeling dat er inderdaad een blindganger in dat gat lag.
Een paar weken later werd de hele buurt ontruimd en er werd een knaap van een bom uit dat gat opgegraven.De bewoners van dat huis hadden voor jaren boven deze onontplofte bom kunnen wonen als ik niet op het laatste moment gewaar was geworden van wat de bedoeling van dat gat in dat kleine schuurtje in werkelijkheid inhield.
In een huisje bij ons achter in het land hebben ze jaren na de oorlog ook nog een blindganger gevonden. Het had daar al die tijd gelegen tot het moment dat het ontdekt werd door bouwvak arbeiders die dat zelfde huis gingen verbouwen,
Anderen waren niet zo gelukkig. Een groepje jongens vonden een onontploft voorwerp in het bos. Niet zo lang na het eind van de oorlog. Ze moesten dat natuurlijk onderzoeken met het gevolg dat er twee dood bleven en een werd voor het leven verminkt.
Jo haar grootmoeder kwam thuis met de boodschap dat ze een raar ding met vleugels in het bos had gevonden. Ze had geprobeert om het uit de grond te trekken maar her zat te vast en dat is haar geluk geweest.Het was een levende granaat dat later door de Canadezen onschadelijk werd gemaakt.Zo ging het in die dagen vlak na de oorlog.
Ab en ik moesten met een huis aan het werk ook achter bij ons in het land. Wij hadden een andere jonge vent om ons te helpen met het loopwerk. Deze jongen was nog weer een stapje lager dan ik. -Hij was nu de opperman. Dat moet je eventjes niet uitvlakken-. Maar wij hadden veel sympathie voor deze jonge man en wilden zijn gevoelens niet kwetsen daarom noemden wij hem de (materialen transporteur.)
Ik was al een paar dagen langer in de ondernemingen en daarom mocht ik ook zo nu en dan een beetje tegen deze jonge kracht foeteren. _Met toestemming van Ab dan altijd--
Uit dat alles kun je zien dat wij een meelevend groepje mensen waren maar toen kwam er een moment dat mijn menslievendheid mij in de steek liet en ik deed een droevige daad.
In mijn omzwervingen in de tuin van dat huis vond ik het achterstuk van een grote bom.
Het was een plaat van ongeveer acht centimeter dik en veertig centimeter weid. Dus dat moest een hele knaap geweest zijn. Waarschijnlijk het achterstuk van de bom die bij ons achter in het land gevallen was. Dit stuk lag daar heel onschuldig tussen het gras en onkruid van die tuin en dat opende onvoorstelbare vergezichten voor een grap ten koste van Ab en de bouwmaterialen transporteur die Doris heette.
Ik heb dat stuk bom toen heel zorgvuldig in het losse zand gelegd zodat alleen het bovenste stuk een beetje boven uit her zand kwam. Toen ben ik schreeuwend van opwinding naar Ab en Doris gelopen.
Steeds schreeuwend " Ik heb een bom gevonden in de tuin en het is een grote knaap " Ik had intussen een flinke zware hamer in de hand en het duurde maar eventjes of Ab en Doris stonden met hun neus vlak op de bom te kijken. Toen ze er mooi dicht bij waren gaf ik een verschrikkelijk harde klap met die zware hamer op dat stuk bom dat net boven het zand uit kwam.De beide mannen werden spierwit en liepen als hazen om uit de buurt te komen.
Ze stopten niet tot dat ze drie of vier huizen bij mij weg waren.
Ze dachten werkelijk dat ik stapel gek geworden was en ik stond te giechelen als een jong meisje op haar eerste uitstapje met een jongen. --In werkelijkheid was het veel erger dan dat.-- Ik stond te brullen van het lachen totdat Ab en Doris heel voorzichtig weer in de buurt kwamen. Ze vertrouwden het noch niet erg totdat ik de bomschijf weer uit het zand haalde.
Na die tijd had ik net zo goed in Siberia kunnen zitten want de twee helden waren ontzettend beledigt en wilde voor een volle dag niet meer met mij praten.
Toen de zwijg periode weer over was kreeg ik een geweldige preek van Ab. Het had er noch aan toe of ik had vergeving moeten vragen. Hij had schijnbaar helemaal vergeten dat hij mij een keer ook niet zo mooi behandelt had.
Ik was toen dat gebeurde al een onderduiker en was dus steeds in gevaar dat ik opgepakt zou worden.
Ab had toen twee kleine varkens gekocht en die moesten opgehaald worden op een transport fiets met een mand voor op de drager.Ab beweerde dat hij niet met zo'n zware fiets overweg kon en Dirk had er noch meer moeite mee dus werd ik het slachtoffer want je moet nooit tegen mij zeggen dat ik iets niet kan want dat is genoeg om mij de gekste dingen uit te laten halen. Daar gingen wij dan over de smalle zandweggetjes met die varkens voor in de mand.
Nu is het een bewezen feit dat varkens altijd doen wat ze niet moeten doen en dat gebeurde nu ook. Ze vlogen van de eene kant van de mand naar de andere en het werd bijna onmogelijk om die fiets op die smalle zand paatjes te houden.
Ik vloog dan ook als een dronken mens van de eene kant naar de andere terwijl Ab en Dirk achter mij aan reden en die twee waren toen blauw van het lachen en dat werd nog erger toen wij over het midden van de grote straat reden terwijl de fabriek uit ging
Er waren zeker wel een kleine honderd fabrieks arbeiders op de straat en toen kregen die gekke varkens het in de kop dat ze uit de mand wilden. Ze hadden een klein spleetje gevonden waar ze met de kop uit zaten te schreeuw en Ik sloeg ze met de eene vuist op de kop terwijl ik met de andere hand probeerde de zaak aan de weg te houden.
Ab lachte toen zo hard niet meer want hij was banger voor het verlies van de varkens dan voor mijn vale huid. Dirk daarentegen kon bijna niet meer fietsen van het lachen en dat hield niet op tot ik de boel bij Ab zijn huis had.
In zekere zin was het een beetje gemeen van Ab dat hij mij daar toen voor spande.
Vooral omdat ik toen onderduiker was.Ik had geluk dat er op dat moment geen politie aan de weg was anders was ik de bak ingegaan voor zwarten handel en dat was voorwaar geen lolletje.
Het werd dus tijd dat hij loon naar werken kreeg maar die goede man had een kort geheugen en daarom moest ik een preek aan horen na het gevalletje met de bom.
(Hij was de varkens vergeten maar ik niet.)
Dit was evenwel slechts een voorspel van het volgende akkefietje dat voor viel op het volgende huis waar wij reparatie werk moesten doen.
Dit was het enigste huis dat noch overeind stond aan de west kant van de straat waar alles weg was gebombardeerd. Heel wat jonge mensen waren daar omgekomen in een klein gangetje tussen dit huis en een klein gebouwtje dat er net naast stond.
Al de pannen waren daar van het dak en de interieur van het huis had ook veel geleden zodat Ab en ik heel wat werk moesten verzetten om het metselwerk weer een beetje op orde te brengen.
In de zelfde tijd waren er ook drie timmermannen aan het werk in het zelfde huis en het waren twee van deze timmerlui die een paar dozen met flessen wijn op de zolder van dat huis vonden.
Een van de timmermannen had heel wat mee gemaakt in de oorlog en was daardoor wat ruw geworden en dat was geen wonder want hij was met moeite in leven gebleven toen de Russen Berlijn binnentrokken rond de zelfde tijd dat hij daar ook was.
Het nam ook helemaal niet lang of hij stond een gaatje te boren in de kurk van een van die flessen. Daardoor hebben ze met een strohalm de halve fles leeg gedronken.
Je moet dat niet uitvlakken ! Hier waren echte wijn kenners aan het werk en daarom zijn ze direct daar na aan een andere vintage of wijn begonnen en het werd zo erg dat ze half of helemaal dronken waren omdat ze in jaren geen sterke drank hadden gehad.
De Berlijner wilde toen langs een potlood streepje een plank hout doorzagen maar de streep wilde niet stilstaan en dat vond hij zo grappig dat hij stond te gieren van de lach.
De andere timmerman werd er bij gehaald maar die kon ook niet bij de streep blijven zodat die twee mannen in grote moeilijkheden verkeerden.
Ab stond een einde verder op met een spechten gezicht het hele tafereel aan te zien en hij kon dat spektakel niet erg waarderen. Dit werd noch erger toen de twee wijndrinkers besloten om de flessen weer bij te vullen met water.Van zijn superior hoogte sprak vader Ab. " Doe dat nu niet jongens. Je hebt de flessen half leeg gedronken. Ga nu niet de rest bederven door er water bij te doen. Het is al erg genoeg zo als het is"
Onze Albert had net zo goed in de wind gaan staan spugen want er werd totaal geen aandacht aan hem geschonken.Niets hielp.
De twee boosdoeners hebben met veel vindingrijke gebaren en enorm veel geduld de flessen bij gevuld met water
Met hun dronken hersens hadden ze niet begrepen dat ze grote kronen wijn van het ondereind van de flessen op het zeiltje van het aanrecht nalieten en dat was de Achilles-hiel van het hele zaakje. Oftewel de vlieg die de zalf deed stinken en een stink werd het toen de eigenaar van het huis die avond de kleverige kronen op het aanrecht van het huis ontdekte.De hele vergadering moest de volgende morgen aantreden voor de rechtbank van de ondernemer. Drie timmerlui en twee metselaars.
De twee grootste boosdoeners waren de timmerlui maar die hadden de voorzorg genomen dat zij ons lieten delen in hun zonde van het drankfestijn.
Zij hadden schijnbaar goed les genomen van wijlen Eva die Adam ook van de appel liet eten. Zij konden nu zeggen dat wij ook een slokje hadden genomen. Behalve Ab die met het gezicht van een specht stond te glanzen van rechtvaardigheid want hij had ons nog gewaarschuwd.
De twee timmerlui stonden met zondaarsgezichten voor de aannemer en toen begonnen zij te bulderen van het lachen De aannemer begon eerst recht kwaad te worden maar begon tenslotte ook maar mee te lachen met de woorden dat zoiets niet weer moest gebeuren en dat beloofden ze grif want het was erg onwaarschijnlijk dat er noch meer drank zou gevonden worden.
Een van de timmerlui lag een paar dagen later in een doodkist want hij moest eens meten of de maat wel goed was. Toen werd de baas echt kwaad want hij vond dat spotten met de dood en het was ook geen goed getuigenis voor zijn zaak als het uit zou komen.
Dit keer waren die mannen bijna de straat opgegaan want kistenmaken was ook een bron van inkomen dat de baas niet graag wilde missen.
Je zou bijna gaan denken dat Ab een halve heilige was maar dat was ook niet helemaal waar. Hij had zo zijn eigen maatstaven. Hij vertelde mij een keer dat de arme mensen en de echt rijke mensen het best waren om voor te werken. " De blikrijken moet je in de gaten houden "! zei hij toen." Die mensen willen groot doen maar echt geld hebben ze niet en daarom moeten ze elke stuiver beknibbelen over de rug van de mensen die voor hen werken"
Zo waren wij een keer aan het werk bij een van die zogenaamde blikrijken en wij kregen noch geen kopje koffie want dat koste tijd en geld.
Getrouw aan zijn stelregel heeft Ab het reisgeld van de arme klant bij dat van de blikken harm opgeschreven-- Want de tijd om van een klant naar de andere te gaan moest verantwoord worden --en dat was in dit geval een dik half uur winst voor de arme klant en schade voor de rijke stinker.
De stelregel van Ab werd bij de volgende klant ten volle bewezen. Wij waren noch niet binnen de deur of het oude vrouwtje waar wij waren zette water op het petroleum stel om koffie te maken.
Dit was een heel probleem want het vrouwtje was ver van schoon en ik had niet veel trek aan de koffie van dit vriendelijke mensje zo ik draaide het petroleum stel naar beneden zo gauw het vrouwtje de deur uit ging. Even later kwam zij weer binnen en zei "Nu heb ik verdraaid vergeten het stel op te draaien ". En zo is het een maal of wat gegaan.
Zij draaide het naar boven en ik naar beneden. Je werd er noch vermoeider van dan van werken.
Al met al was het een geluk dat een jongere buurvrouw net binnen kwam toen ik met het petrolium stel aan het werk was. Die had het direct door en zei heel grootmoedig tegen het oude vrouwtje.
" Ik zal van nu af aan wel koffie klaar maken voor de metselaars " En dat is doorgegaan tot wij weer weg gingen.Wij hebben wel degelijk wat extra werk gedaan voor de oude vrouw want het was wel een lief vrouwtje dat daar tussen al dat vuil rondscharrelde.
De buurvrouw is later hartelijk betaald voor haar goede werken en dat is gebeurt toen het zo vuil in dat huisje werd dat de buren besloten om er hardhandig in te grijpen.
Alles werd schoongemaakt en het beddestro en ander gerij werd buiten op een vuurtje verbrand terwijl de kinderen van de buurt met groot gejuich door de vlammen dansten.
Er was een leger van vlooien in dat beddestro en dat leger danste ook mee vanuit het vuur in de kleren van de kinderen. En s'avonds bij het eten dansten de vlooien van de kinderen naar de ouders zodat de ouders van de kinderen na die tijd stonden te dansen van woede.
Een danspartij zoals dat geweest is er nooit weer vertoont in de hele historie van ons dorp.
Ab en ik hebben intussen zo doorgereisd van het ene huis naar het andere.
Altijd maar meer goede werken doende en het kon niet uit blijven of wij kwamen voor al onze goede werken bij de kerk terecht want deze kerk had ook enorm veel schade geleden. Er zat geen pan meer op het dak.
Ik zou ingezet worden als leerling metselaar.- Dat was mij beloofd.-
In werkelijkheid werd ik ingezet als opperman en moest al die dakpannen op de ladder en het dak op slepen met een lichaam dat noch steeds ondervoed was en dat totaal ongeschikt was voor dat zware werk.
Ook had Ab ,die anders wel meelevend was met de moeilijkheden van anderen, totaal geen begrip voor de enorme inspanning die van mij gevergd werd en zodoende ging ik op en af die ladder dag na dag over een lengte van tien meter of noch meer.
Alles had zo veel eenvoudiger gekund als ze een kleine elevator hadden opgezet om het zware werk een beetje makkelijker te maken. Maar nee !
Onze voorvaderen hadden het zo gedaan en daarom moest het nu ook zo gebeuren en op die manier hebben ze mij bijna naar mijn voorvaderen geholpen. Daar kwam noch bij dat ik ook noch zwaar diarree kreeg. Ik kon bijna door een plank van vier centimeter dikte schieten. Het is eigenlijk een wonder dat ik in die tijd de Chinezen niet doodgeschoten heb want die zaten maar een klein eindje van ons af en dat was voor mij toen maar een peulschiletje.
Ik sleepte dus die pannen en het ging hoger en hoger tot wij bij de kerktoren terecht kwamen en die toren moest met lood bekleed worden. Dus werd er een andere kleine steiger gebouwd dat niet uit iets anders bestond dan vier palen die rechtop het dak werden gespijkerd. Daar werden dwarsbalken aangebonden en daar over werden de planken gelegd waar wij op stonden te werken. Ik was toen al zo ver dat ik een enkele enkele keer een stukje lood vast houden en daarom stond ik met Ab boven op die steiger die minstens tien meter of meer boven de begane grond was.
Ab had een soort pannen lat aan de opstaande palen gebonden ,op de hoogte van ons middel ongeveer , maar dat was meer voor morele steun dan voor het behoud van ons vege lichaam.
De mensen die beneden liepen leken meer op mieren dan mensen zo ze daar over de grote straat friemelden en het kon dan ook niet anders dan dat je door de ijle lucht tot abnormale vertrouwelijke ontboezemingen over ging.
Ik heb toen mijn hart uit gestort tegen Ab over mijn liefdesavonturen en dat was een droevig verhaal want de verkering met Jo was toen afgebroken en het meisje met de veiligheidsspelden was ook in een vage mist verdwenen.
In grote ellende begon ik toen te zingen. "O was ik maar dood want die ik liefheb die krijg ik toch nooit"Daarover werd Ab heel erg kwaad
Ik mocht dat niet zingen en ik moest een christelijke houding aan nemen en meer positief het leven aan pakken enz enz. De preek ging maar door zonder op houden tot ik tenslotte maar van het dak af ben gegaan om Ab tijd te geven om weer normaal te denken en ik kon meteen weer een schot op de Chinezen wagen.
Mijn goede vriend. Ab keek over de kant van de steiger naar beneden met zijn Spechten gezicht in alle mogelijke rimpels toen ik weer naar boven kwam.
Hij was weer een beetje tot het normale terug gekeerd en toen heb ik hem verteld dat het allemaal niet zo erg bedoeld was want ik dacht dat ik nog wel een poosje zou leven. Wij hebben toen in de beste harmonie die toren met lood beslagen zodat het een lust was om te zien.
Daarentegen werd mijn wens een paar dagen later bijna vervuld. Ab moest een ander karwij doen en de grote baas vertelde mij dat ik die steiger daar bij de kerktoren maar even in mijn eentje moest afbreken.Dit was erg onredelijk van die man en bijna bij gemeen af.
Bevel is bevel en Ik ging dus naar boven en ging met mijn voeten op de dwarsliggers staan en probeerde zo een van de steigerplanken van ongeveer vijf meter lengte op te beuren en naar beneden te laten glijden. Ik had die plank noch maar net opgebeurd toen de wind er onder kwam en ik sloeg stijl achterover met de plank voor de borst tegen een van de hoekpalen en het was mijn geluk dat die hoekpaal er was want als ik in het midden van de steiger achterover was geslagen was ik dwars door de hand railing over de rand van de kerk naar beneden gesakkerd.
Als dat was gebeurd had ik nooit meer dat liedje voor Ab kunnen zingen en dat zou jammer geweest zijn want ik kon het met veel gevoel zingen.
Ik heb het toen noch een keer weer geprobeert met het zefde resultaat zodat ik toen de planken gewoon over de kant naar beneden heb laten vliegen. De mieren daar beneden moesten maar zien dat ze uit de weg kwamen.
Ik had er genoeg van gezien.
--Ik heb in werkelijk nu na al die jaren noch een enkele keer dromen waarin ik weer met de planken aan het vechten ben en dat is niet leuk.--
Ik zei in het voorgaand gedeelte dat het onverantwoordelijk van de aan nemer was om mij alleen die steiger te laten afbreken en iets dergelijks zou in de moderne tijd ook vast niet meer voorkomen.
Ab en ik waren daarentegen ook noch lang niet klaar om met de heiligen in een rijtje te staan want het gebeurd dat wij met de kerk aan het werk moesten.
Dit gebouw had erg geleden onder de bombardementen zodat er geen raam meer heel was en geen pan meer op het dak was. Ook waren er scheuren in de muren die dicht gemaakt moesten worden en de lucht druk van de bommen was zo hevig geweest dat de meeste Bijbels en zangboeken de hele kerk door gevlogen waren.
Veel van deze boeken waren geheel of gedeeltelijk vernield en dat waren vaak van die mooie Zetka boekjes die hele fijne bladeren hadden.
Het waren juist deze boekjes die ons in verleiding hebben gebracht. Wij rookten in die dagen als schoorstenen en tabak was toen al wel weer te krijgen maar sigaretten papier was noch erg schaars zodat Ab en ik de blaadjes van de Zetka bijbeltjes gebruikten voor sigaretten papier en dat was niet mooi van ons want op zekere dag stond Ab de psalmen op te roken en ik was met de profeten aan het werk.
Ik denk niet dat er ooit in de historie van de Gereformeerde kerk zoiets eerder is voorgekomen. Ik geloof ook niet dat de heiligen zoiets ooit gedaan hebben en dus waren wij lang noch niet klaar voor die verheven staat.
Ons moraal was er over de oorlogsjaren niet op vooruit gegaan en dat was ook heel goed te merken aan de jeugd van die dagen.
Vlak naast de kerk was een noodschool opgezet en dat werd bezocht door de jeugd van die dagen.
In dat illuster gezelschap was een zeker jong persoon die de bloemrijke naam van Tito had gekregen. --Dit was de naam van een vrijheidsstrijder in het Roemenie van de oorlogstijd.--
De jonge verpersoonlijker van deze Tito was ook een echte vrijheids strijder.
Gewoonlijk kwam hij vijf of tien minuten te laat op school en dan kwam hij op de zware transport fiets van zijn vader rond de bocht vliegen met de onsterfelijke woorden.
"Nou zijn ze mij al weer te vlug af geweest !"Dan ging hij met een deemoedig gebogen hoofd de school binnen om zijn gerechte straf te ontvangen.
Deze Maarschalk Tito was wel bij de pinken. Dat kon niet anders gezegd worden en zo kon het gebeuren dat hij mogelijkheden zag waar anderen alleen maar moeilijkheden zagen.
Ab en ik hadden het urinaal van de kerk moeten afbreken on daar een consistorie kamer te bouwen zodat de kerkregeerders van de toekomst boven deze plaats van ontlasting vergaderingen konden houden tot in lengte van dagen.
Wij hadden de vergaderplaats van het menselijk afval moeten leeg scheppen en dus doende hadden wij wel een beetje gemorst zodat er een plas met regenwater gemengd met deze vloeistof stond te glinsteren in de prille morgenstond.
De Architect en de Uitvoerder stonden zwaar te discuteren naast deze glinsterende plas van menselijke reukwater.
Marshal Tito die er net langs kwam zag onmiddellijk de mogelijkheden zodat hij een grote steen in die plas wierp zodat de Architect en de Uitvoerder overvloedig overdekt werden met de voornoemde reukwater.
Tito is toen tevreden verder gegaan want alles was weer zo het wezen moest terwijl de druipnatte heren andere kleren aan gingen trekken.
Ab en ik hebben toen maar gedaan alsof onze neus bloede en wij hebben niets gezien.
De naam Tito is misschien niet helemaal misplaatst voor deze ondernemende jongen om de manier waarop hij zijn driften kon uitvieren over deze eerwaarde ambtsdragers in zo'n originele manier.
Wij willen noch een verhaal vertellen over dit ondernemend jongmens met de bloemrijke naam Tito.
Ab en ik waren op de steiger aan het werk om een nieuwe zuid muur in de kerk te bouwen en zodoende konden wij naar binnen in de kerk kijken waar Tito en zijn vrienden eveneens vlijtig aan het werk waren. Wij konden niet goed zien wat de werkzaamheden van Tito en Cachotten in hielden en zodoende zei Ab ten overvloede. " Denk er om dat jullie niets stuk maken !"Tito schudde zijn hoofd en verzekerde ons dat ze alleen maar even in het doopvont hadden gekeken.
De Zondag daarna hebben wij gezien wat Tito niet gedaan had. De diakenen moesten toen geld op halen en dat ging in die dagen nog met stokken met een zakje aan het eind.
De diakenen deden dan heel gewichtig een of meer centen in het zakje voordat dat ze de ronde door de gemeente deden maar deze Zondag werkte dat niet want Tito en vrienden hadden de zakjes vol met poetslappen gestopt. Lappen die de koster onder het doopvont bewaarde.
De eerwaarde broeders Diakenen stonden met rode hoofden de poetslappen onder de Avondmaalstafel te schuiven en mijn vriend Ab kreeg een hoestbui zodat hij uit de kerk moest.
Tot zover het verhaal van Tito en vrienden en dat het u wel moge bekomen!
Het was een anders eigenaardig iets dat wij in de oorlog de kinderen leerden om de vijand zoveel afbreuk te doen als het maar mogelijk was terwijl wij nu in vredestijd de gevolgen van deze houding moesten verwerken en ik geloof persoonlijk dat de onschuld in vele mensen nooit is terug gekomen in de zelfde mate als het voor de oorlog was.
Wij hadden te veel gezien en onze kinderen moesten opgroeien voordat ze er klaar voor waren.
Ook was de wetenschap tijdens de oorlog met sprongen vooruit gegaan terwijl wij gevangen zaten in een systeem dat alle wetenschap voor de gewone man opzettelijk tegenwerkte.
Nu moesten wij proberen om die achterstand in te halen en dat was voorwaar niet makkelijk. Maar laten wij terug gaan naar het verloop van mijn verhaal.
In die dagen had ik maar een gedachte en dat was dat ik een goede metselaar wilde worden.
Ik vroeg nooit naar een andere vakman of hij veel verdiende maar steeds de vraag.
"Is die man goed in zijn vak." Dat was belangrijk voor mij en daarom ben ik toen naar een avondschool gegaan en het eigenaardige was dat ik toen de hoogste punten haalde in een klas van ongeveer zestig personen. Als je daar bij vergelijkt dat ik in mijn schooljaren meestal met de hakken over de sloot kwam is dat wel een sterk bewijs dat ik wel kon als ik maar wilde.
In een ander opzicht werd ik ook meer actief en dat was in de onwaarschijnlijke bezigheid van het toneelspelen.
Mijn Vader had mij eens weer voor een verrassing gezet.
Hij kwam thuis op een zekere avond en vertelde mij dat hij mij opgegeven had bij een plaatselijke toneelvereniging.
Ik had eens een van de eerste uitvoeringen gezien en toen had ik mij bijna bananes gelachen. Dat spel ging over een leerling onderwijzer die over moest nemen in een school die in het huis van de schoolmeester werd gehouden.Er waren leerlingen in dat huis naast de meester z'n eigen kindereen waarbij ook nog een babie was.
Er stond een pot met snert op de kachel en de leerling schoolmeester probeerde met een witte doek een worst uit de hete soep te vissen met het gevolg dat er een kliederige geel-groene vette vlek op de schone witte doek over bleef. De aspirant schoolmeester vertelde de hoofd meester dat een van zijn kinderen diaree had en daar door kwam die vlek op dat witte doek.
Deze en andere wedervaardigheden werden op een komiese manier voor het voetlicht gebracht en ik --die toen helemaal niet verwent was op dat gebied-- heb mij tranen gelachen.
Dit spel werd opgevoerd in een groot gebouw en na de pauze begon iedereen te roken. De rook was letterlijk om te snijden en de tranen rolden mij over de wangen door de kombinatie van sigaretten rook en de komiese antieks van de spelers.
Vaak moet ik daar aan terug denken. Je kon de ogen niet open houden van de rook en toch wilde je niets van deze onzin missen. Het is eigenlijk raar dat er toen lang niet zoveel over kanker werd geklaagd als nu. Er was wel degelijk kanker maar naar verhouding lang niet zo veel als in deze moderne tijd.
De spelers op zich zelf hadden niet zo veel last van het overdadig roken dat het publiek deed. Het is me nooit duidelijk geweest waarom niet.Mischien dat wij te veel op de zenuwen werkten en dat wij daarom niet zo veel last hadden.
In mijn schooljaren had een van de schoolmeesters gezegd dat ik wel degelijk talent had op het gebied van toneelspelen en dat zal wel de reden geweest zijn dat Vader mij daarin geluisd had. Hoe dan ook! Ik werd als het ware gedwongen om mee te doen en zodoende werd ik betrokken in de avonturen van deze toneel groep die hoofd zakelijk was op gezet om op Nieuws jaars avond de jonge mensen van de straat te houden en het is meer dan eens gebeurd dat wij drie avonden achter elkaar speelden voor uitverkochte zalen die ongeveer duizend mensen in hielden.
Deze reciteervereniging op zich zelf was een nauw aan een gesloten groep die onder strikte regels werkten. Sommigen van de ouder leden waren meesters in het vak en ik voelde mij als kleinduimpje in het niemands land maar toch kreeg ik langzamerhand grotere rollen en zo kon het gebeuren dat ik op een zekere nieuwjaarsavond stond te spelen in een van de hoofdrollen van een komiek stuk.
Ik speelde mijn rol zoals het van mij verlangd werd en ik had behoorlijk wat lachsalvoos als resultaat van mijn harde werk om al die regels die ik geleerd had die ik op komieke manier naar voren wist te brengen, Maar tot mijn verbijstering kwam mijn tegenspeler niet op dagen zodat ik daar in mijn eentje wat stond te mompelen en ik kreeg geen weer woord want de man die tegen mij moest spelen was er niet en hij kwam ook niet.
Totdat de regisseur ten einde raad het doek liet vallen. Mijn tegenspeler had een van de reglementen gebroken die duidelijk aan ons allen bekent waren.
--Een lid mocht in geen geval alcohol gebruiken voor de uitvoering van een stuk –
Deze jongeman was zo bang voor de tijd van de uitvoering dat hij een paar glaasjes had gedronken en daardoor was hij compleet van de kaart zodat hij geen woord kon herinneren van wat hij geleerd had.
Een andere ervaren speler heeft toen zijn rol overgenomen en die vent stond de grootste onzin uit te kramen terwijl hij van alle kanten achter de koliezen werd voorgezegd wat hij dan zeggen moest. Persoonlijk heb ik nooit weer zoiets meegemaakt. Het toneelspel bij Miesje en de priester met het houten been was er niets bij. Er waren zo'n duizend mensen in de zaal en die hebben zich tranen gelachen terwijl ik van binnen liep te huilen van ellende.
Na die tijd werd ik bij de ervaren spelers gerekend en kreeg ik ook betere rollen.
Zoals ik al vertelde was dit een dicht aan een geregen groep acteurs met alle mooie en ook minder mooie karakter trekken van ieder normaal mens.
Als er goede kritiek werd uitgeschreven in de plaatselijke krant was ieder in de wolken maar toen kwam er een keer kritiek dat lang niet mals was over het spelen van sommige oudere leden en de hele vergadering was verbijsterd en razend kwaad tegelijk Het was maar een geluk dat wij een zogenaamde geheime criticus hadden en die schreef dat de betrokken spelers buitengewoon goed gespeeld hadden en dat maakte veel weer goed.
Niet zo heel veel later zag ik de minder mooie kant van de menselijke natuur en dat gebeurde toen een van de oudere spelers die een hoofdrol had ziek werd.Vlak voor de uitvoering en een van de jongere leden werd opgedragen om deze rol die behoorlijk lang was ook in te studeren in geval van nood. Het oudere lid werd niet beter tegen de tijd van de uitvoering en, de jongere moest toen de rol overnemen en deze persoon deed een bewonderenswaardig stukje werk als je rekent dat hij zo weinig tijd had om zich in te werken.
Het oudere lid was inmiddels wat opgeknapt en wilde direct weer over nemen voor een volgende uitvoering van het zelfde stuk. De andere spelers vonden dat onrechtvaardig met het gevolg dat de jonge vent ook de tweede uitvoering speelde.
Het oudere lid werd daarop zo kwaad dat hij direct voor de vereniging bedankte en hij nam zijn kameraad mee die ook mee deed in de verschillende voorstellingen.
In een verbolgen uit drukking werd ons toen meegedeeld dat een van deze twee de geheime criticus was die sommige van de andere leden op zo'n overtuigende manier opgebeurd had toen de kritiek honden van de plaatselijke krant hun het vuur zo na aan de schenen had gelegd.
Dit was een pijnlijke gewaarwording toen wij uitvonden dat onze criticus zelf niet toneelspelen kon. Ik had indertijd meer steun van Miesje en de priester met het houten been.
Ik heb ook eens meegespeeld in een bevrijdings revue. Dat was maar een klein rolletje maar er was iets wat mij geweldig intreseerde en dat was het moment waarin ze mij het koude staal van een revolver in de handen drukten. Ik had noch nooit zo'n wapen in de handen gehad en ik voelde mij als assepoester in het sprookje van de zeven dwergen. De verborgen kracht in dat koud stuk staal gaf mij de rillingen over de rug en ik voelde mij als een kleine jongen vergeleken bij de mannetjes putters die slechts maanden voor die tijd met dat wapen rond hadden gelopen. Direct na de uitvoering hebben ze mij dat ding weer afgenomen want kleine jongens zijn niet te vertrouwen met dat gevaarlijk spul.Voor een moment voelde ik mij echt als een ondergrondse strijder en dat was een raar gevoel. Dat ik zelf heel wat keren met de dood in de schoenen had gelopen was ik helemaal vergeten.
-Het gras is altijd groener aan de andere kant van het prikkeldraad en dat was het geval ook op dit gebied.-
Op een andere keer heb ik gespeeld op het oude voetbalveld van de Volharding voor een menigte van zo'n drie duizend mensen. Dit was een groote opzet van de Oranje feestcommissie.
Ze hadden alle toneelverenigingen uitgenodigd om mee te spelen in een toneelstuk dat Stormeiland heette.
Het liep tegen de avond toen wij dat stuk speelden en de donder rolde in de verte door het luchtruim en dat viel samen met het moment dat wij een storm uitbeelden in het midden van een woeste zee.
De geluids effecten en de natuur werkten samen om de uitvoering van dat stuk een boven natuurlijke achtergrond te geven en heel wat mensen werden meegesleept in een andere wereld van water en natuurgeweld. Ik zelf stond te trillen op de benen van de zenuwen maar kreeg na afloop een complimentje van een van de beste spelers van onze groep.
"Ik had het zelf niet beter kunnen doen " zei deze man en ik liep te glanzen van genoegen als een vergulde haan.Vooral omdat ik een van de grootste rollen had.
Het jongetje dat niet naar voren in de klas durfde te komen om met de balletjes te spelen en de held van het Wilhelmus was een heel eind gekomen.
Een ding heb ik nooit begrepen in al die activiteiten. Een ernstig toneel stuk werd geopend met gebed maar als het een komiek stuk was mocht het niet met gebed geopend worden.
Voor mij was dat een vreemd ding want ik vond dat een goed Christen zich thuis moet voelen in alles wat ons tegen komt in dit leven. Geniet van een goed stuk humor en geniet met volle teugen als er wat te lachen valt. Onze Lieve Heer heeft ons van alles meegegeven op onze levensreis en lachspieren zijn lang niet de minste van Zijn goede gaven.
Eigenaardig genoeg was ik vlak voor dat ik dit zat te schrijven aan het luisteren naar een Evangelist op de T V en deze man beweerde dat mensen die met bittere gevoelens rondlopen over dingen die ze niet vergeven kunnen.Vaak lichamelijk ziek zijn en sukkelen omdat ze niet van de negatieve gevolgen van hun bitterheid weg kunnen komen.In andere woorden een sombere gemoeds gesteldheid haalt vaak een mens zijn gezondheid naar beneden en je gaat dieper en dieper in de put omdat je jezelf en anderen niet vergeven kunt.
Ik geloof echt dat die man gelijk heeft en daarom schrijf ik al deze onzin.
Niet zo bar veel later kreeg ik eens weer de minder mooie kant van de club leden te zien en dat gebeurde toen leden van onze jongelingsvereniging aan mij vroegen of ik helpen wilde om een toneelstuk op te voeren. Ze wilden graag eens proberen of ze zo iets konden doen. Persoonlijk had ik daar helemaal geen bezwaar tegen. Vooral omdat het mensen naar elkaar toe brengt want er is niets gezelliger dan een repetitie voor een uitvoering van een toneelstuk.
Het duurde dan ook niet lang of wij konden een stuk van ongeveer drie uur lengte opvoeren. Een uit voering die klonk als een klok. Iedereen was blij verast maar ik moest voor het gerecht komen.
Sommige oudere leden van de reciteer club gaven in hun kleinzieligheid een scherpe kritiek op de opvoering van de beginnende club en dat niet alleen.
Een van de regels van onze reciteerclub was dat wij niet in een andere club mochten meespelen zonder toestemming van het bestuur. Ik was dat helemaal vergeten maar werd daar voor over de kolen gehaald en niet zuinig.
Vooral een klein kereltje die noch al vooraan stond in de beweging was tot schreiens toe bewogen door mijn onverstandige overmoed. Ik mocht nog lid blijven maar ook niet veel meer.
Maar voor dat dit allemaal gebeurde had ik in mijn eenvoudige onschuld al een grotere zonde begaan en dat bracht mij in moeilijkheden met de Dominee van onze kerk.
Ik had toen een revue geschreven en was zo onverstandig om daar mee naar de Dominee te gaan voor toestemming om dat op te voeren en wat er toen gebeurde heb ik niet vergeten tot op deze dag.
De weledele heer Dominee keek door mijn werk en maakte toen uit de ongenaakbare hoogte van zijn grote geleerdheid een snijdende kritiek die alles kleineerde wat ik op papier had gezet. Uit de hoge -ivoren toren- van zijn alwetendheid heeft hij gehakt balletjes van mijn werk gemaakt op een volgens mij laaghartige manier.
Die kritiek heeft voorgoed al mijn zelfverzekerdheid aan puin geslagen zo dat ik voor jaren nooit meer iets op papier heb durven zetten.
Hij had ongetwijfeld gelijk in wat hij zei. Mijn hele werk liet heel veel te wensen over en was daardoor niet geschikt om te gebruiken.Maar de manier waarop hij het deed was minderwaardig.
In later jaren was ik voor vijf en twintig jaar carrosserie werker en menig keer kwam iemand bij me om zelf een stukje werk te doen. In die gevallen heb ik zo iemand naar mijn beste weten voort geholpen en ik heb heel veel vakmensen gekend die het zelfde gedaan hebben tegen over een persoon die wat leren wilde door wat nieuws uit te proberen.Daartegenover zijn ik en anderen maar al te vaak op een hooghartige manier recht gezet als we in later jaren ook probeerden om wat op Schrift te stellen.
Je zult wel denken "Waarom schrijft die man dat allemaal zo uitgebreid want het heeft eigenlijk niets te betekenen "maar dat is het juist.
Kritiek moet nooit gegeven worden om af te breken of te vernederen want dat bewijst in zekere zin dat de criticus zelf onzeker is en zich zelf omhoog moet heffen door een ander neer te halen.Kritiek moet altijd gegeven worden om op te bouwen.
Vader en Moeder hadden dat goed bekeken. Als wij in onze opgroeiende jaren aan een zanguitvoering mee deden of iets anders dan kon het niet zo slecht wezen of Vader en Moeder vonden wel wat om ons over te prijzen en op te beuren al was het alleen maar om te zeggen dat wij een mooie stropdas voor hadden.
Als wij dan een poos later wat anders gingen beginnen dan zeiden ze -heel voorzichtig-
"Zou je dit of dat niet een beetje anders doen ?” Daar door werd de vreugde van het proberen nooit vernedert door onze ouders en hadden wij steeds weer moed om wat nieuws te beginnen.
Wat mij zelf betreft ben ik altijd een verliezer geweest. Dat is al begonnen toen ik noch maar net geboren was. De vroedvrouw heeft mijn moeder toen al een klap verkocht omdat ik zo lelijk was. In de eerste klas heeft de juffrouw mij gestraft met balletjes en lijntjes trekken. Het meisje met de strik heeft mij ook genegeerd. Toen kwam Miesje die mij bedrogen heeft. Nu was de kerk zelfs tegen mij gekant en werd ik daar ook door de gehakt molen gedraaid.Zo is het mijn hele leven door blijven gaan.
Mijn hele leven is een neergaande lijn.
Het is allen mijn vrouw die noch in mij geloofd maar dat begint ook al wankel te worden want deze morgen ging ik naar de W C en ik had vergeten of ik er naar toe ging of dat ik weer kwam. Een mens zou ongelukken krijgen als dat zo door gaat.
Ik heb later ook nooit iets goed kunnen doen bij die zelfde Dominee want Hij was er tegen gekant dat ik verkering had met een meisje van de Hervormde kerk en daar heeft hij mijn Vader over aan gehouden. Mijn Vader moet toen gezegd hebben '
"Ik houd van dat meisje en als mijn zoon daar mee om wil gaan is het mij goed"
Mijn toekomstige schoonvader had de zelfde ervaring met de hoofd meester van Jo's school. Die man beweerde dat Jo niet met mij om moest gaan want ik was niet Hervormd.
--Daar had je het weer !-- Dit waren mensen die onderlegd waren en die heel wat meer wisten dan wij. Maar op dat soort dingen zijn ze zo kortzichtig dat je er bij zou gaan staan huilen.
Als die mensen denken --een en een is twee --dan moet je daar niet aan komen want dan is dat evangelie. Uit de zelfde logica redeneren ze dat je een metselaar aan het werk kunt zetten. Je geeft ze wat cement met stenen en wat zand en voila je hebt een muur.
Je moet ze dan niet tegenspreken want die feiten zijn zo vast als de poorten van Gaza
maar Simson ging er wel mee van door.-- Met de poorten bedoel ik. –
Niet met de metselaar, het zand en de stenen want dat was te veel werk.
Ik ben onwillekeurig weer bij de metselaren aan geland dus ga ik nu ook maar weer metselen maar deze keer stond ik er alleen voor want Ab was in de geteisterde gebieden gaan werken.
Hij kon daar meer verdienen. Voor mij was dat weer een stapje terug want ik was noch lang geen vol metselaar Ik had meer van een prutselaar.
Toen Ab weg ging zei hij tegen mij. "Als je metselen wilt leren moet je stenen leggen op de grote bouw en waar je nu werkt krijg je alleen maar karwij werk. Op die manier word je nooit wat" --Wijze woorden die naar mijn ondergang hebben geleid en dat gebeurde eigenlijk omdat Ab mij verschillende keren had verteld dat ik op de grote bouw moest als ik ooit goed metselen wilde leren--.
Ik heb niet veel later met de baas gepraat en hem verteld dat ik stenen moest leggen als ik ooit wat wilde presteren op het gebied van het metselaars vak.
Mijn baas kon dat wel begrijpen en vertelde mij toen dat hij binnenkort een huis kreeg te bouwen in een naburig dorp. Ik zou dan vol op gelegenheid krijgen om stenen te leggen. Deze toezegging opende de weg naar de geheiligde poorten van het metselvak en ik deed mijn werk met opgewekt gemoed want binnenkort kon ik het eigenlijke vak pas goed leren.
Ach arme! Het liep allemaal anders uit en bij de nieuw bouw van het huis werd mij verteld dat ik maar moest gaan stenen en cement shouwen.Mijn baas kon noch geen opperman krijgen en daar door moest ik maar weer aan het werk als opperman.
De twee metselaars die waren aangenomen bliezen het vuurtje noch een beetje aan en ze kregen mij zo ver dat ik het vertikte om het werk te doen dat van mij verlangt werd. In andere woorden "Ik nam ontslag op staande voet "
Dit was niet netjes van mij want mijn baas had inderdaad moeite om goeie werk krachten te vinden. Daar kwam noch bij die hij toevallig ook noch zijn arm had gebroken.Alles bij elkaar genomen was het een rommeltje.
Daar kwam noch bij dat je in die tijd niet zo maar ander werk kon krijgen of je moest een ontslag briefje hebben dus zat er niet anders op dan dat ik mijn baas zo kwaad moest maken dat hij mij dat begeerde briefje zou geven.
Ik zat dus op de vloer van dat huis en vertelde de baas dat hij zelf moest gaan stenen sjouwen want ik deed het niet.”Als je nu niet aan het werk gaat word je ontslagen " zei de baas tegen mij. " “Als je een kerel bent moet je dat doen "! vertelde ik hem toen.
De goede man werd daarop zo kwaad op mij dat hij mij toe snauwde dat ik tegen de avond mijn laatste loon en een ontslagbrief aan huis kon afhalen.--Ik was een vrij man--
Zijn afscheidswoorden aan mij waren dat ik nog lang geen metselaar was en dat ik dat ook wel nooit zou worden. “Je bent noch maar een prutser "waren zijn laatste woorden.
In later jaren heb ik noch heel wat stenen op elkaar geprutst omdat ik toen zo rebels was geworden dat ik een gedeelte van mijn leven heb gebruikt om te tonen dat die aanzegging onjuist en minderwaardig was.
Ik heb in dat geval niet mooi behandeld maar hij had daar tegenover noch minder mooie woorden gebruikt. -Het was het oude lietje weer-Twee kwaaie hoofden die de boel afbraken terwijl alles had geregeld kunnen worden als een van de twee meer zijn verstand had gebruikt.
Ik heb het advies van mijn goede vriend Ab erg gemist in die dagen en toch waren het zijn woorden die mij er toe gedreven hadden om zo te handelen.
De gesprekken met Ab heb ik noch vaak aan moeten denken want hij was een goed Christen die zijn hart vaak op de goede plaats had.
Ik heb hem in die dagen vaak verteld dat het Communisme een groot gevaar was voor de toekomst van de vrije wereld maar hij wilde daar in die tijd nooit in geloven.
Later is dat allemaal verandert en zag hij wel degelijk de dreiging die naar ons toe kwam van het verre Oosten.
-Jaren lang hebben wij met de dreiging van een Atoom oorlog boven ons hoofd gelopen en ik heb persoonlijk voor jaren geloofd dat ik nooit oud zou worden omdat wij voor die tijd allang onder zouden gaan in een Atoom aanval.-
De jeugd van deze dag ziet dat niet meer zo erg maar de dreiging is er noch steeds.
Het is alleen bij de gratie van God dat wij tot noch toe redelijk onbezorgd kunnen leven.
Mijn Vrouw en Ik hebben nu ik dit schrijf al heel wat klein kinderen en achter kleinkinderen -Vandaag is het December 26-2001.--
Toch moet ik vaak terug denken aan de tijd van de Koningen van Israël. Alles ging goed zolang ze Jehova volgde en eerden. Dan kwam er een tijd dat de Joden God verlieten met het gevolg dat God hen ook verliet.
Deze tijd kon noch wel eens weer terug komen en op een tijd dat wij niet voorbereid zijn.
--Denk aan Sept 11 2001 !--
Genoeg hier over! Wij gaan weer terug naar de problemen van het jaar 1947
Ik was nu zonder werk en het lukte noch niet zo erg om ander werk weer te vinden.
Het constructie werk in de geteisterde gebieden werd zwaar gehinderd door de steeds weer kerende plaag van de burocratie. Het werk werd vaak verlamd door de onmogelijke eisen van de burocratie. Zoals bijvoorbeeld een geval van een boer waar Ab aan het werk was
De heren van boven hadden besloten dat er een muur door het midden van een deel moest opgetrokken worden. Er mocht ook geen deur in en zodoende had de boer koeien aan beide kanten van de muur maar hij moest met het voer en de mest rond het huis lopen om van het eene gedeelte naar het andere te komen.
De boer stond er bij te huilen toen dit toverwerk voor zijn ogen werd opgetrokken maar hij kon er evenwel niets aan doen.--De heren van boven hadden het zo besloten --
Ik zelf zat in de knel om dat de uitvoerders wel volleerde metselaars wilden maar ik was een leerling en die konden ze niet gebruiken.
Tenslotte vond ik werk bij een aannemer in een nabijgelegen dorp.Dit was ook een soort karwij werk maar ik kreeg hele andere ideeën over het gebruik van de troffel en hamer.
-Dat niet alleen. Ik kreeg ook onderwijs in de taal van dat dorp.-
Deze mensen spraken een dialect dat bijna onmogelijk was te volgen als ze goed op dreef raakten en dat gebeurde noch wel eens want ze lachten zich krom als ze mij hoorden praten over de "Karke" en niet fatsoenlijk over de "Koarke" zoals ieder fatsoenlijk mens dat deed.
Ik heb dus die mensen veel plezier verschaft met mijn gepraat over de "Karke" en meer van die dingen.
Voor mij zelf heb ik de les geleerd dat je nooit om een ander moet lachen als ze een beetje anders zijn dan wij want je kunt uiteindelijk niet verlangen dat een ieder zo goed en vooruitstrevend is als wij.Het zou een vervelende boel worden als het wel zo was.
Er moet verschil blijven hoe zou je anders kunnen na gaan hoe verstandig dat je zelf bent.
Voor de meisjes scheen het niet veel verschil uit te maken of ik naar de "Karke" ging of naar de "Koarke'Die hadden wel eens nader willen onderzoeken over wat het verschil is tussen een mannetje en een vrouwtje en ze lieten dat maar al te goed blijken.Het was zelfs zo erg dat ik uit een fabriek werd nageschreewd door een van die vrouwelijke Kenouw Simons Hasselaar --"Heeij Kaeltje met die pette op. Goad ie van aovend met mie op stap!"--Maar ik ben als een razende doorgereden want ik ben ergens maar een grenzeloze lafaard en ik durfde dat avontuur niet aan. Ik had zelf een vrouwtje en die was altijd noch een beetje groter als ik en ik had toen al plannen om een keer naar Canada te gaan zo de hele verleiding was te riskant.
Het moet eens een keer gebeurt zijn dat een jongen op een zondag avond met een van die dames op stap ging en die lieveling heeft hem direct de eerste avond al mee naar huis genomen.
Toen ze goed en wel in de boeren keuken waren zei ze tegen haar Vader "Die heeft het gedaan"
De arme jongen heeft nooit geweten dat het meisje een kind van hem moest krijgen maar dat is hij die avond gewaar geworden met het geweer achter in zijn rug.
--In deze moderne tijd zou zoiets niet meer kunnen-- en bovendien.Het verha